John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 12 – De Bloedstraat, Amsterdam

John West stond op vanuit zijn fauteuil en pakte een sigaret uit een aangebroken pakje Lucky Strike dat op de decoratieve schoorsteenmantel lag. Hij stak de sigaret aan met een benzine-aansteker van het merk Zippo. Voordat hij zich terug liet vallen in zijn fauteuil griste hij een grote, ronde, donkergroene, glazen asbak met aan de zijkant het opschrift “San Miguel” van de schoorsteenmantel mee.

‘Wat heeft u daar een mooie schoorsteenmantel, meneer West,’ zei Suzan Vanderbergh, terwijl ze het bruine houten kistje op haar schoot hield zoals een brugpieper haar lunchtrommeltje aan het begin van de grote pauze. ‘Of noemt u dat liever een schouw? Dat vinden sommige mensen chiquer klinken dan schoorsteenmantel. Schouw.’

‘Het maakt mij niet veel uit. De schoorsteenmantel is trouwens decoratief. Hij dient geen enkel doel en zat hier al in toen ik hier drie jaar geleden mijn kantoor opende.’

‘Merkwaardig niet waar, meneer West? Dat we vaak beoordeeld worden op grond van de objecten waarmee wij omringd zijn.’

‘U mag mij wel John noemen, mevrouw Vanderbergh. Kan ik u Suzan noemen?’

‘Vanzelfsprekend John.’

‘De asbak die jij zojuist op het salontafeltje neerzette, bijvoorbeeld,’ zei Suzan Vanderbergh en wees naar de grote, ronde, donkergroene, glazen asbak met aan de zijkant het opschrift “San Miguel.” ‘Die asbak kan voor jou sentimentele waarde hebben omdat hij bijvoorbeeld van je overleden grootvader is geweest en jou altijd even aan hem doet denken als je een sigaret uitdrukt.’

‘Die asbak is door een neefje van me, de zoon van mijn oudere zus Katja, uit een discotheek genakt toen hij voor het eerst met zijn vriendjes ging comazuipen in Lloret de Mar.’

‘Zo zie je maar weer. Een mens weet niet altijd waar hij naar kijkt. Ergens naar kijken is iets anders dan iets werkelijk zien. Maar dat hoef ik jou als privé-detective niet uit te leggen.’

‘Wil jij een sigaret?’ vroeg John West aan Suzan Vanderbergh en hield haar het aangebroken pakje Lucky Strike voor.

‘Ik ben al jaren gestopt met roken, maar doet u er toch maar eentje. Voor de gezelligheid,’ zei Suzan Vanderbergh en nam een sigaret uit het pakje Lucky Strike dat John West haar voorhield.

‘Allemachtig!’ riep Suzan Vanderbergh verschrikt uit, voordat ze John West vuur in haar sigaret liet jagen met zijn benzine-aansteker. ‘Zie ik dat goed? Kost zo’n pakje sigaretten tegenwoordig werkelijk acht euro?! Daar kun je bijna van uit eten gaan!’ en inhaleerde alsof haar leven ervan afhing.

‘Als je rookt heb je meestal minder honger, dus relatief kost zo’n pakje eigenlijk minder,’ zei John West.

Hij wilde zijn benzine-aansteker opbergen, maar werd in zijn handeling gestopt doordat Suzan Vanderbergh een hand op zijn arm legde.

‘Wat heeft u daar een bijzondere Zippo,’ zei Suzan Vanderbergh en hield haar hoofd scheef als een jong vogeltje dat voor het eerst uit zijn nestje kijkt.

‘Gekocht op de vlooienmarkt van Ho Chi Minh City. Het vroegere Saigon.’

‘Ja zeg,’ zei Suzan Vanderbergh verontwaardigd. ‘Ik ben dan misschien wel knap, maar niet achterlijk! Dan Sinh?’

‘Hoe bedoel je, Dan Sinh?’

‘De vlooienmarkt van Ho Chi Minh City! Dan Sinh. Aan de Yersin, Nguyễn Thái Bình, Quận. Er zijn immers meer vlooienmarkten in Ho Chi Minh City.’

‘Nee, niet op de vlooienmarkt van Dan Sinh. Deze Zippo heb ik gekocht op de vlooienmarkt van Chợ Hoàng Hoa, aan de Thám Hoàng Hoa Thám, phường, Bình Thạnh phường.’

‘Was dat wat? De vlooienmarkt van Chợ Hoàng Hoa, aan de Thám Hoàng Hoa Thám, phường, Bình Thạnh phường?’

‘Ik was er wel tevreden over. Ik ben destijds speciaal naar Chợ Hoàng Hoa gegaan om Zippo’s, van Amerikaanse G.I. Joe’s te kopen die zijn omgekomen tijdens hun tour of duty in Vietnam. Ik had onderweg van andere backpackers gehoord dat je dan naar Chợ Hoàng Hoa moest gaan en niet naar bijvoorbeeld de vlooienmarkt van Pham Van Hai aan de Phạm Văn Hai, Phường. Daar verkopen ze vooral kleding voor hipsters. Of hipstersgroenten zoals waterspinazie en bananenbloesem.’

‘Bananenbloesem is toch geen groente?’

‘Van Dan Sinh heb ik eerlijk gezegd nooit gehoord. Maar ik moet toegeven dat ik niet zo lang in Ho Chi Minh City geweest ben en geen tijd had om helemaal naar Yersin, Nguyễn Thái Bình, Quận te gaan.’

‘Mag ik eens kijken wat er in je Zippo gegraveerd staat?’ vroeg Suzan Vanderbergh. John West overhandigde haar zijn Zippo.

‘”You never really lived until you’ve nearly died”,’ las Suzan Vanderbergh de tekst voor die op de achterkant van de Zippo gegraveerd stond.

Ze bekeek de Zippo vervolgens van alle kanten.

‘Twee neukende eenden op de voorkant,’ zei Suzan Vanderbergh, terwijl ze haar blik op de afbeelding van twee in de Zippo gegraveerde neukende eenden gericht hield. ‘Dat refereert natuurlijk aan het feit dat de Amerikaanse soldaten “sitting ducks” waren zodra ze hun militaire basis verlieten. Eenmaal buiten de poort waren ze “fucked,” zodra Charlie ze in het vizier kreeg, of als ze op een boobytrap liepen. Vandaar die neukende eenden. Mooi gevonden.’

‘Al die jongens zijn met zware posttraumatische stressstoornis uit Vietnam  teruggekomen,’ zei John West, drukte zijn sigaret uit in de San Miguel asbak, pakte de Zippo uit de handen van Suzan Vanderbergh, stak een nieuwe sigaret op en gaf de Zippo terug aan haar. ‘Het moet de hel op aarde geweest zijn voor die jongens. Eenmaal thuis raakten ze aan van alles verslaafd, sloegen hun vrouw en kinderen overhoop, raakten hun baan en hun gezin kwijt, pleegden zelfmoord.’

‘Ja, en dan hebben ze die verdomde kutoorlog ook nog verloren en het imago van de Verenigde Staten als voorvechters van vrijheid en democratie voor altijd verneukt.’

Suzan Vanderbergh bleef even triest voor zich uit kijken. Daarna zette zij haar onderzoek van de Zippo voort.

‘Laat mij eens kijken wat er verder nog op de Zippo staat: “Phu Bai, 1966-1967.” Dat is het vliegveld ten zuiden van Huế, de oude keizerlijke hoofdstad, in het midden van het land.’

‘Daar is zwaar gevochten tijdens het Tet-offensief van de Vietcong, Suzan.’

‘Maar dat was pas in 1968, John.’

‘Dat klopt. Maar wat er ook gebeurd is, deze “Bro Garland,” van wie de naam in de Zippo gegraveerd staat, wie dat ook geweest moge zijn, een neger, dat is wel zeker, is zijn Zippo tijdens zijn tour of duty in de jaren 1966-1967 kwijtgeraakt.’

‘Dat wil natuurlijk niet zeggen dat hij gesneuveld is. Hij kan zijn Zippo net zo goed verloren zijn in een bordeel,’ zei Suzan Vanderbergh en opeens zette ze grote ogen op, alsof ze een spectaculaire ontdekking had gedaan. ‘Bro Garland? John, ik denk dat deze Zippo zo fake is als maar kan!’

‘Hoezo?’ vroeg John West geschrokken. Hij voelde zich opgelaten. Zou hij werkelijk een neppert hebben gekocht op de vlooienmarkt Chợ Hoàng Hoa, aan de Thám Hoàng Hoa Thám, phường, Bình Thạnh phường? Het zou toch niet waar zijn?

‘Weet je waarom ik dat denk, John? Dat komt door die naam “Bro Garland.” Dat is geen echte naam. Dat is in de Verenigde Staten de benaming voor een laag opgeleide, arme, wereldvreemde zwarte uit de provincie. Het zwarte equivalent van de blanke Hillbilly!’

‘Maar iemand kan toch wel “Bro Garland” in zijn Zippo hebben laten graveren?’ vroeg John West hoopvol aan Suzan Vanderbergh. Misschien was hij toch niet belazerd op de vlooienmarkt Chợ Hoàng Hoa van Ho Chi Minh City?

‘Natuurlijk niet, John! “Bro Garland” heeft een negatieve betekenis! Een blanke laat toch ook geen Hillbilly in zijn Zippo graveren? De G.I. Joe’s lieten altijd hun echte naam in hun Zippo’s graveren. Ook voor eventuele identificatie van hun gewonde of gedode lichaam in het geval ze hun dogtags, je weet wel, die naamplaatjes die ze aan een ketting om hun nek droegen, kwijt waren geraakt.’

Zonder toestemming aan John West te vragen stak Suzan Vanderbergh een volgende sigaret op.

‘Staat er geen jaartal ergens aan de onderkant van die Zippo?’ zei Suzan Vanderbergh en begon de onderkant van de Zippo te bestuderen. ‘Ja! Hier! Een beetje verborgen onder het vuil. Een soort dun laagje hars. Laat mij maar even met mijn nagel.’

Na enig krabben met haar nagels aan de onderkant van de Zippo verscheen er een triomfantelijke glimlach op het gezicht van Suzan Vanderbergh. Ze hield de schoongekrabde onderkant van de Zippo op een centimeter of tien van het gezicht van John West.

John West kon zijn ogen niet geloven. ‘”Made In China”! “1983”! Toen was die hele fokking Vietnamoorlog al tien jaar voorbij!’ riep John West ontgoocheld uit. ‘Ik ben genaaid! Wat een klootzakken!’

‘Ja, John, je bent genaaid. En niet zo’n beetje ook. Wat moeten die marktlui op de vlooienmarkt Chợ Hoàng Hoa, aan de Thám Hoàng Hoa Thám, phường, Bình Thạnh phường gelachen hebben. Hoeveel heb je ervoor betaald?’

‘Twintig fokking Amerikaanse dollars! En het is een neppert! Ik ga dood van schaamte. Suzan, dit mag je nooit aan iemand doorvertellen,’ zei John West nerveus, drukte zijn sigaret uit in de San Miguel asbak en stak weer een nieuwe sigaret op.

Om zich een houding te geven liep John West naar het koffiezetapparaat dat op de linkerhoek van het kleine aanrechtje in zijn keukentje stond.

Hij kon geen kant op met zijn schaamte. Het souterrain was in feite één ruimte. Alleen het toilet rechts naast het aanrecht, dat niet groter was dan de gemiddelde meterkast van een arbeiderswoning, was een ruimte waar je even alleen kon zijn. Maar hij voelde geen aandrang. Misschien na de koffie.

‘Koffie?’ vroeg John West aan Suzan Vanderbergh, terwijl hij de rituelen die bij het koffie zetten horen begon uit te voeren. Sigarettenrook irriteerde zijn ogen, omdat hij zijn peuk als een oude Amerikaanse filmster tussen zijn lippen moest laten bungelen.

‘Lekker. Dank je, John,’ zei Suzan Vanderbergh.

Toen John West klaar was met zijn handelingen in de keuken kwam hij weer naast Suzan Vanderbergh in zijn fauteuil zitten. Opgelucht had hij de sigaret uit zijn mond genomen om met zijn vrije hand de tranen uit zijn geïrriteerde ogen te vegen.

‘Zo, Suzan. Tijd voor business. Je bent al bijna een half uur binnen en ik heb geen idee waarvoor je hier gekomen bent.’

‘Mijn komst heeft alles te maken met het bruine kistje dat ik op mijn schoot houdt.’

‘Dat wil ik graag geloven, Suzan. Maar voor we het daarover gaan hebben moeten we eerst een aantal afspraken maken over mijn uurtarief, een contract opstellen, het over jouw budget hebben, etcetera. Allereerst, hoe ben je bij mij terechtgekomen?’

‘Dat zal ik je vertellen, John. Om te beginnen wist ik eigenlijk niet eens dat privé-detectives echt bestonden. Tenminste niet in Nederland. Bij privé-detectives denk je toch altijd aan de boeken van Agatha Christie, met die twee beroemde detectives van haar, Hercule Poirot en Miss Marple.’

‘Poirot is in de boeken van Agatha Christie inderdaad een detective, maar Miss Marple is niets anders dan een nieuwsgierige oude vrijster die met haar ijzeren logica de meest ingewikkelde moordzaken oplost’

‘Ik las laatst in een tijdschrift bij de kapper dat Agatha Christie tijdens haar leven ongeveer 4 miljard boeken heeft verkocht,’ zei Suzan Vanderbergh.

‘Ja, ik ken het verhaal. En dan te bedenken dat ze vier jaar met haar eerste boek heeft moeten leuren bij talloze uitgevers voordat het uiteindelijk werd uitgegeven.’

‘Dat hoor je toch vaker, hoor. Schrijvers die nu wereldberoemd zijn zag eerst niemand staan.’

‘Daar zijn legio voorbeelden van, Suzan. Ik las laatst dat Kathmandu Hipsters van Peter Mabelus aanvankelijk ook nergens werd herkend als meesterwerk. En moet je nu kijken.’

‘Klopt, John. Hoeveel Nederlandse auteurs kunnen zeggen dat hun debuutroman verfilmd is met Leonardo DiCaprio in de hoofdrol?’

‘Alleen Mabelus?’

‘Juist.’

John West drukte zijn sigaret uit in de asbak en liep naar zijn keukentje om koffie in te schenken.

‘Ik hoef niks in mijn koffie,’ zei Suzan Vanderbergh. ‘Ik drink mijn koffie zwart.’

‘”Once you go black, you never go back,”‘ zei John West, terwijl hij twee grote mokken van een plank boven het aanrecht pakte en die vol koffie schonk.

‘Vind je het goed als ik nog een sigaret van je neem? Ik weet niet wat ik vandaag heb, maar ze smaken me beter dan ooit tevoren.’

‘Bij de tweede sigaret vroeg je ook niet om toestemming en heb ik je niet tegen gehouden. Mij nu vragen of het goed is als je nog een sigaret neemt is daarom overbodig. Je hoeft het niet steeds te vragen. Pak maar wanneer je zin hebt,’ zei John West.

Hij liep terug naar zijn fauteuil en zette de twee mokken koffie op het salontafeltje neer. Nadat hij weer had plaatsgenomen in zijn fauteuil legde hij zijn Zippo tussen hen in op de salontafel, zodat Suzan Vanderbergh niet steeds om een vuurtje hoefde te vragen als ze een sigaret wilde opsteken.

‘Oké, het uurtarief. Ik vraag tachtig euro per uur plus onkosten. Onkosten kunnen uitgaven zijn voor vliegtickets, huurauto’s, hotelovernachtingen, desnoods helikopters en luchtballonnen. Eten, drinken en sigaretten betaal ik zelf, mits ik de uitgaven daarvoor niet hoef te maken in verband met mijn opdracht, zoals een etentje met een potentiële verdachte of een nacht in een bordeel om dichter bij de oplossing van een zaak te komen.’

‘Een nacht in een bordeel?’ vroeg Suzan Vanderbergh verbaasd. ‘Om een zaak op te lossen?’

‘Alleen als het nodig is. Maak je geen zorgen. Het is een uitzondering, maar het is wel eens nodig geweest.’

Suzan Vanderbergh keek John West met licht wantrouwen in haar blik aan. Daarna knikte ze enkele keren in gedachten verzonken voor zich uit, als om zichzelf van iets te overtuigen.

‘Wat moet dat moet, John. Deze zaak is te belangrijk. Je krijgt van mij carte blanche als het om de uitgaven gaat. Absolute carte blanche. Als je je opdracht maar volbrengt.’

‘Ik weet nog niet waar het over gaat, Suzan, maar carte blanche loopt meestal aardig in de papieren. Ik kan me voorstellen dat jouw budget ook maar beperkt is.’

‘Geld speelt geen rol. Het is te belangrijk.’

John West keek Suzan Vanderbergh onderzoekend aan.

‘Het is ook niet mijn eigen geld, waar ik het over heb. Het is het geld van mijn opdrachtgever. Ik weet dat jij de naam van mijn opdrachtgever kent. Sterker nog, ik weet dat jij mijn opdrachtgever persoonlijk kent.’

John West keek Suzan Vanderbergh aan alsof ze een geestverschijning was.

‘Ik heb je niet gevonden via internet, John. “John West is The Best! Professionele Hulp Nodig? Onderzoek Gewenst? Bel John West en Hij Doet De Rest!” Ik heb jouw naam van mijn opdrachtgever gekregen.’

‘Nu maak je mij toch wel heel erg nieuwsgierig, Suzan. Over wie heb je het in Godsnaam? En waar gaat deze zaak over?’

‘Ik heb het over Sepp Sanders. Sepp Sanders de vastgoedmagnaat. Ik heb het over de vader van jouw beste vriend, de sportjournalist Maarten Sanders.’

‘Suzan, je maakt me knettergek! Waar gaat deze zaak over? En wat heeft het bruine houten kistje dat je de hele tijd op je schoot hebt gehouden ermee te maken?’

‘Deze zaak gaat over de verdwenen inhoud van dit bruine houten kistje, John West. Deze zaak gaat over de wereldvrede. En je kunt maar beter “The Best” zijn want anders zouden de laatste dagen van de wereld wel eens geteld kunnen zijn.’

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s