John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 4 – De Führerbunker III

Bij Checkpoint Charlie aangekomen sloeg het hart Sepp Sanders en Mario Bos in de keel. Elke persoon, die zich van West-Berlijn naar Oost-Berlijn wilde begeven kreeg een volkomen persoonlijke behandeling. Per persoon werden de papieren en de inhoud van de zakken bekeken. Daarna volgde steekproefsgewijs een visitatie van het lichaam, die hopelijk niet tot de ontdekking van de in de onderbroeken verstopte uniformpetten zou leiden.

Ze waren aan de beurt om het land, de DDR, te betreden. De klok wees 09.37 uur.

‘Wat komt u hier doen? vroeg de Oost-Duitse grenswacht van een jaar of negentien, die het paspoort van Sepp Sanders in ontvangst nam, in afgebeten Duits.

‘Kijken,’ zei Sepp Sanders. Naar waarheid. ‘Een dagvisum, alstublieft.’

‘Nee. U komt niet om te kijken. U komt hier naartoe om ons uit te lachen,’ zei de grenswacht, terwijl hij slordig het paspoort van Sepp Sanders doorbladerde. Hij ramde een stempel met veel geweld ergens in het midden van het paspoortboekje.

‘…?’

‘U gaat ons goedkope bier drinken en lacht ons uit over de producten die wij in onze warenhuizen hebben staan.’

‘Nee, nee! Zo is het niet!’

‘Zo is het wel. Twintig Westmark voor het dagvisum en u dient hier ook dertig Westmark om te wisselen in Ostmark. U geeft mij vijftig Westmark en ik geef u dertig Ostmark terug. En uw paspoort natuurlijk.’

Sepp Sanders trok zijn portemonnee tevoorschijn en overhandigde de grenswacht vijftig Westmark.

‘Alstublieft,’ zei Sepp Sanders uiterst beleefd.

‘Zo is het wel genoeg en loop nu maar door, vuile kapitalist,’ zei de grenswacht. Daarna hoorde Sepp Sanders de grenswacht snikken van ingehouden woede. Of was de grenswacht gewoon verkouden? Sepp Sanders hoorde ‘Volgende’ tegen Mario Bos zeggen, die achter hem stond.

Sepp Sanders voelde zich te gespannen om na te denken over de behandeling die de Oost-Duitse grenswacht hem gegeven had of om te kijken naar Mario Bos, omdat hij een ruimte met schaarse verlichting werd binnengeleid. Een man in uniform met een pistool in een holster op zijn linkerzijde, ook niet veel ouder dan een jaar of negentien, dirigeerde hem in de richting van een antieke x-ray machine.

‘Open je zakken,’ zei de man, met een agressieve blik, waaruit minachting sprak.

Sepp Sanders plaatste de inhoud van al zijn zakken op de strak metalen tafel: een blikje cola, een aansteker, een pakje shag en een bos sleutels. Een plastic mandje stond dreigend verderop de strak metalen tafel. Sepp Sanders had niets te verbergen. De jongen van de grenspolitie pakte van al de spullen, die Sepp Sanders op de strak metalen tafel had gelegd, het pakje shag van het merk Drum van de strak metalen tafel.

‘Wat is dit? Drugs?’

‘Nee, meneer de grenspolitie. Dat is geen drugs.’

De jongen van de grenspolitie stopte het pakje shag in een apparaat. Daarna keek hij met een soort duikbril op naar de beelden die veroorzaakt werden door het ritmische getrap van zijn grote glimmende leren laarzen op de pedalen van een mechanisme dat de x-ray machine op gang bracht.

‘In Nederland zijn veel rokers gewend om hun eigen sigaretten te draaien. Met shag. En vloei,’ zei Sepp Sanders en vouwde zijn handen nerveus in een verbond op zijn rug.

‘Denk je dat ik gek ben?’ zei de jongen van de grenspolitie met een stem waaruit woede klonk.

‘Nee.’

‘Neem je spullen mee en flikker op. Fijne dag in Oost-Berlijn, motherfucker.’

‘Uh … Bedankt, denk ik, meneer.’

Even later stond Mario Bos naast Sepp Sanders aan de DDR-zijde van Checkpoint Charlie. Mario Bos keek Sepp Sanders hoofdschuddend aan.

‘Dit is niet goed, man. Dit is niet goed. Er is geen begrip. Het is een Koude Oorlog.’

‘Lul niet zo stom, Mario. We zijn binnen. In de DDR. We zijn nauwelijks gecontroleerd. We zijn niet gevisiteerd. Het eerste deel van onze missie is geslaagd. Big Brother blijkt een tandeloos klein broertje te zijn. Goed voor ons. Het moeilijkste komt nog.’

‘Waar gaan we heen?’

‘Loop maar achter mij aan. We gaan in de richting van de vroegere Wilhelmstrasse, want daar stond ooit Hitler’s kantoor “De Rijkskanselarij.” Daarachter ligt de Führerbunker. De Wilhelmstrasse heet tegenwoordig de Otto Grotewohlstrasse, naar de een of andere wereldberoemde DDR politicus Otto Grotewohl.’

‘Is die Otto Grotewohl echt wereldberoemd, Sepp?’

‘Wel in de DDR. Daarbuiten kent niemand hem. Hier moet iedereen hem kennen. Anders zwaait er wat. Hij was van 1949 tot 1960 minister-president van de DDR. Wat natuurlijk een lachertje is, want in feite trekt sinds de Tweede Wereldoorlog Moskou hier aan de touwtjes. De Oost-Duitsers zijn knechten van de Russen. Dit is een bezet land.’

‘Maar dat mag je hier toch helemaal niet hardop zeggen, Sepp?’

‘Wij wel, Mario. Ze spreken hier geen Nederlands en niemand kan ons horen. Zelfs in een dictatuur kun je alles zeggen.’

‘Als niemand je maar hoort.’

‘Jij hebt hem door, Mario. In de Otto Grotewohlstrasse moeten we nog over of door de Muur zien te komen om het niemandsland te betreden waar de resten van de Führerbunker liggen. Laten we gaan.’

‘Oké’

‘We moeten eerst een heel stuk deze straat aflopen, de Friedrichstrasse. Dan bij de Mohrenstrasse linksaf en als het goed is staan we dan na een paar honderd meter voor de Muur. Ongeveer op de plek waar je de resten van de Führerbunker aan de andere kant van de Muur kunt verwachten. Daar vlakbij moet haast wel een opening in de Muur zijn voor Oost-Duitse grenswachten, want daar om de hoek staan ook de Brandenburger Tor en de Reichstag, het vroegere parlementsgebouw van Duitsland. Het hart van het voormalige Derde Rijk.’

‘En desnoods klimmen we over de Muur. Toch, Sepp?’

‘Wat moet, dat moet, Mario. Maar ik verwacht daar toch echt een doorgang voor grenswachten.’

‘Goed ingelezen, Sepp.’

‘Het is mijn hobby, Mario. Het is mijn hobby.’

‘Daar heb je dan wel weer gelijk in, Sepp.’

Op weg naar de Muur trokken Sepp Sanders en Mario Bos in de brede Friedrichstrasse aanvankelijk veel aandacht in hun sportieve outfit. Ze letten goed op eventuele achtervolgers in de weerspiegeling van de ruiten, die zij passeerden. Er was niemand die langer dan een halve minuut naar hen keek in hun felgele polyester outfits van het merk Adidas, of achter hen aan bleef lopen.

Zelf verbaasden zij zich over het feit dat er nergens in Oost-Berlijn reclame te zien was. Nergens. Alsof je door een stad in een andere eeuw liep, waar hebzucht en commercieel exhibitionisme nog niet tot norm verheven waren.

‘Ik voel vervreemding. Echt kafkaësk hier,’ zei Sepp Sanders.

‘Je neemt me de woorden uit de mond, Sepp. Ik kan het niet anders zeggen.’

Ze verlieten de Friedrichstrasse en liepen op een gegeven moment linksaf de Mohrenstrasse in. Hier waren maar weinig mensen te vinden. Vlak bij de Muur geen staatswinkels of restaurants, alleen grauwe regeringsgebouwen.

De Muur kwam in zicht. Een wachttoren, waarin de silhouetten van Oost-Duitse grenswachten duidelijk te zien waren, stak boven de Muur uit.

Sepp Sanders wees naar een vierkant transformatorhuisje in een klein verlaten parkje dat aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse lag.

‘Tijd om ons om te kleden.’

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s