John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 18 – De Grote Ontsnapping V, Berlijn (Kerst 1987)

 

Sepp Sanders probeerde een onopvallend wandeltempo aan te houden terwijl hij aan de linkerkant van de Friedrichstrasse over het trottoir liep. Ondanks dat dit betekende dat hij regelmatig uit moest wijken voor tegenliggers leek het hem beter om niet op het trottoir aan de overkant van de Friedrichstrasse te lopen, omdat het trottoir aan de rechterkant van de Friedrichstrasse rechtstreeks uitkwam bij de ingang van Checkpoint Charlie voor westerse bezoekers van Oost-Berlijn, die de DDR wilden verlaten.

Sepp Sanders had de keus uit twee kwaden. Opvallen aan de overkant, omdat hij met zijn aanwezigheid daar kenbaar maakte op weg te zijn naar West-Berlijn en daarom vanzelfsprekend iemand uit het Westen zou moeten zijn.

Groot nadeel aan het eventuele opvallen aan de rechterkant van de Friedrichstrasse zou wat hem betreft het feit zijn dat hij gekleed ging in een overall, zoals die door bijvoorbeeld automonteurs werden gedragen.

Welke dagtoerist uit het Westen zou gekleed gaan zoals hij er nu uitzag? Hoogstwaarschijnlijk niemand. Dus zou hij in de gaten kunnen lopen, omdat hij eruit zag als een Oost-Duitser. Een goede reden om aan de linkerkant van de Friedrichstrasse op het trottoir te blijven lopen. Hij nam het slalommen voor lief.

Een enkele Oost-Berlijner kreeg toestemming om West-Berlijn te bezoeken, omdat zijn grootmoeder op sterven lag bijvoorbeeld, die tijdens de bouw van de Muur in 1961 toevallig aan de goede kant van de Muur had gewoond en was blijven wonen. Daarbij werden dan wel de vrouw en kinderen van de desbetreffende Oost-Berlijner door de Oost-Duitse overheid als onderpand gebruikt, zodat de desbetreffende Oost-Berlijner zeker terug zou komen naar Oost-Berlijn, mocht hij zijn familie ooit nog levend terug willen zien.

De Oost-Berlijner die toestemming kreeg om familie te bezoeken in West-Berlijn zou nooit gebruik mogen maken van de grensovergang Checkpoint Charlie, omdat Checkpoint Charlie uitsluitend bedoeld was als doorgangspunt voor niet-Duitsers.

Oost-Berlijners zouden dus nooit aan de rechterkant van de Friedrichstrasse lopen als ze op bezoek gingen in West-Berlijn. Ze zouden altijd een andere grensovergang nemen, zoals de meer zuidelijk gelegen overgangen Oberbaumbrücke en Sonnenallee of de meer noordelijk gelegen overgangen Invalidenstrasse/Sandkrugenbrücke en Chauseestrasse/Reinickerdorfer Strasse.

Als een inwoner van Oost-Berlijn rechtstreeks op Checkpoint Charlie af zou lopen zou hij automatisch opvallen, staande worden gehouden, gecontroleerd en gefouilleerd worden.

Als Sepp Sanders aan de rechterkant van de Friedrichstrasse ging lopen was de kans dus heel groot dat hij zou worden staande gehouden door vertegenwoordigers van de Oost-Duitse overheid. Als hij vervolgens ook nog zou worden gefouilleerd zou men in zijn geval zeker het bruine houten kistje aantreffen en binnenstebuiten keren waarbij men niet alleen het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten” aan zou treffen, maar ook het “MANIFESTO OF THE EAST GERMAN YOUTH 1987” met als subtitel “This is an open letter to all the leaders of the West, written by the youth of East Germany” van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos,” en alsof het niet genoeg was om hem voor altijd naar Siberië te verbannen ook nog het paspoort en de portemonnee van Mario Bos.

Aan de rechterkant van de Friedrichstrasse lopen was voor Sepp Sanders uitgesloten. Hij kon pas aan de rechterkant van de Friedrichstrasse gaan lopen op het moment dat hij Checkpoint Charlie betrad.  Nu moest hij aan de linkerkant van de Friedrichstrasse blijven lopen.

Sepp Sanders gooide het restje van zijn brandende sigaret een meter voor zich uit op het trottoir en drukte bij de volgende stap de brandende peuk uit met de hak van zijn rechterlaars. Om elke mogelijke confrontatie met een vertegenwoordiger van de Oost-Duitse autoriteiten te voorkomen raapte hij het uitgedoofde vodje tabak van het trottoir en stopte dat in de rechterzak van zijn overall.

Sepp Sanders bemerkte dat hij bijna flauw viel van de honger. Sinds het ontbijt dat hij en Mario Bos die ochtend hadden gescoord bij de Edeka supermarkt in de Massenstrasse, wat brood, kaas en melk, had hij niets meer gegeten.

Het was geen wonder dat zijn lichaam schreeuwde om nieuwe bouwstoffen. Helemaal als je stilstond bij alle lichamelijke activiteiten die hij die dag had moeten verrichten om in en uit de Führerbunker te komen. En hoeveel energie zouden alle doorstane emoties hem wel niet gekost hebben?

Een volwassen man had tussen de acht en twaalfduizend kilojoules per dag aan levensmiddelen nodig. Hoeveel calorieën dat waren zou gemakkelijk uit te rekenen zijn als je wist dat 1 joule gelijkstond aan 0,2388459 calorie. Maar wie wist zoiets uit zijn hoofd?

Een groot soort stationsklok, waarvan het tegen weer en wind beschermende glaswerk in de vorm van een Spaanse kraag gebarsten was, hing aan het einde van het woonblok half van de muur en liet een tijd van 14.30 uur zien. Een rottijd om ergens iets te gaan eten in een land waar de klant voetveeg was.

Op het moment dat hij van zichzelf iets moest eten – midden op straat flauwvallen zou in zijn geval dodelijk zijn in het licht van alles wat op zijn flauwvallen zou volgen – zag hij dat hij toevallig langs een restaurant liep dat hem die morgen op weg naar de Führerbunker helemaal niet opgevallen was. Hij was veel te druk in gesprek geweest met Mario Bos. Boezemvrienden raken nooit uitgepraat:

‘En desnoods klimmen we over de Muur. Toch, Sepp?’

‘Wat moet, dat moet, Mario. Maar ik verwacht daar toch echt een doorgang voor grenswachten.’

‘Goed ingelezen, Sepp.’

‘Het is mijn hobby, Mario. Het is mijn hobby.’

‘Daar heb je dan wel weer gelijk in, Sepp.’

Restaurants vielen per definitie niet op in het Oostblok, omdat ze er nauwelijks waren. Keek het geluk nu dan zijn kant op? Dat was niet de indruk die Sepp Sanders die dag gekregen had na de dood van zijn beste vriend en zijn geheimzinnige ontvoering waarbij hij een onmogelijke opdracht meegekregen had van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos.”

Tot zijn voldoening schoot Sepp Sanders te binnen dat hij van de dertig Ostmark die hij bij binnenkomst in Oost-Berlijn verplicht in ontvangst had moeten nemen, in ruil voor echt West-Duits geld, nog geen enkele Ostmark aan wat dan ook had uitgegeven. Het zou geen probleem worden om de lage rekening te betalen.

De naam van het restaurant was “Gaststätte Mitropa.” Het restaurant zag eruit zoals alleen een restaurant in het Oostblok eruit kon zien. Lelijk, onverzorgd, morsig, vies, ongezellig, naargeestig, muf, troosteloos, goedkoop, kitscherig en gesloten. Gezien het tijdstip van de dag zou het niet eens gek geweest zijn als het restaurant inderdaad gesloten was. Maar Sepp Sanders was zich bewust van het feit dat hij in een Oostblokland was waar de mores van fatsoenlijke landen niet golden.

Los van het feit dat er in communistische landen niet aan het houden van een siësta werd gedaan – Arbeit macht frei! en zo heet was het rond Kerstmis nu ook weer niet in Oost-Berlijn – moest er niet vergeten worden dat werkloosheid hier niet voorkwam. Dit betekende dat iedereen aan het werk moest worden gehouden, ook als er niets te werken viel. De kans was dus zeer groot dat het restaurant wel degelijk geopend zou zijn, dat er geen Oost-Duitse klanten aanwezig zouden zijn, omdat uit eten gaan, al was dat hier zonder twijfel spotgoedkoop, voor de gemiddelde Oost-Duitser een luxe was die hij zich niet kon veroorloven, maar bovenal zouden er geen klanten zijn, omdat werkelijk iedere Oost-Duitse burger die niet compleet gehandicapt of geestelijk gestoord was op ditzelfde moment aan het werk was, omdat werkloosheid in communistische landen niet bestond.

Met een brede glimlach op zijn gezicht, omdat hij weer eens gelijk had, opende Sepp Sanders de deur van “Gaststätte Mitropa,” wat met een luid geklingel van een metalen bel gepaard ging. Uit alle hoeken en gaten van “Gaststätte Mitropa” verscheen er personeel. Het werd direct duidelijk waar de werkloosheid verborgen was geweest. Opeens werd Sepp Sanders omringd door wel zes obers, die allemaal zonder te groeten zijn kant op liepen, waardoor hij even het gevoel kreeg gearresteerd te gaan worden.

Geen groet. Geen oogcontact. Chagrijnige smoelen. Ongezonde grauwe gelaatskleur. Ongeschoren. Ongewassen. Stank. Zwarte nagels. Ongepoetste schoenen. Goedkope dranklucht. Ongestreken overhemden. Geopende gulpen. Ongekamd vet haar. Roos op de schouders. Geelbruine tanden. Uitpuilende neusharen. Plakken oorsmeer aan de ingang van de gehoorgangen. Amechtig. Er was geen twijfel mogelijk. Sepp Sanders bevond zich in een communistisch restaurant waar de klant voetveeg zou zijn.

Sepp Sanders wachtte nog even af of een van de zes obers een stoel naar achteren zou schuiven om hem aan een tafel te verwelkomen, maar schoof, toen geen enkele ober aanstalten maakte om ook maar iets te doen, zelf een stoel van een tafel om plaats te nemen.

Midden in zijn handeling werd hij door een van de zes obers met een kort armgebaar tegengehouden, waarbij de ober op een bord ter grootte van een schoenendoos wees dat midden op de tafel stond. “Reserviert” viel er op het bord te lezen. Er volgde een ongemakkelijke stilte waarbij geen van de obers van de kale punten van zijn ongepoetste schoenen opkeek.

Sepp Sanders ging op zoek naar een tafel die niet gereserveerd was, maar op elke tafel die hij zag stond een zelfde bord met daarop het woord “Reserviert.”   

Sepp Sanders spreidde zijn armen uit in een hulpeloos gebaar. Twee van de zes obers deden hem na. Drie obers bleven naar de kale punten van hun ongepoetste schoenen kijken. De laatste ober draaide verveeld en luid zuchtend een zinloos pirouettetje. De goede man zou toch niet overwerkt zijn?

Een tweede keer spreidde Sepp Sanders zijn handen uit in een hulpeloos gebaar. De ober die zojuist nog een zinloos pirouettetje had gemaakt liep van Sepp Sanders weg en gebaarde hem met een armbeweging, die nog het meest leek op een slecht gelukte imitatie van een depressieve doelman die de bal enkele keren voor zich op de grond laat stuiteren alvorens de bal ver uit te trappen, te volgen naar een klein alleenstaand tafeltje naast de kassa van het restaurant. Hij pakte het bord met daarop Reserviert” van het tafeltje en gebood Sepp Sanders aan het tafeltje met uitzicht op de muur van het restaurant plaats te nemen. De andere vijf obers verdwenen zonder iets te zeggen schoorvoetend in de richting van waar de keuken moest zijn.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s