John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 7 – De Führerbunker VI

 

Sepp Sanders en Mario Bos liepen in een rustig wandeltempo over de Kolonnenweg in de richting van de resten van de Führerbunker.

‘Luister goed naar wat ik ga zeggen, Mario.’ Sepp Sanders keek gespannen opzij naar Mario Bos, die in diepe gedachten verzonken leek. ‘Mario? Luister je wel naar me?’

Mario keek verschrikt op naar Sepp Sanders. ‘Ja, Sepp, ik luister.’

‘Ik heb mijn huiswerk goed gedaan, Mario. Ik ken de plattegrond van de twee verdiepingen tellende bunker uit mijn hoofd.’

‘Twee verdiepingen, Sepp? Dat wist ik niet.’

‘Ja, Mario. De bunker telt twee verdiepingen. Allebei onder de grond.’

‘Als de bunker onder de grond ligt, kun je dan eigenlijk wel spreken over verdiepingen, Sepp? Noem je dat dan eigenlijk niet anders?’

‘Het is nu niet het moment om moeilijk te doen, Mario,’ zei Sepp met een stem waaruit ingehouden irritatie klonk. ‘Als we over een seconde of dertig naast de bunker halt houden kijken we eerst onopvallend om ons heen om er zeker van te zijn dat we door niemand in de gaten worden gehouden. Terwijl we net doen of we even met elkaar een praatje maken inspecteer jij het gebied dat achter ons ligt. Vergeet dus vooral ook niet om naar die gasten in de wachttoren te kijken. Ondertussen neem ik de rest van de omgeving voor mijn rekening. Begrepen?’

Mario Bos knikte.

‘Oké, Mario. We stoppen met lopen over vijf, vier, drie, twee, een seconde. Nu.’

Sepp Sanders en Mario Bos stonden stil en keken elkaar diep in de ogen aan.

‘Mario, ga zo staan dat je de wachttoren goed kunt inspecteren.’ Mario Bos deed een stap opzij en keek onopvallend in de richting van de wachttoren.

‘Mario, je moet wel net doen of je een praatje met mij aan het maken bent en vooral niet de indruk wekken dat je de omgeving achter mij aan het inspecteren bent.’

‘Waar moet ik het dan over hebben, Sepp?’

‘Dat maakt niet uit. Voor mijn part doe je net alsof je met me praat en zeg je niks. Dreun de tafel van vier op zonder geluid, whatever. Als je maar de indruk wekt dat je met me praat.’

‘De tafel van vier, Sepp? Waarom de tafel van vier?’

‘Het maakt niet uit, Mario. De tafel van vijf is ook goed. Als je er maar voor zorgt dat je zeker weet dat we niet worden bekeken door Oost-Duitse grenswachten.’

‘Dan doe ik de tafel van zes.’

‘Prima. Als je ondertussen maar goed naar mijn instructies luistert over hoe we de bovenste bunker, de Vorbunker, binnen gaan komen.’

‘Een keer zes is zes. Twee keer zes is twaalf.’

‘Prima, Mario. Zo gaat het goed. Als je maar goed naar me luistert.’

‘Doe ik. Vier keer zes is vierentwintig.’

‘De ingang naar de Vorbunker ligt hier aan mijn linkerkant. Een kleine betonnen trap leidt naar een grote gepantserde deur enkele meters lager, die volgens mijn informatie op slot zit en alleen te openen is door met een man of zes aan een metalen rad te draaien en zo verder. Maar dat is niet hoe wij de Vorbunker gaan betreden.’

‘Negen keer zes is vierenvijftig.’

‘Als we over een paar seconden …’

‘Ik ben klaar met de tafel van zes, Sepp. Wat nu?’

‘Jezus, man. Dan ga je door met de tafel van zeven. Wat maakt het uit?’

‘Is de tafel van acht ook goed, Sepp?’

‘Fantastisch. Als je maar goed naar me luistert.’

‘Doe ik, Sepp. Een keer acht is acht.’

‘Als we over een paar seconden zeker weten dat er niemand is die ons in de gaten houdt tel ik tot drie en stappen we tegelijk van de Kolonnenweg af en verstoppen we ons in het oerwoud van distels, fluitenkruid, hondspeterselie en dolle kervel dat de bunker bedekt.’

‘Vijf keer acht is veertig.’

‘We kruipen dan over de brokstukken van de bunker in de richting van de resten van de drie grote luchtfilters, die eruit zien als een soort schoorstenen.’

‘Acht keer acht is vierenzestig.’

‘We klimmen dan door de schachten van de luchtfilters naar beneden en komen vervolgens uit in de ruimte achter de personeelskamer van de Vorbunker.’

‘Zal ik doorgaan met de tafel van negen?’

‘Ik vind alles goed, Mario. Als je maar naar me luistert.’

‘Geen punt, Sepp. Ik kan alles nog volgen. Een keer negen is negen.’

‘We gaan ons daar beneden bijlichten met onze aanstekers en zorgen dat we in de dinerruimte naast de personeelskamer terechtkomen, zodat we via de conferentiezaal, die achter de dinerruimte ligt, bij de trappen uitkomen die naar de eigenlijke Führerbunker leiden.’

‘Vijf keer negen is vijfenveertig.’

‘Oké, Mario, volgens mij is de kust veilig. Achter mij alles ook oké?’

‘Ja, Sepp. Volkomen veilig. Zeven keer negen is drieënzestig.’

‘Ik tel zo tot drie en dan lopen we het onkruid in. Ik loop daarna snel in de richting van de luchtfilters, die er, zeg maar, uitzien als schoorstenen. Jij volgt mij op de voet. Ben je er klaar voor, Mario?’

‘Ja. Tien keer negen is negentig.’

‘Een. Twee. Drie!’

Sepp Sanders verliet zonder nog verder om zich heen te kijken de Kolonnenweg en verdween in het oerwoud van onkruid dat de grote brokstukken van beton en metaal van de Vorbunker bedekte. Hij hield halt nadat hij het oerwoud zo’n vier meter diep binnengedrongen was en hurkte neer achter enkele grote stukken puin. Nog geen twee seconden later botste Mario Bos tegen hem op, die net als Sepp Sanders achter de grote stukken puin door zijn knieën zakte.

Sepp Sanders keek Mario Bos gespannen aan en hij maande Mario Bos stil te zijn door zijn rechterwijsvinger op neushoogte tussen hen in omhoog te steken. Roerloos namen zij de geluiden die te horen waren in zich op: Het ritmische gedreun van een trein op enkele kilometers afstand in oostelijke richting, het geluid van stationair draaiende helicopterwieken, ergens in het zuiden, boven Oost-Berlijn. Maar wat veel belangrijker was, nergens was het geschreeuw van gealarmeerde Oost-Duitse grenswachten te horen. Of het geblaf van door hun communistische baasjes opgehitste marxistisch-leninistische herdershonden. Of het zenuwslopende geluid van steeds dichterbij komende stampende legerlaarzen van matige kwaliteit, omdat er in een planeconomie nooit produkten van de lopende band rolden, die zich ook maar enigszins konden meten met die uit het kapitalistische westen, waar het felle gevecht om de gunst van de consument voortdurend werd aangewakkerd door de verblindende werking van de hebzucht en het winststreven van boosaardige fabriekseigenaren, in hun onstilbare verlangen hun directe concurrenten om zeep te helpen, zodat ze nog meer van hun schaarse vrije tijd konden doorbrengen met het tellen van hun alsmaar groeiende geldvoorraad, in plaats van met hun kinderen, waarvan de schooldiploma’s werden gekocht op dure particuliere scholen, die gevestigd waren in statige panden op toplocaties in dure steden of luxe internaten in exclusieve natuurgebieden, waar inheemse bedreigde diersoorten vochten om hun plekje onder de zon.

‘Volgens mij zijn we veilig,’ zei Sepp Sanders op fluisterende toon tegen Mario Bos. Mario Bos knikte zwijgend en keek Sepp Sanders vol verwachting aan. ‘Dan gaan we nu snel naar de luchtfilters ….’

‘Die eruit zien als schoorstenen,’ vulde Mario Bos Sepp Sanders aan.

Sepp Sanders knikte bevestigend naar Mario Bos en overbrugde snel over het puin schuifelend in gebogen houding het tiental meters dat hem van de luchtfilters scheidde. Mario Bos volgde Sepp Sanders op kleine afstand. Bij de drie luchtfilters aangekomen richtte Sepp Sanders zijn aandacht op het meest linkse luchtfilter, waarvan de opening als enige niet was afgesloten door een ernstig verroeste metalen beschermingskap. Sepp Sanders boog zijn hoofd voorover om in de schacht van de luchtfilter te kijken.

‘Door dit luchtfilter gaan we naar beneden Mario. Ik kan de bodem niet zien, maar ik heb ook niet het idee dat de toegang geblokkeerd is door troep en andere ellende waar je je aan kunt bezeren.’

‘Sepp!’

‘Wat is er, Mario?’

‘We zijn vergeten een zaklamp mee te nemen!’

Sepp Sanders klopte met zijn handen op zijn broekzakken. ‘We hebben toch onze aanstekers, Mario? Dat heb ik toch al gezegd? Die zijn goed genoeg om ons bij te lichten tijdens onze sightseeing tour. Wel blijven opletten, Mario.’

‘Oké,’ zei Mario Bos met een lichte aarzeling in zijn stem. ‘Hoe diep is die schoorsteen, denk je?’

‘Ik kan de bodem niet zien, maar ik schat op grond van de informatie die ik heb een meter of drie, vier.’

‘Best hoog dus, Sepp.’

‘Geen probleem, Mario. Ik doe wel voor hoe het moet.’

Sepp Sanders ging op de rand van de schacht van het luchtfilter zitten, draaide zijn lichaam een kwartslag naar links, greep de rand van het luchtfilter met zijn linkerhand stevig vast en terwijl hij zijn lichaam nog een kwartslag naar links draaide liet hij zijn achterste in één beweging van de rand van de schacht van het luchtfilter glijden, waarbij hij zich ook met zijn rechterhand aan de rand van het luchtfilter vastgreep.

‘Ik hang nu aan de rand van het luchtfilter, Mario,’ zei Sepp Sanders met een hijgende stem en een angstige blik in zijn ogen. ‘Ik laat me zo in de diepte vallen, waarbij ik mijn knieën soepel gebogen houd. Vier meter vallen duurt een seconde of vier. Dus als ik tijdens het vallen hardop tel en na precies vier tellen mezelf op mijn zij laat rollen en vervolgens gelijk weer op ga staan, kan er weinig mis gaan.’

Mario Bos knikte zonder al te veel overtuiging in zijn lichaamstaal dat hij de instructies van Sepp Sanders begrepen had.

‘Nu houd ik het niet meer, Mario. Ik ga. Tot zo,’

Sepp Sanders liet de rand van het luchtfilter los en verdween in de duisternis van de schacht van het luchtfilter. Mario Bos hoorde Sepp Sanders luid tot vier tellen. Daarna klonken vanuit de diepte van de schacht gebonk, geritsel en gevloek.

‘Gelukt!’ hoorde Mario Bos Sepp Sanders van beneden roepen. De stem van Sepp Sanders klonk alsof hij op de bodem van een drooggevallen waterput stond.

Mario Bos keek de schacht van het luchtfilter in en zag het flauwe schijnsel van de aansteker van Sepp Sanders diep onder zich flakkeren.

‘Tot vier tellen! Ik licht je bij! Doe precies wat ik gezegd heb! Dan kan er niets misgaan!’ hoorde Mario Bos de stem van Sepp Sanders vanuit de diepte galmen.

Mario Bos dwong zichzelf te handelen en niet na te denken over de mogelijke consequenties van zijn val in het diepe, in de wetenschap dat alleen die modus hem waarschijnlijk veilig beneden naast Sepp Sanders op de betonnen vloer van de Vorbunker zou doen belanden. Het enige waar hij bang voor hoefde te zijn was zijn eigen angst. Op het moment dat hij de rand van de schacht van het luchtfilter losliet kneep hij zijn beide ogen stijf dicht.

‘Een, twee, drie, au!’ riep Mario Bos en liet zichzelf op zijn zij rollen zodra de zolen van zijn laarzen de betonnen vloer van de Vorbunker raakten. Daarna nam hij de uitgestoken rechterhand van Sepp Sanders aan en liet zich recht overeind trekken.

Sepp Sanders en Mario Bos keken elkaar opgewonden aan bij het flikkerende licht van de aansteker, die Sepp Sanders in zijn linkerhand op ooghoogte tussen hen in hield.

‘We zijn binnen,’ zei Mario Bos met een stem waarin ongeloof doorklonk.

‘Ja, Mario. We zijn binnen. En laten we nu gaan kijken of Adolf Hitler thuis is.’

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s