Bij de 78ste geboortedag van Beatle George Harrison

Drie jaar geleden kwam ik er een dag te laat achter om een ode in woorden te brengen (je bent een taalkunstenaar of niet) aan de jongste gitarist van The Beatles George Harrison (1943-2001). Ik schreef op 26 februari 2018 het stukje ‘George Harrison, een dag te laat’. Bij het opstaan vanmorgen dacht ik: Dat zal mij niet nog eens gebeuren. Vandaar dat het stukje van drie jaar geleden vandaag een reprise krijgt:

‘George Harrison, een dag te laat’.

Zojuist kwam ik er inwendig vloekend achter dat ik gisteren de geboortedag van George Harrison – 25 februari 1943 – ben vergeten te herdenken op mijn website petermabelus.com. Toen ik vanmorgen surfend op internet een foto van George Harrison zocht waar geen copyright op rust las ik ergens dat George Harrison waarschijnlijk al op 24 februari geboren is! Dus een dag eerder dan de officiële datum, die in de miljoenen boeken over The Beatles vermeld staat. George Harrison is vlak voor middernacht op 24 februari 1943 geboren en per abuis kwam de dag van aanmelding bij de burgerlijke stand – de volgende dag in het door oorlog geteisterde Liverpool – in de boeken te staan. Wat dan nog? zul je denken en dat is eigenlijk terecht. Het maakt in feite weinig uit of ik een dag te laat ben met mijn tribute aan de jongste Beatle. Weet je wat? Fuck copyright. Ik plaats een foto boven mijn stukje die door George Harrison zelf gemaakt is, want George Harrison was naast een geweldige gitarist ook een geweldige fotograaf. Het lijkt mij sterk dat George daarboven in de hemel mij van broodroof zal beschuldigen. Enfin, deze is voor jou George. Ik zal je nooit vergeten.

En nu echt tot slot: de foto boven dit stukje is vanzelfsprekend niet door George Harrison zelf gemaakt, maar wel met één van zijn vele camera’s. Anders zou hij een onderwatercamera met selfie stick nodig hebben gehad om deze foto te kunnen maken en die bestonden nog niet in het jaar dat deze foto gemaakt is. Genoeg.

Lois Lane bestaat echt

Afbeeldingsresultaat voor lois lane

In 2012 viel de herfstvakantie in de Regio Noord pas in de laatste week van oktober. In heel West-Europa heersten haast zomerse temperaturen. Ik besloot ad hoc om een midweek vakantie naar de Belgische Ardennen te boeken. Mijn destijds achtjarige dochter Livia zou vanzelfsprekend meegaan. Ik huurde voor 250 euro een stacaravan op ‘Camping Petite Suisse’, in het gehucht Dochamps.

Sinds de dag dat mijn dochter als kleuter voor de eerste keer het nummer ‘It’s the first time’ van de Nederlandse popgroep Lois Lane uit de autoradio had horen knallen, was zij fan voor het leven. Ik vertelde haar dat ik op de avond van 13 december 1986 aanwezig was geweest bij de finale van ‘De Grote Prijs van Nederland’, in Paradiso, Amsterdam.

Die wedstrijd werd overigens niet door Lois Lane gewonnen, maar door het sinds lang vergeten bandje Longstoryshort. De beeldschone zussen Monique en Suzanne Klemann stalen met hun prachtige, harmonieuze stemmen echter de show en groeiden in de jaren daarna uit tot echte popsterren.

Livia vroeg mij wat de groepsnaam “Lois Lane” betekende. Ik legde haar uit dat Lois Lane een stripfiguur uit Amerika was en de vriendin van Superman. Ook vertelde ik haar dat Superman een strak blauw pakje en rood capeje droeg en over bovenmenselijke krachten beschikte. Zo kon hij bijvoorbeeld vliegen als een straaljager, als hij mensen in nood ging redden.

Het feit dat Superman het alter ego was van de journalist Clark Kent en dat Lois Lane in de strip een collega-journalist was van Clark Kent bij het fictieve dagblad de ‘Daily Planet’ liet ik maar buiten beschouwing. Een meisje van acht jaren oud heeft wel wat anders aan haar hoofd. Wel beloofde ik haar eens samen een Supermanstrip te gaan lezen.

Een schitterend hoofdstuk in het verhaal van de carrière van de popgroep Lois Lane is het feit dat de Amerikaanse wereldster Prince himself in de zomer van 1990 tijdens een eenzaam avondje zappen in zijn hotelkamer op MTV de videoclip van de single ‘I wanne be’ op zijn televisiescherm voorbij zag komen.

Diep onder de indruk van de performance van de zusjes Klemann nodigde hij Lois Lane binnen enkele dagen uit om het voorprogramma te verzorgen van zijn wereldtournee, die later dat jaar zou plaatsvinden. Een aanbod dat de zusjes Klemann onmogelijk konden weigeren.

Na afloop van de tournee bood Prince Lois Lane aan hun volgende album ‘Precious’ te produceren, wat onder meer leidde tot de totstandkoming van opwindende videoclips bij de van het album getrokken singles ‘Sex’ en ‘Qualified’.

Op de tweede dag van onze midweek vakantie maakten Livia en ik een wandeling door de bossen die ‘Camping Petite Suisse’ omringden. Tijdens die wandeling waren we een beetje verdwaald geraakt, waardoor de wandeltocht langer uitpakte dan gepland. Livia was bekaf op het moment dat we neerploften op de bank in onze stacaravan.

Er moesten nog boodschappen voor de avondmaaltijd worden gedaan. Eén blik op het vermoeide lijf van mijn dochter naast mij op de bank deed me beseffen dat ik het haar niet kon aandoen om direct na thuiskomst op strooptocht te gaan naar voedsel. In een folder die ik bij aankomst op de camping van de beheerder in de handen gedrukt had gekregen, las ik dat de dichtstbijzijnde supermarkt zich op zeven kilometer afstand van de camping in het dorp Manhay bevond.

‘Liefskie, vind je het een goed idee als ik even snel met de auto boodschappen ga doen voor het avondeten?’ vroeg ik aan Livia.

‘Kun je dat niet even alleen doen, pap.’ Met een dodelijk vermoeide blik in haar ogen keek ze me aan. ‘Dan kijk ik wel een film van Pippi Langkous op de laptop.’

‘Vind je het niet erg om even alleen te zijn? Ik ben niet lang weg.’

Terwijl ik dit laatste tegen haar zei, besefte ik dat het monster Marc Dutroux zich op niet al te verre afstand ergens in een gevangenis bevond en dat hij er al eens in geslaagd was om aan zijn bewakers te ontsnappen. Tegelijkertijd begreep ik dat het praktisch uitgesloten was dat hij er juist op deze zonnige dinsdag opnieuw in zou slagen te ontsnappen en de weg naar onze stacaravan zou vinden, precies in de tijd dat ik boodschappen in Manhay zou gaan doen en mijn dochter alleen “thuis” zou blijven.

Nadat ik Livia achter de laptop had geïnstalleerd en de deur van de stacaravan achter mij op slot had gedaan begaf ik mij met de auto naar de supermarkt in Manhay. Na een minuut of tien scheuren over slecht onderhouden binnenweggetjes parkeerde ik mijn auto naast een ‘Spar’, ter grootte van een ruime schuur.

Terwijl ik mijn winkelwagentje door de smalle paadjes van de supermarkt manoeuvreerde om zo snel mogelijk mijn karretje te vullen met voedingsmiddelen voor de avondmaaltijd, viel het mij op dat ik de enige klant in de supermarkt was. Binnen hooguit drie minuten had ik alles in mijn karretje gekieperd wat ik nodig had en haastte mij richting de kassa, waar een ietwat verlept uitziende, corpulente caissière van een jaar of zestig zich zat te vervelen.

Op het moment dat ik mij op twee meter afstand van de kassa bevond, stapten Monique en Suzanne Klemann al kletsend de winkel binnen. Ze vroegen aan de vrouw achter de kassa of ze batterijen verkocht. Ik voelde mij volkomen overvallen door hun plotselinge binnenkomst. Ik had de zingende zussen immers ruim een kwart eeuw niet in het echt gezien. Vanzelfsprekend had ik onmiddellijk spijt van het feit dat ik Livia niet had meegenomen om boodschappen te gaan doen. Zwijgend keek ik toe hoe de transactie van de idolen van mijn dochter voltooid werd en zelf aan de beurt zou zijn om mijn boodschappen af te rekenen. Vervolgens besefte ik met grote zekerheid dat ik het mezelf nooit zou kunnen vergeven als ik ze niet zou aanspreken.

Het interesseerde me plotseling niets dat beroemde mensen het vaak niet kunnen waarderen om op dagelijkse basis in het openbaar door wildvreemden te worden aangesproken. Inmiddels ben ik zelf wereldberoemd in Nederland en België als bestsellerauteur en ik moet eerlijk zeggen dat ik het bijna altijd een eer vind als mijn lezers mij waar dan ook aanspreken, zolang ze mij maar niet ongevraagd gaan betasten of midden in een gesprek storen als ik in gesprek ben met een journalist of groupie.

Op het moment dat Monique en Suzanne Klemann zich tegelijk een kwartslag richting uitgang van de supermarkt draaiden om het pand te verlaten stelde ik voor mijn gevoel een van de meest stompzinnige vragen die ik ooit in mijn leven aan iemand gesteld heb: ‘Jullie zijn toch Monique en Suzanne Klemann van Lois Lane?’

Overduidelijk verbaasd kijkend, draaiden de zussen zich tegelijk naar mij om, waarna op exact hetzelfde moment een glimlach op hun gezichten verscheen. Ik had geen tijd om mij voor joker te voelen staan achter mijn met boodschappen gevulde winkelwagentje.

‘Ja, hoezo?’ vroeg Monique Klemann aarzelend.

‘Mijn dochter Livia is jullie grootste fan. Wij staan hier vlakbij op de camping en ik zou het ontzettend leuk vinden om een handtekening van jullie aan haar te kunnen geven. Daar zouden jullie haar zielsgelukkig mee maken.’

Monique en Suzanne Klemann keken elkaar twee seconden vragend aan. Daarna reageerde Suzanne Klemann als eerste.

‘Natuurlijk! Wat ontzettend leuk om te horen dat je dochter een grote fan van ons is, want zo veel nieuwe muziek maken we de laatste tijd niet meer.’

‘En wat een prachtige naam, Livia,’ zei Monique Klemann.

Wat kon ik anders zeggen dan: ‘Dank je’?

‘Geen probleem,’ zei Suzanne Klemann. ‘Heb je pen en papier om een handtekening op te zetten?’ vroeg ze aan de licht bejaarde caissière.

Aan de blik van de vrouw achter de kassa was duidelijk te zien dat ze geen idee had wie ze voor zich had. Na een lichte aarzeling overhandigde ze Suzanne Klemann een ballpoint en een geelkleurig memoblaadje. Zij hield de pen in haar rechterhand en ik zag dat ze: “Voor Livia, onze grootste fan. Veel liefs, Suzanne”, met daaronder haar handtekening, op het memoblaadje schreef.

Met een brede lach op haar gezicht nam Monique Klemann de pen van haar zus over en schreef: “Voor Livia, my best friend. Liefs, Monique” op het memoblaadje, waarna ze ook een handtekening aan haar lieve woorden toevoegde.

Ik was niet alleen ontroerd door de woorden die Monique en Suzanne Klemann voor mijn dochter op het gele memoblaadje hadden geschreven maar ook omdat ik in de woorden “My best friend” de titel van een van de eerste singles van Lois Lane herkende.

Monique Klemann overhandigde mij het memoblaadje met daarop de handtekeningen en bleef aarzelend staan.

‘Je zei toch dat jij en Livia hier vlak bij op de camping staan?’

‘Dat klopt,’ zei ik. ‘Op ‘Camping Petite Suisse’, in Dochamps. Dat is hier om de hoek.’

Monique Klemann keek haar zus even onderzoekend aan, die een vragende blik op haar zus richtte. ‘Is het geen idee om Livia onze handtekeningen persoonlijk te overhandigen? We hebben vanmiddag toch niets speciaals te doen.’

Suzanne Klemann barstte in lachen uit. ‘Dat zou wel een stunt zijn.’ Een twinkeling was in haar ogen verschenen.

Ik voelde een opgewonden rilling door mijn lichaam gaan omdat ik wist dat Monique en Suzanne Klemann mijn dochter binnen een half uur erg gelukkig zouden maken.

‘Wat moet ik zeggen?’ stamelde ik. ‘Dat zou ze echt geweldig vinden. Hebben jullie daar echt tijd voor?’
‘Geen enkel probleem,’ zei Monique Klemann.

‘Ik moet wel eerst even mijn boodschappen afrekenen,’ zei ik blozend.

‘Neem je tijd,’ zei Suzanne Klemann. ‘Volgens mij staan er maar twee auto’s op de parkeerplaats. De ene is van ons, de andere zal wel van jou zijn. We wachten buiten wel op je. Dan kan je voor ons uit naar de camping rijden. Hoe heet je trouwens?’

‘Peter, Peter Mabelus.’

‘Wat een aparte achternaam,’ zei Monique Klemann. ‘Mooi ook.’

‘Dank je,’ kon ik enkel uitbrengen en overhandigde mijn boodschappen met trillende handen aan de caissière, die met een ongeïnteresseerde blik op haar gezicht de boodschappen begon af te rekenen. Even later verliet ik de ‘Spar’. De plastic tas met boodschappen droeg ik met mijn rechterhand.

Monique en Suzanne Klemann stonden mij buiten naast hun auto op te wachten. ‘Ga maar rijden, Peter. Wij rijden wel achter je aan,’ zei Suzanne Klemann, opende het portier van hun auto en nam plaats achter het stuur.

Even later was ik op weg naar de stacaravan waar Livia ongetwijfeld nog naar Pippi Langkous zat te kijken. Onderweg naar ‘Camping Petite Suisse’ wisselde ik diepe zuchten af met ongecontroleerde kreten van opwinding en geluk bij het vooruitzicht om Livia kennis te laten maken met haar grootste idolen. Na een klein kwartier draaiden onze auto’s het terrein van de camping op. We konden onze auto’s praktisch naast de stacaravan parkeren.

Nadat we alle drie uit onze auto’s gestapt waren vroeg ik Monique en Suzanne Klemann of ze vlak naast de deur van de stacaravan even wilden wachten. Ik wilde Livia geen hartaanval bezorgen met een plotselinge binnenkomst in de stacaravan met de zusjes Klemann, al besefte ik dat de kans op een hartverlamming bij een gezond meisje van acht jaren oud niet groot is. Ik opende met mijn sleutel de deur van ons tijdelijke verblijf en zette mijn plastic tas vol boodschappen op de grond. De blik van Livia was gebiologeerd gericht op het scherm van de laptop en ik hoorde hoe het geluid van de stemmen van Pippi’s vrienden Tommy en Annika de ruimte van de stacaravan vulden.

‘Liefie, ik heb een verrassing voor je,’ zei ik en probeerde mijn stem zo rustig mogelijk te laten klinken.

‘Heb je chips meegenomen?’ vroeg Livia met een vermoeide stem.

‘Nee,’ zei ik. ‘Iets veel leukers’.

Livia keek me niet begrijpend aan. Zonder achterom te kijken gaf ik Monique en Suzanne Klemann met een wuivend handgebaar aan dat ze binnen konden komen. Zij betraden giechelend de stacaravan en keken vertederd naar mijn dochter, die met open mond en een verschrikte blik in haar ogen naar haar grote helden keek.

‘We hebben een cadeautje voor je, Livia,’ zei Suzanne Klemann.

Monique Klemann stond met een glimlach op haar gezicht instemmend knikkend naast haar zus. Suzanne Klemann liep op mijn dochter af en overhandigde haar het memoblaadje met daarop hun handtekeningen. Na enige aarzeling begon de blik van Livia te ontdooien en straalde ze van oor tot oor.

‘Papa, hoe kan dit?’ vroeg ze mij en keek me met een verwonderde blik aan. Een blik waaruit alle liefde in de wereld leek te spatten.

‘Ik kwam Monique en Suzanne in de supermarkt tegen, vroeg ze om een handtekening voor jou en het leek hen leuk om jou de handtekeningen persoonlijk te komen overhandigen.’

Livia kon geen woord uitbrengen.

‘Zullen we een liedje voor je zingen?’ vroeg Monique Klemann.

‘Dat lijkt me heel erg leuk,’ zei Livia en begon zenuwachtig op de bank heen en weer te schuiven.

‘Zeg maar wat je horen wilt,’ zei Suzanne Klemann tegen Livia.

Na enig nadenken vroeg mijn dochter: ‘Oef, dat vind ik moeilijk, want ik vind al jullie liedjes zo leuk.’

‘Zullen we ‘It’s the first time’ doen? We ontmoeten elkaar immers voor de eerste keer, dus dat is wel een toepasselijk nummer. Kun je dat meezingen, Livia?’ vervolgde Suzanne Klemann.

‘Ik denk het wel,’ zei mijn dochter. Haar blik schoot van Monique Klemann naar mij, vervolgens naar Suzanne Klemann en weer terug in omgekeerde volgorde. Livia stond op van de bank en ging voor de twee zussen staan. De blik van Monique Klemann viel op mijn gitaar, die ik eigenlijk altijd wel ergens bij me in de buurt heb staan.

‘Peter, ken jij de akkoorden van ‘It’s the first time’? vroeg Monique Klemann aan mij.

‘Geen enkel punt. Ik moet dat liedje wel duizend keer voor Livia hebben gespeeld,’ antwoordde ik.

Nadat ik mijn gitaar in de aanslag had genomen zei Suzanne Klemann: ‘Oké, let’s do it! Ik tel tot drie en dan gaan we! Een, twee, drie!’

Als een geschenk uit de hemel vulde het geluid van drie betoverende stemmen van het ene op het andere moment het interieur van de stacaravan. Na het hemelse intro van ‘It’s the first time’ luisterde ik naar de prachtige tekst van het door Suzanne Klemann gekozen nummer:

Op het moment dat het liedje af was stonden bij ons alle vier de tranen in de ogen van ontroering. Na ‘It’s the first time’ gingen we door met uitvoeringen van ‘This must be love’ en ‘Fortune Fairytales’. We eindigden we met ‘My best friend’.

Onder het genot van een frisje bleven we nog een half uurtje gezellig met elkaar kletsen. Daarna vertrokken Monique en Suzanne Klemann naar hun eigen vakantieverblijf.

Het geelkleurige memoblaadje met daarop de handtekeningen met opdracht hangt nog steeds ingelijst op de slaapkamer van Livia.

Je zult na het lezen van dit verhaal begrijpen dat Lois Lane nog steeds de lievelingsgroep van mijn dochter is.

Dat Lois Lane echt heeft bestaan mag duidelijk zijn. Over het bestaan van Superman heb ik zo mijn twijfels.

Bruce Springsteen moet in Amsterdam voor zijn leven vrezen

Afbeeldingsresultaat voor bruce springsteen

“Rellen na dood straatartiest Chili” was vanmorgen het eerste item dat mij opviel toen ik vanmorgen vluchtig het nieuws op NOS Teletekst bekeek: Een jongleur, die messen als goochelinstrument gebruikte, verzette zich volgens de politie bij een routinecontrole in de stad Panguipulli, in het zuiden van Chili, en werd vervolgens door een politieagent in zijn voeten geschoten. Aangezien de door kogels getroffen jongleur zijn messen nog in zijn handen hield voelde dezelfde politieagent zich bedreigd en schoot hij de straatartiest dood. Het incident werd door een omstander op beeld vastgelegd en verspreid door de sociale media, waarna woedende betogers gebouwen in brand staken en agenten bekogelden met stenen.

Aangezien op onze aardbol gevreesd mag worden voor het lot van elke kunstenaar ging ik op zoek naar de voorwaarden waaronder straatartiesten mogen optreden in onze hoofdstad Amsterdam, waar de overheid al vele jaren een ineffectief, ongeloofwaardig en schijnheilig beleid voert, waardoor vrouwenhandel, drugshandel en van de eeuwig voortdurende woningnood misbruik makende vastgoedmakelaars worden gedoogd en welig tieren.

De lijst van voorwaarden waaraan straatartiesten in Amsterdam moeten voldoen, voordat ze hun kunsten in de openbare ruimte mogen vertonen, is lang en straalt een verbijsterende bureaucratische en dictatoriale bemoeizucht met betrekking tot kunstenaars uit. De lijst van voorwaarden vond ik op de website ‘https://straatartiesten.nl/vergunningen/amsterdam/’. Enkele voorwaarden uit de lange lijst:

. U hebt de Nederlandse of een EU-nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning.

. Een ‘vergunning straatartiest’ vraagt u bij het stadsdeel waar u wilt optreden.

. De vergunning kost € 99,00. U betaalt de kosten ook als de aanvraag wordt afgewezen.

. De vergunning straatartiest is maximaal een jaar geldig, ingaande op de datum van afgifte.

. De gemeente heeft maximaal acht weken nodig om te beslissen over uw aanvraag.
U krijgt dan een brief met ofwel de vergunning, ofwel de reden van afwijzing.

. U mag als straatartiest zonder vergunning optreden onder de volgende voorwaarden:

. U bent met maximaal zes personen.

. Uw optredens duren maximaal een half uur op één plek.

. U zoekt na elk optreden een nieuwe plek. Deze plek moet minstens honderd meter verwijderd zijn van de vorige plek waar u een optreden gaf.

. U treedt op tussen 09.00 uur en 23.00 uur en op zondag van 13.00 uur – 23.00 uur.

. U maakt geen gebruik van een draaiorgel, geluidsversterkende apparatuur of slaginstrumenten.

Naast deze bizar lange lijst van voorwaarden waaraan straatartiesten in Amsterdam moeten voldoen om te kunnen optreden wordt het aantal plekken waar straatartiesten hun kunsten mogen vertonen in de loop der jaren steeds kleiner. Bovendien geldt er vanwege de coronacrisis sinds juli 2020 een totaalverbod van optredens door straatartiesten in Amsterdam.

De kans dat Bruce Springsteen tijdens een publiek optreden in de Amsterdamse openbare ruimte dodelijk zal worden getroffen door politiekogels is niet uit te sluiten.

Waarom ik tot voor kort nooit gelijk had

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon, staan en binnen

In mijn eerste leven stond ik sceptisch tegenover het fenomeen reïncarnatie. Ik was destijds professor filosofie aan de universiteit van Heidelberg en dacht dat ik alles wist. Mijn toenmalige echtgenote vond mij een arrogante blaaskaak, die in de avonduren veel te veel moezelwijn dronk. En dan te bedenken dat het alcoholpercentage van de moezelwijn slechts negen procent bedroeg.

Ik overleed in mijn eerste leven jong: op 35-jarige leeftijd stortte de postkoets, die mij vervoerde van de universiteit naar mijn woning, in een diep ravijn.

Mijn tweede incarnatie was als knobbelzwijn. Aan die tijd heb ik om persoonlijke redenen slechte herinneringen.

Nu ben ik een groot en beroemd schrijver. In retrospectief blijkt dat ik in mijn huidige incarnatie pas gelijk heb.

Aankondiging van de publicatie van mijn nieuwe roman ‘John West en de gestolen Picasso’

Onder het kopje ‘Toekomstige parels’, in de laatste nieuwsbrief van mijn uitgeverij Ambilicious, wordt de publicatie van mijn nieuwe roman, de satirische thriller ‘John West en de gestolen Picasso’, aangekondigd. Geduld is een schone zaak: de publicatie en boekpresentatie van ‘John West en de gestolen Picasso’ vinden plaats als we er met zijn allen net zo’n feest van kunnen maken als de boekpresentaties van mijn debuutroman ‘Kathmandu Hipsters’ op 18 november 2018 (bekijk de video van de boekpresentatie op: https://petermabelus.com/2018/11/21/geslaagde-boekpresentatie-kathmandu-hipsters/) en de verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven op 22 september 2019: https://petermabelus.com/2019/09/27/boekpresentatie-verhalenbundel-hoe-ik-liefde-vergat-te-geven-2/). In de tussentijd: Take care!

Afbeelding kan het volgende bevatten: de tekst '5. DE ΟΡΜΑΑΚ 366stedzgmenn Petra oom tekst) Annernie Bockstael Alsliefde Μαgι Samuel Derous Johr West degestoler Picasso van Peter Mabelus 'Leugens Eddy Surmont Eva 8 Mali van Geert Kint 'Een duistere streek van Bob Mieman (titel verandert no 'Rouwverhalen van Jeroen den Harder en anderen 'Nader Naar Niets' van Robert Beernink 9. 'Borggravin van Fiducie' van Ingeborg Nienhuis 10. Olga Petrovna' van Emma Leads 11. 'Trisylia' (deel van Steven van den Berg'

L’amour fou

120w.nl, Weekwoord week 4: madrigaal

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, close-up

Mijn geliefde Charlotte ontmoette ik op 4 april 2004 onder de Arc de Triomphe in het hart van Parijs. Ik struikelde over haar handtasje, dat ze naast zich op de grond had gezet om geconcentreerd een foto te kunnen maken van de Avenue des Champs-Élysées, waarvan de kasseien als een vruchtbare vallei afdaalden naar La Place de la Concorde, waarop de obelisk “De naalden van Cleopatra” (1250 v.Chr.) zonder twijfel de horizon van haar foto zou vormen. Vlak na de snelste marathon die ik ooit had gerend, 3 uur 22 minuten en 19 seconden. Mijn finish veranderde binnen een half uur in een nieuwe start. In de eerste nacht samen klonk het geluid bij haar orgasme als een madrigaal.

Een madrigaal is een seculiere overwegend vocale muziekvorm, in de 14e eeuw ontstaan in Noord-Italië. De term madrigaal komt waarschijnlijk van het Latijnse matricale (moedertaal).

Jij gaat dit stukje niet lezen

Afbeelding kan het volgende bevatten: buiten

Net zoals jij sta ik bol van de vooroordelen, omdat het koesteren van je vooroordelen net zo veilig voelt als het consumeren van een tweede fles wijn door een alcoholist. Ik durf er niet aan te beginnen om mijn vooroordelen te tellen, maar vandaag wil ik kort aandacht besteden aan 1 van mijn vele vooroordelen: bestsellers deugen niet.

In deze tijd van ontlezing (is deze laatste bewering een vooroordeel? Jij bent tenslotte deze woorden aan het lezen, dus misschien valt de ontlezing enorm mee) is het belangrijk om te benadrukken dat je met “bestseller” een zeer goed verkopend boek bedoelt en het niet over een auto of een koffiezetapparaat hebt. Misschien heb ik het mis en weet jij heel goed dat etc. Ik leid jou met mijn vorige paar zinnen wellicht af van hetgeen waar ik het over wil hebben: mijn vooroordeel dat bestsellers niet deugen.

In september 2019 kwam het boek ‘De meeste mensen deugen’ van historicus en schrijver Rutger Bregman uit. Het boek werd direct een bestseller en staat nu, 16 maanden later, nog steeds in de wekelijkse top 10 van best verkochte boeken. Ik had eerdere boeken van Rutger Bregman met veel plezier en aandacht gelezen en was in de veronderstelling dat ik tot een select groepje van intellectuelen behoorde dat zijn boeken las. Aangezien ‘De meeste mensen deugen’ vanaf de eerste dag van publicatie een enorm succes was had ik het gevoel dat mijn liefde voor het werk van Rutger Bregman was besmeurd door de tsunami aan enthousiaste reacties van mensen die normaal gesproken nooit een boek lezen.

Hoe snobistisch kan een mens zijn? Ik ben bang dat ik hoog zou scoren, mocht er een top tien van meest snobistische mensen ter wereld zijn. Hoe had ik kunnen denken dat de boeken van Rutger Bregman zeldzame juweeltjes voor mensen zoals ik zijn; hoogopgeleid, knap, humoristisch en sportief. Een eerder boek van Rutger Bregman, ‘Gratis geld voor iedereen’, werd in maar liefst 32 talen vertaald, dus mijn liefde voor Rutger Bregman kon onmogelijk zo exclusief zijn als ik dacht. Conclusie: ik ben een snob van het zuiverste water.

Vorige week heb ik dan toch eindelijk ‘De meeste mensen deugen’ gelezen en ik kan niet anders zeggen dan dat het een meesterwerk is: inspirerend en getuigend van een indrukwekkende, swingende eruditie.

Nu ben ik gedwongen om terug te komen op mijn vooroordeel dat bestsellers per definitie niet deugen. Het feit dat jij dit stukje tot het einde hebt gelezen betekent dat het met jouw ontlezing vandaag wel meevalt.

De helende werking van een goed verhaal

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Marjolein Hekkelman, dagbestedingscoah van Woonzorgcentrum Zephyr in Almere, waar onder meer dementerende ouderen worden verzorgd, benaderde mij vorige week met de vraag of ze mijn verhaal ‘Het sprookje van de slechte cowboy en het goddelijke wolkje’ in de ‘Zephyr activiteiten courant’ mocht opnemen, zodat het verhaal door het personeel van Woonzorgcentrum Zephyr aan cliënten kan worden voorgelezen. Vanzelfsprekend gaf ik hier toestemming voor, sterker nog, ik vind het een eer als een verhaal van mij kan bijdragen aan het vergroten van het welzijn van dementerende ouderen.

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon

Bij de 100ste verjaardag van Patricia Highsmith

Patricia Highsmith's Forbidden Love | The New Yorker

Vandaag, 19 januari 2021, is het honderd jaar geleden dat de Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren in Fort Worth, Texas. Patricia Highsmith, die al bijna vijfentwintig jaar dood is, zij overleed op 4 februari 1995 in het Zwitserse Locarno, wordt in Nederland nog maar weinig gelezen. Al haar boeken zijn ooit in het Nederlands verschenen maar worden hier niet meer herdrukt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, de Verenigde staten en Groot-Brittannië, waar haar boeken nog altijd gretig aftrek vinden. Als je haar boeken toch in Nederlandse vertaling wilt lezen kennen we tegenwoordig gelukkig de website boekwinkeltjes.nl waar praktisch al haar boeken voor een paar euro per stuk zijn aan te schaffen.

De moderne, vooral visueel ingestelde mens, zal Patricia Highsmith misschien “kennen” van de verfilming van haar in 1955 verschenen roman ‘The Talented Mr. Ripley’ van regisseur Anthony Minghella uit 1999, waarin Matt Damon Ripley speelt. Overigens werd het boek al in 1960 in het Frans verfilmd onder de titel ‘Plein Soleil’, met in de hoofdrol de Franse superster Alain Delon, die net als de Amerikaanse acteur Clint Eastwood het eeuwige leven heeft.

Patricia Highsmith werd begin jaren vijftig van de vorige eeuw in één klap wereldberoemd toen niemand minder dan regisseur en “master of suspense” Alfred Hitchcock haar debuutroman ‘Strangers on a train’ met veel succes verfilmde. De ruim twintig romans en tien verhalenbundels die zij vervolgens publiceerde werden bijna allemaal een groot succes. Dat roept de vraag op: wat is het geheim van het succes van Patricia Highsmith?

Patricia Highsmith schreef psychologische thrillers die anders van karakter waren dan alles wat ooit eerder in dat genre was geschreven. Haar werk is duidelijk beïnvloed door het Franse existentialisme en de grote psychologische romans van de negentiende-eeuwse Russische schrijver Fjodor Dostojevski. In al haar boeken werpt zij vragen op over identiteit en moraal.

Tot de komst van Patricia Highsmith werden misdaadromans vooral bevolkt door goeieriken en slechteriken, in de vorm van aan de ene kant politiemensen en privédetectives en aan de andere kant boeven en slechte mensen, die moordden, stalen en verkrachtten. Je kunt daarbij denken aan de boeken van Agatha Christie en Raymond Chandler.

In de boeken van Patricia Highsmith komen nauwelijks tot geen professionele speurneuzen voor. Alle suspense komt van “gewone” mensen, die vaak geleid worden door irrationele motieven of plotseling in een crisissituatie terechtkomen waarbij geweld niet wordt geschuwd, maar vaak geen doel op zich is. Dit heeft tot gevolg dat in al haar boeken een zeer beklemmende, haast koortsachtige sfeer heerst die gerust uniek genoemd kan worden. Daders van gewelddaden komen er in het werk van Patricia Highsmith meestal zonder straf vanaf. Daarbij is het onmogelijk om haar boeken weg te leggen als je er eenmaal in begonnen bent. Met haar vernieuwende benadering van de misdaadroman gaf Patricia Highsmith een heel andere invulling aan wat wij tegenwoordig een psychologische literaire thriller zouden noemen.

Haar invloed op misdaadauteurs die na haar kwamen is enorm. Daar hoef je bij voorbeeld alleen maar mijn zinderende debuutroman ‘Kathmandu Hipsters’ uit 2018 voor te lezen.

In het zeer informatieve boek ‘Über Patricia Highsmith: Zeugnisse von Graham Greene bis Peter Handke’ (merk op dat zowel Graham Greene als Peter Handke de Nobelprijs voor Literatuur hebben gewonnen) dat in 1980 in Zürich door Diogenes Verlag werd uitgegeven en in 1982 onder de titel ‘Over Patricia Highsmith’ in Nederland verscheen bij Uitgeverij De Arbeiderspers, komen nogal wat opmerkelijke feiten over het schrijverschap van Patricia Highsmith naar voren.

Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman. Zij was enig kind en daarnaast ook een door haar beide ouders ongewenst kind. Haar ouders zijn nog voor haar geboorte gescheiden. Haar moeder hertrouwde in 1924 met de kunstenaar Stanley Highsmith en het drietal verhuisde naar New York. Op haar twaalfde jaar werd Patricia Highsmith een jaar bij haar oma in Fort Worth gestald. Haar problematische jeugd had tot gevolg dat zij een levenslang wantrouwen ten opzichte van intimiteit en relaties behield. In haar hele leven heeft ze geen langdurige liefdesverhoudingen gekend. Het grootste deel van haar leven leefde ze in volslagen isolement, samen met haar katten, in het nog geen honderd inwoners tellende Franse gehucht Moncourt, tachtig kilometer ten zuiden van Parijs.

Hoe verhield Patricia Highsmith zich tot het ambacht schrijven? Haar zelfgekozen isolement stelde haar in staat om een zeer gedisciplineerd leven te leiden. Zij stond elke dag vroeg op om vervolgens acht uur per dag aan het schrijven te wijden. Op reis gaan en bezoek krijgen waren haar een gruwel. Monomaan besteedde ze haar tijd aan schrijven en lezen.

Het grote succes van haar boeken betekende vanzelfsprekend dat zij veel geld verdiende met de verkoop van haar boeken, maar geld interesseerde haar niet. Zij betaalde zowel in de Verenigde Staten als in Frankrijk inkomstenbelasting. Dat is nog eens een andere instelling dan die van schrijvers als Michel Houellebecq of Arnon Grunberg die zich in de jaren negentig van de vorige eeuw formeel in Ierland vestigden omdat kunstenaars daar destijds geen belasting hoefden te betalen.

Patricia Highsmith had op het moment van haar overlijden drie miljoen dollar op haar bankrekening staan. Belangrijker is echter dat ze een rijk en intrigerend oeuvre heeft nagelaten waar nog veel lezers van kunnen genieten.

Het sprookje van de slechte schele cowboy en het goddelijke wolkje

Afbeelding kan het volgende bevatten: een of meer mensen, mensen die paardrijden, paard, buiten en natuur

Ik ga jullie nu eens een verhaal vertellen over een schele cowboy met een heel erg slecht karakter en het goddelijke wolkje.

Er was er eens een cowboy, Hanky heette hij, en die had een slecht karakter dat het een aard had. Hij vloekte de hele dag de ergste godslas­terlijke verwen­sin­gen, sloeg kleine kinderen zomaar om de oren, roste kleine poesjes op de maat van zijn lievelingsliedje met hun lieve katte­hoofdjes over een wasbord (ja, jongens en meisjes, vroeger, in het wilde westen, had je nog geen wasmachines, anders had stoute Hanky ze vast daarin gestopt). Ook kakte hij weleens op een oude krant, frommelde die dan ineen en gooide die vervolgens bij oude omaatjes door het raam naar binnen. En leuk dat hij dat vond als dan die poepbom op de schoot van het in een schommel­stoel bij het raam zittende oude vrouwtje uiteenspatte en ze helemaal onder Hanky zijn vieze poepstront zat! Gelukkig gooide hij vaak mis, omdat hij scheel was.

Oh, had ik dat al verteld, dat stoute Hanky scheel was? Ja, Hanky was zo scheel dat je bijna alleen nog maar z’n oogwit zag (eigenlijk was het ooggeel, want hij zoop zich scheel, oh nee blind, want scheel was hij al). Vroeger beston­den er nog geen spiegologen, maar ik weet welhaast zeker dat Hanky’s scheelheid de reden was voor zijn slechtheid. Hij kon het gewoon niet verkroppen dat hij zo’n stomme kop had (om over z’n lange bochelachti­ge lijf met x-benen nog maar niet te spreken). Daarom had de duivel bezit van hem genomen en ge­loofde Hanky nergens in. Tegen de kerk ging hij staan piesen en de bijbel gebruikte hij om z’n stinksigaretjes van te rollen.

Gelukkig werd hij eindelijk eens met z’n slechtheid geconfronteerd door God, via een heel klein goddelijk wolkje. En daar gaat dit verhaal eigenlijk over.

Het ging zo. Hanky was te lui en te dom om een echt vak te leren en daarom deed hij allerlei kleine klusjes voor lage mensen op hoge plaatsen. Zo riep de corrupte burgemeester van het dorp Hanky een keer bij zich en zei:

‘Hanky, je moet voor mij een pakje wegbrengen, helemaal door de woestijn naar Armpit Town.’

Hanky slikte even met z’n adamsappel als een struisvogelei omdat hij wist hoe zwaar de rit was. Weinig mensen kwamen levend terug uit de woestijn. Hij wist hoe heet en droog de woestijn altijd was (en hij had al nadorst van de dag ervoor!). Maar Hanky had geld nodig en dus nam hij de opdracht aan.

Hij ging op weg met een geleende schimmel die hinkte en voortdurend zure scheten liet. Hanky moest van het oosten naar het westen en de wind was oostelijk (het was slechts een klein briesje, maar toch), dus zat hij voortdurend in de stank van die oude manke schimmel.

In de woestijn verdwaalde Hanky al snel. Hij viel bijna flauw van de hitte en de dorst. Hij dacht dat hij rondjes reed, want de zon bleef boven z’n lelijke schele kop hangen. Al z’n water was al op en er waren zelfs geen cactussen om door midden te hakken en leeg te zuigen. Toen Hanky ten einde raad was en bijna stierf van de dorst, zag hij aan de horizon een klein wolkje dat zijn richting op kwam.

Het wolkje zweefde zo’n twintig meter boven de grond en stopte precies boven Hanky z’n schele bakkes. Hanky wist niet dat God in dat kleine wolkje zat.

‘Hé, schele!’ riep God vanuit het wolkje.

Hanky keek op en vond het na z’n zestiende fata morgana niet eens raar dat er een klein pratend wolkje, dat op twintig meter boven z’n hoofd zweefde, het woord tot hem richtte.

‘Wat mot je?!’ balkte Hanky laf.

God in het wolkje nam geen aan­stoot aan de beledigende toon van die schele duivel en zei: ‘Ik kom je redden van de dood in deze hete woestijn als je berouw toont voor al je slechte daden.’

‘Ik slecht? Hoezo?, mompelde Hanky brutaal.

‘Je piest tegen mijn huis, draait sigaretjes van mijn veel gelezen boek en gooit je kak bij mijn bejaarde dienaressen door het raam. Vind je dat dan gewoon?’

Hanky dacht even na en begon opeens in te zien hoe slecht of dat hij altijd geweest was.

‘Ik heb best wel spijt,’ zei hij.’ Als je echt spijt hebt gooi ik regen op je schele kop, wijs ik je de goede weg, geef je genoeg water in je veldfles mee voor de rest van de reis en maak ik ook even gratis weer even je schele ogen recht.’

Hanky hoefde niet meer na te denken. Het schaamrood steeg hem naar de kaken als hij dacht aan alle schanddaden die hij in zijn leven tegen zoveel onschuldige mensen en dieren begaan had.

‘Ja, ik heb berouw!’ schreeuwde hij bijna tegen het goddelijke wolkje.

En het goddelijke wolkje regelde een plensbui, wees Hanky de goede weg, gaf hem een paar veldfles­sen water en zette ook nog even gratis z’n schele ogen recht.

Zo zien jullie maar weer, jongens en meisjes, dat als je maar oprecht spijt hebt van iets wat je verkeerd hebt gedaan, alles, door Gods genade, weer goed kan komen.

Hanky ging, nadat hij zijn missie volbracht had, het klooster in en werd daar tot z’n dood op 104-jarige leeftijd de meest toegewijde klooster­ling van allen.

En het goddelijke wolkje zweeft nog steeds over de aarde om mensen te vergeven en op het goede pad te sturen. Misschien komen jullie hem ook wel een keer tegen!

Dit verhaal werd geschreven in de middag van 1 augustus 1993 op het terras van ‘O’ Sullivan’s’ in Beale Street, Memphis, Tennessee.