Media

Na het gedrukte en gekochte boek met handtekening en opdracht bij de presentatie kwam enkele maanden later het bibliotheekboek; bijna 100 exemplaren in het land, het boek wordt sindsdien ongeveer 94 keer per maand geleend en soms krijg ik lieve reacties van de lezers van mijn bibliotheekboeken per mail of anderszins. Per geleend bibliotheekboek krijg ik een vergoeding van 0,14 eurocent bruto.
Sinds kort is eindelijk de e-bookversie van ‘Khatmandu Hipsters’ verkrijgbaar en het regent opeens reacties van e-readers. Die mensen hebben bewust gewacht op de e-versie van KH en die groep gaat nu pas los op het boek, een boek dat ik al in november 2018 publiceerde. Niet doorvertellen, maar ik heb KH inmiddels gestuurd naar de beste en meest invloedrijke vertaler van Nederlandse boeken in het Duits: Rainer Kersten woonachtig in Berlijn, kluizenaar en vertaler van onder andere Pieter Waterdrinker en Arnon Grunberg. Hij heeft mij beloofd het boek te gaan lezen. Wordt vervolgd? Ik zou graag de Duitse markt penetreren.
Ik kwam vandaag deze tweet tegen op Twitter over Kathmandu Hipsters:
Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon

Hoe ik stinkend rijk en ongelukkig werd

Ik heb ooit een keer voor een weddenschap met mijn toenmalige vriendin (de inzet was een biertje) in café Bolle Jan aan de Korte Reguliersdwarsstraat 3 in de Amsterdamse Jordaan de portemonnee van Willem Holleeder genakt. Nu snap ik ook niet meer hoe ik zo stom heb kunnen zijn, maar ik was zo ontzettend verliefd op mijn toenmalige vriendin! Ik was tot alles in staat geweest.
De volgende dag was Willem Holleeder er achtergekomen dat ik in het bezit was van zijn portemonnee en kon ik nog net op tijd door een speciale afdeling van de AIVD naar de Verenigde Staten worden gevlogen om liquidatie door de matties van Holleeder te voorkomen.
Mijn vriendin liet me in de steek; ze had altijd al een hekel aan Amerika gehad en was niet bereid om met mij mee te gaan. Bovendien was ze al snel na mijn vertrek naar de VS op een andere veelbelovende schrijver verliefd geworden. Zijn naam ben ik even kwijt.
In de VS heb ik drie jaar lang ondergedoken gezeten in het Plaza Hotel, 768 Fifth Avenue, aan het Central Park in New York. En geloof me, dat klinkt veel leuker dan het was. Wat heb je aan gouden kranen in je badkamer als je niet vrij bent? Niets. Bovendien bevond de Trump Tower zich om de hoek van het Plaza Hotel, zodat ik vanuit mijn hotelkamer bijna dagelijks die met oranje foundation geschminkte clown Donald Trump zijn toren in en uit zag komen.
Later heb ik alsnog wraak kunnen nemen op Willem Holleeder voor mijn onvrijwillige gevangenschap in het Plaza Hotel in New York door in opdracht van uitgeverij Lebowski als ghostwriter achtereenvolgens de boeken “Judas”, “Dagboek van een getuige” en “Familiegeheimen” van zijn zus Astrid Holleeder te schrijven, waar ik toch mooi per boek een ton of drie zwart aan overgehouden heb.
Mijn vriendin was ik echter kwijt. Ik was stinkend rijk en doodongelukkig
Voor alle mannen die dit toevallig lezen: Doe mij niet na! Bezint eer ge begint und so weiter. En dat voor een biertje! De snelle wereld van de glamour en de glitter lijkt veel mooier dan dat hij in werkelijkheid is. Je kunt beter voor 4 euro per uur bij de Aldi vakken vullen dan het leven vol paranoia en stress leiden dat ik geleefd heb en nog steeds moet leven.
Zelfs als ik ga zwemmen in mijn zwembad in de vorm van een hartje en met de oppervlakte van een voetbalveld laat ik me voortdurend omringen door bodyguards. Ik slaap met een pistool onder mijn kussen en slaap bovendien altijd licht, slecht en kort.
En dan te bedenken dat ik gisteren een contract heb getekend met uitgeverij Prometheus om als ghostwriter de memoires van de ex-vriend van Mark Rutte, Jort Kelder, te gaan schrijven. Voor vier ton zwart: “Hoe ik uit de Kelder kwam.”
Als je eenmaal in het criminele wereldje zit, is het bijna geen doen om er weer uit te komen. De luxe die dat leven met zich meebrengt is tof, maar elke dag een leugen moeten leven is niets voor mij. Als ik dat had gewild was ik wel politicus geworden.
Tegenwoordig resideer ik zwaar bewaakt in het meest luxueuze hotel van Las Vegas, het Ceasars Palace, 3570 South Las Vegas Boulevard in de Amerikaanse staat Nevada. Het heeft geen zin om mij daar te komen opzoeken, want ik verblijf daar niet onder mijn eigen naam en word bovendien niet in het gastenboek vermeld. Ik vind het hartstikke tof dat Lil’ Kleine elke vrijdagavond met zijn posse in mijn penthouse in het Caesars Palace komt optreden en dat Kluun & Giphart minimaal één keer in de maand komen bieren, maar het blijft een schrale troost als je voortdurend ondergedoken zit en geen vooruitzicht hebt ooit nog een normaal leven te kunnen leiden.
Probeer dus nooit je vriend of vriendin te overreden om dingen te doen die hij of zij eigenlijk niet wil doen. Ik ben het (nog) levende bewijs dat zoiets goed fout kan uitpakken.

Opnieuw opgejaagd door paparazzi

Na een afwezigheid van ongeveer twee decennia zijn ze weer in mijn leven verschenen: de paparazzi.  

Zoals veel van mijn lezers weten was ik in de jaren negentig van de twintigste eeuw wereldberoemd in Bulgarije, eerst als wielrenner en daarna ook als succesvol schrijver van de roman “De Straf van Veger”, “Наказанието на Вегер” in het Bulgaars. Overigens zal mijn Bulgaarse roman, gezien de enorme vraag onder de lezers van mijn in Nederland verschenen roman ‘Kathmandu Hipsters’ (2018) en de verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ (2019), ergens in de komende jaren in het Nederlands verschijnen.  

Het feit dat ik in Bulgarije op een gegeven moment niet meer ongestoord de straat op kon gaan deed mij besluiten naar het Italiaanse Toscane te verhuizen, waar niemand mij kende.  

De foto’s bij dit stukje zijn overgenomen uit het grootste roddelblad van Nederland. Ze moeten een kleine twee weken geleden genomen zijn, vlak na een zakelijke afspraak in Alkmaar. Boven het bij de foto’s gevoegde artikel stond: “Schrijver Peter Mabelus ontslagen uit afkickkliniek!” Let vooral op dat uitroepteken. Alsof het wereldnieuws betrof.  

Nu wil het toeval dat mijn zakelijke afspraak in Alkmaar toevallig op twee panden afstand van de afkickkliniek “Brijder” plaats had gevonden. De foto’s moeten genomen zijn terwijl ik terugliep naar mijn nabij geparkeerde auto. 

Ik kan op het graf van mijn moeder zweren dat ik in mijn leven nooit gerookt heb en ook nooit alcohol heb gedronken. Laat staan dat ik ooit drugs zou hebben gebruikt. Geloof dus vooral niet alles wat je over mij leest. 

Laat ik volkomen eerlijk zijn: één keer in mijn leven heb ik een trek van een joint genomen, maar toen heb ik niet geïnhaleerd.  

Conceptvoorstel coronawet kabinet is broddelwerk van de bovenste plank

Het conceptvoorstel voor de speciale coronawet, zoals die door het kabinet naar buiten is gebracht en op 1 juli van kracht moet worden, ligt zwaar onder vuur.  

Het mag ironisch genoemd worden dat juist de linkse partijen in het parlement met de hardste kritiek op het conceptvoorstel komen. Een conceptvoorstel dat de macht van de overheid om in te grijpen op alle vlakken van de maatschappij sterk vergroot.  

Het is bizar dat alle partijen die het felst het neo-liberalisme aanhangen, waarbij we juist met een terugtredende overheid en deregulering te maken hebben, het meest voelen voor een coronawet waarbij we, volgens Willem Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, “terug lijken te gaan naar de regeerperiode van koopman-koning Willem I (1815-1840)” (in de Volkskrant van 10 juni jl.). 

Wie was Koning Willem I ook alweer? Hij was een autoritair regerende vorst, die per decreet regeerde, zelf zijn kabinetten samenstelde en het parlement herhaaldelijk naar huis stuurde als het parlement het niet eens was met zijn besluiten.  

Willem I investeerde veel in de infrastructuur van Nederland en was indirect verantwoordelijk voor het zogeheten Cultuurstelsel in Nederlands-Indië, waarbij met name de Javaanse boeren minimaal twintig procent van hun landbouwopbrengsten aan de Nederlandse staat moesten overdragen in ruil voor het gebruik van “Nederlandse grond”. Hoe gelukkig de Javaanse bevolking werd van het Cultuurstelsel, waarbij de lokale bevolking gigantisch werd uitgebuit, valt onder andere te lezen in een van de grootste klassiekers van de Nederlandse literatuur, de ‘Max Havelaar’ van Multatuli.  

Willem I zorgde er overigens voor dat hij aandelen had in al de hierboven genoemde projecten en zag zijn persoonlijk vermogen tijdens zijn regeerperiode van 10 miljoen tot 200 miljoen gulden groeien. Maar hoe ons Koninklijk Huis zichzelf al eeuwen verrijkt is een ander verhaal. 

In het conceptvoorstel, zoals dat er nu ligt, mogen ministers per ministeriële regeling evenementen weigeren, samenscholingen op plekken verbieden, het openbaar vervoer platleggen en naar believen scholen sluiten. Het parlement wordt min of meer buitenspel gezet: pas nadat een regeling in werking is getreden gaat deze naar Tweede en Eerste Kamer. In een gezond functionerende democratie bepaalt het parlement en niet het kabinet. 

Het conceptvoorstel voor de speciale coronawet grijpt diep in op grondrechten als het recht op vereniging, vergadering en demonstratie en dat is onaanvaardbaar. 

Zoals u misschien nog wel weet uit de tijd dat u in de schoolbanken zat mogen zowel kabinet als Tweede Kamer met wetsvoorstellen komen. In de praktijk worden de meeste wetten ontworpen door gespecialiseerde ambtenaren in Den Haag, die vaak tientallen jaren, de meeste dagen van de week, een van de enorme kantoorkolossen bevolken, die al van tientallen kilometers afstand te zien zijn, als u bijvoorbeeld met de auto besluit naar de Hofstad af te reizen. Specialisten die broddelwerk leveren zijn weinig vertrouwenwekkend. 

Het conceptvoorstel voor de coronawet ligt niet alleen onder vuur van linkse partijen als de SP, PvdA en GroenLinks en de academische wereld; ook De Raad van State, die tot taak heeft kabinet en parlement te adviseren over nieuwe wetgeving, vindt dat “een solide juridische basis ontbreekt voor het inperken van grondrechten”. Dezelfde zorgen werden afgelopen week geuit door de Nederlandse Orde van Advocaten en de Nationale Ombudsman. 

Een conceptvoorstel voor een coronawet dat op zo weinig maatschappelijke steun kan rekenen kan alleen maar broddelwerk van de bovenste plank genoemd worden. Het is zeer twijfelachtig of onze gespecialiseerde ambtenaren in Den Haag binnen korte tijd met een acceptabel conceptvoorstel voor de coronawet komen. 

 

De varkensflat is de woning van de toekomst

Ouder worden heeft ontzettend veel voordelen. Nu Ik de vijftig ruimschoots ben gepasseerd ben ik in het bezit van een dikke pens, een kunstgebit en mijn kapsel lijkt op een versleten vogelnestje. Nu even minder cynisch: mijn koophuis is voor het grootste deel afbetaald en door de jaren heen in waarde drie keer over de kop gegaan, mijn derde vrouw ziet er best leuk uit voor een vrouw van in de veertig en de vijf kinderen uit mijn twee vorige huwelijken zijn inmiddels allemaal min of meer zelfstandig, hebben een fatsoenlijke baan of studeren eindelijk op hun eigen kosten. De jaren dat mijn halve salaris opging aan de hedonistische levensstijl van een handvol pubers die te lui was om te werken ligt gelukkig achter mij.  

De grootste voordelen van ouder worden zijn, wat ik zou willen noemen, de voortschrijdende wijsheid, kennis en levenservaring die mijn levenspad sieren. Zo hoorde ik als puber al extreemrechtse politici roepen dat “Nederland vol is”. Daarmee werd vooral bedoeld dat immigranten buiten de grenzen moesten worden gehouden, omdat ze er achterlijke godsdiensten en vrouwonvriendelijke middeleeuwse leefgewoonten op nahielden, maar vooral dat ze onze huizen, banen en vrouwen zouden afpakken.  

Ik begreep destijds nooit iets van die uitspraak. Als ik op weg naar mijn grootouders, onderweg van Alkmaar naar Goes, vanaf de achterbank van de auto van mijn ouders naar buiten keek, zag ik onderweg vooral heel veel praktisch lege weilanden met daarin hier en daar grazende koeien en paarden. “Hoezo is Nederland vol?” dacht ik dan. Aan de horizon was regelmatig de torenspits van een kerk te zien. De kerken liepen overigens vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw massaal leeg. In die kerken kon het dus ook onmogelijk “vol” zijn.  

Dan te bedenken dat Nederland veertig jaar geleden slechts 14,1 miljoen inwoners telde, tegen 17,4 miljoen inwoners vandaag de dag. Het aantal huishoudens steeg in deze periode volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek, vooral door de alsmaar toenemende individualisering, van ongeveer 4 miljoen in 1980 naar een kleine 8 miljoen nu. Bijna een verdubbeling in veertig jaar tijd. 

In het jaarlijkse rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat deze week verscheen valt te lezen dat er de komende tien jaar nog eens 845.000 woningen bij moeten komen om te voorkomen dat het woningtekort verder oploopt: “Er is nu een tekort van 331.000 huizen, 4,2%van de woningvoorraad. Het doel is om dit te verkleinen naar 2% in 2035. Dat jaar telt Nederland vermoedelijk ongeveer 18,8 miljoen inwoners, dus de vraag naar woningen zal verder stijgen.”  

Ondertussen slaagt men er dit jaar en de komende jaren niet in om aan de jaarlijks gewenste hoeveelheid nieuwbouwwoningen te komen. Redenen hiervoor zijn onder andere de steeds strengere milieueisen waaraan de nieuwe woningen moeten voldoen, alsmede de nieuwe economische crisis als gevolg van het coronavirus. 

Er blijft hoop voor mensen zonder fatsoenlijke woning. Net zoals veel kerken inmiddels zijn omgetoverd tot multi-functionele kantoorruimten kunnen we ook profiteren van het feit dat er steeds minder vlees gegeten wordt in Nederland. Op dit moment telt Nederland nog ruim twaalf miljoen varkens, waarvan de meesten in varkensflats in Noord-Brabant “wonen”. Het is niet ondenkbaar dat over een paar jaar vele duizenden inwoners van Nederland zullen vechten om een penthouse in een voormalige varkensflat. Dan is het probleem van de woningnood in het steeds vollere Nederland eindelijk opgelost. 

“De varkensflat is de woning van de toekomst” stond op 18 juni 2020 als eerste op hoemannendenken.nl, de enige site vóór vrouwen, dóór mannen.

“What doesn’t kill you simply makes you stranger,” of “De kracht van persiflage” 

What Doesn't Kill You Simply Makes You Stranger...

Jaren voordat ik filosofie ging studeren kwam ik met enige regelmaat de uitspraak “What doesn’t kill you makes you stronger” tegen. De betekenis van deze uitspraak leek mij niet erg ingewikkeld: elke vorm van tegenslag, die je niet het leven kost, zal uiteindelijk tot loutering en eventueel ook meer inzicht en wijsheid kunnen leiden.

Dit mag in veel opzichten het geval zijn; bij het genezen van een ernstige ziekte, het overleven van een vliegramp, of het overkomen van liefdesverdriet nadat een nymfomane “femme fatale” je in de steek heeft gelaten. “What doesn’t kill you makes you stronger” kan echter geen feit genoemd worden en is in essentie niet meer dan een loze kreet.

Stel dat je om wat voor reden dan ook op een zeker moment van je zicht, gehoor, smaak en reuk wordt beroofd. Laten we er voor de duidelijkheid van mijn betoog ook maar van uitgaan dat al je ledematen worden geamputeerd en al je vrienden en familie worden vermoord. Het mag duidelijk zijn dat je nog leeft, maar of je van al de doorstane ellende sterker geworden bent is zeer de vraag.

Tijdens mijn studie filosofie kwam ik erachter dat de uitspraak “What doesn’t kill you makes you stronger” aan de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844-1900) wordt toegeschreven: “Was mich nicht umbringt, macht mich stärker,” (in zijn “Götzen-Dämmerung – oder – Wie man mit dem Hammer philosophirt (Afgodenschemering), Leipzig: Verlag von C. G. Neumann, 1889, Sprüche und Pfeile). In zijn autobiografische boek “Ecce homo” (ook verschenen in 1889) licht Nietzsche zijn uitspraak toe: “De mens bedenkt remedies voor verwondingen; hij weet hoe hij ernstige ongevallen in zijn eigen voordeel kan omzetten; dat wat hem niet doodt, maakt hem sterker.” Zoals ik hierboven uiteengezet heb is deze toelichting van Nietzsche op geen enkele manier overtuigend te noemen.

Met de magere uitleg van Nietzsche zelf zou je de discussie over de betekenis van een van de meest uitgekauwde clichés van de laatste 120 jaar als afgesloten kunnen beschouwen.

In 2008 kwam Christopher Nolan’s bioscoopfilm “The Dark Knight” uit, het tweede deel van Nolan’s Batman-trilogie. In “The Dark Knight” wordt het demonische clownspersonage “The Joker,” die je met een gerust hart de personificatie van het kwaad en de chaos kunt omschrijven, gespeeld door de Australische acteur Heath Ledger (1979-2008).

De film is nog maar enkele minuten bezig als “The Joker” tijdens een bankoverval in het hart van Gotham City één voor één zijn medeclowns neerschiet, waarop de bankdirecteur, die uitgeschakeld en in doodsangst op de grond ligt, aan “The Joker” vraagt waar hij in gelooft. “The Joker” stopt een granaat in de mond van de bankdirecteur onder het uitspreken van de woorden: “What doesn’t kill you simply makes you stranger.” Aan de pin van de granaat is een paarse draad bevestigd die vastzit aan het colbert van “The Joker”. “The Joker” loopt weg van de bankdirecteur, stapt in een schoolbus met daarin de buit van de bankoverval en rijdt weg. Vanzelfsprekend wordt op hetzelfde moment de pin uit de granaat getrokken die zich in de mond van de in totale paniek verkerende bankdirecteur bevindt. De granaat ontploft echter niet; er spuit slechts roodkleurige rook uit de granaat. Einde scène. De vraag is of je na een dergelijke traumatische gebeurtenis “stronger” of “stranger” wordt.

Wat mij betreft is deze uitwerking van de persiflage op de uitspraak van Nietzsche heel wat filosofischer van aard dan de woorden van Nietzsche zelf.

Jan Wolkers in het Amerikaans is fantastisch!

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Laatst las ik de in 2017 verschenen nieuwe Engelse, of ik kan beter zeggen Amerikaanse, vertaling van Jan Wolkers’ roman ‘Turks Fruit’ (1969), door de Amerikaanse vertaler Sam Garrett. In de Verenigde Staten werd ‘Turkish Delight’ uitgegeven door Tin House Books/Portland, Oregon & Brooklyn, New York. Te koop voor $ 15.95.

Het is een schitterende vertaling geworden, waarbij het soms lijkt of je in het beste werk van de door Jan Wolkers zelf zo bewonderde Amerikaanse schrijver Raymond Chandler terecht bent gekomen. Oordeel zelf:

Eerst het begin van het eerste hoofdstuk van ‘Turks Fruit’, ‘Een scheerpan vol lof’ in vertrouwde taal:

“Ik was aardig in de rotzooi terechtgekomen nadat ze bij me weggegaan was. Ik werkte niet meer, ik at niet meer. Ik lag de hele dag tussen mijn vuile lakens en plakte foto’s en naaktfoto’s van haar vlak bij mijn gezicht zodat ik op den duur haar dik onder de rimmel zittende oogharen dacht te zien bewegen als ik me aftrok. En haar lippen vol te zien worden en vochtig naar buiten gekruld, en de geluiden te horen als ze klaarkwam, heftig als in het begin, toen ze nog niet geleerd had het genot voor zichzelf en mij te houden maar het wel de hele wereld in wilde schreeuwen, waardoor een buurvrouw aan haar vroeg: ‘Wat doet hij toch met je?’ En een buurman tegen mij zei: ‘Het lijkt wel of jullie een nest jonge honden in huis hebben.”

Dezelfde tekst in de vertaling van Sam Garrett. Het eerste hoofdstuk heet nu ‘A Shaving Pan Full of Chicory’:

“I was way down in the dumps after she left me. I stopped working, I stopped eating. I spent all day between my filthy sheets and glued nude photos of her up close to my face at the head of the bed, so after a while I started thinking I could see her thick-mascaraed lashes quiver when I jerked off. And see her lips swell and part, and hear the sounds she made when she came, wild like in the beginning, before she learned to keep the pleasure to herself and to us but just screamed it out for all the world to hear, so that a neighbor lady once asked her: ‘What’s he do to you, anyway?’ And the guy next door said: ‘It sounds like you two are running a puppy farm in there.’

Hoe mijn romanpersonage John West alle coronaregels aan zijn laars lapt!

In november komt mijn nieuwe literaire thriller ‘John West en de gestolen Picasso’ uit. Tot mijn verbijstering blijkt dit personage, in mijn roman een privé-detective, afgelopen weekeinde in de gedaante van een tweederangs volkszanger het landelijke nieuws te hebben gehaald. Tijdens een optreden van John West in een Van der Valk-hotel in Tiel werd massaal de anderhalve meter maatregel genegeerd. Groot nieuws voor intellectuele media als De Telegraaf, RTL-Boulevard en Shownieuws.
Die John West toch. Straks wordt er nog vis uit blik naar hem vernoemd.
Bizar: massaal feest bij Van der Valk gefilmd

We vergeten Mathieu niet

Lieve Mathieu. Je hebt jouw sporen nagelaten. Niemand van ons zou hier vandaag geweest zijn als jij niet geboren was op 22 september 1966. Niemand van ons zou hier vandaag geweest zijn als jij op maandagmiddag 5 juni 2017 niet een daad had verricht waarvan de consequentie het tegenovergestelde was van wat je altijd hebt gedaan: leven. Maar wij zijn hier vooral bij elkaar omdat je op een gegeven moment in ons leven bent verschenen. 

Je leefde met een mateloze levenslust, een tomeloze energie en een niet te bevredigen nieuwsgierigheid. Of het nu ging om muziek, literatuur, beeldende kunst, politiek, geschiedenis, filosofie, het ontmoeten van nieuwe mensen of het reizen naar nieuwe landen op onze prachtige aarde, je leefde met een intensiteit alsof jouw leven ervan afhing. 

Het leven was voor jou een magisch spel met onbegrensde mogelijkheden, waarbij je bereid was om veel grenzen op te zoeken, en nog liever, grenzen te overschrijden. Je leefde vaak met de intensiteit van een komeet die voorbijvliegt. Jouw tempo was niet voor iedereen te volgen. Veel mensen liet je met een open mond van verbazing achter om ze vervolgens weer bij de hand te nemen en te laten delen in al het moois dat je op jouw levensweg tegenkwam. 

Je was een enthousiasmerende charmeur. Zorg voor anderen was voor jou een vanzelfsprekendheid. Jouw behoefte om gekend en gezien te worden was groot. Jij zette het leven het liefst naar jouw hand. En het leek of zelfs muziekinstrumenten waar je nog nooit op gespeeld had openstonden voor jouw enthousiasme. Jij kon je zonder een spoor van schaamte op een piano of gitaar storten om daar vervolgens binnen enkele minuten mooie geluiden aan te ontfutselen. Alleen het feit dat je niet kon zingen moet je weerhouden hebben om een zangcarrière na te streven. 

Je had vrienden over de hele wereld en in je meest wilde jaren in elk stadje een ander schatje. Jouw lach was nooit ver weg. Het leven was toch een spel met onbegrensde mogelijkheden? 

In de herfst van 2014 verloor je de macht over het stuur van jouw leven. Je was de regie kwijt en moest in wilde en blinde paniek toezien hoe je steeds verder van het juiste pad werd gesleurd. Jouw val leek eindeloos te duren en niemand was in staat om zijn handen naar je uit te strekken en je te redden. Je kon jezelf niet helpen. Wij konden jou niet helpen. 

Na een dollemansrit die bijna twee jaar duurde zag je tot jouw grote opluchting de weg die jij verlaten had weer voor je opdoemen. De redding leek nabij. Een opening naar de toekomst werd zichtbaar. Je deed er alles aan om weer op het juiste spoor te komen. Er was uitzicht op herstel en jouw handen klemden zich om het stuur van jouw leven met een wilskracht waarvan je niet meer wist dat je die nog in je had. De juiste weg kwam dichter en dichterbij. De liefde kwam terug in jouw leven in de persoon van Radia. Jouw levenslange wens om vader te worden kreeg gestalte. Jullie dochter Mara werd geboren. Maar je wantrouwde de nieuwe mogelijkheden die het leven je bood. Je durfde bijna niet te geloven dat je na een jarenlange ontsporing de controle terugkreeg over jouw leven. Je wantrouwde de redding die zo nabij leek. Was je onderweg naar beneden niet te veel beschadigd? En had je zelf niet te veel stuk gemaakt? Was geluk nog voor je weggelegd? 

Je twijfelde of je de nieuw verworven verantwoordelijkheid wel aan zou kunnen. Het juiste pad kwam nog steeds dichter en dichterbij en jouw handen klemden zich vastberaden om het stuur van jouw leven tot jouw knokkels er wit van werden. Verloren gewaande vriendschappen en familiebanden werden nieuw leven ingeblazen en de handen die lange tijd machteloos naar je uitgestoken waren geweest konden je eindelijk weer bereiken. Je kwam voor iedereen die van je hield langzaam, beetje voor beetje, dichtbij genoeg om weer een helpende hand te kunnen bieden. Onzeker en bang probeerde je de helpende handen te pakken die je werden aangereikt. Was redding echt nabij? Kon je geloven wat je zag? 

Er leek sprake te zijn van een nieuwe toekomst met onbegrensde mogelijkheden. Maar vlak voordat je vaste grond onder je voeten bereikte gebeurde waar jijzelf en iedereen die van je houdt al die tijd bang voor was geweest: Je werd uit jouw nieuw herwonnen wankele evenwicht geslagen en verloor in één moment alles wat zo dichtbij had geleken. 

Machteloos moest je je overgeven aan het grote Niets waar verlangens en pijn niet meer bestaan. En iedereen die je had willen helpen redden was met stomheid geslagen. Je was in een vrije val beland en al onze armen bij elkaar waren niet in staat om nog langer te kunnen handelen. Niemand kan de zwaartekracht trotseren. Niemand is sneller dan het licht. 

We kijken met een verdoofd gevoel naar de sporen die je hebt nagelaten. Onuitwisbare sporen die een leegte en stilte achterlaten die alleen te vullen is met eindeloos veel herinneringen aan een komeet die voorbij gevlogen is. 

Vroeger noemden mensen een komeet een vallende ster. Wij zijn allemaal bedekt met de sterrenstof van jou. En ik weet zeker dat niemand de behoefte voelt om jouw sterrenstof van zich af te kloppen. 

Een week voor jouw dood spraken we elkaar voor de laatste keer. Jouw laatste woorden tegen mij waren: Peter, ik hou heel van jou. Mijn laatste woorden aan jou waren: Mathieu, ik hou ook heel veel van jou. Daarna verbraken wij de verbinding. Maar de verbinding die wij hier allemaal met jou voelen zal nooit verbroken worden. Mathieu, we houden allemaal heel veel van jou. Tot onze laatste snik. 

Boeken van Peter Mabelus eindelijk als e-boek verkrijgbaar!

Afbeeldingsresultaat voor kathmandu hipsters"

De pers over de literaire thriller ‘Kathmandu Hipsters’ (november 2018):

Pieter Waterdrinker: “Van harte aanbevolen!”

Mieke Wijnants: “Een onvervalste pageturner die een beroep doet op de spitsvondigheid van de lezer”

Mili van Veegh: “Het verhaal eindigt in een orgastische plot dat ik echt, maar dan ook echt niet, had zien aankomen”

Afbeelding kan het volgende bevatten: 2 mensen, tekst en buiten

De pers over de hartverscheurende verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ (september 2019):

NBD Biblion: “Mabelus is een woordkunstenaar van de puurste vorm”

Ema Sindelarova: “Mabelus maakt gretig gebruik van zijn eigen levenservaringen, voegt daar veel fantasie en kennis aan toe, kneedt dit geheel kundig tot een eenheid en voegt als specerijen de droge humor, absurdisme en cynisme toe”

Nathalie Lemaitre: “Het is een bundel die je leest. En herleest. En nogmaals herleest tot het boek uit elkaar valt, en je onmiddellijk een nieuw exemplaar gaat bestellen”

De titels ‘Kathmandu Hipsters’ en ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ zijn bij elke webshop voor slechts 8,95 euro verkrijgbaar.