
Aangezien ik in 1965 geboren ben, kan ik mij de dag dat Elvis Presley getroffen werd door een fatale hartaanval goed herinneren. Zittend op het toilet, gelegen op de eerste verdieping van zijn landgoed Graceland, net buiten Memphis, Tennessee, satijnen goudkleurige pyjamabroek op de enkels, de lawine aan stront (het resultaat van het consumeren van de 22 cheeseburgers de avond ervoor) uit zijn aars persend, verwisselde The King of rock ’n roll het tijdelijke voor het eeuwige.
In de zomer van 1993 maakte ik voor het eerst een rondreis door de VS. Inmiddels gefascineerd geraakt door de publieke zelfdestructie waaraan Elvis zich in de jaren voor zijn dood had overgegeven, was een bezoek aan het graf van Elvis voor mij verplichte kost.
