John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 20 – De Grote Ontsnapping VII, Berlijn (Kerst 1987)

JOHN WEST EN DE GESTOLEN PICASSO (EEN FEUILLETON) DEEL 20 – DE GROTE ONTSNAPPING VII, BERLIJN (KERST 1987)

 Drie mannen van middelbare leeftijd, die er vanachter, met hun fantasieloze lange regenjassen met ceintuur, uitzagen als karikaturen van voetbaltrainers, zoals er duizenden voor, naast, achter, in en op de dug-outs van voetbalvelden over de hele wereld te zien waren, stonden zwijgend voor Sepp Sanders in de rij om de DDR te verlaten.

Sepp Sanders wist dat Oost-Berlijn uitkomen voor iemand uit het Westen een stuk eenvoudiger was dan Oost-Berlijn binnenkomen. Als een westerling de DDR binnenkwam liep het arbeidersparadijs het gevaar dat er zaken naar binnen gesmokkeld zouden worden, in de vorm van bijvoorbeeld drukwerk of geluiddragers, die een slechte invloed op de moraal van de inwoners van het door Karl Marx beloofde land zouden kunnen hebben.

Wat zou een westerling vanuit de DDR naar het Westen willen smokkelen? Bedorven mosterd uit Erfurt, die smaakte naar schoensmeer? Het verzamelde werk van DDR-leider Erich Honecker, dat slechter geschreven was dan het telefoonboek van Hamburg?

Sepp Sanders moest onwillekeurig denken aan het boek “Die Rättin” van Günter Grass, dat een jaar eerder in West-Duitsland verschenen was en dat hij een paar maanden geleden gelezen had. Dat boek was een perfect voorbeeld van een boek waarvan het ondenkbaar was dat het langs de Oost-Duitse censuur zou komen.

In “Die Rättin” werd de ondergang van de mensheid als gevolg van milieurampen en een kernoorlog beschreven aan de hand van een pratende rat in die in de dromen verschijnt van een in een ruimtecapsule rond de aarde zwevende ik-persoon.

In communistische landen mochten alleen romans gelezen worden die gingen over hardwerkende, broodnuchtere communisten, die hun leven wijdden aan het dichterbij brengen van het socialistische paradijs op aarde. Een boek waarin, in wat voor vorm dan ook, kritiek op het communisme, of de levenswijze zoals die werd gepropageerd door de Communistische Partij voorkwam, was verboden. Elke vorm van fantasie was ideologische ontucht.

Dit betekende dat ook boeken waarvan de inhoud ook maar enigszins uitgelegd zou kunnen worden als kritiek op het communisme en haar leiders niet te vinden waren in de weinige boekwinkels die het Oostblok telde. Zelfs onschuldige sprookjes waren verboden omdat een boze wolf symbool zou kunnen staan voor de Communistische Partij en een vrolijk lui varkentje een slecht voorbeeld zou kunnen zijn voor arbeiders die keihard moesten werken in de fabriek.

Het viel Sepp Sanders op dat de kleine rij wachtenden voor hem sinds zijn aankomst bij Checkpoint Charlie niet geslonken was. Nog steeds stonden dezelfde drie mannen van middelbare leeftijd zwijgend te wachten tot ze West-Berlijn mochten betreden.

“Die Rättin” was ook nog eens geschreven door een West-Duitser die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Waffen-SS had gediend. Dat maakte de schrijver Günter Grass in de ogen van de leiders van de DDR niet één, maar twee keer fout. Kapitalist en fascist. Een dergelijk iemand kon in de ogen van de DDR-leiders onmogelijk een fatsoenlijk boek schrijven. Sterker nog, zo iemand kon alleen maar kwaad in de zin hebben met zijn perfide epistels.

De achternaam van Günter Grass betekende ook nog eens marihuana in de voertaal van het kapitalistische opperhoofd en de Satan van de wereld, de Verenigde Staten van Amerika. Drie keer fout dus. Drugs maakten hardwerkende arbeiders compleet gestoord. Al haatte Sepp Sanders elke totalitaire ideologie vanuit het diepst van zijn ziel, hij vond dat de communisten daar wel een punt hadden.

Volgens Sepp Sanders bestond er in deze wereld niet zoiets als “helemaal goed” of “helemaal fout.” Daar kwam elk mens in de loop van zijn leven vanzelf achter. Maar hoeveel “fout” van wat goed was kon weggestreept worden om dat wat fout was door de vingers te zien? Of andersom? Adolf Hitler was dol op zijn herdershonden Blondi en Brenda geweest, maar dat kon toch geen excuus zijn om de massamoord op miljoenen onschuldige burgers te bagatelliseren?

Een vogel vloog van West- naar Oost-Berlijn.

Twee andere vogels waagden de oversteek naar het vrije Westen.

Hoog daarboven trokken twee passagiersvliegtuigen met hun uitlaatgassen een kruis aan de hemel.

Dezelfde drie mannen van middelbare leeftijd, die voor Sepp Sanders in de rij stonden toen hij om 15.10 uur bij Checkpoint Charlie gearriveerd was, bleven zwijgend staan wachten tot ze West-Berlijn mochten betreden.

Pratende ratten, Waffen-SS’ers, achternamen gemaakt van drugs en moordwapens gemaakt door Amerikaanse kapitalisten, die na ontploffing de vorm aannamen van een paddenstoel, het vruchtlichaam van een schimmel waaronder kabouters dekking zochten als regen uit de hemel hun felrode mutsjes kwam verneuken, waren allemaal zaken waar normale, gezonde, hardwerkende communisten geen tijd voor hadden. Daarom diende de Communistische Partij er zorg voor te dragen dat geschriften waarin sprake was bovengenoemde zaken het land niet binnen zouden komen.

Het einde van de geschiedenis, de mensheid en de wereld kon volgens Karl Marx en zijn talloze volgelingen niet door een kernoorlog of een milieuramp veroorzaakt worden. Het einde van de geschiedenis zou een paradijs op aarde zijn, waar geld, bezit, ongelijkheid, geweld en werkloosheid niet meer voor zouden komen. Dat had Karl Marx wetenschappelijk bewezen in zijn bestseller “Das Kapital.” Wetenschappelijk bewezen in de ogen van zijn volgelingen. Flauwekul in de ogen van ideologische tegenstanders van “de vetklep uit Trier,” zoals Karl Marx door de volgelingen van onder anderen de achttiende-eeuwse moraalfilosoof, politiek econoom en godfather van het klassieke liberalisme Adam Smith denigrerend genoemd werd.

Het filosofische en politieke debat ontsteeg eigenlijk nooit het primitieve niveau van de irrationele argumenten die door rivaliserende voetbalfans tegen elkaar werden gebruikt om hun eigen club als de beste voetbalclub van de wereld te beschouwen. Alleen door het gebruik van grof geweld kon de tegenstander uiteindelijk aan het “verstand” worden gebracht wie tijdelijk “de beste” was.

Sepp Sanders hoorde ergens in de verte een kerkklok luiden om aan te geven dat het kwart over drie was. Dat betekende dat hij nu al vijf minuten zijn tijd stond te verdoen achter dezelfde drie mannen van middelbare leeftijd, die zwijgend wachtten tot ze West-Berlijn mochten betreden.

Sepp Sanders keek nerveus achterom. Wat als de obers van “Gaststätte Mitropa” de voordeur van het restaurant inmiddels open hadden gekregen? Vast en zeker zouden ze dan op weg zijn om hem, die smerige kapitalist, in handen te krijgen en met hun blote handen te verscheuren. Hij, het kapitalistische roofdier dat de kassa van “Gaststätte Mitropa” had geplunderd. Geld had weggenomen, dat eerlijk was verdiend door hardwerkende arbeiders, die dag en nacht klaarstonden om hun kameraden te voeden met eenvoudige doch voedzame maaltijden tegen een prijs waaruit het gebrek aan crimineel winstbejag sprak dat hun westerse collega’s als hoogste levensdoel zagen. Hij, die een ingelijst portret van hun Grote Roerganger DDR-leider Erich Honecker, dat de achterwand van het restaurant had gesierd, aan gruzelementen had gegooid met een halve liter fles Radeberger Bier, alsof hij door het Kwaad zelf bezeten was.

Sepp Sanders wilde er niet aan denken wat de consequenties zouden zijn als hij voor zijn misdaden gearresteerd en berecht zou worden.

Net als ieder kind had Sepp Sanders gedroomd van beroemd worden zonder precies te weten waarom, waarmee en waarin. Met je hoofd op de voorpagina’s van alle kranten in de hele wereld staan, vanwege diefstal en de marxistische variant van majesteitsschennis, was echter niet in zijn collectie jeugddromen voorgekomen.

Het gedrag van Sepp Sanders in “Gaststätte Mitropa” was formeel en juridisch gezien op geen enkele manier goed te praten. Hij kon vergeten dat de Nederlandse overheid iets voor hem zou willen of kunnen doen. En dan had hij nog niet eens zijn waslijst aan overige vergrijpen en overtredingen in overweging genomen: het onrechtmatig dragen van een uniform van de Oost-Duitse grenswacht, het illegaal betreden en vandaliseren van de Führerbunker, als het lichaam van Mario Bos zou worden gevonden zou hem ongetwijfeld moord ten laste worden gelegd, hij had zijn peuk op de grond gegooid in het niemandsland tussen Oost en West en daarmee Oost-Duits grondgebied vervuild. Dan waren er ook nog de zaken die hem zeker voor eeuwig achter slot en grendel of erger zouden doen belanden en die zich in het bruine houten kistje in zijn onderbroek bevonden: het staatsvijandelijke manifest van de Oost-Duitse jeugd en het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten.” Arrestatie zou het einde van zijn leven betekenen.

Misschien had hij zich teveel door zijn emoties laten leiden toen hij uit woede over de slechte service die hem verleend was in “Gaststätte Mitropa” het bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” met daarin zijn uitgedrukte peuk op het andere bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” had gedrukt, de kassa had leeggeroofd en zijn fles Radeberger Bier aan gruzelementen had gegooid tegen het ingelijste portret van de zuinig en zuur kijkende DDR-leider Erich Honecker dat de achterwand van het restaurant gesierd had.

Tot zijn opluchting was er van aanstormende obers van “Gaststätte Mitropa” geen sprake, maar feit was wel dat hij nog steeds achter dezelfde drie mannen van middelbare leeftijd stond, die zwijgend wachtten tot ze West-Berlijn mochten betreden.

Sepp Sanders moest koel blijven. Hij kon op dit moment niets aan zijn situatie veranderen, hoe benard die ook was. Hij dwong zich om als een volleerd method actor te focussen op zijn rol van westerling, die volkomen ontspannen in de rij stond om Oost-Berlijn te verlaten. Een westerling die niets te verbergen had. Een westerling zonder haast. Een westerling die een doodgewone onderbroek droeg, waarin zich geen bruin houten kistje bevond, waarvan de inhoud zijn einde zou kunnen betekenen en het lot van de wereld ingrijpend zou kunnen veranderen.

Over zeer afzienbare tijd zou hij zorgeloos door de West-Berlijnse straten wandelen. Op weg naar de Ford Fiësta in de Maienstrasse, die geparkeerd stond vlak bij de Nollendorf Platz. Daarna op weg naar huis. Op weg naar de ouders van Mario Bos. Op weg naar Suzan Vanderbergh.

Sepp Sanders schudde lichtjes zijn hoofd uit teleurstelling en weerzin over de spanning die hij door zijn lichaam voelde gieren.

Hij verbood zijn brein meer destructieve gedachten te produceren. Maar was de mens altijd in staat om zijn brein te verbieden bepaalde gedachten te denken? De mens beschikte niet over de mogelijkheid om zijn brein op non-actief te zetten. Niet denken was geen optie. Het menselijke brein was gedoemd om te blijven functioneren tot de laatste gedachte. Er was hierbij geen sprake van vrije keuze.

Zelfs in slaaptoestand ging het brein door met het verwerken van bijvoorbeeld de gebeurtenissen van de dag. Het brein kon je, zonder waarschuwing vooraf, plaatjes laten zien van mensen waar je tientallen jaren terecht niet aan had willen denken, geuren laten herinneren uit je kindertijd, waar je geen enkele interesse voor had, seksuele gevoelens doen oplaaien voor personen waar je het bed nog niet mee zou willen delen in ruil voor het eeuwige leven en een zak goudstukken toe. De mens kon niet over een vrije wil beschikken. Het brein was in een bepaald opzicht net zo’n “dom” en lomp orgaan als het hart, dat zonder erbij na te denken door bleef pompen, ook al had je wel wat anders aan je hoofd.

Nu begon hij werkelijk het idee te krijgen dat hij knettergek aan het worden was. Hij begreep heel goed waarom mensen naar de fles grepen om zich bewusteloos te zuipen om tenminste enkele momenten verlost te zijn van dat eeuwig voortdenderende brein, dat je bewustzijn terroriseerde als een dol geworden veelkoppig monster, dat bewapend met een kluwen schetterende megafoons in duizend verschillende talen in je beide oren stond te schreeuwen om je te martelen.

Waarom gaf hij niet aan zichzelf toe dat hij doodsbang was? Hij voelde het zweet in zijn handen staan en hoorde zijn hart ruim twee keer sneller en drie keer harder slaan dan normaal. Dit kon zo niet langer doorgaan.

Natuurlijk was daar de lange lijst van zaken waardoor zijn overspannen lichamelijke en geestelijke toestand te verklaren was, maar hij moest die lijst ergens parkeren in de lucht, vergeten, opbergen, loslaten.

Hoe luidde die spreuk ook alweer die hem vaker gered had uit een stressvolle toestand? Gelukkig kon hij nog glimlachen om de flauwe grap die hij zo vaak met zichzelf uithaalde, om net te doen alsof hij geen fotografisch geheugen had. “Accepteer wat je niet kunt veranderen. Verander wat je niet kunt accepteren.” Zo was het.

Sepp Sanders haalde enkele keren diep adem om te ontspannen en liet zijn geest de baas worden over de omstandigheden. Er was geen sprake van gevaar. Hij leefde eeuwig en dat was nu. Zijn gedachten moesten zich bezighouden met zaken die een onbezorgde westerling door het hoofd zouden schieten in de wachtrij voor Checkpoint Charlie.

Hij moest een mantra in zijn hoofd pompen om te ontspannen. “Ik ben ontspannen. Ik ben ontspannen. Ik ben ontspannen. Ik ben in mijn hele leven nog nooit zo ontspannen geweest. Wat ben ik ongelooflijk ontspannen.”

 

             

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s