Duitse les

 

‘De betekenis van het Duitse woord “See” is “meer” in het Nederlands.’

‘Het is meer dan in het Nederlands, meester.’

‘Meer dan wat?’

‘Dat maakt voor mij niet meer uit, meester. Ik blijf zitten.’

‘Maar je mag best gaan staan, als je wilt.’

‘U mag dan leraar Duits zijn, meester. Mijn Nederlands is beter als uw Duits.’

‘Je mag je zin wel afmaken. Beter als u Duits kunt spreken?’

‘Mogen in de zin van “können,” meester?’

‘Waarom heeft het woord “See” meer betekenissen in het Duits dan in het Nederlands?’

‘Omdat meer schuim aan de Duitse kusten an sich meer zeeschuim oplevert, meester.’

‘De Nederlandse kusten zouden überhaupt meer schuim opleveren als de Duitse kusten …’

‘Niet meer waren geweest, meester.’

 

John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 6 – De Führerbunker V

 

Sepp Sanders en Mario Bos liepen gespannen door de Mohrenstrasse op de Muur af. Nog maar honderd meter tot de Muur. Weer honderd meter achter de Muur lagen de resten van de Führerbunker.

‘Ik hoop dat er een of andere fatsoenlijke doorgang voor Oost-Duitse grenswachten is, waar we zonder al te veel problemen langs kunnen komen,’ zei Mario Bos. ‘Hoe meer ik er over nadenk, hoe onzinniger het me lijkt om over de Muur te klimmen in een uniform van de Oost-Duitse grenspolitie.’ Hij keek onder het lopen gespannen naar de linkerwang van zijn kameraad in het kwaad.

‘We vinden heus wel een doorgang, Mario. Maak je geen zorgen,’ zei Sepp Sanders, terwijl hij strak voor zich uit kijkend in de richting van de Muur bleef lopen. ‘Ik gok dat als we het einde van de Mohrenstrasse bereikt hebben, we links of rechts een doorgang voor Oost-Duitse grenswachten aan zullen treffen. Dat kan niet anders. We zijn in het hart van Berlijn. Er moet hier vlak bij een doorgang zijn. Er moeten zelfs meerdere doorgangen zijn.’

Nog tachtig meter tot de Muur.

Een koppel Oost-Duitse grenswachten verscheen aan het eind van de Mohrenstrasse, langs de Muur lopend, rechts in beeld. Een van de twee grenswachten keek onder het lopen enkele seconden ongeïnteresseerd in de richting van Sepp Sanders en Mario Bos, waarna hij net als zijn collega weer stuurs voor zich uitkeek en aan het eind van de Mohrenstrasse, langs de Muur lopend, links uit beeld verdween.

‘We hebben geen pistolen, Sepp. We hebben geen pasjes. Ik spreek nauwelijks Duits. Ik begin hem opeens heel erg te knijpen, Sepp. Ik krijg een droge bek, natte oksels en zweetvoeten van de spanning,’

‘Dat heb je altijd al, Mario.’

‘Echt?’

‘Ja, Mario. En dat is helemaal niet nodig. Brutalen hebben de halve wereld.’

‘Dat wordt gezegd. Maar de andere helft dus niet, Sepp en ….’

Nog zestig meter tot de Muur. Sepp Sanders pakte met zijn rechterhand Mario Bos bij zijn rechterschouder, draaide hem ruw een kwartslag om in zijn richting, zodat de klaagzang van Mario Bos onderbroken werd en zij elkaar plotseling recht in de ogen keken.

‘Mario, heb je wel eens van method acting gehoord?’

‘Dat is toch dat je als acteur geen rol moet spelen, maar het personage dat je speelt moet worden, of zijn, Sepp?’

Sepp Sanders schudde met lichte mismoed zijn hoofd.

‘Die methode van acteren is toch in de jaren veertig ontwikkeld door de Amerikaan Lee Strasberg?’ ging Mario gehaast verder. Zijn blik vroeg gespannen om bevestiging van Sepp Sanders.

‘Zoiets,’ zei Sepp Sanders met een vleugje dedain in zijn stem. Hij keek even snel in de richting van de Muur, waar twee grenswachten van links naar rechts langs de Muur liepen. Of het dezelfde twee grenswachten waren als daarnet, registreerde hij niet. Opnieuw keek hij Mario Bos strak in de ogen. ‘Iedereen denkt altijd maar dat de “New Yorker” Lee Strasberg, die als zevenjarige zoon van Oekraïense immigranten in “The Big Apple” arriveerde, de uitvinder van de method acting was, maar in feite is dat Konstantin Stanislavski geweest …’

‘De Russische acteur, regisseur van extreem rijke komaf, die vooral als theatertheoreticus furore maakte.’

Sepp Sanders keek Mario Bos verbijsterd aan. ‘Ik dacht dat jij alleen stripboeken las, Mario.’

‘Zoals “Kuifje in de Sovjetunie.”‘

‘Bijvoorbeeld. Maar dan moet je toch weten dat Stanislavski zijn acteurs vooral gebruik liet maken van hun eigen ervaringen om hun performance waarachtig te doen lijken?’

‘Dat bedoelde ik ook, Sepp, maar ik drukte me vanwege de spanning een beetje ongenuanceerd uit.’

‘Dat is heel begrijpelijk. Sorry voor mijn betweterige pedanterie.’

‘Is dat geen pleonasme, Sepp?’

‘Kom, we gaan verder,’ zei Sepp Sanders, een direct antwoord aan Mario vermijdend. ‘Laten we vanaf nu Oost-Duitse grenswachten zijn, Mario en niet spelen alsof we Oost-Duitse grenswachten zijn.’

‘Jawohl.’

Ze zwegen tijdens het overbruggen van de laatste zestig meter, die hen van de Muur scheidden. Bij de Muur aangekomen zagen ze links in de verte de achterkant van een duo Oost-Duitse grenswachten langs de Muur slenteren. Een meter of twintig rechts van hen betrad een ander duo Oost-Duitse grenswachten een grijs geschilderd wachthuisje met daarin een Oost-Duitse grenswacht, die eruit zag als een etalagepop met kleding van de Oost-Duitse grenspolitie aan. Zonder hun papieren te controleren of hen iets te vragen gaf de etalagepop het duo met een afgemeten knik toegang tot het niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn.

‘Daar moeten we heen, Mario.’ zei Sepp en wees in de richting van het wachthuisje, een meter of twintig verderop. ‘Daar gaan we naar binnen.’

‘Maar straks herkent die grenswacht ons niet en vallen we gelijk door de mand.’

‘Method acting, Mario. Method acting. Kom. We gaan.’

Ze betraden even later het grijs geschilderde wachthuisje met daarin de Oost-Duitse grenswacht, die een afgemeten knik naar hen gaf en hen zonder hun papieren te controleren of hen iets te vragen toe liet treden tot het niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn. Zelfverzekerd liepen ze naar links, langs een hoge wachttoren, naar de “Kolonnenweg,” die 172 kilometer lang in het hart van het niemandsland tussen Oost- en West-Berlijn kronkelde en de gelegenheid bood aan personeel met licht militair materieel om zich zonder kleerscheuren te bewegen in een zone omgeven door dreiging in alle soorten en maten, die de communistische overheid in zijn ondoorgrondelijke wijsheid ontwikkeld had om de eigen bevolking gevangen te houden.

Ongeveer honderd meter recht voor hen uit in zuidelijke richting doemden de resten van de Führerbunker op. Grote brokstukken van beton en metaal waren bedekt met een oerwoud van distels, fluitenkruid, hondspeterselie en dolle kervel.

Toen ze onder de wachttoren doorgelopen waren riep een van de grenswachten in de toren iets naar hen in het Duits, wat ze geen van beiden verstonden.

‘Gewoon doorlopen en recht voor je uitkijken, Mario,’ zei Sepp Sanders met een sissende stem tegen Mario Bos.

Opnieuw klonk dezelfde onverstaanbare Duitse kreet hoog vanuit de wachttoren. Nu iets luider en dwingender dan zojuist. Sepp Sanders verstijfde in zijn loop en zag tot zijn schrik hoe Mario Bos zich een halve slag omdraaide, de Hitlergroet uitbracht en “Zum Wohl” naar de grenswachten hoog in de wachttoren riep. Na een oorverdovende stilte, die in de belevenis van Sepp Sanders een eeuwigheid leek te duren, hoorde hij hoe de grenswachten hoog in de wachttoren in luid gelach uitbarstten en hen vervolgens onverstaanbare Duitse woorden nariepen, waarna zij opnieuw in de lach schoten.

‘Method acting, Sepp. Method acting.’

Sepp Sanders voelde het koude, natte zweet over zijn rug lopen terwijl hij zijn blik strak gericht hield op het oerwoud van distels, fluitenkruid, hondspeterselie en dolle kervel dat de grote brokstukken van beton en metaal van de Führerbunker bedekte.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

De Voetbalmakelaar

 

Dit is het begin van de aantekeningen voor het dagboek dat ik van plan ben het komende jaar bij te gaan houden. Volgens mij is er absoluut een markt voor een dagboek van “iemand achter de schermen” van het voetbal. Nu ik dit ­schrijf vind ik het jammer dat ik in de voetballerij zit en niet in de schermwereld. Dan kon ik het boek mooi “Een kijkje achter het schermen” noemen. Nu moet ik iets anders verzinnen. Misschien “Door de mazen van het doelnet” of “Eindelijk de dug out.” “Dagboek van een voetbalmakelaar” klinkt te direct, te saai. Ik ga mezelf niet voor paal zetten.

Dit is mijn eerste trip als voetbalmakelaar. De regels om voetbalmakelaar te zijn of te worden zijn de laatste jaren enorm versoepeld, zodat eigenlijk iedereen die dat wilt voetbalmakelaar kan worden. Voor mij was de keuze niet zo moeilijk. Ik had een goedlopende eigen patatkraam in Amsterdam, in de buurt van de Westertoren. Met de opbrengst van de verkoop van de patatkraam had ik het beginkapitaal voor mijn loopbaan als voetbalmakelaar te pakken en daarmee leek de weg naar rijkdom en geluk opeens voor mij open te liggen.

Vanmiddag is het vliegtuig van de KLM op tijd van Schiphol vertrokken: 15:25 uur. Het zal een hele zit worden, helemaal naar Ghana. De vlucht duurt volgens schema zes uur en veertig minuten en zal om 20:05 uur lokale tijd aankomen. En dat voor maar 921,97 euro, inclusief ruimbagage. Eigenlijk betaal ik minder, omdat ik een eenmansbedrijfje ben en dus al mijn onkosten van de belasting af kan trekken. Dat werken loont is iets waar je al snel achterkomt als je in de voetbalmakelarij zit. Ik zal opgehaald worden door een vertegenwoordiger van de Ghanese voetbalbond, de heer Razak Baba. Ik heb hem leren kennen via internet. Een erg sympathieke kerel.

In de selectie van Ghana zitten nog maar twee voetballers die in Ghana voetballen. Ik heb het over de reservekeepers Fatawu Dauda en Richard Ofori. De meeste spelers van de Ghanese selectie verdienen hun geld in Europa, een paar in de Verenigde Staten en een in China.

Fatawu Dauda is geboren op 6 april 1985 en speelt bij Ashanti Gold, uit de stad Obuasi in de regio Ashanti. Obuasi telt ruim honderdduizend inwoners. Fatawu Dauda weegt 69 kilo en is 171 centimeter lang.

Richard Ofori keept bij Wa All Stars FC uit de stad Wa, in het uiterste noordwesten van Ghana. Wa telt net als Obuasi ongeveer honderdduizend inwoners. Richard Ofori werd geboren op 1 november 1993. Hij weegt 85 kilo en is 180 centimeter lang.

Iedereen in de voetbalwereld zal begrijpen dat het slim is om de laatste twee jongens van de Ghanese selectie, die nog in Ghana wonen en spelen, Fatawu Dauda en Richard Ofori, vast te leggen voor clubs in Nederland. Via Razak Baba heb ik voor honderdduizend euro een optie genomen om de twee spelers te kunnen stallen in Nederland. Dat wil zeggen, vijftigduizend euro per stuk. Het geld is al overgemaakt aan Razak Baba. Als de jongens morgen bij mij hebben getekend, weet ik zeker dat ik ze beiden in no time kan slijten aan topclubs in Nederland. De honderdduizend euro die ik in Fatawu Dauda en Richard Ofori heb geïnvesteerd ga ik terugverdienen via een financiële constructie waarbij Fatawu Dauda en Richard Ofori mij binnen twee jaar, via het salaris bij hun nieuwe club, mijn investering van honderdduizend euro terugbetalen. Daarna krijg ik tien procent van hun netto jaarsalaris. Elk jaar van hun carrière. Of die nu een maand of twintig jaar duurt. Zo staat het in het contract. Tel uit je winst.

Het vliegtuig is voor een kwart gevuld met blanke passagiers. De rest bestaat uit Ghanezen. Voor hetzelfde geld zitten er ook inwoners van buurlanden van Ghana in dit vliegtuig, zoals Ivoorkust, Burkina Faso en Togo. Maar ik zou liegen als ik zou beweren dat ik het verschil kan zien tussen een Ghanees, Ivoriaan, Burkinees, of Togolees. En ik schaam me niet voor het feit dat ik geen onderscheid kan maken tussen een Ghanees, Ivoriaan, Burkinees, of Togolees. Een mens kan niet alles weten.

Ik ken wel de naam van de hoofdstad van Burkina Faso Ouagadougou (spreek uit als: Oe-a-ga-doe-goe, waarbij de letter “g”  uitgesproken wordt als de “g” in het Franse woord “gare,” dat station betekent), maar dat komt omdat ik dat zo’n grappig klinkende naam vind. Net als Albuquerque (spreek uit als: Elbekurkie) in New Mexico in de Verenigde Staten. Enfin, ik dwaal af. Ik weet dat ik naar Accra, de hoofdstad van Ghana onderweg ben om nieuw voetbaltalent te ontdekken en onder te brengen in Europa.

Het nationale team van Ghana, de huidige nummer 43 op de FIFA wereldranglijst, doet het niet zo goed de laatste tijd. In de eerste voorron­den voor de kwalificatie voor het WK 2018 in Rusland heeft Ghana thuis met 0-0 gelijkgespeeld tegen Oeganda, de nummer 74 op de FIFA wereldranglijst. Negentien duizend toeschouwers zagen op vrijdag 7 oktober 2016 in het Tamale Sports Stadium van Tamale, de grootste stad in het noorden van Ghana, hoe de Ghanese selectie, die in 2010 bijna de halve finale van het WK in Zuid-Afrika haalde (en in februari 2008 met de veertiende plaats de hoogste positie op de FIFA-wereldranglijst haalde) haar bijnaam “The Black Stars” geen eer aandeed door het spelen van valiumvoetbal en niet tot scoren kwam.

Godverdomme, wat een zin. Schrijven is nog eens iets anders dan veel weten.

Op zondag 13 november 2016 volgde een nederlaag van 2-0 in en tegen Egypte, de nummer 20 op de FIFA wereldranglijst. In het Borg El Arab Stadium, gelegen in het zuidwestelijke deel van de grote antieke havenstad Alexandria, zagen zeventigduizend toeschouwers hoe Mohamed Salah Egypte in de drieënveertigste minuut via een penalty op 1-0 bracht. Vier minuten voor het laatste fluitsignaal scoorde Abdalla El Said de bevrijdende 2-0 voor Egypte, na een assist van de maker van het eerste doelpunt Mohamed Salah.

In groep E van de WK Kwalificatie Afrika weet Ghana alleen Congo nog onder zich, de nummer 77 op de FIFA wereldranglijst.

Op 28 augustus 2017 speelt Ghana thuis tegen Congo en ze zullen die wedstrijd eigenlijk moeten winnen om nog een kans te maken zich te kwalificeren voor het WK voetbal in Rusland 2018. Er schijnen nog kaarten te koop te zijn om die wedstrijd bij te wonen.

U ziet dat ik mijn huiswerk goed heb gedaan. Als je iets doet, moet je het goed doen. Zo ben ik opgevoed en zo wil ik leven.

Ghana staat nummer 92 in de lijst van de rijkste landen ter wereld (de lijst telt in totaal een kleine tweehonderd landen) en heeft een bruto nationaal product van 36.039 miljoen dollar, oftewel 2.629 dollar gemiddeld per hoofd van de bevolking (waarmee de gemiddelde Ghanees op nummer 110 van de rijkste burgers van een land ter wereld staat).

Jezus Maria, wat ben ik aan het doen? Ik ben blij dat dit mijn aantekeningen zijn en niet de versie die in de winkel komt te liggen. Mijn perfectionisme doet mij nog eens de das om.

Het is de bedoeling dat ik straks door een functionaris van de Ghanese voetbal­bond, Razak Baba, wordt opgehaald van het vliegveld van Accra, Kotoka International Airport, dat vernoemd is naar kolonel Emmanuel Kotoka, die vlak bij de luchthaven omkwam bij de affaire “Guitar Boy,” een mislukte staatsgreep op 17 april 1967, waarvan ik de lezer de details zal besparen. Het is jammer dat Razak Baba geen voetballer is, want een voetballer met zo’n naam is volgens mij al goed voor de verkoop van een paar honderd seizoenskaarten.

‘Ik zal me even voorstellen,’ zegt de man, die links van Herman Vanderbergh aan het raam zit en zijn rechterhand toesteekt. ‘Mijn naam is Daniel Atsu.’

‘Herman Vanderbergh is de naam.’

‘Hermandad, hermandit,’ zegt Daniel Atsu en grinnikt.

‘Hermandad is toch een ouderwetse spotnaam voor de politie?’

‘Of broederschap in het Spaans.’

‘Wat spreekt u goed Nederlands voor een Ghanees. Of bent u Ivoriaan, Burkinees, of Togolees?’

Daniel Atsu grijnst. ‘Ik ben Nederlander. Mijn ouders komen uit Ghana.’

‘Vandaar.’

‘En zeg maar jij, hoor.’

‘O.k.’

‘Je bent voetbalmakelaar?’

‘Hoe weet jij dat?’

‘Ik heb met grote interesse meegelezen in je dagboek.’

‘Sympathiek.’

‘Dank je.’

‘Je hebt twee reservekeepers van Ghana gekocht, zag ik.’

‘Ja, klopt. Fatawu Dauda en Richard Ofori.’

‘Apart, Herman Vanderbergh. Ik volg het Ghanese voetbal op de voet, maar ik weet niets over een eventuele transfer van Fatawu Dauda en Richard Ofori.’

‘Het is ook nog erg geheim allemaal, Daniel Atsu.’

‘Ben je al lang voetbalmakelaar, Herman Vanderbergh?”

‘Nee, dit is mijn eerste deal.’

‘Jij hebt toch niet al geld overgemaakt aan iemand die zich voor heeft gedaan als vertegenwoordiger van de Ghanese voetbalbond, mag ik hopen?’

‘Jawel, honderd duizend euro, aan Razak Baba.’

‘O, mijn god. Ik ben bang dat je bent opgelicht, Herman Vanderbergh.’

‘Hoezo?’

‘Niemand maakt in het voetbalwereldje zomaar geld over aan iemand die hij nog nooit heeft ontmoet.’

‘Het leek allemaal heel betrouwbaar, Daniel Atsu.’

‘Ik heb een idee. Heb je foto’s van  Fatawu Dauda en Richard Ofori op je telefoon staan?’

‘Ja, die heb ik. Ik heb twee foto’s van Fatawu Dauda en Richard Ofori op mijn telefoon staan, die ik van internet heb getrokken, voordat ik ze benaderde. Kijk, Daniel Atsu. Hier heb je ze.’

‘Ja, dat zijn Fatawu Dauda en Richard Ofori.’

‘En dan heb ik ook nog twee andere foto’s gekregen van Fatawu Dauda en Richard Ofori toegestuurd gekregen nadat de deal rond was. Die heeft Razak Baba mij gemaild nadat hij het geld ontvangen had.’

‘Laat eens zien, die foto’s.’

‘Momentje. Even kijken. Ja, daar heb ik ze. Dit zijn de foto’s van Fatawu Dauda en Richard Ofori, die Razak Baba mij heeft gestuurd, toen hij de honderd duizend euro ontvangen had.’

Op het moment dat Daniel Atsu de foto’s op het telefoonscherm van Herman Vanderbergh zag kreeg hij de slappe lach.

‘Wat is er, Daniel Atsu?’

Na een halve minuut was Daniel Atsu weer in staat om een fatsoenlijke zin te formuleren.

‘Dat zijn David Aglah en Derrick Kobinna Bonney! Twee van de grootste stand up comedians van Ghana! Man, wat ben jij opgelicht!’

Ouderschapsverlof

 

Mijn vrouw en ik waren verslaafd aan GHB, Gamma-Hydroxyboterzuur. Wij moesten er elke dag voor zorgen dat wij een voorraad GHB in huis hadden, waar een kalmerende werking op onze genotzuchtige lichamen vanuit ging. Omdat mijn vrouw en ik allebei fulltime in de gezondheidszorg werkten, nooit nuchter waren en bovendien gezamenlijk de zorg droegen voor de opvoeding van onze acht jonge kinderen, waren er tijdens de spaarzame momenten dat mijn vrouw en ik over onze voorraad GHB konden overleggen bijna altijd kinderen aanwezig. Wij voelden ons daarom gedwongen GHB een onopvallende bijnaam te geven: GeHaktBallen.

‘Schat, zijn er nog genoeg GeHaktBallen in huis?’ vroeg ik aan mijn vrouw.

‘Nu even niet, honneponnetje,’ zei ze. ‘De GeHaktBal slaat zojuist enorm in.’

John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 5 – De Führerbunker IV

Zo onopvallend mogelijk betraden Sepp Sanders en Mario Bos het kleine parkje dat aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse lag. Ze gingen eerst op een bankje voor het vierkanten transformatorhuisje in het verlaten parkje zitten om de omgeving in zich op te nemen. Ze zagen nergens beveiligingscamera’s hangen. Er cirkelde geen helicopter boven hun hoofd, waaruit met Kalasjnikovs bewapende Oost-Duitse grenswachten hingen. Ze waren door niemand gevolgd. Ook Big Brother was nergens te zien. Tijd voor actie.

‘Mario. Als jij je eerst gaat verkleden achter het vierkanten transformatorhuisje, dan blijf ik op de uitkijk zitten,’ zei Sepp Sanders.

‘Gewoon erheen lopen en me omkleden?’

‘Ja, Mario. Zoals we uitgebreid hebben besproken.’

‘Als ik mijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas uit heb getrokken, prop ik die toch in de plastic zak?’

‘Heel goed, Mario. En vergeet vooral de zakken van je trainingspak niet te legen.’

‘Oké, Sepp.’

‘En vergeet vooral ook niet de uniformpet uit je onderbroek te halen, Mario.’

‘Ik ben niet gek, Sepp.’

‘Dat heb ik ook nooit beweerd, Mario.’

‘Dat is waar, Sepp. Je hebt nooit gezegd dat ik gek ben.’

‘Ga nu maar, Mario. We hebben niet de hele dag de tijd.’

‘Dat is waar, Sepp. Dan ga ik me nu omkleden achter het vierkanten transformatorhuisje. Tot zo.’

‘Succes, Mario. En schiet een beetje op, want ik ben zo gestresst als ik weet zo snel niet wat.’

‘Een veer?’

‘Wat?’

‘Gestresst als een veer, Sepp.’

‘Het is zo gespannen als een veer en zo gestresst als bijvoorbeeld een kip, Mario. En nu wegwezen of ik trek hier midden in het park je trainingsbroek van je reet.’

‘Ik ga al, Sepp. Tot zo.’

Mario Bos verdween met de plastic tas in zijn hand achter het vierkanten transformatorhuisje. Om zich een houding te geven pakte Sepp Sanders de reisgids van Berlijn uit zijn plastic tas en deed net of hij erin aan het lezen was. Zonder dat hij iets zag was zijn blik strak gevestigd op een foto van de beroemde televisietoren van Oost-Berlijn, de 368 meter hoge Fernsehturm aan de Panoramastrasse, vlak bij de Alexanderplatz.

‘Ik ben klaar!’ hoorde Sepp Sanders Mario Bos even later van achter het vierkanten transformatorhuisje roepen. Daarna kwam een streng kijkende Mario Bos zelfverzekerd in het volle ornaat van een Oost-Duitse grenswacht op Sepp Sanders aflopen.

‘Ongelooflijk, Mario. Ik schrok me rot. Je lijkt niet op de Oost-Duitse grenspolitie, je bent de Oost-Duitse grenspolitie. Indrukwekkend.’

‘Danke schön, Herr Sanders. Is het trouwens grenswacht of grenspolitie, Sepp? Je gebruikt die twee termen steeds door elkaar.’

‘Wat jij leuk vindt, Mario. Je ziet er perfect uit. Je had alleen je plastic tas met daarin het trainingspak en de rest van de inhoud van de plastic tas achter het vierkanten transformatorhuisje moeten laten liggen.’

‘Scheisse! Vergessen.’

‘Maakt niet uit, Mario. Geef maar aan mij. Ga jij even relaxen op dit bankje, dan ga ik me nu verkleden. Ik verstop jouw plastic zak ook wel achter het vierkanten transformatorhuisje.’

‘Wat moet ik in de tussentijd doen?’ zei Mario Bos, die nog altijd niet was gaan zitten en een blikje Coca-Cola uit zijn rechter broekzak pakte.

‘Geen Coca-Cola drinken in de DDR, Mario! Dat kan echt niet, iemand van de Oost-Duitse grenspolitie, die een blikje Coca-Cola drinkt in een parkje vlak bij de Muur.’

‘Ik verga van de dorst, Sepp. Niemand ziet ons. Ik drink het op.’ Mario Bos trok het blikje Coca-Cola open, dronk het bijna in een teug leeg en liet een boer als een bronstige zeekoe, waarvan het geluid tegen de muren van de gebouwen aan de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse weerkaatste.

‘Geef hier, dat lege blik, Mario,’ zei Sepp Sanders en stopte het lege blikje in een van de plastic tassen, die hij in zijn handen hield. ‘Ga nu op het bankje zitten en kijk streng voor je uit. Ik ben zo klaar.’

‘Is het raar als ik ga roken?’

‘Wel als je shag gaat roken, Mario, want dat kennen ze hier niet. En ook geen westerse sigaretten.’

‘Goed dat je het zegt, Sepp. Een Oost-Duitse grenspolitie met een westerse sigaret zou natuurlijk opvallen.’

‘Zonder twijfel, Mario.’

‘Dan rook ik wel even niet.’

‘Wijs. Dan ga ik me nu ook even omkleden. Doe geen gekke dingen, Mario. Ik ben zo klaar.’

Sepp Sanders keek nog eens goed om zich heen om te kijken of de kust veilig was en verborg zich daarna snel achter het vierkanten transformatorhuisje om zich om te kleden. Binnen een minuut was hij klaar. Hij plaatste de twee zakken met daarin de flessen water, de reisgidsen, de rookwaar, de twee felgele polyester trainingspakken van het merk Adidas, het lege en het volle blikje Coca-Cola rechtop tegen de achterwand van het vierkanten transformatorhuisje. Daarna mompelde hij ‘fuck it,’ pakte het volle blikje Coca-Cola uit zijn eigen plastic zak en dronk het in een keer leeg. Toen Sepp Sanders daarna het lege blikje Coca-Cola in een van de twee plastic tassen stopte weerkaatste opnieuw het geluid van een boer tegen de muren van de gebouwen aan de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse. Dit keer klonk de boer meer als een verveeld nijlpaard op leeftijd. Daarna stapte ook Sepp Sanders in zijn uniform van de Oost-Duitse grenspolitie achter het vierkanten transformatorhuisje vandaan.

Sepp Sanders ging recht voor Mario Bos staan en keek hem met een streng gezicht aan.

‘Vanaf nu spreken we alleen nog maar Duits,’ zei Sepp Sanders tegen Mario Bos.

‘Duits? Ik spreek helemaal geen Duits! Ja, een woord of tien misschien, maar niet veel meer.’

‘Kut. Hou dan maar zoveel mogelijk je mond.’

‘Ik kan het redelijk verstaan, maar spreken doe ik het nauwelijks.’

‘Als het nodig is doe ik het woord wel. Beperk jij je maar tot knikken, recht voor je uit kijken en salueren als dat nodig is. Je weet hoe ze hier salueren?’

‘Nee.’

‘Kijk. Zo. Met je rechterhand recht tegen de rechterkant van je uniformpet. En hou je hand horizontaal als je salueert, want anders doe je het fout en lijk je op Mickey Mouse en vallen we op en dat is het laatste wat we moeten doen.’

‘Ik snap het.’

‘Doe eens voor.’

Mario Bos ging fier in de houding staan en salueerde precies zoals volgens Sepp Sanders de bedoeling was.

‘Perfect. Je bent een natuurtalent.’

‘Dank je, Sepp.’

‘Laten we gaan. We gaan recht naast elkaar lopen. Hier in de Mohrenstrasse hoeft dat nog niet in ganzenpas, maar mochten we straks moeten aansluiten bij een groep Oost-Duitse grenspolities dan volgen we vanzelfsprekend hun tempo. Laten we gaan.’

Toen ze gespannen het parkje op de hoek van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse verlieten zagen ze op honderd meter afstand, recht voor hen uit, de Muur. Weer honderd meter daarachter moesten de resten van de Führerbunker liggen.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Met mensen en kinderen in De Kuip

 

Op 14 mei 1940, rond half twee in de middag, vernietigden Duitse bommenwerpers, in hun gedoemde zucht naar eeuwige roem, binnen een kwartier, bijna de gehele historische binnenstad van Rotterdam. Ruim 650 mensen kwamen om en 80.000 werden dakloos. Ontelbare mensen liepen ontroostbaar tussen de puinhopen van hun oude paradijs. Nederland capituleerde.

Op dezelfde dag. Een paar uur later en 77 jaar later. Dirk Kuijt mag drie kruisjes slaan. Dit kampioenschap van Feyenoord, het eerste sinds 1999, vormt de bevrijding uit een lange periode van leed en vernedering.

Elke speler is altijd schatplichtig aan het roemrijke verleden van het Feyenoord van rond 1970 en het grootste en mooiste stadion van Nederland. De Kuip zit altijd vol. Met mensen en kinderen.