John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 17 – De Grote Ontsnapping IV, Berlijn (Kerst 1987)

 

Sepp Sanders bleef nog enkele seconden als verstijfd voor de blauwe metalen deur staan van de kelder waarin hij was opgesloten. Nu viel hem pas op dat de stilte die hem sinds het ontwaken uit zijn bewusteloosheid had omringd onregelmatig onderbroken werd door het suizende geluid van voorbijrijdend verkeer.

Hij liep nerveus op de blauwe metalen deur af om te controleren of de deur op slot zat. Dat was het geval. Daarna pakte hij het vel papier van de grond.

Het was een aan beide kanten in het Engels volgetypt A4’tje. In hoofdletters stond er bovenaan de voorkant van het blad: “MANIFESTO OF THE EAST GERMAN YOUTH 1987“. Daaronder stond als subtitel: “This is an open letter to all the leaders of the West, written by the youth of East Germany.”

Sepp Sanders begon bij het licht van zijn aansteker het manifest te lezen. Het flitste even door zijn brein dat hij erbij stond als een middeleeuwse monnik die de aanwijzingen bestudeerde die hem zouden moeten leiden naar de Heilige Graal.

We’re born in a prison, then raised in a prison and sent to a prison called school. We cry in a prison, we love in a prison, we dream in a prison like fools.

Wood becomes a flute when it’s loved. Reach for yourself and your battered mates. Mirror becomes a razor when it’s broken. Look in the mirror and see your shattered fate.

We work in a prison and hate in a prison and die in a prison as rule.

Wood becomes a flute when it’s loved. Reach for yourself and your battered mates. Mirror becomes a razor when it’s broken. Look in the mirror and see your shattered fate.

We live in a prison among judges and wardens and wait for no reason for you.

We laugh in a prison, go through all four seasons and die with no vision of truth.

Wood becomes a flute when it’s loved. Reach for yourself and your battered mates. Mirror becomes a razor when it’s broken. Look in the mirror and see your shattered fate.

Dear Sepp, we know your name because we went through your stuff. As a statement and as gesture of respect we didn’t take any money out of your wallets or other things from your belongings, although we thought it strange that you are carrying two passports (who the fuck is Mario Bos?) lots of keys, cigarettes and a little brown box which contained a Nazi document on a Strategic Defense Initiative for nuclear weapons. We hope you are not some sort of spy and a member of the Cold War mafia that can hurt our cause and not help it.

So please forward our “Manifesto” to your leaders and help us to stop the dictatorship in East Germany and the rest of the world. Don’t stop helping us until the last communist regime in the world is gone.

We took your yellow Adidas training suit, because it symbolizes freedom to us and we can wear it when we go party hardy in the underground dance scene of East Berlin. Somehow, somewhere we will meet again, Sepp. May the Force be with you while making the world a better place to live in.

We only used a little chloroform to get you unconscious, so you’ll be fine soon. You were unconscious for about an hour, so you will get in time to Checkpoint Charlie later in the afternoon.

Sepp, be our Saviour.

You will find the key of the blue metal door behind the framed photo of Johan Cruijff that is placed in the shelving unit next to the blue metal door. The corridor behind the blue metal door will lead you to a door that brings you back to the Mohrenstrasse.

We don’t end this letter by saying goodbye, because as we said earlier in this letter “Somehow, somewhere we will meet again.”

Het “Manifesto” was ondertekend met “Two rose petals of The White Rose.”

Sepp Sanders staarde in gedachten verzonken voor zich uit om de inhoud van het “Manifesto” tot zich door te laten dringen.

Het manifest was ondertekend met “Two rose petals of The White Rose.” “Die Weisse Rose” was een kleine Duitse verzetsgroep uit de stad München tijdens de Tweede Wereldoorlog geweest. De verzetsgroep, die voornamelijk uit studenten had bestaan, had zich beziggehouden met het verspreiden van anti-oorlogspamfletten in grote Duitse en Oostenrijkse steden. In 1943 werden de belangrijkste leden van “Die Weisse Rose” door de nazi’s geëxecuteerd. Het was duidelijk dat de twee straatrovers die Sepp Sanders overvallen hadden sympathie koesterden voor de legendarische pacifistische groep jongeren.

Blijkbaar was hij een uur buiten bewustzijn geweest. In dat uur hadden de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” de tijd gehad om hem te ontdoen van zijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas en hem een overall aan te trekken, zoals die gedragen werden door automonteurs. Ook hadden ze de tijd genomen om al zijn spullen te doorzoeken, waarbij hij het vooral merkwaardig vond dat ze behalve zijn trainingspak niets anders van hem afgenomen hadden. De twee rozenblaadjes waren duidelijk jonge mannen en/of vrouwen met een missie, die hem uitgekozen hadden om een speciale rol te gaan vervullen in het omverwerpen van alle dictaturen, die waren gebaseerd op het misbruikte gedachtegoed van Karl Marx.

Maar waarom hadden de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” juist hem uitgekozen? Zonder twijfel hadden ze hem achtervolgd, maar wanneer waren ze daarmee begonnen? Ze wisten niet wie Mario Bos was, dus waarschijnlijk hadden ze hun achtervolging pas ingezet op het moment dat hij alleen was. Dat betekende ook dat de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” hem niet al veel eerder in het vizier hadden gehad.

Ze hadden hem en Mario Bos dan bijvoorbeeld niet afgeluisterd in de “Miss Go Lightly,” de kroeg aan de Nollendorfplatz, in het hart van West-Berlijn, waar zij gisterenavond hun halve liters bier, aangelengd met zelf meegenomen wodka, naar binnen hadden gekogeld. En dat afluisteren in de “Miss Go Lightly” had natuurlijk ook helemaal niet gekund, omdat de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” hoogstwaarschijnlijk Oost-Berlijners waren.

Eigenlijk wist Sepp Sanders wel zeker dat de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” Oost-Berlijners waren, maar omdat sinds een paar uur niets meer was wat het een paar uur daarvoor was geweest, of beter gezegd, zijn ervaring van de werkelijkheid een volkomen andere lading had gekregen, waarbij er ook nog eens een aantal feitelijkheden waren veranderd, kon hij niets uitsluiten.

Misschien hadden de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” gezien hoe hij zich had verkleed achter het vierkanten transformatorhuisje dat achterin het kleine parkje aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse gelegen was? Waarschijnlijker was dat ze hem pas in het oog hadden gekregen toen hij alleen door de Mohrenstrasse liep. Zijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas had hem natuurlijk verraden als westerling.

Aan de andere kant had hij net zo goed een Oost-Duitse jongere kunnen zijn die, net als de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” voor ogen hadden gehad toen ze besloten hadden hem te beroven van zijn trainingspak, in een westers trainingspak gekleed was op weg naar een geval van “party hardy in the underground dance scene of East Berlin.”

Maar het was te vroeg op de dag om op weg te zijn naar een ruig dance feest en welke Oost-Duitse jongere zou in zijn eentje door de regeringswijk van Oost-Berlijn gaan paraderen in een kanariegele outfit waar de foute kapitalistische imperialistische ideologie vanaf spatte? Ondenkbaar.

De gedachten van Sepp Sanders bleven maar malen. De Oost-Duitse jongeren hadden hem uitgekozen om zo ongeveer de wereld te redden. Maar waarom juist hem? De twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” hadden vanzelfsprekend ook niet kunnen weten dat hij in het bezit was van het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten.”

Sepp Sanders had het vreemde gevoel dat hij hier en nu kon besluiten krankzinnig te worden. Hij kon het ook niet doen. Maar wat hem de laatste paar uur overkomen was zou menige medemens met een stabiel en nuchter karakter tot waanzin hebben gedreven. Hij was zijn beste vriend kwijt, stond hier in een overall zoals die door automonteurs werden gedragen, was in het bezit van een rapport dat de hele wereldgeschiedenis van de laatste vijftig jaar op zijn kop zou kunnen zetten, met de toekomst daar gratis bij, in de stellagekast die rechts van hem stond keek Johan Cruijff hem vanachter gebarsten glas vol branie aan en als hij zich niet vergiste had hij zojuist midden in het manifest ook nog een songtekst van Yoko Ono aangetroffen. Het kon blijkbaar altijd nog gekker.

Sepp Sanders bekeek het manifest nog eens goed. Natuurlijk vergiste hij zich niet. Het manifest begon er zelfs mee: “We’re born in a prison, then raised in a prison and sent to a prison called school.” “Born in a prison,” het vierde nummer van het eerste album van de dubbelelpee “Some Time in New York City” uit 1972 van John Lennon en Yoko Ono, die zich voor de gelegenheid John & Yoko/Plastic Ono Band with Elephant’s Memory hadden genoemd. “Born in a prison,” het vierde nummer van de eerste kant van de elpee (hippe vogel afkorting voor langspeelplaat), waarop Yoko Ono net zo prominent aanwezig was als songschrijver en vocalist als haar man John Lennon. Niet tot volle tevredenheid van de “echte” John Lennon fan overigens, waarvan er veel waren die Yoko Ono als hoofdverantwoordelijke zagen voor het uiteenvallen van The Beatles een paar jaar eerder.

“Born in a prison” was een aanklacht tegen het gangbare onderwijssysteem en was dus geen aanklacht tegen dictatoriale regimes, al snapte Sepp Sanders heel goed dat de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” dit liedje van Yoko Ono hadden uitgekozen voor hun “MANIFESTO OF THE EAST GERMAN YOUTH 1987”. Met een beetje fantasie waren de overeenkomsten tussen het leven op school en het leven in een dictatuur overduidelijk. Maar de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” hadden net zo goed een ander liedje uit kunnen kiezen om hun manifest mee te beginnen.

Sepp Sanders keek nog eens met een diepe zucht naar het manifest. “May the Force be with you” was een quote uit “Star Wars,” de grote bioscoophit van tien jaar eerder. “Be our Saviour” klonk als citaat uit de Bijbel. En was “Somehow, somewhere we will meet again” niet die monsterhit van Vera Lynn uit de Tweede Wereldoorlog? Wat een potpourri aan citaten, hij kon het niet anders zeggen.

Als klap op de vuurpijl werd ook nog de “Saviour,” of beter gezegd “El Salvador” Johan Cruijff erbij gehaald. Sepp Sanders had de ingelijste foto van Johan Cruijff in het oranje shirt van het Nederlands Elftal uit 1974 al in de stellingkast zien staan. Een prachtige foto van Johan Cruijff in zijn gloriedagen. Achter gebroken glas, dat wel. In een imperfecte wereld heeft niemand gelijk, maar in een perfecte wereld wist iedereen dondersgoed dat Johan Cruijff de beste voetballer aller tijden was geweest.

De symboliek kon Sepp Sanders moeilijk ontgaan. De sleutel van de blauwe metalen deur was te vinden achter de ingelijste foto van Johan Cruijff. De sleutel die hem via de gang achter de blauwe metalen deur toegang zou verschaffen tot de Mohrensstrasse. En dan op een gegeven moment, om met Cruijff te spreken “En un momento dado,” rechtsaf de Friedrichstrasse in, die hem bij Checkpoint Charlie zou brengen, waar hij heelhuids en in bezit van het bruine houten kistje met inhoud Oost-Berlijn wilde verlaten om op weg te gaan naar de Ford Fiësta, die geparkeerd stond in de Maienstrasse in West-Berlijn. Daarna de lange rit terug naar huis.

Sepp Sanders keek nog eens naar het manifest in zijn hand. Hoe hadden de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” het in Godsnaam voor elkaar gekregen om dit manifest binnen een uur te schrijven en te typen. Het manifest leek in al zijn zotheid paradoxaal genoeg weldoordacht. Ze konden de inhoud van dit manifest toch onmogelijk ad hoc en stante pede in elkaar hebben geflanst?

Had één van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” de tekst van “Born in a prison” uit het hoofd gekend? Of was één van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” in het bezit van de dubbelelpee “Some Time in New York City” en had hij of zij de tekst overgetypt van de elpeehoes, waar alle songteksten als krantenberichten op stonden afgedrukt?

Het schoot Sepp Sanders nu pas te binnen dat er een fotomontage op de elpeehoes stond afgebeeld van de naakt met elkaar dansende Richard Nixon en Mao Zedong, de toenmalige leiders van de Verenigde Staten en de communistische Volksrepubliek China. In veel landen moest de foto vanwege een verordening van de lokale overheid door platenhandelaren worden afgedekt met een sticker, die niet te verwijderen was zonder de hoes te beschadigen.

Richard Nixon en Mao Zedong. Twee wereldleiders van de Koude Oorlog, die elkaar ontmoetten in februari 1972, om de Sovjet-Unie een hak te zetten. De twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” hadden hier vast een bedoeling mee gehad. Hadden zij  de inhoud van het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten” serieus tot zich kunnen nemen?

En waar hadden de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” zo snel een typemachine en papier vandaan gehaald? Hij had nergens in de kelder een typemachine zien staan. Woonden de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” om de hoek van dit pand, of waren ze er zelfs de bewoners van? Allemaal vragen waar Sepp Sanders zo snel geen antwoord op wist en waarschijnlijk nooit zou krijgen.

Sepp Sanders moest naar huis. Thuis, waar hij het nieuws van de dood van Mario Bos moest komen brengen. De aanspreker uit Berlijn. Hij moest het de ouders van Mario Bos gaan vertellen. Woonden die niet ergens in Alkmaar? Hij moest het de vriendin van Mario Bos gaan vertellen, Suzan Vanderbergh, die in een studentenflat woonde, Eenheid 124, Woontoren C, op het uitgestrekte terrein van studentenkolonie Uilenstede, op de rand van Amsterdam en Amstelveen. Uilenstede lag net ten zuiden van de Kalfjeslaan, waardoor het officieel tot de gemeente Amstelveen behoorde.

Als verdoofd liep Sepp Sanders naar de stellingkast om de sleutel van de blauwe metalen deur vanachter het ingelijste portret van Johan Cruijff achter gebarsten glas te pakken. De sleutel lag er inderdaad. Gedurende een seconde overwoog hij het ingelijste portret van Johan Cruijff mee te nemen, maar zag daar direct vanaf toen hij besefte dat hij het bruine houten kistje met inhoud al onder zijn overall moest verbergen. Nog meer spullen verstoppen in de overall zou vragen om problemen zijn. Problemen had Sepp Sanders al genoeg en bovendien konden ze hier in de DDR wel een “Salvador” gebruiken.

Sepp Sanders liep naar de plek waar hij buiten westen had gelegen. Hij glimlachte schamper. Buiten westen in het oosten. Hij voelde zich opeens doodmoe. Kapot. Hij boog zich voorover om zijn zakken te vullen met de sleutelbossen, de pakjes sigaretten, zijn portemonnee en paspoort. Het manifest van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos,” het paspoort en de portemonnee van Mario Bos besloot hij bij het rapport in het bruine houten kistje te stoppen. Het paste precies. Omdat de overall nogal ruim viel besloot hij het bruine houten kistje aan de achterkant in zijn onderbroek te stoppen. “Never change a winning team.” Op de heenweg hadden hij en Mario Bos hun uniformpetten zonder problemen langs Checkpoint Charlie gekregen door ze op dezelfde plek te verstoppen.

Als het bruine houten kistje met inhoud bij Checkpoint Charlie zou worden ontdekt zouden ze hem in elk geval binnenstebuiten keren en daarbij ook op het manifest en de spullen van Mario Bos stuiten. Het was weer eens een geval van “de dood of de gladiolen,” zoals dat wel vaker in zijn leven was geweest. Altijd was hij met de gladiolen weggelopen. Altijd. Het was de vraag of het lot hem vandaag ook gunstig gezind zou zijn.

Sepp Sanders keek nog even om zich heen om te kijken of hij niets vergeten was. Daarna salueerde hij naar het portret van Johan Cruijff en liep op de blauwe metalen deur af om de kelder te verlaten. De sleutel paste moeiteloos in het slot van de blauwe metalen deur. Een gang van een meter of acht lang strekte zich voor hem uit. Er brandde licht in de gang, dus eindelijk kon hij zijn aansteker opbergen. De deur die toegang gaf tot de Mohrenstrasse was niet op slot.

Buitengekomen liet hij zijn ogen eerst even aan het relatief felle daglicht wennen. Daarna keek hij of hij nog een spoor kon zien van twee mensen die de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” zouden kunnen zijn, maar uit niets bleek dat de voorbijgangers aan beiden kanten van de Mohrenstrasse iets met de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos” te maken hadden.

Sepp Sanders pakte zijn aansteker en een pakje sigaretten tevoorschijn. Hij stak zijn eerste sigaret sinds een kleine twee uur op. Op het moment dat hij een spoor van duizeligheid voelde, veroorzaakt door de nicotine, besefte hij dat hij sinds het ontbijt die ochtend bij de Ford Fiësta in de Maienstrasse niets meer gegeten had.

Sepp Sanders ging op weg naar Checkpoint Charlie.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s