John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 2 – De Führerbunker I

 

Wanneer de fascinatie van de jonge vastgoedmagnaat Sepp Sanders voor het beruchte Derde Rijk van Adolf Hitler precies begonnen was, wist hij niet meer. Welke sensatie kon hij eerder bij zichzelf oproepen? De smaak van moedermelk, die hem als baby door zijn enige jaren later zo tragisch verongelukte moeder was toegediend als hij honger en dorst had? Of waren het de vlammende redevoeringen van een bezeten Adolf Hitler op partijdagen in Neurenberg, die hij op de zwart wit televisie zag tijdens het zogen? Hij kon geen woord verstaan van wat er gezegd werd, maar je zou met een gerust hart kunnen zeggen dat hij als baby en dreumes beter naar Adolf Hitler luisterde dan naar zijn ouders. Zijn obsessie met de personificatie van Het Kwaad was hem bijna letterlijk met de paplepel ingegoten.

Gisterenavond was hij na een lange autorit vanuit Amsterdam samen met zijn compagnon Mario Bos in West-Berlijn aangekomen. Het ging eind jaren tachtig zo bedroevend hopeloos slecht met de vastgoedmarkt dat Sepp Sanders en Mario Bos besloten hadden om in West-Berlijn geen intrek in een hotel te nemen, maar de nachten door te brengen in de afgeragde Ford Fiësta van Mario Bos.

De ruitenwissers van de auto waren stuk en het had bijna de gehele reis van Amsterdam naar West-Berlijn geregend, zodat degene die achter het stuur zat zijn blik continu op de waterige rode lichtjes van de auto voor hem gericht moest houden om op koers te blijven. Af en toe moest de bijrijder zijn hoofd naar buiten steken, als er een afslag genomen moest worden, of een sanitaire stop moest worden gemaakt in het struikgewas naast een Raststätte, – want een toilet waar je voor moest betalen vonden ze uitbuiting van de gewone man van de ergste soort – werd zijn gezicht gegeseld door de striemende regen, die recht uit het oosten kwam.

Er was iets mis met de startmotor, of de bougies, of het contactslot rechtsonder het stuur, of alle drie, of nog veel meer, waardoor de auto iedere keer als de auto gestart moest worden een van de twee de Ford Fiësta moest aanduwen. De motor sloeg dan pas aan na een meter of dertig in het openbaar voor gek lopen met een rode kop van inspanning en schaamte.    Veel mensen voelden compassie voor arme mensen op de televisie, maar als je ze dan in het echt zag, zoals op de parkeerplaats van een Raststätte, was het toch alsof je opeens oog in oog stond met een volslagen vreemde, die wanhopig persend en kreunend probeerde te schijten op een openbaar toilet van bijvoorbeeld een Raststätte, waarvan je de deur opengeduwd had in de misplaatste veronderstelling dat dat toilet vrij was om zelf een willekeurige behoefte te doen.

Maar wat was de reden dat de vrienden Sepp Sanders en Mario Bos tijdens de kerst van 1987 in al hun armoede besloten hadden om af te reizen naar Berlijn? De reden was een krantenbericht geweest, dat twee weken eerder in een groot landelijk dagblad had gestaan. Daarin werd vermeld dat de laatste resten van de beruchte Führerbunker van Adolf Hitler, het Golgotha van Adolf Hitler in het hart van Berlijn, gelegen in het niemandsland vol mijnenvelden, dolle Duitse marxistische herders en schietgrage Oost-Duitse grenswachten aan de Oost-Berlijnse kant van de Muur, waar Adolf Hitler zich op 30 april 1945 na het innemen van een cyaankalipil voor het hoofd geschoten had, aan het begin van 1988 zouden worden volgestort met cement door de communistische Oost-Berlijnse overheid, waarna er een appartementencomplex bovenop gebouwd zou worden.

Volgens Sepp Sanders was dit echt de allerlaatste kans om een streng verboden bezoek te brengen aan de vertrekken waar Adolf Hitler zijn laatste dagen had doorgebracht. Omdat hij talloze boeken over het Derde Rijk van Adolf Hitler gelezen had en vele documentaires over hetzelfde onderwerp had gezien, wist hij dat de Russen vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog alleen die delen van de Führerbunker hadden verwoest die boven de grond lagen, omdat de betonnen constructie van de onder de grond gebouwde gedeelten zo sterk, massief en ondoordringbaar was gebouwd, dat alleen een atoom- of waterstofbom de Führerbunker in zijn geheel had kunnen vernietigen. Dat betekende dat de “Vorbunker,” waar de familie van propagandaminister Joseph Goebbels, zijn vrouw Martha en hun vijf kinderen de laatste dagen van de oorlog verbleven hadden, maar ook de feitelijke Führerbunker daaronder, wel door de Russen geplunderd waren, maar verder nog in goede staat moesten zijn. Er zouden zich daar zelfs nog de originele meubels en andere troep van die afgrijselijke nazi’s bevinden.

Als Sepp Sanders ooit nog een mogelijkheid wilde krijgen om een kijkje in de Führerbunker te nemen, dan moest dat snel gebeuren. Sepp Sanders wist zijn boezemvriend Mario Bos zo gek te krijgen om mee te gaan. Het enige wat hen echt kon weerhouden van een verboden bezoek aan het binnenste van de Führerbunker waren de mijnenvelden, de dolle Duitse marxistische herders en de schietgrage Oost-Duitse grenswachten, die zich in het niemandsland tussen de resten van de Führerbunker en de Oost-Duitse kant van de Berlijnse Muur bevonden.

In een exclusieve carnavalswinkel in Amsterdam-Noord, die zo groot was als een vliegtuighangar kochten Sepp Sanders en Mario Bos voor weinig geld twee complete uniformen inclusief bijbehorende laarzen van de Oost-Duitse grenspolitie, die bijna perfect pasten.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s