John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 16 – De Grote Ontsnapping III, Berlijn (Kerst 1987)

 

Het duurde enkele seconden voordat Sepp Sanders in de gaten had dat hij bij bewustzijn was gekomen.

Het besef dat zijn hersenen weer aanstonden had niets te maken met het feit dat hij iets kon zien. Hij zag niets. Hij werd omringd door totale duisternis. Dit kon een aantal dingen betekenen.

Hij was blind geworden. Maar waarom zou hij blind geworden zijn? Je werd toch niet zomaar blind? Je had natuurlijk de zeldzame ziekte van Harada, die ook wel de ziekte van Vogt-Koyanagi werd genoemd, waarbij je binnen twee dagen blind werd. Maar dat zou betekenen dat hij minimaal twee dagen buiten bewustzijn moest zijn geweest en dan ook nog eens, tegelijkertijd, door de ziekte van Harada – of Vogt-Koyanagi, wie zou daar wakker van liggen? – was getroffen. Dat zou te veel van het goede zijn geweest.

Zijn ogen waren er ook niet uitgestoken of uitgelepeld, want dan zou hij ongetwijfeld pijn hebben. Dat kon niet anders. Maar hij voelde geen pijn. Dus hoogstwaarschijnlijk was hij nog in het bezit van zijn ogen.

Hij was ook niet geblinddoekt. Want dan zou hij de aanwezigheid van een blinddoek hebben bemerkt door een ongewone druk op zijn schedel, of de onnatuurlijke nabijheid van de lucht van textiel, of anderszins.

Hij betastte zijn gezicht met zijn rechterhand. Dat betekende niet alleen dat hij zijn ongeschonden en pijnvrije oogleden kon voelen, waarmee het bewijs was geleverd dat zijn ogen hem niet door middel van geweld waren ontnomen, het betekende ook dat zijn handen niet geboeid waren.

Hij had het vermoeden dat hij op de een of andere manier gevangen werd gehouden, want hij wist niet waar hij zich bevond en werd door een onprettige duisternis omringd. Hij zou zich niet vrijwillig in deze situatie hebben gebracht.

Hij bevond zich in een ruimte die afgesloten was van elk spoor van licht. Wat voor ruimte zou dat kunnen zijn? Een kelder onder de grond? Een geheime tunnel tussen Oost en West? Kut!

Hij wist opeens weer wat er gebeurd was. Althans, daar had hij eigenlijk ook geen idee van. Het laatste wat hij zich kon herinneren was dat hij van achteren luid gemaand werd stil te blijven staan en zijn handen in de lucht te steken. Voor hij de kans had gekregen om op de vlucht te slaan werd hij door twee paar laarzen tegen de grond gewerkt en de rest was geschiedenis. Al had Sepp Sanders geen flauw idee hoe de geschiedenis verder was verlopen en kon hij er dus geen enkele lering uit trekken.

Hij bevond zich in een pikdonkere ruimte. Een pikdonkere ruimte, die hoogstwaarschijnlijk afgesloten was, want waarom zou je iemand bewusteloos slaan, opsluiten en daarna de deur niet op slot doen? Dan kon je iemand net zo goed niet gevangen houden. Maar waarom zou hij überhaupt gevangen gehouden worden?

De enige logische verklaring voor zijn opsluiting was dat de Oost-Duitse autoriteiten hadden gezien dat hij met Mario Bos in de Führerbunker afgedaald was.

Maar als iemand hen had zien afdalen in de Führerbunker, waarom waren ze dan niet al in de bunker zelf aangehouden? Omdat de Oost-Duitse grenswachten te bang waren geweest om zich net als zij tweeën via de schacht van de luchtfilter, waarvan de opening als enige niet was afgesloten door een ernstig verroeste metalen beschermingskap, op de betonnen vloer van de ruimte achter de personeelskamer van de Vorbunker te laten vallen?

Op het moment dat Sepp Sanders zich op de terugweg uit de schacht van de luchtfilter van de Vorbunker had gewurmd was hij niet opgewacht door Oost-Duitse grenswachten. Hij had alle tijd van de wereld gehad om in alle rust om zich heen te kijken of de omgeving veilig was. Uit niets bleek dat de Oost-Duitse autoriteiten toen al hadden doorgehad dat hij iets had gedaan, of aan het doen was, dat ten strengste verboden was.

De Oost-Duitse grenswachten in de wachttoren hadden pas zijn richting opgekeken toen ze gealarmeerd waren door de paddenstoelwolk van stof die hij veroorzaakt had toen hij zijn uniform te ontdeed van stof en gruis. Uit de conversatie die hij daarna met de Oost-Duitse grenswachten in de wachttoren had gevoerd was uit niets gebleken dat zij zijn aanwezigheid zonder partner al te vreemd hadden gevonden. Hij had hen vrij eenvoudig om de tuin geleid met zijn ter plekke verzonnen smoesjes. Zoals vaker in zijn leven had method acting hem uit een onmogelijke situatie gered.

Ook uit het optreden van de Oost-Duitse etalagepop, in het grijs geschilderde wachthuisje bij de doorgang in de Muur, was niet gebleken dat zijn aanwezigheid met Mario Bos in de vertrekken van de Führerbunker door de Oost-Duitse autoriteiten was geregistreerd.

Ongemoeid had hij zich kunnen verkleden achter het vierkanten transformatorhuisje dat achterin het kleine parkje aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse gelegen was. Daarna was hij op weg gegaan naar Checkpoint Charlie. Hij was de Mohrenstrasse uitgelopen tot aan de kruising met de Friedrichstrasse.

Wacht eens even. De kruising met de Friedrichstrasse had hij nooit bereikt! Vlak voor de kruising met de Friedrichstrasse was hij gevloerd door twee paar laarzen. Daarna was hij hier wakker geworden. Maar waar was hier?

Hij kon voelen dat hij op zijn rug lag. De ondergrond was hard. Hij lag waarschijnlijk op een stenen vloer. Toen hij met zijn handen over het ruwe oppervlak van de grond om zich heen tastte voelde hij de bobbelige structuur van gewapend beton. Tenminste, hij nam aan dat het beton gewapend was. Waarom hij dat aannam? Hij had geen idee.

Hij bewoog zijn benen. Nu merkte hij dat behalve zijn handen ook zijn voeten niet geboeid waren. Dat betekende dat hij helemaal niet geboeid was. Niets weerhield hem ervan om zijn enkels en hals te betasten.

Hij droeg nog steeds de uniformlaarzen die hij die ochtend bij het omkleden op de chauffeursstoel van de Ford Fiësta in de Maienstrasse aangetrokken had. West-Berlijn. De Nollendorfplatz. Het leek eeuwen geleden dat hij daar geweest was. Een andere wereld. Een andere tijd.

Hij wreef over zijn polsen. Niets wees erop dat hij geboeid was of ergens aan vastgeketend zat. Hij ging rechtop zitten. Nog steeds was alles pikdonker. Zijn ogen waren niet gewend geraakt aan een duisternis die minder duister was dan hij in eerste instantie geleken had.

Sepp Sanders besefte met een schok dat hij zijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas niet meer droeg. Hij was niet naakt, want hij had zojuist gemerkt dat zijn benen in een broek gestoken waren. En ook rond zijn polsen had hij textiel gevoeld, een soort ruw katoen als van een overall die automonteurs droegen. Hij beklopte zijn lijf tot hij zeker wist dat zijn lichaam inderdaad in een soort overall gestoken was.

Wie had hem in Godsnaam omgekleed? Dat waren natuurlijk de gasten geweest die hem pootje hadden gehaakt. Het waren gewoon twee ordinaire Oost-Duitse straatrovers geweest die het hadden voorzien op zijn luxe westerse trainingspak! Maar wat idioot dat zij zo beleefd waren geweest om hem na het stelen van zijn trainingspak te kleden in een ruw katoenen overall!

Met een nieuwe schok besefte hij dat hij zonder paspoort de DDR niet zou kunnen verlaten. En het bruine kistje! Waar was het bruine houten kistje gebleven met daarin het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” dat als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten” had, en officieel geschreven was door Kurt Diebner, Manfred von Ardenne, Otto Hahn en Werner Heisenberg, maar waarvan Wernher von Braun waarschijnlijk de werkelijke auteur was? Of in ieder geval het brein achter het rapport? En waar waren de sleutelbossen en portemonnees van hemzelf en Mario Bos? Waar waren zijn sigaretten en aansteker?

Sepp Sanders begon wild om zich heen te tasten en hoorde binnen enkele seconden sleutels rinkelen op de betonnen vloer van de ruimte waarin hij zich bevond. Hij voelde hoe hij met zijn handen een pakje sigaretten verschoof, gevolgd door de harde kaften van wat paspoorten moesten zijn en daarna zelfs twee portemonnees en een aansteker. En nog iets. Het bruine houten kistje! Zelfs het bruine houten kistje was er nog! En toen hij het deksel van het bruine houten kistje opende kon hij voelen dat het rapport er ook nog was!

Als eerste voorwerp pakte Sepp Sanders de aansteker van de betonnen vloer. Toen hij het licht van de aansteker ontstak zag hij dat hij zich in een soort kelder bevond. De kelder was volgestouwd met stapels kartonnen dozen, iets wat eruit zag als een vrieskist, een stellingkast met daarin verfbussen, plantenspuiten, spuitbussen, een gipsen Mariabeeld, kaarsenstandaards, een ingelijste foto van Johan Cruijff achter gebarsten glas, een klein wasmandje gevuld met  prulletjes, zoals luciferdoosjes, waxinelichtjes, en een bolletje touw.

In een hoek van de kelder stond een verroeste motorfiets van wat ongetwijfeld een obscuur DDR-merk was. Toen Sepp Sanders wat beter keek zag hij dat het een Simson 425 was, die in de volksmond ook wel de “Dampfhammer,” de stoomhamer, werd genoemd.

Waar zou Sepp Sanders geweest zijn zonder zijn fotografische geheugen? Misschien ook wel liggend op de betonnen vloer van een kelder, die zich waarschijnlijk in de buurt van de Mohrenstrasse in Oost-Berlijn bevond? Hij moest het juiste antwoord schuldig blijven.

Nu hij zich wat beter kon oriënteren op de ruimte waarin hij zich bevond zag hij dat de kelder waarschijnlijk een souterrain was. Een kleine houten trap stond opgesteld voor twee houten luiken die afgesloten waren met twee metalen schuiven.

Sepp Sanders keek snel om zich heen om een andere uitgang te vinden. Aan de linkerkant van de stellingkast ontwaarde hij een blauwe metalen deur.

Hij bekeek de spullen die rondom hem op de grond lagen. Hij was niet beroofd. Natuurlijk was zijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas verdwenen en droeg hij zoals hij al vermoed had een soort overall, die het meest leek op een overall zoals die gedragen werd door automonteurs. Maar al zijn spullen, en de spullen van Mario, waren er nog.

Hij opende het deksel van het bruine houten kistje om zich te verzekeren van het feit dat het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative” zich daadwerkelijk nog in het bruine houten kistje bevond. Het rapport was er nog.

De blik van Sepp Sanders bleef even rusten op het rapport. Hij had het gevoel dat de dood van zijn beste vriend Mario Bos op de een of andere manier net zo ingrijpend was als de vondst van dit rapport. De twee zaken hadden eigenlijk niets met elkaar te maken, maar leken tegelijkertijd een onverklaarbaar causaal verband te hebben.

Op het moment dat Mario overleed had Mario geen weet gehad van het bestaan van dit rapport. Het rapport was waarschijnlijk pas vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog in de geheime nis in de muur van de zitkamer van Adolf Hitler verstopt. Maar door wie?

Sepp Sanders kon alleen maar gissen naar het aantal mensen dat weet had gehad van de geheime nis en het rapport. De kans dat iemand van de destijds aanwezige getuigen nog in leven was achtte Sepp Sanders erg klein, zo niet verwaarloosbaar.

Zouden er eigenlijk meer exemplaren van het rapport in omloop zijn? Ook dat was een vraag die hij onmogelijk kon beantwoorden.

Dat de inhoud van het rapport de wereldorde op zijn grondvesten kon doen schudden stond voor Sepp Sanders vast. Daarbij ging hij er dan wel vanuit dat de informatie die in het rapport stond waar was. Dat het een degelijke, wetenschappelijk onderbouwde studie was van de bouw van een raketschild dat alle kernwapens in de hele wereld in één klap overbodig zou kunnen maken.

Was de wapenwedloop die de wereld na de Tweede Wereldoorlog in een verstikkende houdgreep had gehouden eigenlijk een farce was geweest? Een farce die miljoenen mensen aan werkgelegenheid had geholpen en miljarden mensen ten onrechte decennialang in doodsangst had gehouden? Een farce die wereldwijd miljarden aan belastinggeld had gekost door de aanleg van overbodige atoomvrije tunnels en schuilkelders onder talloze steden over de hele wereld? Een farce die er ook toe had geleid dat er door de acht kernmachten in de wereld ten minste tweeduizend kernproeven waren uitgevoerd die onherstelbare schade hadden aangericht aan het milieu te land, te water en in de lucht?

Zou het milieu van de aarde werkelijk voor niets onherstelbare schade zijn aangericht? Door de meer dan twintig waterstof en atoombomproeven die door de Verenigde Staten tussen 1946 en 1958 op de Bikini eilanden in de Grote Oceaan waren uitgevoerd zou niemand ooit nog in een badpak op de hagelwitte stranden van één van de zesendertig Bikini eilandjes kunnen liggen.

Hierbij ging Sepp Sanders er wel vanuit dat in ieder geval de Verenigde Staten al die tijd op de hoogte waren geweest van de inhoud van het rapport uit het bruine houten kistje en gedurende de gehele Koude Oorlog een gruwelijk cynisch toneelspel hadden opgevoerd. Als alle atoombommen vanaf het begin onschadelijk hadden kunnen worden gemaakt door een raketschild betekende dat alle schade die was toegebracht aan mens en milieu nooit had hoeven plaatsvinden.

Als de inhoud van het rapport werkelijk alleen bekend was geweest bij een select groepje nazi-wetenschappers en bij niemand anders, zou de kernmacht die als eerste de beschikking zou hebben over het rapport, en daarmee het raketschild dat alle kernwapens in de hele wereld onschadelijk en overbodig zou maken, binnen de kortste tijd de baas van de wereld kunnen zijn.

Alleen een land dat over de rakettechnologie zou beschikken om kernwapens te maken en af te vuren zou in staat zijn om een dergelijk raketschild te kunnen bouwen. Dat betekende in theorie dat onder één van de acht kernmachten die de wereld rijk op dit moment rijk was, te weten de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, China, India, Pakistan, Israël, Zuid-Afrika en Noord-Korea, zich de wereldheerser van morgen kon bevinden.

Het idee dat een racistisch land als Zuid-Afrika de wereld in een nucleaire houdgreep zou hebben viel in het niet bij de gedachte dat het psychopatenregime van de sinds 1948 regerende communistische Noord-Koreaanse dictator Kim Il-sung, volgends de Noord-Koreaanse propagandamachine de Suryong, de “Grote Leider,” de “Vaderlijke Leider,” de “Eeuwige Leider,” de “Vader van de natie,” de “Onoverwinnelijke Generaal” en “Zon van de mensheid” de baas van de wereld zou zijn.

Als de inhoud van het rapport waar was, als de woedeaanval van Mario Bos in de privévertrekken van Adolf Hitler tot de ontdekking van het rapport had geleid en als de ontdekking van het rapport er uiteindelijk voor zou zorgen dat de wereldvrede een flinke stap dichterbij was gekomen, was de dood van Mario Bos niet voor niets geweest. Dan had Mario Bos misschien wel de wereld gered van een zekere ondergang in de 20e of 21e eeuw.

Voor Sepp Sanders stond het vast dat de wereld niet alleen in het bezit was van schurkenstaten zoals Noord-Korea en Irak, hij was er ook zeker van dat terroristen vroeg of laat de hand zouden weten te leggen op kernwapens.

Dit rapport kon betekenen dat schurkenstaten tandeloze tijgers zouden worden of blijven en dat terroristen zich bij hun aanslagen gedwongen waren zich te beperken tot het ouderwetse slagerswerk van vliegtuigkapingen, bomaanslagen, ontvoeringen en moord, maar in ieder geval niet in staat zouden zijn om de wereld met het inzetten van kernwapens naar de ondergang te leiden.

Mario Bos en het rapport waren één: een ticket voor wereldvrede.

Sepp Sanders merkte nu pas dat hem de tranen over de wangen liepen. Het kon hem niet schelen in welke van de vijf fasen van rouw hij zich bevond. Hij voelde zoveel verdriet dat het hem fysiek pijn deed. Zijn lijf was verkrampt. Hij trilde en was misselijk. En dan was hij ook nog in het bezit gekomen van een rapport dat de wereldgeschiedenis hoe dan ook zou veranderen.

Sepp Sanders was niet gelovig, maar nu voelde hij de behoefte aan de steun van een hogere macht die hem kon leiden het juiste te doen. Mario Bos eren en de wereld redden waren in zijn beleving één en dezelfde missie geworden.

Luid gebonk op de blauwe metalen deur deed hem hevig opschrikken uit de verdoving van zijn getormenteerde gemoed. Zijn blik verplaatste zich angstig en verward naar de blauwe metalen deur.

Nogmaals werd er hard op de blauwe metalen deur gebonkt. De ademhaling van Sepp Sanders werd gejaagder. Het tempo van zijn hartslag was binnen een paar seconden verdubbeld.

Toen hij aarzelend opstond voelde de spieren in zijn lijf stram aan. Met onzekere tred liep hij op de blauwe metalen deur af. Zijn brandende aansteker trilde in zijn hand.

Op het moment dat hij vlak voor de blauwe metalen deur stil bleef staan zag hij hoe er een vel papier onder de deur doorgeschoven werd. Zijn ademhaling stokte. Daarna hoorde hij de gejaagde voetstappen van iemand die zich snel van de blauwe metalen deur verwijderde, gevolgd door het gejammer van een piepende en knarsende deur, die haastig geopend werd en vervolgens met een luide knal dichtviel.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s