
Hoe mijn romanpersonage John West alle coronaregels aan zijn laars lapt!



Lieve Mathieu. Je hebt jouw sporen nagelaten. Niemand van ons zou hier vandaag geweest zijn als jij niet geboren was op 22 september 1966. Niemand van ons zou hier vandaag geweest zijn als jij op maandagmiddag 5 juni 2017 niet een daad had verricht waarvan de consequentie het tegenovergestelde was van wat je altijd hebt gedaan: leven. Maar wij zijn hier vooral bij elkaar omdat je op een gegeven moment in ons leven bent verschenen.
Je leefde met een mateloze levenslust, een tomeloze energie en een niet te bevredigen nieuwsgierigheid. Of het nu ging om muziek, literatuur, beeldende kunst, politiek, geschiedenis, filosofie, het ontmoeten van nieuwe mensen of het reizen naar nieuwe landen op onze prachtige aarde, je leefde met een intensiteit alsof jouw leven ervan afhing.
Het leven was voor jou een magisch spel met onbegrensde mogelijkheden, waarbij je bereid was om veel grenzen op te zoeken, en nog liever, grenzen te overschrijden. Je leefde vaak met de intensiteit van een komeet die voorbijvliegt. Jouw tempo was niet voor iedereen te volgen. Veel mensen liet je met een open mond van verbazing achter om ze vervolgens weer bij de hand te nemen en te laten delen in al het moois dat je op jouw levensweg tegenkwam.
Je was een enthousiasmerende charmeur. Zorg voor anderen was voor jou een vanzelfsprekendheid. Jouw behoefte om gekend en gezien te worden was groot. Jij zette het leven het liefst naar jouw hand. En het leek of zelfs muziekinstrumenten waar je nog nooit op gespeeld had openstonden voor jouw enthousiasme. Jij kon je zonder een spoor van schaamte op een piano of gitaar storten om daar vervolgens binnen enkele minuten mooie geluiden aan te ontfutselen. Alleen het feit dat je niet kon zingen moet je weerhouden hebben om een zangcarrière na te streven.
Je had vrienden over de hele wereld en in je meest wilde jaren in elk stadje een ander schatje. Jouw lach was nooit ver weg. Het leven was toch een spel met onbegrensde mogelijkheden?
In de herfst van 2014 verloor je de macht over het stuur van jouw leven. Je was de regie kwijt en moest in wilde en blinde paniek toezien hoe je steeds verder van het juiste pad werd gesleurd. Jouw val leek eindeloos te duren en niemand was in staat om zijn handen naar je uit te strekken en je te redden. Je kon jezelf niet helpen. Wij konden jou niet helpen.
Na een dollemansrit die bijna twee jaar duurde zag je tot jouw grote opluchting de weg die jij verlaten had weer voor je opdoemen. De redding leek nabij. Een opening naar de toekomst werd zichtbaar. Je deed er alles aan om weer op het juiste spoor te komen. Er was uitzicht op herstel en jouw handen klemden zich om het stuur van jouw leven met een wilskracht waarvan je niet meer wist dat je die nog in je had. De juiste weg kwam dichter en dichterbij. De liefde kwam terug in jouw leven in de persoon van Radia. Jouw levenslange wens om vader te worden kreeg gestalte. Jullie dochter Mara werd geboren. Maar je wantrouwde de nieuwe mogelijkheden die het leven je bood. Je durfde bijna niet te geloven dat je na een jarenlange ontsporing de controle terugkreeg over jouw leven. Je wantrouwde de redding die zo nabij leek. Was je onderweg naar beneden niet te veel beschadigd? En had je zelf niet te veel stuk gemaakt? Was geluk nog voor je weggelegd?
Je twijfelde of je de nieuw verworven verantwoordelijkheid wel aan zou kunnen. Het juiste pad kwam nog steeds dichter en dichterbij en jouw handen klemden zich vastberaden om het stuur van jouw leven tot jouw knokkels er wit van werden. Verloren gewaande vriendschappen en familiebanden werden nieuw leven ingeblazen en de handen die lange tijd machteloos naar je uitgestoken waren geweest konden je eindelijk weer bereiken. Je kwam voor iedereen die van je hield langzaam, beetje voor beetje, dichtbij genoeg om weer een helpende hand te kunnen bieden. Onzeker en bang probeerde je de helpende handen te pakken die je werden aangereikt. Was redding echt nabij? Kon je geloven wat je zag?
Er leek sprake te zijn van een nieuwe toekomst met onbegrensde mogelijkheden. Maar vlak voordat je vaste grond onder je voeten bereikte gebeurde waar jijzelf en iedereen die van je houdt al die tijd bang voor was geweest: Je werd uit jouw nieuw herwonnen wankele evenwicht geslagen en verloor in één moment alles wat zo dichtbij had geleken.
Machteloos moest je je overgeven aan het grote Niets waar verlangens en pijn niet meer bestaan. En iedereen die je had willen helpen redden was met stomheid geslagen. Je was in een vrije val beland en al onze armen bij elkaar waren niet in staat om nog langer te kunnen handelen. Niemand kan de zwaartekracht trotseren. Niemand is sneller dan het licht.
We kijken met een verdoofd gevoel naar de sporen die je hebt nagelaten. Onuitwisbare sporen die een leegte en stilte achterlaten die alleen te vullen is met eindeloos veel herinneringen aan een komeet die voorbij gevlogen is.
Vroeger noemden mensen een komeet een vallende ster. Wij zijn allemaal bedekt met de sterrenstof van jou. En ik weet zeker dat niemand de behoefte voelt om jouw sterrenstof van zich af te kloppen.
Een week voor jouw dood spraken we elkaar voor de laatste keer. Jouw laatste woorden tegen mij waren: Peter, ik hou heel van jou. Mijn laatste woorden aan jou waren: Mathieu, ik hou ook heel veel van jou. Daarna verbraken wij de verbinding. Maar de verbinding die wij hier allemaal met jou voelen zal nooit verbroken worden. Mathieu, we houden allemaal heel veel van jou. Tot onze laatste snik.

De pers over de literaire thriller ‘Kathmandu Hipsters’ (november 2018):
Pieter Waterdrinker: “Van harte aanbevolen!”
Mieke Wijnants: “Een onvervalste pageturner die een beroep doet op de spitsvondigheid van de lezer”
Mili van Veegh: “Het verhaal eindigt in een orgastische plot dat ik echt, maar dan ook echt niet, had zien aankomen”

De pers over de hartverscheurende verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ (september 2019):
NBD Biblion: “Mabelus is een woordkunstenaar van de puurste vorm”
Ema Sindelarova: “Mabelus maakt gretig gebruik van zijn eigen levenservaringen, voegt daar veel fantasie en kennis aan toe, kneedt dit geheel kundig tot een eenheid en voegt als specerijen de droge humor, absurdisme en cynisme toe”
Nathalie Lemaitre: “Het is een bundel die je leest. En herleest. En nogmaals herleest tot het boek uit elkaar valt, en je onmiddellijk een nieuw exemplaar gaat bestellen”
De titels ‘Kathmandu Hipsters’ en ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ zijn bij elke webshop voor slechts 8,95 euro verkrijgbaar.

Op 18 december 1865 werd de slavernij in de Verenigde Staten officieel afgeschaft. Dit betekende niet dat zwart en blank voortaan als gelijken door het leven gingen.
De zuidelijke staten kwamen al snel met een verzameling wetten die het voor de zwarten onmogelijk maakte om van hun vrijheid en burgerrechten gebruik te maken.
De zogeheten Jim Crow-wetten betekenden een formele rassenscheiding op werkelijk alle fronten van de maatschappij, zoals onderwijs en openbaar vervoer.
“Black codes” waren wetten waarbij zwarten onder andere verplicht werden om te betalen of verplicht waren om het volkslied uit het hoofd te kunnen opzeggen voordat ze mochten stemmen
Pas in 1965 werden bovengenoemde wetten onder federale druk afgeschaft, maar de apartheid blijft in de praktijk bestaan.
‘Vrij in een kooi’ verscheen als eerste op 3 juni 2020 op 120w.nl. Weekwoord: “verzameling”.

In de Verenigde Staten van Amerika is het recht op vrijheid van meningsuiting heilig. Daarom kan elke Amerikaan zijn woorden gebruiken om ongestraft iedereen te beledigen. U kunt hierbij denken aan een narcistische, racistische en seksistische vastgoedmagnaat die dagelijks mensen door het slijk haalt en daarnaast het hoogste ambt van zijn land bekleedt.
Donald Trump zou in Europa dagelijks kunnen worden aangeklaagd wegens laster en smaad. In zijn eigen land is dit laatste onmogelijk en doet schelden nooit zeer. Het is daarom nogal ironisch dat juist president Trump per decreet wil laten onderzoeken of sociale media, die miljarden verdienen met een bombardement aan door algoritmes gestuurde gepersonaliseerde reclames, verantwoording moeten afleggen over wat gebruikers van hun platforms aan meningen verkondigen.

In januari 2019 publiceerde de gerenommeerde uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de eerste biografie van singer-songwriter Maarten van Roozendaal (1962-2013) ‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’, geschreven door Patrick van den Hanenberg.
Zelf ben ik geen groot kenner of bewonderaar van het werk van Maarten van Roozendaal, maar omdat ik dol ben op het genre biografie en nieuwsgierig was naar leven en dood van de “Nederlandse Jacques Brel” besloot ik laatst de door Patrick van den Hanenberg geschreven biografie van Maarten van Roozendaal te lezen.
Op de achterzijde van de biografie staat te lezen dat schrijver/journalist Patrick van den Hanenberg (1953) in het dagelijks leven docent geschiedenis is op Het Amsterdams Lyceum. Van 1988 tot 2017 schreef Patrick van den Hanenberg in de Volkskrant over cabaret, musicals en muziek. Tegenwoordig verschijnen zijn artikelen in Het Parool en De Theaterkrant. Van zijn hand verschenen een stuk of zes boeken over kleinkunst en cabaret.
Van een docent geschiedenis die geboren is in het jaar 1953 mag je verwachten dat hij een redelijk riant salaris krijgt. Zeker als hij zijn salaris aan kan vullen met het geld dat hij ontvangt voor het schrijven van artikelen in diverse kranten en bovendien boeken publiceert die worden gekocht in de boekwinkel en geleend in de bibliotheek. Toch kreeg Patrick van den Hanenberg van diverse kanten subsidie voor het schrijven van de biografie van Maarten van Roozendaal; hij ontving een financiële bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds en ook financiële steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Waarom geld geven aan iemand die geld genoeg heeft?
Bovenstaande informatie deed mij verwachten dat ik met een gedegen biografie te maken zou krijgen: een uitgeverij die in het verleden topredacteuren als Vic van der Reijt tot zijn stal mocht rekenen, een geschiedenisdocent met zo’n veertig jaar ervaring in het overbrengen van historische kennis, die bovendien decennialang artikelen en boeken heeft geschreven voor kwaliteitskranten en daarnaast voor het schrijven van de biografie van Maarten van Roozendaal ook nog twee grote zakken met geld kreeg van het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
Biograaf/schrijver/journalist/geschiedenisdocent Patrick van den Hanenberg laat in zijn boek over Maarten van Roozendaal al snel zien over een fenomenale historische kennis te beschikken: op pagina 23 van de biografie valt te lezen dat de dan 7-jarige Maarten in 1969 op eigen verzoek een verzamel-cd van Ramses Shaffy cadeau kreeg. Wat moet de kleine Maarten onder de indruk zijn geweest van het feit dat hij een cd cadeau kreeg op het moment dat de rest van de wereld nog dertien jaar moest wachten op de eerste cd die door een compact disc speler kon worden afgespeeld. Toch mooi dat een biograaf met zakken vol subsidie en een groot hoofd vol feitenkennis bij het schrijven van zijn biografie de beschikking heeft over topredacteuren van een topuitgeverij. Stel je voor dat er een bizarre fout in de tekst terecht was gekomen? Dat zou toch te gênant voor woorden zijn geweest?
Het kan nog gekker: op pagina 137 en 138 kunnen we lezen dat Maarten van Roozendaal in 2002 op een feest van CNG, een groot ICT-bedrijf, heeft opgetreden in de Utrechtse Jaarbeurs. Bassist Egon Kracht, die Maarten van Roozendaal jarenlang muzikaal bijstond, weet zich die “verschrikkelijke dag” in 2002 nog goed te herinneren: “Ik heb nog nooit een zaal zo snel zien leegstromen. Achter ons stond Herman Brood met zijn band al klaar om het van ons over te nemen.” Blijkbaar is het topbiograaf en tophistoricus Patrick van den Hanenberg maar ook zijn topredacteur bij zijn topuitgeverij ontgaan dat Herman Brood een jaar eerder op 11 juli 2001 van het Amsterdamse Hilton Hotel zijn dood tegemoet sprong.
U begrijpt dat we met deze biografie van Maarten van Roozendaal ‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’ goud in handen hebben. Je mag betwijfelen of het net zo’n meesterwerk zou zijn geweest zonder diverse zakken subsidie.
Nee, even serieus: laten we hopen dat docent geschiedenis Patrick van den Hanenberg inmiddels met pensioen is gegaan en van een welverdiende rustige oude dag kan genieten te midden van andere alzheimerpatiënten in het een of andere rusthuis voor ouden van dagen. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar heeft met dit boek zijn goede naam te grabbel gegooid. De bazen van het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten mogen van mij hun geld terugvragen van Patrick van den Hanenberg. Kopers van dit boek kunnen zonder enig probleem het geld dat ze hebben uitgegeven aan dit historische prulwerk van hun boekhandelaar terugkrijgen. Laat alle bibliotheken in Nederland en België ‘Het leven heeft geen zin, maar ik wel’ uit hun schappen verwijderen.
Gelukkig hoeft Maarten van Roozendaal deze biografie nooit te lezen. Lieve lezers, je zou om dit alles kunnen lachen als het niet zo verschrikkelijk treurig was. Laat ik eindigen met enkele woorden uit Maarten van Roozendaal’s prachtlied “Verdriet en Vreugde”: “… tranen van verdriet en vreugde zijn uiteindelijk even nat”.

Om allerlei redenen kunnen mensen die niet meer kunnen werken een beroep doen op de een of andere uitkering. Dat kan een bijstandsuitkering zijn, maar ook komt het voor dat mensen voor korte of langere tijd werkloos of arbeidsongeschikt worden en maandelijks een hoger bedrag dan dat van een bijstandsuitkering uitgekeerd krijgen, omdat ze bijvoorbeeld lange tijd een baan met een relatief hoog inkomen hebben gehad. Voorwaarden voor het krijgen van zo’n uitkering en de duur daarvan zijn van allerlei omstandigheden afhankelijk.
Daarnaast bestaat er in Nederland een veel grotere groep mensen die wel werkt, maar te weinig verdient om hun huur of zorgverzekering (volledig) te kunnen betalen. Voor leden van die groep bestaan er huur- en zorgtoeslag.
Dit betekent dat dat de Nederlandse overheid al sinds jaar en dag een sociaal vangnet heeft gecreëerd om burgers te behoeden voor een al te grote inkomensval, armoede, of erger: huisuitzetting en dakloosheid. De sterkte van dat sociale vangnet is door de jaren heen danig aangetast door de respectievelijke neo-liberale kabinetten die Nederland al sinds tientallen jaren regeren: uitkeringen werden lager, de geldende voorwaarden die golden voor het krijgen van een uitkering werden steeds verder aangescherpt, net zoals de duur van het krijgen van een uitkering. De reden achter deze trend was dat het mensen zou aansporen om toch weer de arbeidsmarkt te gaan betreden, maar voor een grote groep mensen die echt nooit meer konden werken betekende het beleid van deze kabinetten dat ze steeds armer werden en sociaal geïsoleerder.
Maar de overheid doet veel meer met uw belastinggeld dan het in stand houden van een al of niet acceptabel sociaal vangnet. Veel overheidsgeld gaat naar onderwijs, zorg en defensie. Ook geeft de overheid jaarlijks ongeveer 3,5 miljard euro uit aan kinderbijslag; het komt er simpel gezegd op neer dat iedereen in Nederland met kinderen onder de 18 jaar elk kwartaal per kind recht heeft op een bepaald bedrag aan kinderbijslag. De hoogte van het bedrag dat wordt uitgekeerd is afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en de hoeveelheid kinderen per ouder of gezin.
Op zich is kinderbijslag een mooie gift van de overheid aan ouders met kinderen, maar toch wringt de schoen bij de manier waarop de kinderbijslag wordt uitgekeerd en verdeeld over de burgers met kinderen. Ten eerste is het zo dat het bedrag dat aan kinderbijslag wordt uitgekeerd in de praktijk niet genoeg is om een kind volledig te kunnen onderhouden. Daarnaast is het zo dat het niet uitmaakt wat het inkomen van de ouders/verzorgers is bij het uitkeren van de kinderbijslag. Alle ouders, rijk of arm, krijgen elk kwartaal volgens dezelfde regels een bedrag aan kinderbijslag uitgekeerd. Anders gezegd; een bijstandsmoeder krijgt niet meer kinderbijslag dan een miljardair. En daar zou iets aan veranderd moeten worden.
Zou het niet veel rechtvaardiger zijn als ouders met weinig geld meer kinderbijslag krijgen dan ouders met veel geld? Voor een miljardair zijn een paar duizend euro aan kinderbijslag per jaar relatief gezien overbodig. De miljardair zal ook zonder het krijgen van kinderbijslag zonder enige moeite zijn of haar kind zonder enige financiële restricties kunnen opvoeden en deel laten nemen aan sportclub of muziekschool. Dit laatst geldt niet voor de armste mensen van onze samenleving. De kans is groot dat bijvoorbeeld een bijstandsmoeder haar kind niet naar een sportclub, muziekschool e.d. kan laten gaan, laat staan een peperdure elektrische fiets voor haar kind kan kopen als het kind chronisch ziek is en bovendien ver van school woont.
De oplossing is eenvoudig: laten we een inkomensafhankelijk stelsel van kinderbijslag invoeren. Mensen met kinderen die het geld niet nodig hebben krijgen minder of niets en mensen met kinderen die het geld wel nodig hebben krijgen meer. Alleen op die manier kan een onbezorgde jeugd van al onze kinderen, waarbij ze bovendien de ruimte krijgen om hun talenten te ontwikkelen, gewaarborgd worden.



Je zou denken dat een publicerend schrijver automatisch zijn naaste familieleden en vrienden tot zijn grootste bewonderaars kan rekenen. Niets blijkt echter minder waar: sommige familieleden blijken je boek het product van een “immorele fantast” te vinden en je meeste vrienden nemen zelden of nooit een boek ter hand en maken voor jou geen uitzondering.
Des te leuker is het daarom als enthousiaste lezers de moeite nemen om je te complimenteren met je werk, via mail, sociale media of in het echt. Zo werd ik enkele weken na de publicatie van mijn in november 2018 verschenen debuutroman ‘Kathmandu Hipsters’ op straat aangesproken door een mij onbekende lezer, die mij dolenthousiast bedankte voor mijn “superspannende en hilarische” boek ‘Kathmandu Hipsters’. Nog dezelfde dag stuurde deze lezer mij een vriendschapsverzoek op Facebook en ging hij mij volgen op Twitter.
Enkele maanden na de publicatie van mijn verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ (september 2019) werd ik uitgenodigd door een tien vrouwen tellende leesclub uit Castricum. Zij hadden de woonkamer versierd met talloze papieren rode hartjes en memoblaadjes met daarop citaten uit de bundel. Verder vroegen ze mij bijna letterlijk het hemd van het lijf. Een avond om niet te vergeten.
Elke ochtend sta ik om vijf uur op om vervolgens onder het genot van sterke koffie en een fruitsalade op mijn smartphone de waan van de dag door te nemen: nieuws, mail, sociale media etc. Vanmorgen werd ik aangenaam verrast door een lezer van ‘Kathmandu Hipsters’ die mij onderstaande foto stuurde met de volgende begeleidende tekst: “Hey Peter, alles goed? Ik kwam toevallig een foto tegen van Kathmandu in de jaren 60. En dacht aan jou. Groetjes D.”
