John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 19 – De Grote Ontsnapping VI, Berlijn (Kerst 1987)

 

Nadat Sepp Sanders aan het alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant plaatsgenomen had klapte de overgebleven ober met trillende handen de menukaart open, die verpakt was in bruin uitgeslagen gescheurd doorzichtig plastic. Daarna wees de ober met een trillende wijsvinger naar het bovenste rijtje gerechten op de kaart met de titel “Kalte Vorspeisen.”

Sepp Sanders was nauwelijks klaar met het lezen van het eerste gerecht “Mariniertes Heringsfilet in Sahne Hausfrauen-Art” toen de ober met zijn trillende rechterwijsvinger een cirkelbeweging maakte boven alle “Kalte Vorspeisen” op de kaart en daarna enkele keren zijn trillende vinger van links naar rechts bewoog ten teken dat er geen “Kalte Vorspeisen” geserveerd konden worden.

De ober wees vervolgens met zijn trillende vinger naar de “Suppen.” Sepp Sanders zag “1 grosse Tasse Ochsenschwanzsuppe mit Einlage” staan. Dat leek hem wel wat als voorgerecht. Maar opnieuw bewoog de ober zijn trillende vinger enkele keren heen en weer ten teken dat er ook geen “Suppen” te krijgen waren.

Nu wees Sepp Sanders zelf naar de “Eierspeisen” en wees “2 Stück verlorene Eier auf Speck mit Bratkartoffeln” aan. Hij liet zijn vinger bewust onder het woordje “verlorene” hangen. De ober knikte en haalde ter verontschuldiging zijn schouders op.

Sepp Sanders trok zijn wenkbrauwen licht verbaasd op. Ondanks het feit dat hij volkomen op de hoogte was van de ultrabelabberde service in restaurants in het Oostblok was hij toch licht verbijsterd om in real time mee te maken dat het echt zo erg gesteld was met de ultrabelabberde service als hij al wist. Het was net alsof je een afgrijselijke baan had en dan bij het voor de zoveelste keer uitvoeren van je afgrijselijke baan toch weer geschokt was over het feit hoe afgrijselijk je baan daadwerkelijk was.

Zonder enige hoop nog fatsoenlijk voedsel geserveerd te krijgen draaide Sepp Sanders de menukaart om. Er stonden nog “Fleischgerichte,” “Pfannengerichte” en “Wild, Geflügel und Fischgerichte” op de kaart, gevolgd door “Gemüsebeilagen,” “Kartoffelbeilagen” en “Salate.” De menukaart sloot af met de vermelding “Vegatarische Gerichte, Schonkost werden nach Wunsch zubereitet.”

Sepp Sanders keek de ober even schamper vragend aan, maar wist al genoeg toen de ober luid snuivend zijn hoofd schudde, waarbij een donkerbruin gekleurde neushaar met aan het uiteinde een klein opgedroogd stukje snot het rechterneusgat van de ober verliet en zich als het dons van een pul op de linkerbovenhoek van de achterkant van de menukaart vleide.

De ober trok de menukaart bruusk uit de handen van Sepp Sanders, draaide de kaart om, smeet hem op tafel en priemde zijn trillende vinger op de twee gerechten die onder het kopje “Für das Kind” stonden, “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” en “Butterreis mit Zucker und Zimt.”

Sepp Sanders keek de ober licht ongelovig aan. Zonder oogcontact met hem te maken sloeg de ober nog enkele keren op het bovenste gerecht.

“Mischgemüse mit Kartoffelbrei?” vroeg Sepp Sanders aan de ober.

De ober knikte beschaamd en bleef zonder uitdrukking op zijn gezicht recht voor zich uit staan kijken als een klein kind dat geduldig op een verdiende straf staat te wachten, die hij bereidwillig en volkomen onverschillig zal ondergaan.

Sepp Sanders slaakte een diepe zucht. Hij zag dat het door hem gekozen gerecht nog geen hele Ostmark kostte. Gemengde groenten met aardappelpuree. Blijkbaar had hij geen keus. Zijn dertig Ostmark zou hij in “Gaststätte Mitropa” niet stuk kunnen slaan.

“Zwei? Zweimal “Mischgemüse mit Kartoffelbrei?” vroeg Sepp Sanders en stak twee vingers in de lucht, omdat hij het gevoel had dat de Oost-Duitse ober te lethargisch was om zijn moedertaal te verstaan. Hij dacht aan één portie gemengde groenten met aardappelpuree niet genoeg te hebben.

De ober knikte met een spijtige blik.

Wat moest die man zich rot schamen over zijn vernederende baan in dit arbeidersparadijs. Eén keer, slechts één keer werd het wonder dat leven heet aan een ieder van ons geschonken. En dan kwam er een dag in je leven dat je op middelbare leeftijd ongeschoren voor lul stond in een karikatuur van een parodie op een waardeloos restaurant in een achterlijk land. Gekleed in rommel waar de Zeeman in Nederland zich nog voor zou schamen. De ongewassen voeten gestoken in ongepoetste schoenen waarvan de punten kaal waren. Levend op honderd meter afstand van het vrije Westen.

Je kon de Mercedessen en de BMW’s aan de andere kant van de Muur voorbij horen zoeven. Billboards met daarop de merknamen van fatsoenlijke wasmachines en scheerapparaten staken duidelijk zichtbaar uit boven de “anti-fascistische tankwal,” zoals de Muur gênant genoeg in het jaar van de bouw van de Muur door de toenmalige Oost-Duitse leider Walter Ulbricht was genoemd. Wat moest deze man, die wellicht een lieve vrouw en kinderen had, die thuis op hem zaten te wachten, wel niet van zijn tragische leven vinden? Wat zou hij ’s morgens zien als hij in de spiegel keek?

Tranen van medelijden sprongen Sepp Sanders bijna in de ogen. Wat een bron van immense treurigheid stond er op een meter afstand van hem te bibberen en zurig te walmen.

‘Haben Sie auch Bier dazu?’ vroeg Sepp Sanders aan de ober.

De ober knikte bevestigend, wees op de menukaart een halve liter fles Radeberger bier van een halve Ostmark aan en verdween pijlsnel in de richting waarheen de andere vijf obers een paar minuten eerder verdwenen waren. Toen de ober achter het gordijn verdwenen was had Sepp Sanders het gevoel dat de kans groot was dat de ober zich ging verhangen in de keuken, als hij maar het lef had gehad om een einde te maken aan zijn vernederende bestaan, maar waarschijnlijk gloeide ergens diep in het binnenste van deze geslagen man een klein sprankje hoop op iets beters in de toekomst. Per ongeluk aangereden worden door een vrachtwagen op een zonnige lentedag of een pijnloze hartstilstand tijdens een slaapverwekkende verjaardagsvisite.

Tijd voor een sigaret. Tijdens de tweede trek van zijn sigaret merkte Sepp Sanders op dat er geen asbak op zijn kleine alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant stond. Nog voordat hij een blik om zich heen had kunnen werpen om op zoek te gaan naar een asbak om de askegel van zijn sigaret in te deponeren werd hij met een hard voorwerp keihard tegen het achterhoofd geslagen.

Toen hij in een reflex verschrikt met zijn vrije hand naar zijn hoofd greep om de schade op te nemen zag hij vanuit zijn linkerooghoek hoe de ober vanaf een lichtbruin plastic dienblad, waar een hoek van afgebroken was, het eerste van twee bordjes “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” van het dienblad pakte en daarna met een luide knal voor hem op tafel kwakte. Terwijl Sepp Sanders met zijn linkerhand over de pijnlijke plek op zijn achterhoofd wreef keek hij verbijsterd naar de ober die stoïcijns het tweede bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” voor hem op tafel schoof.

De ober pakte vanonder zijn linkeroksel een dikbuikige halve liter fles Radeberger bier en opende die met een welgemikte slag tegen Sepp Sanders’ alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant. De kroonkurk verdween met de snelheid van een V-2 buiten het gezichtsveld van Sepp Sanders. De ober zette zijn mond op de halve liter fles Radeberger bier om het uit de fles kolkende schuim een halt toe te roepen. Zijn hoofd zag eruit als de gulzige kop van een oude glimmende kapper die schrokkerig een veel te groot stuk brood naar binnen probeert te slobberen.

Sepp Sanders voelde bloed aan zijn hand kleven en keek vol ongeloof naar de ober die de tot bedaren gebrachte halve liter fles Radeberger bier tussen de twee bordjes “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” op zijn tafeltje zette en daarna binnen een paar seconden weer achter het gordijn verdween waarachter Sepp Sanders de keuken vermoedde.

Sepp Sanders keek verbijsterd om zich heen om te zien of er iemand getuige was geweest van wat er zojuist gebeurd was. Maar er was niemand om hem een begripvolle blik toe te werpen. Hij was nog steeds de enige gast van “Gaststätte Mitropa.”

Trillend van verontwaardiging nam hij nog een trek van zijn sigaret en bleef in lichte paniek om zich heen kijken, alsof er toch iemand tevoorschijn zou komen, vanonder een tafel of vanachter een gordijn. Misschien was er iemand die alles had zien gebeuren terwijl hij toevallig stil had gestaan voor het grote raam van “Gaststätte Mitropa,” naar binnen had gekeken en alles had gezien gebeuren en die kon bevestigen dat hij zojuist geschoffeerd en vernederd was op een manier die elke beschrijving tartte. Maar er was niemand. Sepp Sanders was totaal alleen in zijn allesomvattende gevoel van vernedering en desolate vervreemding.

Sepp Sanders haalde eens diep adem. Daarna drukte hij gedecideerd zijn sigaret uit in het meest rechtse bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei.” Vervolgens pakte hij het bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” met daarin zijn uitgedrukte peuk op en plaatste dat bordje bovenop het andere bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei,” waarbij hij ervoor zorgde dat hij flink wat druk zette op het bovenste bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei,” zodat de inhoud van het onderste bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” over de rand van het bordje geperst werd zoals diarree over de rand van een verstopt toilet stroomt.

Sepp Sanders stond op van zijn alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant. Toen hij de halve liter fles Radeberger bier van zijn tafeltje oppakte merkte hij nauwelijks op dat het bier eerder warm dan lauw was. Een deel van de inhoud van de halve liter fles Radeberger bier goot hij uit over zijn bouwwerkje van de twee op elkaar gestapelde bordjes “Mischgemüse mit Kartoffelbrei.”

Het overige bier dat zich in de halve liter fles Radeberger bier bevond liet hij op de vloer van het restaurant uit de fles lopen terwijl hij naar de kassa liep die vlak naast zijn alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant op een hoogpotige tafel geplaatst was.

Met een luide knal van de bodem van de fles op de kassaknop sloeg Sepp Sanders de kassalade open. Hij griste met één hand alle bankbiljetten uit de lade van de kassa en stak die in de linkerzak van zijn overall. Vervolgens ramde hij de kassalade dicht en smeet zijn nu lege halve liter fles Radeberger bier aan gruzelementen tegen een ingelijst portret van de zuinig en zuur kijkende DDR-leider Erich Honecker dat de achterwand van het restaurant sierde. Een explosie van glas en bier deed het getroffen portret van de “Held der DDR” enkele keren heftig heen en weer schommelen voordat het met een nieuwe explosie van glas, gekraak van versplinterend hout en het scheuren van goedkoop fotopapier op de vloer van “Gaststätte Mitropa” uiteenspatte.

Op weg naar de uitgang van “Gaststätte Mitropa” hoorde Sepp Sanders het snel naderbij komende geluid van voetstappen dat zonder twijfel veroorzaakt werd door het legertje stinkende, depressieve, onverzorgde obers, die allemaal in het trotse bezit waren van een vaste baan en ongepoetste schoenen met kale punten.

Bij de voordeur van “Gaststätte Mitropa”  aangekomen trok Sepp Sanders de sleutel uit het slot van de voordeur, verliet het restaurant en draaide, zodra hij buiten op het trottoir stond, de voordeur van “Gaststätte Mitropa” op slot.

Zonder achterom te kijken stak hij de Friedrichstrasse over om op het trottoir aan de rechterkant van de straat te komen, dat na een kleine tweehonderd meter eindigde bij Checkpoint Charlie, de uitgang voor westerse bezoekers van Oost-Berlijn.

Sepp Sanders beloofde zichzelf nooit van zijn leven nog één keer een voet te zetten in een dictatoriaal land dat zijn inwoners tot compleet gedegenereerde zombies maakte. En ook zag hij een heilige missie voor zich: een eind te maken aan alle dictaturen in de hele wereld, zodat alle mensen konden eten wat er op een menukaart stond en vrij konden leven zonder haat en zelfhaat. Zonder een pion te zijn in een cynisch pokerspel dat in de naam van ideologieën werd gespeeld door de cynische grootmachten van de wereld.

Bij Checkpoint Charlie aangekomen was er nauwelijks een wachtrij. Hij pakte zijn paspoort uit de rechterzak van zijn overall, maar checkte eerst onopvallend met zijn rechterduim of het bruine houten kistje met daarin niet alleen het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten,” maar ook het “MANIFESTO OF THE EAST GERMAN YOUTH 1987” met als subtitel “This is an open letter to all the leaders of the West, written by the youth of East Germany” van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos,” en het paspoort en de portemonnee van Mario Bos, nog stevig op zijn plaats aan de achterkant van zijn kleding in zijn onderbroek verstopt zat. Geen problemen zolang hij niet gefouilleerd zou worden.

Sepp Sanders was aan de beurt om de DDR te verlaten. Een klok bij de ingang van Checkpoint Charlie wees 15.10 uur aan. Hij was exact 5 uur en 33 minuten in de DDR geweest.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s