John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 11 – De Bloedstraat, Amsterdam

John West luisterde het voicemailbericht op zijn telefoon een tweede keer af: ‘Goedemorgen, dit is Suzan Vanderbergh. Vanderbergh wordt aan elkaar gespeld: V-A-N-D-E-R-B-E-R-G-H. Ik wil graag een afspraak met u maken. Zou u mij terug kunnen bellen? Liefst vanavond na een uur of tien. Dag.’ De boodschap was om 9.48 uur ingesproken.

John West richtte zijn blik op de stationsklok die hij een jaar geleden voor 9,99 euro bij de IKEA aan de Hullenburgweg 2 in Amsterdam Zuidoost had gekocht en boven de decoratieve schoorsteenmantel had opgehangen die zich recht tegenover de ingang van zijn souter­rain in de Bloedstraat bevond. Het was 11.15 uur. De naam van dit model stationsklok was “Pugg.”

Omdat het grootste deel van het leven van John West uit wachten op een nieuwe opdracht bestond zat hij om de tijd te doden het grootste deel van zijn werkdag achter zijn laptop te surfen op het internet. Met serieuze research had zijn surfgedrag weinig te maken en als hij begon met surfen had hij geen enkel idee waar zijn zwerftocht over het internet hem zou brengen. Hij kon binnen tien minuten beginnen bij biernet.nl: “Beste dagaanbiedingen in Amsterdam. Elke dag een nieuwe megadeal” om vervolgens via cnn.com: “North Korea has fired sixteen missiles during 10 tests in 2017. One was an intermediate-range missile, two were medium-range, eight were either short-range or medium-range and the range of one is unknown, according to various North Korea watchers. The latest were believed to be four surface-to-ship cruise missiles,” buienradar.nl: “Een warme dag wordt afgesloten met enkele onweersbuien,” ajax.nl: “Jong Ajax speler Thulani Serero kneust pink bij het uitruimen van de vaatwasmachine van zijn hospita mevrouw Koelman-Wel,” zijn Gmail account: “Volkskrant Ochtend: Rapper Lil’ Kleine noemt ex-vriendin “kangoeroe” en gall.nl: “Wij ruimen de kelder op. Laatste kans op deze topflessen” te eindigen met het in de zoekbalk van Google typen van zijn eigen naam, John West.

Zijn naam kwam nog vaker voor dan die van Joost de Vries of Peter Visser, dus had het eerste zoekresultaat nooit met hemzelf te maken: john-west.nl: “John West. Gevarieerder dan de rest.” De site ging over zalm in blik en niet over hem. Als je wist hoe je moest zoeken kon je John West de privé detective vinden. Daar was er maar één van in Nederland: “John West is The Best! Professionele Hulp Nodig? Onderzoek Gewenst? Bel John West en Hij Doet De Rest!” Hij had de wervingstekst zelf geschreven en zijn website laten bouwen door een achterneefje van Maarten Sanders uit Greonterp of Blauwhuis, in ieder geval in de buurt van Abbegeasterketting op het Friese platteland, in ruil voor een bioscoopbon ter waarde van twintig euro.

Tijdens het eindeloze surfen had hij door de jaren heen een schat aan triviale kennis opgedaan. Zo was hij er na de aankoop van de stationsklok van IKEA van het model “Pugg” achtergekomen dat “pugg” Zweeds was voor mopshond en dat de mopshond meer dan 2500 jaar geleden alleen in Tibet voorkwam, waar de mopshond de lieveling was van boeddhistische monniken, omdat die geloofden dat als het baasje van de mopshond overleed, de ziel van het baasje zich in de mopshond zou verplaatsen.

Zijn bureau had John West voor het raam van het souterrain geplaatst.

Als hij achter zijn bureau zat vond hij het prettig om zijn blik met enige regelmaat naar buiten te laten dwalen, waar hij een meter boven zich een bonte stoet mensen door de Bloedstraat zag lopen. De eerlijkheid gebood hem te zeggen dat hij van de meeste mensen die zijn souterrain passeerden eigenlijk alleen de onderste helft kon zien. Een in motorrijlaarzen gestoken zwalkende spijkerbroek die ophield bij een versleten koppelriem, omdat de bovenkant van het raamkozijn van zijn souterrain hem het zicht ontnam op de rest van de passerende persoon. Wulps op rode pumps lopende, in zwarte netkousen gestoken zwierende damesbenen, die eindigden in het rode textiel van een slipje of een vulva in onbestemde staat. Maar ook de onderste helften van kantoorpikken, backpackers, politieagenten, zwervers, melkboeren en drugsdealers liepen over de catwalk die zich voor zijn raam bevond.

Het meest genoot hij van de vrolijke peuters die uitbundig naar hem zwaaiden vanuit de bak van één van de bakfietsen van kinderdagverblijf “De Kleine Wereld Juliana,” dat om de hoek van de Bloedstraat op het Oudekerksplein 8 gevestigd was. Hij had het altijd een merkwaardig idee gevonden dat ouders hun kinderen naar een kinderdagverblijf midden in de hoerenbuurt brachten. Op die manier konden kleine kinderen toch geen onderscheid meer maken tussen Tinky Winky, Dipsy, Laa-Laa en Po en de uitgewoonde corpulente depressieve Ghanese hoeren die al om acht uur in de ochtend hun diensten aanboden vanachter de ramen van hun peeshokjes aan het Oudekerksplein? John West wilde hier eigenlijk geen mening over hebben, want de ouders van die kinderen zouden toch wel verantwoordelijkheidsbesef hebben en een weloverwogen beslissing hebben genomen toen ze hun kinderen jaren geleden op de wachtlijst van kinderdagverblijf “De Kleine Wereld Juliana” hadden gezet en niet op de wachtlijst van een ander kinderdagverblijf in de buurt, zoals kinderdagverblijf “KinderRijk” aan de Binnengasthuisstraat 46, waar de mensen op straat vooral studenten waren en achter de ramen medewerkers van de Universiteit van Amsterdam met hun pc’s in de weer waren, in plaats van slachtoffers van vrouwenhandel, waarvan het paspoort in beslag genomen was door boosaardige pooiers, die hun gang konden gaan omdat het college van burgemeester en wethouders een oogje dichtkneep in ruil voor het gratis gebruik van deze slachtoffers van moderne slavernij in het hart van het tolerante Nederland. President Abraham Lincoln, die al in de negentiende eeuw verantwoordelijk was voor het afschaffen van de slavernij in de Verenigde Staten, zou zich in zijn graf op het kerkhof Oak Ridge in een buitenwijk van Springfield, Illinois omdraaien, als hij had geweten in welke morele staat de hoofdstad van Nederland zich aan het begin van het derde millenniumbevond. John West was ervan overtuigd dat Barack Obama Amsterdam in 2014 nooit met zijn aanwezigheid had vereerd als hij op de hoogte was geweest van de immorele praktijken van burgemeester Eberhard van der Laan en zijn kornuiten. De mensen leken niet te willen zien dat de hoofdstad van Nederland een geperverteerde opvolger was van de oudtestamentische steden Sodom en Gomorra en onstuitbaar afstevende op zijn eigen Armageddon.

John West schrok op uit zijn maatschappelijk geëngageerde gemijmer en besloot de naam Suzan Vanderbergh in de zoekbalk van Google te typen. Nadat hij op de Enter-toets had gedrukt stond er onder de zoekbalk van Google dat de zoekterm Suzan Vanderbergh in 0.76 seconden ongeveer 138.000 resultaten had opgeleverd. Na de eerste twee resultaten stonden er zeven verschillende afbeeldingen van Suzans van der Berg. Zeven verschillende blonde vrouwen van rond de vijfentwintig jaren oud, die allemaal lang blond haar droegen. Alleen de tweede Suzan van der Berg van rechts droeg haar lange blonde haar in krullen. Geen enkel gezicht van de zeven Suzans van der Berg kwam hem bekend voor. En geen van de zeven Suzans van der Berg was uitgesproken lelijk of knap.

Op dat moment viel het hem pas op dat de zoekmachine van Google op zoek was gegaan naar Suzan van der Berg en niet naar Suzan Vanderbergh. Dat had hij toch maar weer mooi door. Ja, je was privé detective of niet. Onder het vermelde aantal resultaten en de zoektijd die het Google had gekost om alle Suzans van der Berg op een rij te zetten stond: “Resultaten voor Suzan van der Berg” en daar weer onder stond: “Zoek in plaats daarvan naar Suzan Vanderbergh,” waarbij Suzan Vanderbergh in het blauw gekleurd stond, ten teken dat je op de naam Suzan Vanderbergh kon klikken met je cursor.

In een wanhopig gebaar wierp John West zijn beide armen in de lucht. ‘En dan zijn er mensen die beweren dat computers kunnen denken!’ zei hij hardop tegen zichzelf. ‘Zullen we het denken maar aan de privé detective overlaten? Godallemachtig!’

John West schrok op van het geluid van vrolijk joelende kinderen en toen hij naar buiten keek zag hij nog net hoe een viertal peuters van kinderdagverblijf “De Kleine Wereld Juliana” uitbundig naar hem zwaaiden vanuit de bak van een bakfiets die links uit zijn gezichtsveld verdween voor hij er erg in had.

‘Lunchtijd,’ zei John West mompelend en zag op zijn stationsklok dat het tien over twaalf was. Op hetzelfde moment kwam een kleine vrachtwagen van Albert Heijn, zoals elke dag tegen kwart over twaalf ’s middags, met sissende remmen tot stilstand voor het souterrain van John West. “Uw boodschappen bezorgd tot in de keuken. Gewoon via ah.nl” stond er op de zijkant van de kleine vrachtwagen te lezen. Uit de vrachtwagencabine sprong een jongen van een jaar of achttien, die John West al jaren kende. Boven zijn olijk kijkende gezicht vol sproetjes torende een paars geverfd rastakapsel in de vorm van een enorme ananas uit. De jongen van Albert Heijn stak zijn rechterduim op naar John West en liep naar de achterkant van zijn vrachtwagentje. John West begroette de opgestoken duim van de medewerker van Albert Heijn met het opsteken van zijn eigen rechterduim en stond op van zijn bureau om het linkerraam van zijn souterrain te openen.

De jongen van Albert Heijn was Ricky Boer, de enige zoon van het treurige en amechtige weduwe vrouwtje van middelbare leeftijd Rosita Boer-Velazquez de Cuéllar. Zij leefde van een ouderwetse WAO-uitkering en was al sinds haar negentiende weduwe. Haar man, Sancho Velazquez de Cuéllar, was tijdens zijn nachtdienst op de Hoogovens in IJmuiden in Hoogoven Zes gevallen en nooit meer tevoorschijn gekomen. Per abuis was er bij de treurende weduwe een paar weken na de dood van Sancho Velazquez de Cuéllar een brief van de Arbeidsinspectie op de deurmat gevallen waarin de ongelukkige staalarbeider ontslag werd aangezegd wegens werkverzuim.

Rosita Boer-Velazquez de Cuéllar had door het lot slechts één kind mogen dragen van haar ex-man. Zij was aan haar WAO-uitkering gekomen omdat ze chronische astma had opgelopen door halve dagen te werken in een Zoo & Zo dierenwinkel in de Langkatstraat in de Indische Buurt. Na wetenschappelijk onderzoek op kosten van de Sociale Dienst was gebleken dat ze met name allergisch was geweest voor Happy Home Hennepvezel van het merk Duvo Plus, een milieuvriendelijke bodembedekker met een hoog absorptievermogen, die met name geschikt was voor knaagdieren. Van de gemeente had ze de woning op de begane grond toegewezen gekregen van het pand waarvan John West sinds drie jaar eerder het souterrain had gehuurd van de onsympa­thie­ke huisjesmelker van mediterrane afkomst.

John West was bevriend geraakt met Ricky Boer in de periode dat Ricky Boer gameverslaafd was en hele nachten opbleef om Call of Duty Modern Warfare 3 te spelen op een pc, die hij van het Wezenfonds van de Hoogovens had ontvangen. Omdat Ricky Boer geen geld had voor een koptelefoon kon de hele Bloedstraat meegenieten van Ricky Boer’s gewelddadige jacht op de Russische ultranationalist Vladimir Makarov. Als Ricky Boer midden in de nacht Call of Duty Modern Warfare 3 speelde lagen de criminaliteitscijfers in de buurt rond de Nieuwmarkt lager dan gewoonlijk het geval was en werden de hoeren die open huis hielden op het Oudekerksplein vaker bezocht. Zo veel hysterisch geratel van kogelsproeiende mitrailleurs en ontploffingen van landmijnen en handgranaten waren er vanuit zijn slaapkamertje aan de voorkant van zijn woning op de begane grond in de Bloedstraat te horen. Zelfs als de ramen van zijn slaapkamertje gesloten waren. Ricky Boer jaagde iedereen weg uit de Bloedstraat met zijn door oorlogsspelletjes geobsedeerde puberbrein.

Volgens goed Amsterdams gebruik had John West aanvankelijk geen idee wie zijn buren waren. Het adagium van de hoofdstad was “Leven en laten leven.” Dat hield in de praktijk in dat je het vooral niet in je hoofd moest halen om verhaal te gaan bij de buren als die geluidsoverlast veroorzaakten. Als je dat wel deed kon je een klap voor je “kanis” verwachten en werd er gedreigd met het bellen van de “pliesie” als je niet ophield met “stolken” en bovendien hadden ze “sowieso” veel meer last van jou “als zij van hun.”

In het begin had John West gedacht dat de oorlogsgeluiden boven hem veroorzaakt werden door een dronken Amsterdammer op leeftijd, die uit heimwee naar de goede oude tijd van de Tweede Wereldoorlog, “toen al zijn klasgenootjes waren weggehaald door de moffen,” naar oorlogsfilms lag te kijken onder het genot van goedkoop bier en een pot augurken van de Lidl. Maar zelfs de oorlogsfilm “Novecento” van Bernardo Bertolucci uit 1976 duurde niet langer dan vijf uur een elf minuten, dus toen het oorlogsgeweld boven zijn hoofd zelfs na een kleine zes uur nog doorging, en de kans op het genieten van enige nachtrust totaal verkeken leek, was John West uit zijn bed gesprongen, had zijn pistool aan de achterkant in zijn pyjamabroek gestopt, was op blote voeten uit het raam van zijn souterrain geklommen, de trap naar de voordeur van de bovenburen opgelopen en bleef vervolgens net zo lang op de deurbel drukken die bij de woning op de begane grond hoorde, totdat er iemand de voordeur open zou doen.

Toen er na vijf minuten nog niet opengedaan werd, het oorlogslawaai was ononderbroken doorgegaan en niemand had gereageerd op zijn aanhoudende gebel, had John West de voordeur opengetrapt, was recht op de bron van het oorverdovende geluid afgegaan en had in het eerste kamertje links een puisterige puber aangetroffen, die als gehypnotiseerd naar de rennende en schietende soldaatjes op zijn scherm zat te kijken, terwijl zijn rechterhand als een parkinsonpatiënt on acid een draadloze muis aan het mutileren was. John West had de jongen van zijn stoel getrokken, hem over zijn rechterschouder geworpen en was rechtstreeks naar de jeugdafdeling van de Jellinekkliniek op de Baarsjesweg 224 gelopen, die vanwege de verslavingsproblematiek in de hoofdstad 24 uur per dag geopend was. Bij de incheckbalie van de kliniek had hij aan een medewerker van de kliniek uitgelegd wat er volgens hem met de jongen aan de hand was. De baliemedewerker had direct de ernst van de situatie begrepen en de jongen op laten nemen in de gesloten afdeling voor gameverslaafden.

John West was het hele voorval al lang vergeten toen de puistige puber drie weken later, op een vroege maandagochtend, met een beschaamde blik voor het raam van zijn souterrain was verschenen. John West had de puistige puber binnengelaten en nadat de jongen zich had voorgesteld als “Ricky Boer van de begane grond” overhandigde hij John West verlegen zijn excuses, een literpak karnemelk van het Albert Heijn huismerk “De Zaanse Hoeve” en een plastic schaaltje “AH Ambachtelijk Russisch-eislaatje” van 200 gram. John West sprak zijn vergeving over de puistige puber uit, waarna Ricky Boer John West op zijn knieën bezwoer afgekickt te zijn van het gamen en beloofde, uit dank voor het kordate optreden van John West drie weken eerder, nooit meer zijn hoofdhaar te laten knippen en dat bovendien paars te laten verven “tot mijn dood erop volgt.”

Vanaf dat moment waren John West en Ricky Boer de beste maatjes.

Ondertussen had Ricky Boer de deuren aan de achterkant van zijn vrachtwagentje geopend, was met een slingerbeweging in de laadruimte gesprongen en kwam na enkele seconden weer tevoorschijn met in zijn ene hand de inmiddels traditionele literpak karnemelk van “De Zaanse Hoeve,” het goedkoopste huismerk van Albert Heijn, en in zijn andere hand het inmiddels traditionele plastic schaaltje “AH Ambachtelijk Russisch-eislaatje” van 200 gram. Ricky Boer daalde de acht versleten marmeren treden af die de Bloedstraat van het souterrain van John West scheidden. John West nam de goederen van Ricky Boer zonder te betalen in ontvangst. Ze staken tegelijkertijd hun rechterhand op ten teken van afscheid.

Morgen zou het hele ritueel zich om exact dezelfde tijd herhalen. John West had Ricky Boer nooit gevraagd of hij de karnemelk en het Russisch-eislaatje uit eigen zak betaalde of dat hij de goederen nakte uit de kratten vol boodschappen die hij rond lunchtijd met zijn kleine vrachtwagentje van de Albert Heijn af moest leveren bij The Bananen Bar and Club op de Oudezijds Achterburgwal 37, Museum Ons’ Lieve Heer op Solder op de Oudezijds Achterburgwal 38, het gebouw van de Stichting Leger des Heils op de Oudezijds Achterburgwal 45, om zijn ronde te eindigen bij The Sex Palace Peep Show op de Oudezijds Achterburgwal 84. Als de ronde Van Ricky Boer erop zat parkeerde hij zijn kleine vrachtwagentje van de Albert Heijn in de parkeergarage van Q-park De Kolk aan de Nieuwezijds Kolk 18. Daarna besteedde Ricky Boer de rest van de middag met vakken vullen in de Albert Heijn aan de Nieuwmarkt 18. De avonden bracht Ricky Boer al rummikubbend door met zijn amechtige moeder Rosita Boer-Velazquez de Cuéllar.

John West klokte het literpak karnemelk van “De Zaanse Hoeve” in 7,3 seconden leeg en wierp het lege kartonpak in de cilindervormige prullenbak van het type “Knodd,” die hij destijds tegelijkertijd met de stationsklok van het model “Pugg” bij IKEA had gekocht,  die naast zijn bureau stond. Vier seconden later wachtte het lege plastic schaaltje “AH Ambachtelijk Russisch-eislaatje” van 200 gram een zelfde lot.

Tijd om te werken. John West keek naar het scherm van zijn laptop en klikte met zijn cursor op de naam Suzan Vanderbergh, die in het blauw aangegeven was. Ditmaal gaf de zoekmachine 26.900 resultaten in 0.34 seconden. Bij de afbeeldingen onder het derde zoekresultaat van Google stonden weer zeven verschillende blonde vrouwen van rond de vijfentwintig jaren oud, die net als de zeven eerdere Suzans van der Berg lang blond haar droegen. Dit keer was er geen vrouw met krullen bij. John West wist niet goed hoe hij zijn onderzoek moest voortzetten nu er een oceaan van Suzans van der Berg en Suzans Vanderbergh leek te bestaan.

John West  typte het woord “pugg” in bij Google Translate, maar de vertaalmachine gaf zowel vanuit het Zweeds als uit het Engels hetzelfde woord “pugg” als vertaling in het Nederlands. Daarna typte hij het woord “pugg” in de reguliere zoekbalk van Google en slaakte een diepe zucht van ergernis en frustratie toen er boven het eerste zoekresultaat vijf foto’s stonden van mopshonden in de kleuren bruin, zwart en wit, waarvan er twee een zonnebril droegen. Een derde mopshond droeg zelfs een bruine leren pet bovenop zijn mopshondenkop en een ziekenfondsbrilletje zonder glazen op zijn mopsneus. John Lennon van The Beatles had aan het eind van de jaren zestig het ziekenfondsbrilletje hip gemaakt, al betwijfelde John West of John Lennon ooit in het Ziekenfonds had gezeten met een jaarinkomen dat het Bruto nationaal product van menig ontwikkelingsland in Afrika overstegen moest hebben.

John West schrok op toen zijn telefoon begon te breakdancen op zijn bureaublad omdat hij gebeld werd.

‘John West,’ zei John West nadat hij op het groen gekleurde icoontje van een telefoonhoorn op het display van zijn telefoon had gedrukt.

‘Met Suzan Vanderbergh. Ik heb vanmorgen uw voicemail ingesproken met de mededeling dat ik u vanavond om een uur of tien zou bellen, maar ik ben nu toevallig in de buurt en vroeg mij af of u nu tijd voor mij hebt?’

De stem van Suzan Vanderbergh klonk opgejaagd en nerveus.

John West keek op de stationsklok die boven de decoratieve schoorsteenmantel hing en zag dat het bijna één uur in de middag was.

‘Dat is geen probleem. U weet waar mijn kantoor zich bevindt, mevrouw Vanderbergh?’ vroeg John West en begon met zijn vrije hand eventueel aanwezig roos van zijn schouders te kloppen.

‘Ik zie u achter uw bureau zitten. Ik draag een framboosrode lakleren jas. Ik ga nu naar u zwaaien. Ziet u mij?’

John West verstarde in zijn houding, keek naar buiten en zag een vrouw van middelbare leeftijd in een framboosrode lakleren jas in gehurkte houding naar hem zwaaien. Het duidelijk blond geverfde opgestoken haar van Suzan Vanderbergh stond goed bij haar karmozijnrood gestifte lippen. Haar benen waren gestoken in een strakke spijkerbroek.

‘Is dat de voordeur?’ sprak Suzan Vanderbergh in haar telefoon, terwijl ze in de richting van de voordeur van Rosita Boer-Velazquez de Cuéllar en haar zoon Ricky Boer wees.

‘Nee, mevrouw Vanderbergh,’ sprak John West nog steeds in zijn telefoon. ‘U kunt het trapje naar het souterrain aflopen en dan zal ik het raam voor u opendoen.’

‘Apart,’ zei Suzan Vanderbergh en toverde een glimlacht op haar gezicht voordat ze voorzichtig het trapje naar het souterrain begon af te dalen op haar witte Converse All Stars sneakers.

John West legde zijn telefoon op zijn bureau neer en stond op van zijn bureaustoel om het linkerraam van zijn souterrain te openen. Nadat Suzan Vanderbergh het souterrain van John West met een klein sprongetje betreden had, leidde John West Suzan Vanderbergh met een gracieus gebaar van zijn linkerarm naar de twee fauteuils die voor de decoratieve schoorsteenmantel stonden en die hij altijd gebruikte om een nieuwe zaak met een nieuwe klant door te nemen.

Nadat Suzan Vanderbergh plaatsgenomen had op de fauteuil die het verst bij het raam van het souterrain verwijderd stond, plaatste zij haar leren handtas op haar schoot en haalde daar een plastic tas met inhoud uit. Uit de plastic tas pakte zij een bruin houten kistje en keek John West met een samenzweerderige blik aan.

John West was in de andere fauteuil gaan zitten en bleef Suzan Vanderbergh verwachtingsvol aankijken.

‘U vraagt zich vast af wat dit voor een houten kistje is,’ zei Suzan Vanderbergh.

‘Een bruin houten kistje?’ zei John West en ging op zoek naar een sigaret.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s