Onbekend's avatar

DE OPBLAASKLAAGMUUR: EEN ALTERNATIEF IN TIJDEN VAN CORONA

Western Wall, Wailing Wall, Israel, Jerusalem, Temple

De tijd is voorbij dat Duitsland synoniem stond voor de schande van de Tweede Wereldoorlog. Nu echt de aller-, allerlaatste Duitse oorlogsmisdadigers dement en kwijlend uit hun bed en rolstoel voor het gerecht worden gesleept om alsnog rechtvaardigheid te doen zegevieren en een bezoek aan Auschwitz-Birkenau een toeristische attractie is geworden, is het tijd voor een nieuw begin, een herijking van de Joods-Duitse verhoudingen en de menselijke verhoudingen in het groot en algemeen.

Mijn neurotische grootvader met een zwak ontwikkelde narcistische psychose, kwam getraumatiseerd en onder de kippenstront uit de oorlog, omdat hij vijf jaar lang zonder reden ondergedoken had gezeten in het kippenhok dat achter in de tuin van zijn Sliedrechtse arbeidershuisje stond. Doodsbang als hij was geweest om door de bezetter voor Jood, zigeuner, geestelijk gehandicapte of homo te worden aangezien. En dat alleen omdat hij een bloemetjesjurk droeg in zijn vrije tijd. Hij weigerde een woord Duits uit te spreken. Als hij wilde zeggen dat hij “an sich überhaupt geen trek had in een Kaiserbrötchen,” zei hij: “Op zich heb ik overhoop geen trek in een broodje van de keizer.”

In 2018 bestond de staat Israël formeel zeventig jaar. Een tempel van vrede en harmonie kan Israël helaas nog steeds niet genoemd worden. Ach, ieder zijn eigen apartheid.

In Jeruzalem viel me op dat de Klaagmuur eigenlijk heel klein is. Veel te klein om ruimte te bieden aan alle mensen in de hele wereld die willen klagen. Bovendien is een bezoek aan de Klaagmuur op dit moment helaas nauwelijks mogelijk vanwege het feit dat de Israëlische regering het land vanwege de coronacrisis praktisch op slot heeft gegooid.

Daarom heeft het Duitse bedrijf waarvoor ik werk een campagne bedacht om alle klagende mensen in de wereld, Jood of niet-Jood, een gratis opblaasbare Klaagmuur aan te bieden. Als die opgeblazen is zult u zien dat hij als twee druppels water lijkt op de originele Klaagmuur in Jeruzalem. Inclusief gleuven om wensen, gebeden en in memoria in te proppen.

Zin om te klagen? Geen geld voor een trip naar Jeruzalem?  Of wordt u het land niet binnengelaten? Vraag dan bij ons de gratis opblaasbare Klaagmuur aan. U betaalt geen verzendkosten!

De waan van de dag is wat ons bindt.

 

Onbekend's avatar

De Nachtwacht beschuldigd van seksuele intimidatie

ANP – Historici van de Universiteit Leiden hebben documenten ontdekt waaruit blijkt dat commandant van de schutterscompagnie kapitein Frans Banninck Cocq, die centraal staat afgebeeld op waarschijnlijk het beroemdste doek uit onze vaderlandse geschiedenis De Nachtwacht van Rembrandt van Rijn, zich voor, tijdens en na het poseren voor het schilderij schuldig heeft gemaakt aan seksuele intimidatie. Frans Banninck Cocq, geportretteerd in deftig zwart met de rode sjerp van zijn rang en een wandelstok, staat op het doek direct links naast Willem van Ruytenburgh, die zich daar in beweging zet met in de hand een partizaan-lans waarmee hij de marsrichting aangeeft.

In het dagboek van Willem van Ruytenburgh staat te lezen: “Te pasch ende te onpasch kneep hij mij in de billen ende greep mij in ’t kruis. Oock toenmaelsch ick hem bij herhalingh beleeft vroegh daermee op te houden  bleef kapiteijn Fransch Bannincck Cocq daermee doorgaen.”

Uit getuigenissen van meerdere andere personen die op het doek zijn te zien, blijkt dat Willem van Ruytenburgh de seksuele intimidatie door kapitein Frans Banninck Cocq niet uit zijn duim heeft gezogen. Zo hebben de historici van de Universiteit Leiden in het archief van het Rembrandthuis in Amsterdam een brief aangetroffen van de tamboer die rechts op De Nachtwacht te zien is. Hij staat daar klaar om een roffel in te zetten: “Het wasch niet om aen te sien hoe die smeerlap van eene kapiteijn Bannincck Cocq, ondanksch de smeeckbeden van den heer van Ruytenburgh om ermee op te houden, maer door bleef gaen met sijn seksueeele intimidaties. Ende dat voor iedereen sigtbaer!”

Directeur van het Rijksmuseum Taco Dibbits reageerde geschokt op het nieuws. “De grootste truc van de duivel is de wereld overtuigen dat hij niet bestaat. We zullen De Nachtwacht direct naar het depot laten verplaatsen. Daarna moeten we overwegen of het doek niet eventueel vernietigd zal moeten worden.”

Onbekend's avatar

Een Pieter Waterdrinkercollectie

In mijn verzameling van eerste drukken, gesigneerde, bibliofiele en vertaalde exemplaren van het werk van Pieter Waterdrinker is geheel rechts op de boekenplank een plek gereserveerd voor zijn nieuwe roman ‘De rat van Amsterdam’, die 14 juli verschijnt. Geduld is een schone zaak.
Onbekend's avatar

Media

Na het gedrukte en gekochte boek met handtekening en opdracht bij de presentatie kwam enkele maanden later het bibliotheekboek; bijna 100 exemplaren in het land, het boek wordt sindsdien ongeveer 94 keer per maand geleend en soms krijg ik lieve reacties van de lezers van mijn bibliotheekboeken per mail of anderszins. Per geleend bibliotheekboek krijg ik een vergoeding van 0,14 eurocent bruto.
Sinds kort is eindelijk de e-bookversie van ‘Khatmandu Hipsters’ verkrijgbaar en het regent opeens reacties van e-readers. Die mensen hebben bewust gewacht op de e-versie van KH en die groep gaat nu pas los op het boek, een boek dat ik al in november 2018 publiceerde. Niet doorvertellen, maar ik heb KH inmiddels gestuurd naar de beste en meest invloedrijke vertaler van Nederlandse boeken in het Duits: Rainer Kersten, woonachtig in Berlijn, kluizenaar en vertaler van onder andere Pieter Waterdrinker en Arnon Grunberg. Hij heeft mij beloofd het boek te gaan lezen. Wordt vervolgd? Ik zou graag de Duitse markt penetreren.
Ik kwam vandaag deze tweet tegen op Twitter over Kathmandu Hipsters:
Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon
Onbekend's avatar

Hoe ik stinkend rijk en ongelukkig werd

Ik heb ooit een keer voor een weddenschap met mijn toenmalige vriendin (de inzet was een biertje) in café Bolle Jan aan de Korte Reguliersdwarsstraat 3 in de Amsterdamse Jordaan de portemonnee van Willem Holleeder genakt. Nu snap ik ook niet meer hoe ik zo stom heb kunnen zijn, maar ik was zo ontzettend verliefd op mijn toenmalige vriendin! Ik was tot alles in staat geweest.
De volgende dag was Willem Holleeder er achtergekomen dat ik in het bezit was van zijn portemonnee en kon ik nog net op tijd door een speciale afdeling van de AIVD naar de Verenigde Staten worden gevlogen om liquidatie door de matties van Holleeder te voorkomen.
Mijn vriendin liet me in de steek; ze had altijd al een hekel aan Amerika gehad en was niet bereid om met mij mee te gaan. Bovendien was ze al snel na mijn vertrek naar de VS op een andere veelbelovende schrijver verliefd geworden. Zijn naam ben ik even kwijt.
In de VS heb ik drie jaar lang ondergedoken gezeten in het Plaza Hotel, 768 Fifth Avenue, aan het Central Park in New York. En geloof me, dat klinkt veel leuker dan het was. Wat heb je aan gouden kranen in je badkamer als je niet vrij bent? Niets. Bovendien bevond de Trump Tower zich om de hoek van het Plaza Hotel, zodat ik vanuit mijn hotelkamer bijna dagelijks die met oranje foundation geschminkte clown Donald Trump zijn toren in en uit zag komen.
Later heb ik alsnog wraak kunnen nemen op Willem Holleeder voor mijn onvrijwillige gevangenschap in het Plaza Hotel in New York door in opdracht van uitgeverij Lebowski als ghostwriter achtereenvolgens de boeken “Judas”, “Dagboek van een getuige” en “Familiegeheimen” van zijn zus Astrid Holleeder te schrijven, waar ik toch mooi per boek een ton of drie zwart aan overgehouden heb.
Mijn vriendin was ik echter kwijt. Ik was stinkend rijk en doodongelukkig
Voor alle mannen die dit toevallig lezen: Doe mij niet na! Bezint eer ge begint und so weiter. En dat voor een biertje! De snelle wereld van de glamour en de glitter lijkt veel mooier dan dat hij in werkelijkheid is. Je kunt beter voor 4 euro per uur bij de Aldi vakken vullen dan het leven vol paranoia en stress leiden dat ik geleefd heb en nog steeds moet leven.
Zelfs als ik ga zwemmen in mijn zwembad in de vorm van een hartje en met de oppervlakte van een voetbalveld laat ik me voortdurend omringen door bodyguards. Ik slaap met een pistool onder mijn kussen en slaap bovendien altijd licht, slecht en kort.
En dan te bedenken dat ik gisteren een contract heb getekend met uitgeverij Prometheus om als ghostwriter de memoires van de ex-vriend van Mark Rutte, Jort Kelder, te gaan schrijven. Voor vier ton zwart: “Hoe ik uit de Kelder kwam.”
Als je eenmaal in het criminele wereldje zit, is het bijna geen doen om er weer uit te komen. De luxe die dat leven met zich meebrengt is tof, maar elke dag een leugen moeten leven is niets voor mij. Als ik dat had gewild was ik wel politicus geworden.
Tegenwoordig resideer ik zwaar bewaakt in het meest luxueuze hotel van Las Vegas, het Ceasars Palace, 3570 South Las Vegas Boulevard in de Amerikaanse staat Nevada. Het heeft geen zin om mij daar te komen opzoeken, want ik verblijf daar niet onder mijn eigen naam en word bovendien niet in het gastenboek vermeld. Ik vind het hartstikke tof dat Lil’ Kleine elke vrijdagavond met zijn posse in mijn penthouse in het Caesars Palace komt optreden en dat Kluun & Giphart minimaal één keer in de maand komen bieren, maar het blijft een schrale troost als je voortdurend ondergedoken zit en geen vooruitzicht hebt ooit nog een normaal leven te kunnen leiden.
Probeer dus nooit je vriend of vriendin te overreden om dingen te doen die hij of zij eigenlijk niet wil doen. Ik ben het (nog) levende bewijs dat zoiets goed fout kan uitpakken.
Onbekend's avatar

Opnieuw opgejaagd door paparazzi

Na een afwezigheid van ongeveer twee decennia zijn ze weer in mijn leven verschenen: de paparazzi.  

Zoals veel van mijn lezers weten was ik in de jaren negentig van de twintigste eeuw wereldberoemd in Bulgarije, eerst als wielrenner en daarna ook als succesvol schrijver van de roman “De Straf van Veger”, “Наказанието на Вегер” in het Bulgaars. Overigens zal mijn Bulgaarse roman, gezien de enorme vraag onder de lezers van mijn in Nederland verschenen roman ‘Kathmandu Hipsters’ (2018) en de verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ (2019), ergens in de komende jaren in het Nederlands verschijnen.  

Het feit dat ik in Bulgarije op een gegeven moment niet meer ongestoord de straat op kon gaan deed mij besluiten naar het Italiaanse Toscane te verhuizen, waar niemand mij kende.  

De foto’s bij dit stukje zijn overgenomen uit het grootste roddelblad van Nederland. Ze moeten een kleine twee weken geleden genomen zijn, vlak na een zakelijke afspraak in Alkmaar. Boven het bij de foto’s gevoegde artikel stond: “Schrijver Peter Mabelus ontslagen uit afkickkliniek!” Let vooral op dat uitroepteken. Alsof het wereldnieuws betrof.  

Nu wil het toeval dat mijn zakelijke afspraak in Alkmaar toevallig op twee panden afstand van de afkickkliniek “Brijder” plaats had gevonden. De foto’s moeten genomen zijn terwijl ik terugliep naar mijn nabij geparkeerde auto. 

Ik kan op het graf van mijn moeder zweren dat ik in mijn leven nooit gerookt heb en ook nooit alcohol heb gedronken. Laat staan dat ik ooit drugs zou hebben gebruikt. Geloof dus vooral niet alles wat je over mij leest. 

Laat ik volkomen eerlijk zijn: één keer in mijn leven heb ik een trek van een joint genomen, maar toen heb ik niet geïnhaleerd.  

Onbekend's avatar

Conceptvoorstel coronawet kabinet is broddelwerk van de bovenste plank

Het conceptvoorstel voor de speciale coronawet, zoals die door het kabinet naar buiten is gebracht en op 1 juli van kracht moet worden, ligt zwaar onder vuur.  

Het mag ironisch genoemd worden dat juist de linkse partijen in het parlement met de hardste kritiek op het conceptvoorstel komen. Een conceptvoorstel dat de macht van de overheid om in te grijpen op alle vlakken van de maatschappij sterk vergroot.  

Het is bizar dat alle partijen die het felst het neo-liberalisme aanhangen, waarbij we juist met een terugtredende overheid en deregulering te maken hebben, het meest voelen voor een coronawet waarbij we, volgens Willem Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, “terug lijken te gaan naar de regeerperiode van koopman-koning Willem I (1815-1840)” (in de Volkskrant van 10 juni jl.). 

Wie was Koning Willem I ook alweer? Hij was een autoritair regerende vorst, die per decreet regeerde, zelf zijn kabinetten samenstelde en het parlement herhaaldelijk naar huis stuurde als het parlement het niet eens was met zijn besluiten.  

Willem I investeerde veel in de infrastructuur van Nederland en was indirect verantwoordelijk voor het zogeheten Cultuurstelsel in Nederlands-Indië, waarbij met name de Javaanse boeren minimaal twintig procent van hun landbouwopbrengsten aan de Nederlandse staat moesten overdragen in ruil voor het gebruik van “Nederlandse grond”. Hoe gelukkig de Javaanse bevolking werd van het Cultuurstelsel, waarbij de lokale bevolking gigantisch werd uitgebuit, valt onder andere te lezen in een van de grootste klassiekers van de Nederlandse literatuur, de ‘Max Havelaar’ van Multatuli.  

Willem I zorgde er overigens voor dat hij aandelen had in al de hierboven genoemde projecten en zag zijn persoonlijk vermogen tijdens zijn regeerperiode van 10 miljoen tot 200 miljoen gulden groeien. Maar hoe ons Koninklijk Huis zichzelf al eeuwen verrijkt is een ander verhaal. 

In het conceptvoorstel, zoals dat er nu ligt, mogen ministers per ministeriële regeling evenementen weigeren, samenscholingen op plekken verbieden, het openbaar vervoer platleggen en naar believen scholen sluiten. Het parlement wordt min of meer buitenspel gezet: pas nadat een regeling in werking is getreden gaat deze naar Tweede en Eerste Kamer. In een gezond functionerende democratie bepaalt het parlement en niet het kabinet. 

Het conceptvoorstel voor de speciale coronawet grijpt diep in op grondrechten als het recht op vereniging, vergadering en demonstratie en dat is onaanvaardbaar. 

Zoals u misschien nog wel weet uit de tijd dat u in de schoolbanken zat mogen zowel kabinet als Tweede Kamer met wetsvoorstellen komen. In de praktijk worden de meeste wetten ontworpen door gespecialiseerde ambtenaren in Den Haag, die vaak tientallen jaren, de meeste dagen van de week, een van de enorme kantoorkolossen bevolken, die al van tientallen kilometers afstand te zien zijn, als u bijvoorbeeld met de auto besluit naar de Hofstad af te reizen. Specialisten die broddelwerk leveren zijn weinig vertrouwenwekkend. 

Het conceptvoorstel voor de coronawet ligt niet alleen onder vuur van linkse partijen als de SP, PvdA en GroenLinks en de academische wereld; ook De Raad van State, die tot taak heeft kabinet en parlement te adviseren over nieuwe wetgeving, vindt dat “een solide juridische basis ontbreekt voor het inperken van grondrechten”. Dezelfde zorgen werden afgelopen week geuit door de Nederlandse Orde van Advocaten en de Nationale Ombudsman. 

Een conceptvoorstel voor een coronawet dat op zo weinig maatschappelijke steun kan rekenen kan alleen maar broddelwerk van de bovenste plank genoemd worden. Het is zeer twijfelachtig of onze gespecialiseerde ambtenaren in Den Haag binnen korte tijd met een acceptabel conceptvoorstel voor de coronawet komen. 

 

Onbekend's avatar

De varkensflat is de woning van de toekomst

Ouder worden heeft ontzettend veel voordelen. Nu Ik de vijftig ruimschoots ben gepasseerd ben ik in het bezit van een dikke pens, een kunstgebit en mijn kapsel lijkt op een versleten vogelnestje. Nu even minder cynisch: mijn koophuis is voor het grootste deel afbetaald en door de jaren heen in waarde drie keer over de kop gegaan, mijn derde vrouw ziet er best leuk uit voor een vrouw van in de veertig en de vijf kinderen uit mijn twee vorige huwelijken zijn inmiddels allemaal min of meer zelfstandig, hebben een fatsoenlijke baan of studeren eindelijk op hun eigen kosten. De jaren dat mijn halve salaris opging aan de hedonistische levensstijl van een handvol pubers die te lui was om te werken ligt gelukkig achter mij.  

De grootste voordelen van ouder worden zijn, wat ik zou willen noemen, de voortschrijdende wijsheid, kennis en levenservaring die mijn levenspad sieren. Zo hoorde ik als puber al extreemrechtse politici roepen dat “Nederland vol is”. Daarmee werd vooral bedoeld dat immigranten buiten de grenzen moesten worden gehouden, omdat ze er achterlijke godsdiensten en vrouwonvriendelijke middeleeuwse leefgewoonten op nahielden, maar vooral dat ze onze huizen, banen en vrouwen zouden afpakken.  

Ik begreep destijds nooit iets van die uitspraak. Als ik op weg naar mijn grootouders, onderweg van Alkmaar naar Goes, vanaf de achterbank van de auto van mijn ouders naar buiten keek, zag ik onderweg vooral heel veel praktisch lege weilanden met daarin hier en daar grazende koeien en paarden. “Hoezo is Nederland vol?” dacht ik dan. Aan de horizon was regelmatig de torenspits van een kerk te zien. De kerken liepen overigens vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw massaal leeg. In die kerken kon het dus ook onmogelijk “vol” zijn.  

Dan te bedenken dat Nederland veertig jaar geleden slechts 14,1 miljoen inwoners telde, tegen 17,4 miljoen inwoners vandaag de dag. Het aantal huishoudens steeg in deze periode volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, vooral door de alsmaar toenemende individualisering, van ongeveer 4 miljoen in 1980 naar een kleine 8 miljoen nu. Bijna een verdubbeling in veertig jaar tijd. 

In het jaarlijkse rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat deze week verscheen valt te lezen dat er de komende tien jaar nog eens 845.000 woningen bij moeten komen om te voorkomen dat het woningtekort verder oploopt: “Er is nu een tekort van 331.000 huizen, 4,2%van de woningvoorraad. Het doel is om dit te verkleinen naar 2% in 2035. Dat jaar telt Nederland vermoedelijk ongeveer 18,8 miljoen inwoners, dus de vraag naar woningen zal verder stijgen.”  

Ondertussen slaagt men er dit jaar en de komende jaren niet in om aan de jaarlijks gewenste hoeveelheid nieuwbouwwoningen te komen. Redenen hiervoor zijn onder andere de steeds strengere milieueisen waaraan de nieuwe woningen moeten voldoen, alsmede de nieuwe economische crisis als gevolg van het coronavirus. 

Er blijft hoop voor mensen zonder fatsoenlijke woning. Net zoals veel kerken inmiddels zijn omgetoverd tot multi-functionele kantoorruimten kunnen we ook profiteren van het feit dat er steeds minder vlees gegeten wordt in Nederland. Op dit moment telt Nederland nog ruim twaalf miljoen varkens, waarvan de meesten in varkensflats in Noord-Brabant “wonen”. Het is niet ondenkbaar dat over een paar jaar vele duizenden inwoners van Nederland zullen vechten om een penthouse in een voormalige varkensflat. Dan is het probleem van de woningnood in het steeds vollere Nederland eindelijk opgelost. 

“De varkensflat is de woning van de toekomst” stond op 18 juni 2020 als eerste op hoemannendenken.nl, de enige site vóór vrouwen, dóór mannen.

Onbekend's avatar

“What doesn’t kill you simply makes you stranger,” of “De kracht van persiflage” 

Jaren voordat ik filosofie ging studeren kwam ik met enige regelmaat de uitspraak “What doesn’t kill you makes you stronger” tegen. De betekenis van deze uitspraak leek mij niet erg ingewikkeld: elke vorm van tegenslag, die je niet het leven kost, zal uiteindelijk tot loutering en eventueel ook meer inzicht en wijsheid kunnen leiden.

Dit mag in veel opzichten het geval zijn; bij het genezen van een ernstige ziekte, het overleven van een vliegramp, of het overkomen van liefdesverdriet nadat een nymfomane “femme fatale” je in de steek heeft gelaten. “What doesn’t kill you makes you stronger” kan echter geen feit genoemd worden en is in essentie niet meer dan een loze kreet.

Stel dat je om wat voor reden dan ook op een zeker moment van je zicht, gehoor, smaak en reuk wordt beroofd. Laten we er voor de duidelijkheid van mijn betoog ook maar van uitgaan dat al je ledematen worden geamputeerd en al je vrienden en familie worden vermoord. Het mag duidelijk zijn dat je nog leeft, maar of je van al de doorstane ellende sterker geworden bent is zeer de vraag.

Tijdens mijn studie filosofie kwam ik erachter dat de uitspraak “What doesn’t kill you makes you stronger” aan de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) wordt toegeschreven: “Was mich nicht umbringt, macht mich stärker,” (in zijn “Götzen-Dämmerung – oder – Wie man mit dem Hammer philosophirt (Afgodenschemering), Leipzig: Verlag von C. G. Neumann, 1889, Sprüche und Pfeile). In zijn autobiografische boek “Ecce homo” (ook verschenen in 1889) licht Nietzsche zijn uitspraak toe: “De mens bedenkt remedies voor verwondingen; hij weet hoe hij ernstige ongevallen in zijn eigen voordeel kan omzetten; dat wat hem niet doodt, maakt hem sterker.” Zoals ik hierboven uiteengezet heb is deze toelichting van Nietzsche op geen enkele manier overtuigend te noemen.

Met de magere uitleg van Nietzsche zelf zou je de discussie over de betekenis van een van de meest uitgekauwde clichés van de laatste 120 jaar als afgesloten kunnen beschouwen.

In 2008 kwam Christopher Nolan’s bioscoopfilm “The Dark Knight” uit, het tweede deel van Nolan’s Batman-trilogie. In “The Dark Knight” wordt het demonische clownspersonage “The Joker,” die je met een gerust hart de personificatie van het kwaad en de chaos kunt omschrijven, gespeeld door de Australische acteur Heath Ledger (1979-2008).

De film is nog maar enkele minuten bezig als “The Joker” tijdens een bankoverval in het hart van Gotham City één voor één zijn medeclowns neerschiet, waarop de bankdirecteur, die uitgeschakeld en in doodsangst op de grond ligt, aan “The Joker” vraagt waar hij in gelooft. “The Joker” stopt een granaat in de mond van de bankdirecteur onder het uitspreken van de woorden: “What doesn’t kill you simply makes you stranger.” Aan de pin van de granaat is een paarse draad bevestigd die vastzit aan het colbert van “The Joker”. De bankdirecteur is in totale paniek. Zijn ogen schieten schichtig alle kanten op. “The Joker” bijt hem toe: “Why so serious?” loopt weg van de bankdirecteur, stapt in een schoolbus met daarin de buit van de bankoverval en rijdt weg. Vanzelfsprekend wordt op hetzelfde moment de pin uit de granaat getrokken die zich in de mond van de in totale paniek verkerende bankdirecteur bevindt. De granaat ontploft echter niet; er spuit slechts roodkleurige rook uit de granaat. Einde scène. De vraag is of je na een dergelijke traumatische gebeurtenis “stronger” of “stranger” wordt.

Wat mij betreft is deze uitwerking van de persiflage op de uitspraak van Nietzsche heel wat filosofischer van aard dan de woorden van Nietzsche zelf.

Onbekend's avatar

Jan Wolkers in het Amerikaans is fantastisch!

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Laatst las ik de in 2017 verschenen nieuwe Engelse, of ik kan beter zeggen Amerikaanse, vertaling van Jan Wolkers’ roman ‘Turks Fruit’ (1969), door de Amerikaanse vertaler Sam Garrett. In de Verenigde Staten werd ‘Turkish Delight’ uitgegeven door Tin House Books/Portland, Oregon & Brooklyn, New York. Te koop voor $ 15.95.

Het is een schitterende vertaling geworden, waarbij het soms lijkt of je in het beste werk van de door Jan Wolkers zelf zo bewonderde Amerikaanse schrijver Raymond Chandler terecht bent gekomen. Oordeel zelf:

Eerst het begin van het eerste hoofdstuk van ‘Turks Fruit’, ‘Een scheerpan vol lof’ in vertrouwde taal:

“Ik was aardig in de rotzooi terechtgekomen nadat ze bij me weggegaan was. Ik werkte niet meer, ik at niet meer. Ik lag de hele dag tussen mijn vuile lakens en plakte foto’s en naaktfoto’s van haar vlak bij mijn gezicht zodat ik op den duur haar dik onder de rimmel zittende oogharen dacht te zien bewegen als ik me aftrok. En haar lippen vol te zien worden en vochtig naar buiten gekruld, en de geluiden te horen als ze klaarkwam, heftig als in het begin, toen ze nog niet geleerd had het genot voor zichzelf en mij te houden maar het wel de hele wereld in wilde schreeuwen, waardoor een buurvrouw aan haar vroeg: ‘Wat doet hij toch met je?’ En een buurman tegen mij zei: ‘Het lijkt wel of jullie een nest jonge honden in huis hebben.”

Dezelfde tekst in de vertaling van Sam Garrett. Het eerste hoofdstuk heet nu ‘A Shaving Pan Full of Chicory’:

“I was way down in the dumps after she left me. I stopped working, I stopped eating. I spent all day between my filthy sheets and glued nude photos of her up close to my face at the head of the bed, so after a while I started thinking I could see her thick-mascaraed lashes quiver when I jerked off. And see her lips swell and part, and hear the sounds she made when she came, wild like in the beginning, before she learned to keep the pleasure to herself and to us but just screamed it out for all the world to hear, so that a neighbor lady once asked her: ‘What’s he do to you, anyway?’ And the guy next door said: ‘It sounds like you two are running a puppy farm in there.’