John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 5 – De Führerbunker IV

Zo onopvallend mogelijk betraden Sepp Sanders en Mario Bos het kleine parkje dat aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse lag. Ze gingen eerst op een bankje voor het vierkanten transformatorhuisje in het verlaten parkje zitten om de omgeving in zich op te nemen. Ze zagen nergens beveiligingscamera’s hangen. Er cirkelde geen helicopter boven hun hoofd, waaruit met Kalasjnikovs bewapende Oost-Duitse grenswachten hingen. Ze waren door niemand gevolgd. Ook Big Brother was nergens te zien. Tijd voor actie.

‘Mario. Als jij je eerst gaat verkleden achter het vierkanten transformatorhuisje, dan blijf ik op de uitkijk zitten,’ zei Sepp Sanders.

‘Gewoon erheen lopen en me omkleden?’

‘Ja, Mario. Zoals we uitgebreid hebben besproken.’

‘Als ik mijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas uit heb getrokken, prop ik die toch in de plastic zak?’

‘Heel goed, Mario. En vergeet vooral de zakken van je trainingspak niet te legen.’

‘Oké, Sepp.’

‘En vergeet vooral ook niet de uniformpet uit je onderbroek te halen, Mario.’

‘Ik ben niet gek, Sepp.’

‘Dat heb ik ook nooit beweerd, Mario.’

‘Dat is waar, Sepp. Je hebt nooit gezegd dat ik gek ben.’

‘Ga nu maar, Mario. We hebben niet de hele dag de tijd.’

‘Dat is waar, Sepp. Dan ga ik me nu omkleden achter het vierkanten transformatorhuisje. Tot zo.’

‘Succes, Mario. En schiet een beetje op, want ik ben zo gestresst als ik weet zo snel niet wat.’

‘Een veer?’

‘Wat?’

‘Gestresst als een veer, Sepp.’

‘Het is zo gespannen als een veer en zo gestresst als bijvoorbeeld een kip, Mario. En nu wegwezen of ik trek hier midden in het park je trainingsbroek van je reet.’

‘Ik ga al, Sepp. Tot zo.’

Mario Bos verdween met de plastic tas in zijn hand achter het vierkanten transformatorhuisje. Om zich een houding te geven pakte Sepp Sanders de reisgids van Berlijn uit zijn plastic tas en deed net of hij erin aan het lezen was. Zonder dat hij iets zag was zijn blik strak gevestigd op een foto van de beroemde televisietoren van Oost-Berlijn, de 368 meter hoge Fernsehturm aan de Panoramastrasse, vlak bij de Alexanderplatz.

‘Ik ben klaar!’ hoorde Sepp Sanders Mario Bos even later van achter het vierkanten transformatorhuisje roepen. Daarna kwam een streng kijkende Mario Bos zelfverzekerd in het volle ornaat van een Oost-Duitse grenswacht op Sepp Sanders aflopen.

‘Ongelooflijk, Mario. Ik schrok me rot. Je lijkt niet op de Oost-Duitse grenspolitie, je bent de Oost-Duitse grenspolitie. Indrukwekkend.’

‘Danke schön, Herr Sanders. Is het trouwens grenswacht of grenspolitie, Sepp? Je gebruikt die twee termen steeds door elkaar.’

‘Wat jij leuk vindt, Mario. Je ziet er perfect uit. Je had alleen je plastic tas met daarin het trainingspak en de rest van de inhoud van de plastic tas achter het vierkanten transformatorhuisje moeten laten liggen.’

‘Scheisse! Vergessen.’

‘Maakt niet uit, Mario. Geef maar aan mij. Ga jij even relaxen op dit bankje, dan ga ik me nu verkleden. Ik verstop jouw plastic zak ook wel achter het vierkanten transformatorhuisje.’

‘Wat moet ik in de tussentijd doen?’ zei Mario Bos, die nog altijd niet was gaan zitten en een blikje Coca-Cola uit zijn rechter broekzak pakte.

‘Geen Coca-Cola drinken in de DDR, Mario! Dat kan echt niet, iemand van de Oost-Duitse grenspolitie, die een blikje Coca-Cola drinkt in een parkje vlak bij de Muur.’

‘Ik verga van de dorst, Sepp. Niemand ziet ons. Ik drink het op.’ Mario Bos trok het blikje Coca-Cola open, dronk het bijna in een teug leeg en liet een boer als een bronstige zeekoe, waarvan het geluid tegen de muren van de gebouwen aan de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse weerkaatste.

‘Geef hier, dat lege blik, Mario,’ zei Sepp Sanders en stopte het lege blikje in een van de plastic tassen, die hij in zijn handen hield. ‘Ga nu op het bankje zitten en kijk streng voor je uit. Ik ben zo klaar.’

‘Is het raar als ik ga roken?’

‘Wel als je shag gaat roken, Mario, want dat kennen ze hier niet. En ook geen westerse sigaretten.’

‘Goed dat je het zegt, Sepp. Een Oost-Duitse grenspolitie met een westerse sigaret zou natuurlijk opvallen.’

‘Zonder twijfel, Mario.’

‘Dan rook ik wel even niet.’

‘Wijs. Dan ga ik me nu ook even omkleden. Doe geen gekke dingen, Mario. Ik ben zo klaar.’

Sepp Sanders keek nog eens goed om zich heen om te kijken of de kust veilig was en verborg zich daarna snel achter het vierkanten transformatorhuisje om zich om te kleden. Binnen een minuut was hij klaar. Hij plaatste de twee zakken met daarin de flessen water, de reisgidsen, de rookwaar, de twee felgele polyester trainingspakken van het merk Adidas, het lege en het volle blikje Coca-Cola rechtop tegen de achterwand van het vierkanten transformatorhuisje. Daarna mompelde hij ‘fuck it,’ pakte het volle blikje Coca-Cola uit zijn eigen plastic zak en dronk het in een keer leeg. Toen Sepp Sanders daarna het lege blikje Coca-Cola in een van de twee plastic tassen stopte weerkaatste opnieuw het geluid van een boer tegen de muren van de gebouwen aan de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse. Dit keer klonk de boer meer als een verveeld nijlpaard op leeftijd. Daarna stapte ook Sepp Sanders in zijn uniform van de Oost-Duitse grenspolitie achter het vierkanten transformatorhuisje vandaan.

Sepp Sanders ging recht voor Mario Bos staan en keek hem met een streng gezicht aan.

‘Vanaf nu spreken we alleen nog maar Duits,’ zei Sepp Sanders tegen Mario Bos.

‘Duits? Ik spreek helemaal geen Duits! Ja, een woord of tien misschien, maar niet veel meer.’

‘Kut. Hou dan maar zoveel mogelijk je mond.’

‘Ik kan het redelijk verstaan, maar spreken doe ik het nauwelijks.’

‘Als het nodig is doe ik het woord wel. Beperk jij je maar tot knikken, recht voor je uit kijken en salueren als dat nodig is. Je weet hoe ze hier salueren?’

‘Nee.’

‘Kijk. Zo. Met je rechterhand recht tegen de rechterkant van je uniformpet. En hou je hand horizontaal als je salueert, want anders doe je het fout en lijk je op Mickey Mouse en vallen we op en dat is het laatste wat we moeten doen.’

‘Ik snap het.’

‘Doe eens voor.’

Mario Bos ging fier in de houding staan en salueerde precies zoals volgens Sepp Sanders de bedoeling was.

‘Perfect. Je bent een natuurtalent.’

‘Dank je, Sepp.’

‘Laten we gaan. We gaan recht naast elkaar lopen. Hier in de Mohrenstrasse hoeft dat nog niet in ganzenpas, maar mochten we straks moeten aansluiten bij een groep Oost-Duitse grenspolities dan volgen we vanzelfsprekend hun tempo. Laten we gaan.’

Toen ze gespannen het parkje op de hoek van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse verlieten zagen ze op honderd meter afstand, recht voor hen uit, de Muur. Weer honderd meter daarachter moesten de resten van de Führerbunker liggen.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s