Een Gouden Idee

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 35: “uitkomst.”

Omdat de eerste twee romans van de onbekende schrijver zelfs in de ramsj onverkocht bleven liet zijn uitgever hem op woensdagochtend 23 augustus weten zijn derde roman niet uit te geven.

Nog dezelfde dag vernam de onbekende schrijver via het nieuws dat het concert van de Amerikaanse rockband de Allah-Las in Rotterdam werd afgelast vanwege een mogelijke terreurdreiging.

Uit nieuwsgierigheid ging de onbekende schrijver op Spotify het laatste album van de Allah-Las beluisteren en was zo onder de indruk van de muziek dat hij nog dezelfde avond al hun albums aanschafte via bol.com.

Om zijn stagnerende schrijverscarrière uit het slop te trekken besloot de onbekende schrijver dat het een uitkomst zou zijn om zijn schrijversnaam te veranderen in Mohammed Goebbels.

Deze 120 woorden verschenen op 29 augustus 2017 voor het eerst op 120w.nl.

John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 19 – De Grote Ontsnapping VI, Berlijn (Kerst 1987)

 

Nadat Sepp Sanders aan het alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant plaatsgenomen had klapte de overgebleven ober met trillende handen de menukaart open, die verpakt was in bruin uitgeslagen gescheurd doorzichtig plastic. Daarna wees de ober met een trillende wijsvinger naar het bovenste rijtje gerechten op de kaart met de titel “Kalte Vorspeisen.”

Sepp Sanders was nauwelijks klaar met het lezen van het eerste gerecht “Mariniertes Heringsfilet in Sahne Hausfrauen-Art” toen de ober met zijn trillende rechterwijsvinger een cirkelbeweging maakte boven alle “Kalte Vorspeisen” op de kaart en daarna enkele keren zijn trillende vinger van links naar rechts bewoog ten teken dat er geen “Kalte Vorspeisen” geserveerd konden worden.

De ober wees vervolgens met zijn trillende vinger naar de “Suppen.” Sepp Sanders zag “1 grosse Tasse Ochsenschwanzsuppe mit Einlage” staan. Dat leek hem wel wat als voorgerecht. Maar opnieuw bewoog de ober zijn trillende vinger enkele keren heen en weer ten teken dat er ook geen “Suppen” te krijgen waren.

Nu wees Sepp Sanders zelf naar de “Eierspeisen” en wees “2 Stück verlorene Eier auf Speck mit Bratkartoffeln” aan. Hij liet zijn vinger bewust onder het woordje “verlorene” hangen. De ober knikte en haalde ter verontschuldiging zijn schouders op.

Sepp Sanders trok zijn wenkbrauwen licht verbaasd op. Ondanks het feit dat hij volkomen op de hoogte was van de ultrabelabberde service in restaurants in het Oostblok was hij toch licht verbijsterd om in real time mee te maken dat het echt zo erg gesteld was met de ultrabelabberde service als hij al wist. Het was net alsof je een afgrijselijke baan had en dan bij het voor de zoveelste keer uitvoeren van je afgrijselijke baan toch weer geschokt was over het feit hoe afgrijselijk je baan daadwerkelijk was.

Zonder enige hoop nog fatsoenlijk voedsel geserveerd te krijgen draaide Sepp Sanders de menukaart om. Er stonden nog “Fleischgerichte,” “Pfannengerichte” en “Wild, Geflügel und Fischgerichte” op de kaart, gevolgd door “Gemüsebeilagen,” “Kartoffelbeilagen” en “Salate.” De menukaart sloot af met de vermelding “Vegatarische Gerichte, Schonkost werden nach Wunsch zubereitet.”

Sepp Sanders keek de ober even schamper vragend aan, maar wist al genoeg toen de ober luid snuivend zijn hoofd schudde, waarbij een donkerbruin gekleurde neushaar met aan het uiteinde een klein opgedroogd stukje snot het rechterneusgat van de ober verliet en zich als het dons van een pul op de linkerbovenhoek van de achterkant van de menukaart vleide.

De ober trok de menukaart bruusk uit de handen van Sepp Sanders, draaide de kaart om, smeet hem op tafel en priemde zijn trillende vinger op de twee gerechten die onder het kopje “Für das Kind” stonden, “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” en “Butterreis mit Zucker und Zimt.”

Sepp Sanders keek de ober licht ongelovig aan. Zonder oogcontact met hem te maken sloeg de ober nog enkele keren op het bovenste gerecht.

“Mischgemüse mit Kartoffelbrei?” vroeg Sepp Sanders aan de ober.

De ober knikte beschaamd en bleef zonder uitdrukking op zijn gezicht recht voor zich uit staan kijken als een klein kind dat geduldig op een verdiende straf staat te wachten, die hij bereidwillig en volkomen onverschillig zal ondergaan.

Sepp Sanders slaakte een diepe zucht. Hij zag dat het door hem gekozen gerecht nog geen hele Ostmark kostte. Gemengde groenten met aardappelpuree. Blijkbaar had hij geen keus. Zijn dertig Ostmark zou hij in “Gaststätte Mitropa” niet stuk kunnen slaan.

“Zwei? Zweimal “Mischgemüse mit Kartoffelbrei?” vroeg Sepp Sanders en stak twee vingers in de lucht, omdat hij het gevoel had dat de Oost-Duitse ober te lethargisch was om zijn moedertaal te verstaan. Hij dacht aan één portie gemengde groenten met aardappelpuree niet genoeg te hebben.

De ober knikte met een spijtige blik.

Wat moest die man zich rot schamen over zijn vernederende baan in dit arbeidersparadijs. Eén keer, slechts één keer werd het wonder dat leven heet aan een ieder van ons geschonken. En dan kwam er een dag in je leven dat je op middelbare leeftijd ongeschoren voor lul stond in een karikatuur van een parodie op een waardeloos restaurant in een achterlijk land. Gekleed in rommel waar de Zeeman in Nederland zich nog voor zou schamen. De ongewassen voeten gestoken in ongepoetste schoenen waarvan de punten kaal waren. Levend op honderd meter afstand van het vrije Westen.

Je kon de Mercedessen en de BMW’s aan de andere kant van de Muur voorbij horen zoeven. Billboards met daarop de merknamen van fatsoenlijke wasmachines en scheerapparaten staken duidelijk zichtbaar uit boven de “anti-fascistische tankwal,” zoals de Muur gênant genoeg in het jaar van de bouw van de Muur door de toenmalige Oost-Duitse leider Walter Ulbricht was genoemd. Wat moest deze man, die wellicht een lieve vrouw en kinderen had, die thuis op hem zaten te wachten, wel niet van zijn tragische leven vinden? Wat zou hij ’s morgens zien als hij in de spiegel keek?

Tranen van medelijden sprongen Sepp Sanders bijna in de ogen. Wat een bron van immense treurigheid stond er op een meter afstand van hem te bibberen en zurig te walmen.

‘Haben Sie auch Bier dazu?’ vroeg Sepp Sanders aan de ober.

De ober knikte bevestigend, wees op de menukaart een halve liter fles Radeberger bier van een halve Ostmark aan en verdween pijlsnel in de richting waarheen de andere vijf obers een paar minuten eerder verdwenen waren. Toen de ober achter het gordijn verdwenen was had Sepp Sanders het gevoel dat de kans groot was dat de ober zich ging verhangen in de keuken, als hij maar het lef had gehad om een einde te maken aan zijn vernederende bestaan, maar waarschijnlijk gloeide ergens diep in het binnenste van deze geslagen man een klein sprankje hoop op iets beters in de toekomst. Per ongeluk aangereden worden door een vrachtwagen op een zonnige lentedag of een pijnloze hartstilstand tijdens een slaapverwekkende verjaardagsvisite.

Tijd voor een sigaret. Tijdens de tweede trek van zijn sigaret merkte Sepp Sanders op dat er geen asbak op zijn kleine alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant stond. Nog voordat hij een blik om zich heen had kunnen werpen om op zoek te gaan naar een asbak om de askegel van zijn sigaret in te deponeren werd hij met een hard voorwerp keihard tegen het achterhoofd geslagen.

Toen hij in een reflex verschrikt met zijn vrije hand naar zijn hoofd greep om de schade op te nemen zag hij vanuit zijn linkerooghoek hoe de ober vanaf een lichtbruin plastic dienblad, waar een hoek van afgebroken was, het eerste van twee bordjes “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” van het dienblad pakte en daarna met een luide knal voor hem op tafel kwakte. Terwijl Sepp Sanders met zijn linkerhand over de pijnlijke plek op zijn achterhoofd wreef keek hij verbijsterd naar de ober die stoïcijns het tweede bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” voor hem op tafel schoof.

De ober pakte vanonder zijn linkeroksel een dikbuikige halve liter fles Radeberger bier en opende die met een welgemikte slag tegen Sepp Sanders’ alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant. De kroonkurk verdween met de snelheid van een V-2 buiten het gezichtsveld van Sepp Sanders. De ober zette zijn mond op de halve liter fles Radeberger bier om het uit de fles kolkende schuim een halt toe te roepen. Zijn hoofd zag eruit als de gulzige kop van een oude glimmende kapper die schrokkerig een veel te groot stuk brood naar binnen probeert te slobberen.

Sepp Sanders voelde bloed aan zijn hand kleven en keek vol ongeloof naar de ober die de tot bedaren gebrachte halve liter fles Radeberger bier tussen de twee bordjes “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” op zijn tafeltje zette en daarna binnen een paar seconden weer achter het gordijn verdween waarachter Sepp Sanders de keuken vermoedde.

Sepp Sanders keek verbijsterd om zich heen om te zien of er iemand getuige was geweest van wat er zojuist gebeurd was. Maar er was niemand om hem een begripvolle blik toe te werpen. Hij was nog steeds de enige gast van “Gaststätte Mitropa.”

Trillend van verontwaardiging nam hij nog een trek van zijn sigaret en bleef in lichte paniek om zich heen kijken, alsof er toch iemand tevoorschijn zou komen, vanonder een tafel of vanachter een gordijn. Misschien was er iemand die alles had zien gebeuren terwijl hij toevallig stil had gestaan voor het grote raam van “Gaststätte Mitropa,” naar binnen had gekeken en alles had gezien gebeuren en die kon bevestigen dat hij zojuist geschoffeerd en vernederd was op een manier die elke beschrijving tartte. Maar er was niemand. Sepp Sanders was totaal alleen in zijn allesomvattende gevoel van vernedering en desolate vervreemding.

Sepp Sanders haalde eens diep adem. Daarna drukte hij gedecideerd zijn sigaret uit in het meest rechtse bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei.” Vervolgens pakte hij het bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” met daarin zijn uitgedrukte peuk op en plaatste dat bordje bovenop het andere bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei,” waarbij hij ervoor zorgde dat hij flink wat druk zette op het bovenste bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei,” zodat de inhoud van het onderste bordje “Mischgemüse mit Kartoffelbrei” over de rand van het bordje geperst werd zoals diarree over de rand van een verstopt toilet stroomt.

Sepp Sanders stond op van zijn alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant. Toen hij de halve liter fles Radeberger bier van zijn tafeltje oppakte merkte hij nauwelijks op dat het bier eerder warm dan lauw was. Een deel van de inhoud van de halve liter fles Radeberger bier goot hij uit over zijn bouwwerkje van de twee op elkaar gestapelde bordjes “Mischgemüse mit Kartoffelbrei.”

Het overige bier dat zich in de halve liter fles Radeberger bier bevond liet hij op de vloer van het restaurant uit de fles lopen terwijl hij naar de kassa liep die vlak naast zijn alleenstaande eenpersoonstafeltje met uitzicht op de kale muur van het restaurant op een hoogpotige tafel geplaatst was.

Met een luide knal van de bodem van de fles op de kassaknop sloeg Sepp Sanders de kassalade open. Hij griste met één hand alle bankbiljetten uit de lade van de kassa en stak die in de linkerzak van zijn overall. Vervolgens ramde hij de kassalade dicht en smeet zijn nu lege halve liter fles Radeberger bier aan gruzelementen tegen een ingelijst portret van de zuinig en zuur kijkende DDR-leider Erich Honecker dat de achterwand van het restaurant sierde. Een explosie van glas en bier deed het getroffen portret van de “Held der DDR” enkele keren heftig heen en weer schommelen voordat het met een nieuwe explosie van glas, gekraak van versplinterend hout en het scheuren van goedkoop fotopapier op de vloer van “Gaststätte Mitropa” uiteenspatte.

Op weg naar de uitgang van “Gaststätte Mitropa” hoorde Sepp Sanders het snel naderbij komende geluid van voetstappen dat zonder twijfel veroorzaakt werd door het legertje stinkende, depressieve, onverzorgde obers, die allemaal in het trotse bezit waren van een vaste baan en ongepoetste schoenen met kale punten.

Bij de voordeur van “Gaststätte Mitropa”  aangekomen trok Sepp Sanders de sleutel uit het slot van de voordeur, verliet het restaurant en draaide, zodra hij buiten op het trottoir stond, de voordeur van “Gaststätte Mitropa” op slot.

Zonder achterom te kijken stak hij de Friedrichstrasse over om op het trottoir aan de rechterkant van de straat te komen, dat na een kleine tweehonderd meter eindigde bij Checkpoint Charlie, de uitgang voor westerse bezoekers van Oost-Berlijn.

Sepp Sanders beloofde zichzelf nooit van zijn leven nog één keer een voet te zetten in een dictatoriaal land dat zijn inwoners tot compleet gedegenereerde zombies maakte. En ook zag hij een heilige missie voor zich: een eind te maken aan alle dictaturen in de hele wereld, zodat alle mensen konden eten wat er op een menukaart stond en vrij konden leven zonder haat en zelfhaat. Zonder een pion te zijn in een cynisch pokerspel dat in de naam van ideologieën werd gespeeld door de cynische grootmachten van de wereld.

Bij Checkpoint Charlie aangekomen was er nauwelijks een wachtrij. Hij pakte zijn paspoort uit de rechterzak van zijn overall, maar checkte eerst onopvallend met zijn rechterduim of het bruine houten kistje met daarin niet alleen het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten,” maar ook het “MANIFESTO OF THE EAST GERMAN YOUTH 1987” met als subtitel “This is an open letter to all the leaders of the West, written by the youth of East Germany” van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos,” en het paspoort en de portemonnee van Mario Bos, nog stevig op zijn plaats aan de achterkant van zijn kleding in zijn onderbroek verstopt zat. Geen problemen zolang hij niet gefouilleerd zou worden.

Sepp Sanders was aan de beurt om de DDR te verlaten. Een klok bij de ingang van Checkpoint Charlie wees 15.10 uur aan. Hij was exact 5 uur en 33 minuten in de DDR geweest.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Als Een Vrouw Haar Ziel Aan De Duivel Wil Verkopen

Afgelopen zondag was ik op uitnodiging van mijn Deense uitgeefster Kærlighed Snyder in de Deense hoofdstad Kopenhagen, om te praten over de Deense uitgave van mijn Bulgaarse debuutroman uit de jaren negentig “Наказание Sweeper.”

We hadden afgesproken in “Il Gabbiano,” een Italiaans restaurant aan de Langeliniekaj in de haven van Kopenhagen. We keken uit op het wereldberoemde bronzen standbeeld “De kleine zeemeermin,” “Den lille Havfrue” in het Deens, zo vertelde mijn Deense uitgeefster mij.

Om conversatie te maken vertelde Kærlighed Snyder mij dat “De kleine zeemeermin” met recht klein genoemd mag worden. Het op 23 augustus 1913 onthulde beeld is slechts 1.25 meter hoog. Ze wist me ook nog te vertellen dat het beeld 175 kilo weegt.

Ik deed, net zoals jij nu aan het doen bent, of ik het allemaal ongelooflijk interessant vond wat zij mij aan het vertellen was. Dat had ik misschien beter niet kunnen doen. Onder het genot van een bord Pappardelle met Stracotto en een fles San Pellegrinoging Kærlighed Snyder maar door met het rondstrooien van triviale feiten die betrekking hadden op “De kleine zeemeermin.”

Zo weet ik nu dat het beeld gemaakt is door de Deense beeldhouwer Edvard Eriksen (1876-1959). Edvard Eriksen gebruikte zijn eigen vrouw als model voor het lichaam van “De kleine zeemeermin.” Omdat de vrouw van Edvard Eriksen in het bezit was van een foeilelijk gezicht gebruikte hij het hoofd van de destijds wereldberoemde ballerina Ellen Price als model voor het hoofd van het beeld.

En was ik op de hoogte van het feit dat “De kleine zeemeermin” ontzettend vaak het slachtoffer was geweest van vandalisme? Ik knikte zonder veel overtuiging, omdat ik ooit wel eens gehoord had dat het beeld onthoofd was. Ik had het bericht van de onthoofding meer als een betreurenswaardige grap dan als schokkend wereldnieuws ervaren.

Mijn Deense uitgeefster kende de hieronder staande lijst van vandalisme op het beeld van “De kleine zeemmermin” uit haar hoofd:

1961 beschilderd met een bh en voorzien van een onderbroek en rood haar;
1963 besmeurd met rode verf;
1964 onthoofd door kunstenaar Jorgen Nash, lid van de extreem-linkse kunstenaarsbende Situations International (SI, niet te verwarren met de Islamitische Staat, IS);
1976 met verf besmeurd;
1984 rechterarm afgezaagd;
1990 poging tot onthoofden;
1998 onthoofd;
2003 met explosieven van rots geblazen;
2004 in burqa gehuld;
2006 besmeurd met groene verf, dildo aan hand bevestigd;
2007 in maart en mei besmeurd met verf;
2007 gekleed als moslima;
2017 met rode verf besmeurd in mei, met rode en witte verf besmeurd in juni.

Dat “De kleine zeemeermin” de hoofdpersoon is van het gelijknamige sprookje van Hans Christian Andersen wist ik ook nog wel, maar ik had geen idee waar het sprookje over ging. Vanzelfsprekend ging Kærlighed Snyder met enthousiasme in op mijn verzoek de inhoud van het sprookje in het kort te vertellen.

“Op haar 15e mag de kleine zeemeermin, zoals alle meerminnen, naar de oppervlakte van de zee zwemmen en de wereld daarboven bekijken. Daar ziet ze een mooie prins op een schip en wordt op slag verliefd op hem.

De prins zal echter nooit verliefd worden op een meisje met een vissenstaart in plaats van benen (wie wel?). In ruil voor een toverdrank, die haar benen op de plaats van haar staart geeft, staat de kleine zeemeermin haar tong en daardoor haar mooie stem af aan de duivel, in de gedaante van een toverheks.

De prins wordt verliefd op een normaal meisje. De vier oudere zussen van de zeemeermin geven de kleine zeemeermin een mes, dat ze in ruil voor hun mooie haar bij de zeeheks hebben gekocht. Als de kleine zeemeermin de prins vermoordt met dat mes, kan ze weer een meermin worden en voor de rest van haar leven terugkeren naar haar familie.

De zeemeermin met benen kan het niet over haar hart verkrijgen om de prins te vermoorden. Ze stort zichzelf in zee en verandert in schuim.”

De moraal van het sprookje was duidelijk: Wie zijn ziel aan de duivel verkoopt om zijn verlangens te kunnen bevredigen, komt rottig aan zijn eind.

Nu begreep ik beter waarom het beeld van “De kleine zeemeermin” zo vaak gemolesteerd was. Je ziel aan de duivel verkopen is een doodzonde.

Mijn Deense uitgeefster Kærlighed Snyder rekende ons etentje af en stopte het bonnetje zorgvuldig in een vakje van haar portemonnee.

Daarna stelde Kærlighed Snyder mij voor ergens een hotelkamer voor een uur te huren om eens “lekker te gaan neuken.” Omdat ik al jaren in voorspoed getrouwd ben, stelde ik voor om in plaats van op haar, een ritje te maken in de “Dæmonen,” een stalen achtbaan in het wereldberoemde attractiepark Tivoli.

Dit verhaal verscheen op 26 augustus 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Kutobsessie

‘Ik heb het helemaal gehad met jouw kutobsessie.’

‘Welke kutobsessie? Waar heb je het over?’

‘Je kutobsessie met het woord “kut” natuurlijk, lul!’

‘Ik weet echt niet waar je op doelt. Heb ik iets met het woord “kut?”

‘Ach, man. Ik kan er niet meer mee leven. Alles draait bij jou om “kut,” “kut” en nog eens “kut.”‘

‘Kun je duidelijk maken wat je bedoelt? Nu laat je me in het duister tasten.’

‘Hebben we vorige zomer hebben niet twee weken in Calcutta gezeten?’

‘Dat was inderdaad een kutvakantie, maar ik kon van tevoren toch ook niet weten dat we daar vast zouden komen te zitten door de tropische storm Xaviera en verder niets van India hebben gezien?’

‘De kerstvakantie hebben we doorgebracht in Connecticut. Wat een saaie kutstaat was dat.’

‘We zijn in Connecticut gestrand omdat ik een psychose kreeg in de trein van Boston naar New York. Ik moest worden opgenomen in het Connecticut Valley Hospital in Middletown, Connecticut. Dat was toch overmacht?’

‘En de zomer daarvoor dan? Ik heb me nog nooit zo verveeld als in dat Kroatische kutdorpje Blinsjki Kut.’

‘Begin je daar nu over? Dat kwam omdat de rivier de Kupa overstroomd was en we geen kant op konden!’

‘Alleen die chillvakantie op Ko Kut, in Thailand, vond ik wel oké. Dat moet ik toegeven.’

‘Dat was toeval. Alle vluchten naar Ko Samui zaten vol.’

‘Vooruit, misschien is die kutobsessie wel meer van mij dan van jou.’

‘Zie je wel! Het valt allemaal reuze mee. Waarschijnlijk is er bij mij helemaal geen sprake van een kutobsessie!’

‘Valt wel mee? Nu ik er nog eens verder over nadenk. Jij wil per se dat onze dochter aan de Katholieke Universiteit Tilburg gaat studeren! “Waar studeert je dochter?” “Aan de KUT.” Ik schaam me elke keer dood als ik het aan iemand moet vertellen.’

‘Maar dat is toch toeval? De studie Italiaans staat daar toevallig het best aangeschreven!’

‘En dat je promotieonderzoek hebt gedaan naar Józef Kut, die rooms-katholieke priester die in 1942 in het Duitse concentratiekamp Dachau is omgekomen? Jezus, je had toch wel een andere Poolse kutpriester uit kunnen kiezen?’

‘Dat is zó flauw, dat je dat zegt! Dat van Józef Kut was stom toeval. Mijn toenmalige hoogleraar geschiedenis zocht iemand die promotieonderzoek wilde doen naar Poolse geestelijken die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet hebben gezeten. Als ik geen “ja” had gezegd tegen dat promotieonderzoek was ik nooit doctor in de geschiedenis geworden en dus ook geen universitair docent met het bijbehorende salaris. Dan was je de partner geweest van een gewone geschiedenisleraar aan de een of andere kutschool, in een kutdorp vol met kutkinderen die zich geen reet voor geschiedenis interesseren!’

‘Daar heb je wel een punt.’

‘Kutobsessie! Ik heb helemaal geen kutobsessie! Het zit totaal tussen je oren!’

‘Weet je wat ik opeens lig te denken?’

‘Nou?’

‘Jij had eigenlijk filmregisseur moeten worden in plaats te promoveren op het leven van Józef Kut.’

‘Hoezo dat?’

‘Dan had  je de hele dag “Cut” kunnen roepen.’

‘Flauw hoor.’

‘Best een mooi beroep trouwens, filmregisseur. Behalve als je een kutfilm moet maken.’

‘Je hebt gelijk. Dat zou natuurlijk kut zijn.’

Dit verhaal verscheen op 23 augustus 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Paradijs, Noord-Holland

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 34: “paradijs.”

Als we hier om eens heen kijken zou je niet snel zeggen dat we hier midden in “Het Paradijs” staan. Uitgestrekte weilanden tot aan de horizon, in welke richting je ook kijkt. Slechts doorkliefd door een slingerende boerenlandweg met daaraan een half dozijn woningen en een groot boerenbedrijf met stolpboerderij. En toch staan we hier in “Het Paradijs,” al moet ik eigenlijk zeggen “Paradijs.”

Paradijs is een buurtschap in de gemeente Opmeer, in de provincie Noord-Holland. Met de naam Paradijs wordt niet alleen de bewoning aan de gelijknamige straat bedoeld, maar ook het land en bewoning er direct omheen, aan de Oosterboekelweg. Het buurtschap is gelegen tussen de buurtschappen De Weere en Gouwe.

Het straatnaambord wordt met enige regelmaat gestolen.

Deze 120 woorden verschenen op 21 augustus 2017 voor het eerst op 120w.nl.

“Paradijs, Noord-Holland,” weekwinnaar week 34 op 120w.nl, augustus 2017: https://120w.nl/2017/paradijs-noord-holland/ 

Open Brief Aan Rapper Sjors En Alle Golddiggers Van Nederland

Al jaren ben ik spiritueel rappercoach van onder anderen Ali B en Lil’ Kleine. Wat doet de spiritueel rappercoach? In essentie zorg ik ervoor dat de rappers die ik onder mijn hoede heb zich niet gek laten maken door hun succes. Dat ze lekker in hun vel zitten en zich kunnen bezighouden met wat ze het liefst willen doen en waar ze goed in zijn: rappen.

In de geschiedenis van de Nederlandse rapmuziek zijn talloze voorbeelden te vinden van rappers die niet om konden gaan met hun succes en onder meer ten onder gingen aan hun louche managers, die ervandoor gingen met hun eerlijk verdiende geld.

Rappers, die hals over kop in gemeenschap van goederen trouwden met de eerste de beste groupie die ze in hun bed vonden en bezwangerden en op die manier na een flitsscheiding binnen een paar maanden de helft van hun zo zorgvuldig opgebouwde vermogen kwijt waren aan een golddigger, die binnen enkele weken een nieuwe jonge rapper in haar net strikte om, met name financieel, leeg te zuigen.

Daarnaast bestaat er voor elke rapper vanzelfsprekend de verleiding om veel drank en drugs te gebruiken. Drank en drugs kosten veel geld, zijn slecht voor de gezondheid en kunnen in het uiterste geval zelfs tot de lichamelijke en geestelijke ondergang van de rapper leiden.

Als spiritueel rappercoach heb ik Ali B en Lil’ Kleine kunnen afhouden van alle hierboven genoemde gevaren.

Ik geef toe, mijn diensten als spiritueel rappercoach zijn niet goedkoop, maar een simpele rekensom laat zien dat mijn aanwezigheid in het leven van Ali B en Lil’ Kleine nog elke dag elke cent waard is. Beide artiesten leven nog, zijn gelukkig, gebruiken nooit drank en drugs en zorgen er met hun rapmuziek voor dat elke dag miljoenen mensen vrolijk door het leven gaan met een liedje van één van “mijn” artiesten in hun hoofd.

Door middel van deze open brief wil ik ook het aanstormende raptalent Rapper Sjors mijn diensten aanbieden. Vanuit “het wereldje” krijg ik steeds meer signalen binnen dat ook Rapper Sjors het slachtoffer dreigt te worden van dames die alleen op zijn geld en gezondheid uit zijn en geen oog hebben voor de mens achter de rapper.

Sinds Rapper Sjors (Heerlen, 31 mei 1992) op 28 maart 2013 te gast was in het programma Man Bijt Hond van de NCRV is zijn ster snel gestegen. Inmiddels heeft Rapper Sjors meer dan 18 duizend volgers op Facebook en bijna 33 duizend volgers op Instagram.

Rapper Sjors introduceert zijn muziek op zijn website rappersjors.nl als volgt: “vette funk met r&b-hip hop en Nederlandse maatschappij-kritische teksten maar wel dansbaar.”

Tot voor kort was Rapper Sjors voor slechts 750 euro te boeken voor een optreden van ruim twintig minuten (exclusief reiskosten), maar de waan van de dag kan de prijs voor een optreden van Rapper Sjors snel doen stijgen.

Vooral de grote hit “De Ware Liefde” van Rapper Sjors doet mij het ergste vrezen voor zijn ontvankelijkheid van voor de avances van beruchte golddiggers als Monica Geuze, Fajah Lourens, Kim Feenstra en Patricia Paay.

Als ik als professioneel spiritueel rappercoach de tekst van “De Ware Liefde” analyseer zie ik de spreekwoordelijke bui al hangen:

Toen ik jou zag staan was ik meteen verliefd en voelde ik die vlinders in m’n buik.

Ik zag je staan, in de discotheek en vond je meteen de ware in m’n ogen.

En de enige was jij, dus mijn doel. Dus ik ging op je af, recht uit mijn gevoel.

Ik wilde je graag leren kennen, 100% van mij moest jou hebben want,

Het kon niet meer zo heel lang duren al die hele lange uren.

Was jij nou de vrouw die ik had gevonden? en heelde dat al m’n wonden?

Fakkelde geen moment, nu zijn we samen, na al die eenzame jaren,

De ware ontmoeten, en niemand kan ons hiervoor laten boeten.

Ik wil door middel van deze open brief alle golddiggers van Nederland oproepen om het prille Limburgse raptalent Rapper Sjors met rust te laten. Een rapper die zo openlijk op zoek is naar de ware liefde is een makkelijk doelwit voor jullie grijpgrage poten.

Mijn oproep om Rapper Sjors met rust te laten moeten jullie niet interpreteren als een vrijbrief om jullie geile en giftige pijlen dan maar te richten op andere grote talenten van het mannelijke geslacht, of dat nu rappers, voetballers of dammers zijn. Blijf met jullie poten van onze helden af!

Een paar laatste woorden voor Rapper Sjors. Als je net als Ali B en Lil’ Kleine gebruik wil maken van mijn diensten als spiritueel rappercoach neem dan vrijblijvend contact met mij op via de redactie van hoemannendenken.nl.

Geloof me, Rapper Sjors, misschien zijn mijn diensten niet goedkoop, maar een leven lang geluk, waarbij je zelf de baas blijft over je zuur verdiende euro’s, is de investering dubbel en dwars waard.

Nicolaas Visser, spiritueel rappercoach van o.a. Ali B en Lil’ Kleine

Dit verhaal verscheen op 21 augustus 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 18 – De Grote Ontsnapping V, Berlijn (Kerst 1987)

 

Sepp Sanders probeerde een onopvallend wandeltempo aan te houden terwijl hij aan de linkerkant van de Friedrichstrasse over het trottoir liep. Ondanks dat dit betekende dat hij regelmatig uit moest wijken voor tegenliggers leek het hem beter om niet op het trottoir aan de overkant van de Friedrichstrasse te lopen, omdat het trottoir aan de rechterkant van de Friedrichstrasse rechtstreeks uitkwam bij de ingang van Checkpoint Charlie voor westerse bezoekers van Oost-Berlijn, die de DDR wilden verlaten.

Sepp Sanders had de keus uit twee kwaden. Opvallen aan de overkant, omdat hij met zijn aanwezigheid daar kenbaar maakte op weg te zijn naar West-Berlijn en daarom vanzelfsprekend iemand uit het Westen zou moeten zijn.

Groot nadeel aan het eventuele opvallen aan de rechterkant van de Friedrichstrasse zou wat hem betreft het feit zijn dat hij gekleed ging in een overall, zoals die door bijvoorbeeld automonteurs werden gedragen.

Welke dagtoerist uit het Westen zou gekleed gaan zoals hij er nu uitzag? Hoogstwaarschijnlijk niemand. Dus zou hij in de gaten kunnen lopen, omdat hij eruit zag als een Oost-Duitser. Een goede reden om aan de linkerkant van de Friedrichstrasse op het trottoir te blijven lopen. Hij nam het slalommen voor lief.

Een enkele Oost-Berlijner kreeg toestemming om West-Berlijn te bezoeken, omdat zijn grootmoeder op sterven lag bijvoorbeeld, die tijdens de bouw van de Muur in 1961 toevallig aan de goede kant van de Muur had gewoond en was blijven wonen. Daarbij werden dan wel de vrouw en kinderen van de desbetreffende Oost-Berlijner door de Oost-Duitse overheid als onderpand gebruikt, zodat de desbetreffende Oost-Berlijner zeker terug zou komen naar Oost-Berlijn, mocht hij zijn familie ooit nog levend terug willen zien.

De Oost-Berlijner die toestemming kreeg om familie te bezoeken in West-Berlijn zou nooit gebruik mogen maken van de grensovergang Checkpoint Charlie, omdat Checkpoint Charlie uitsluitend bedoeld was als doorgangspunt voor niet-Duitsers.

Oost-Berlijners zouden dus nooit aan de rechterkant van de Friedrichstrasse lopen als ze op bezoek gingen in West-Berlijn. Ze zouden altijd een andere grensovergang nemen, zoals de meer zuidelijk gelegen overgangen Oberbaumbrücke en Sonnenallee of de meer noordelijk gelegen overgangen Invalidenstrasse/Sandkrugenbrücke en Chauseestrasse/Reinickerdorfer Strasse.

Als een inwoner van Oost-Berlijn rechtstreeks op Checkpoint Charlie af zou lopen zou hij automatisch opvallen, staande worden gehouden, gecontroleerd en gefouilleerd worden.

Als Sepp Sanders aan de rechterkant van de Friedrichstrasse ging lopen was de kans dus heel groot dat hij zou worden staande gehouden door vertegenwoordigers van de Oost-Duitse overheid. Als hij vervolgens ook nog zou worden gefouilleerd zou men in zijn geval zeker het bruine houten kistje aantreffen en binnenstebuiten keren waarbij men niet alleen het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative,” met als ondertitel “Initiative zum Aufbau eines Abwehrschirms gegen Interkontinentalraketten” aan zou treffen, maar ook het “MANIFESTO OF THE EAST GERMAN YOUTH 1987” met als subtitel “This is an open letter to all the leaders of the West, written by the youth of East Germany” van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos,” en alsof het niet genoeg was om hem voor altijd naar Siberië te verbannen ook nog het paspoort en de portemonnee van Mario Bos.

Aan de rechterkant van de Friedrichstrasse lopen was voor Sepp Sanders uitgesloten. Hij kon pas aan de rechterkant van de Friedrichstrasse gaan lopen op het moment dat hij Checkpoint Charlie betrad.  Nu moest hij aan de linkerkant van de Friedrichstrasse blijven lopen.

Sepp Sanders gooide het restje van zijn brandende sigaret een meter voor zich uit op het trottoir en drukte bij de volgende stap de brandende peuk uit met de hak van zijn rechterlaars. Om elke mogelijke confrontatie met een vertegenwoordiger van de Oost-Duitse autoriteiten te voorkomen raapte hij het uitgedoofde vodje tabak van het trottoir en stopte dat in de rechterzak van zijn overall.

Sepp Sanders bemerkte dat hij bijna flauw viel van de honger. Sinds het ontbijt dat hij en Mario Bos die ochtend hadden gescoord bij de Edeka supermarkt in de Massenstrasse, wat brood, kaas en melk, had hij niets meer gegeten.

Het was geen wonder dat zijn lichaam schreeuwde om nieuwe bouwstoffen. Helemaal als je stilstond bij alle lichamelijke activiteiten die hij die dag had moeten verrichten om in en uit de Führerbunker te komen. En hoeveel energie zouden alle doorstane emoties hem wel niet gekost hebben?

Een volwassen man had tussen de acht en twaalfduizend kilojoules per dag aan levensmiddelen nodig. Hoeveel calorieën dat waren zou gemakkelijk uit te rekenen zijn als je wist dat 1 joule gelijkstond aan 0,2388459 calorie. Maar wie wist zoiets uit zijn hoofd?

Een groot soort stationsklok, waarvan het tegen weer en wind beschermende glaswerk in de vorm van een Spaanse kraag gebarsten was, hing aan het einde van het woonblok half van de muur en liet een tijd van 14.30 uur zien. Een rottijd om ergens iets te gaan eten in een land waar de klant voetveeg was.

Op het moment dat hij van zichzelf iets moest eten – midden op straat flauwvallen zou in zijn geval dodelijk zijn in het licht van alles wat op zijn flauwvallen zou volgen – zag hij dat hij toevallig langs een restaurant liep dat hem die morgen op weg naar de Führerbunker helemaal niet opgevallen was. Hij was veel te druk in gesprek geweest met Mario Bos. Boezemvrienden raken nooit uitgepraat:

‘En desnoods klimmen we over de Muur. Toch, Sepp?’

‘Wat moet, dat moet, Mario. Maar ik verwacht daar toch echt een doorgang voor grenswachten.’

‘Goed ingelezen, Sepp.’

‘Het is mijn hobby, Mario. Het is mijn hobby.’

‘Daar heb je dan wel weer gelijk in, Sepp.’

Restaurants vielen per definitie niet op in het Oostblok, omdat ze er nauwelijks waren. Keek het geluk nu dan zijn kant op? Dat was niet de indruk die Sepp Sanders die dag gekregen had na de dood van zijn beste vriend en zijn geheimzinnige ontvoering waarbij hij een onmogelijke opdracht meegekregen had van de twee rozenblaadjes van “De Witte Roos.”

Tot zijn voldoening schoot Sepp Sanders te binnen dat hij van de dertig Ostmark die hij bij binnenkomst in Oost-Berlijn verplicht in ontvangst had moeten nemen, in ruil voor echt West-Duits geld, nog geen enkele Ostmark aan wat dan ook had uitgegeven. Het zou geen probleem worden om de lage rekening te betalen.

De naam van het restaurant was “Gaststätte Mitropa.” Het restaurant zag eruit zoals alleen een restaurant in het Oostblok eruit kon zien. Lelijk, onverzorgd, morsig, vies, ongezellig, naargeestig, muf, troosteloos, goedkoop, kitscherig en gesloten. Gezien het tijdstip van de dag zou het niet eens gek geweest zijn als het restaurant inderdaad gesloten was. Maar Sepp Sanders was zich bewust van het feit dat hij in een Oostblokland was waar de mores van fatsoenlijke landen niet golden.

Los van het feit dat er in communistische landen niet aan het houden van een siësta werd gedaan – Arbeit macht frei! en zo heet was het rond Kerstmis nu ook weer niet in Oost-Berlijn – moest er niet vergeten worden dat werkloosheid hier niet voorkwam. Dit betekende dat iedereen aan het werk moest worden gehouden, ook als er niets te werken viel. De kans was dus zeer groot dat het restaurant wel degelijk geopend zou zijn, dat er geen Oost-Duitse klanten aanwezig zouden zijn, omdat uit eten gaan, al was dat hier zonder twijfel spotgoedkoop, voor de gemiddelde Oost-Duitser een luxe was die hij zich niet kon veroorloven, maar bovenal zouden er geen klanten zijn, omdat werkelijk iedere Oost-Duitse burger die niet compleet gehandicapt of geestelijk gestoord was op ditzelfde moment aan het werk was, omdat werkloosheid in communistische landen niet bestond.

Met een brede glimlach op zijn gezicht, omdat hij weer eens gelijk had, opende Sepp Sanders de deur van “Gaststätte Mitropa,” wat met een luid geklingel van een metalen bel gepaard ging. Uit alle hoeken en gaten van “Gaststätte Mitropa” verscheen er personeel. Het werd direct duidelijk waar de werkloosheid verborgen was geweest. Opeens werd Sepp Sanders omringd door wel zes obers, die allemaal zonder te groeten zijn kant op liepen, waardoor hij even het gevoel kreeg gearresteerd te gaan worden.

Geen groet. Geen oogcontact. Chagrijnige smoelen. Ongezonde grauwe gelaatskleur. Ongeschoren. Ongewassen. Stank. Zwarte nagels. Ongepoetste schoenen. Goedkope dranklucht. Ongestreken overhemden. Geopende gulpen. Ongekamd vet haar. Roos op de schouders. Geelbruine tanden. Uitpuilende neusharen. Plakken oorsmeer aan de ingang van de gehoorgangen. Amechtig. Er was geen twijfel mogelijk. Sepp Sanders bevond zich in een communistisch restaurant waar de klant voetveeg zou zijn.

Sepp Sanders wachtte nog even af of een van de zes obers een stoel naar achteren zou schuiven om hem aan een tafel te verwelkomen, maar schoof, toen geen enkele ober aanstalten maakte om ook maar iets te doen, zelf een stoel van een tafel om plaats te nemen.

Midden in zijn handeling werd hij door een van de zes obers met een kort armgebaar tegengehouden, waarbij de ober op een bord ter grootte van een schoenendoos wees dat midden op de tafel stond. “Reserviert” viel er op het bord te lezen. Er volgde een ongemakkelijke stilte waarbij geen van de obers van de kale punten van zijn ongepoetste schoenen opkeek.

Sepp Sanders ging op zoek naar een tafel die niet gereserveerd was, maar op elke tafel die hij zag stond een zelfde bord met daarop het woord “Reserviert.”   

Sepp Sanders spreidde zijn armen uit in een hulpeloos gebaar. Twee van de zes obers deden hem na. Drie obers bleven naar de kale punten van hun ongepoetste schoenen kijken. De laatste ober draaide verveeld en luid zuchtend een zinloos pirouettetje. De goede man zou toch niet overwerkt zijn?

Een tweede keer spreidde Sepp Sanders zijn handen uit in een hulpeloos gebaar. De ober die zojuist nog een zinloos pirouettetje had gemaakt liep van Sepp Sanders weg en gebaarde hem met een armbeweging, die nog het meest leek op een slecht gelukte imitatie van een depressieve doelman die de bal enkele keren voor zich op de grond laat stuiteren alvorens de bal ver uit te trappen, te volgen naar een klein alleenstaand tafeltje naast de kassa van het restaurant. Hij pakte het bord met daarop Reserviert” van het tafeltje en gebood Sepp Sanders aan het tafeltje met uitzicht op de muur van het restaurant plaats te nemen. De andere vijf obers verdwenen zonder iets te zeggen schoorvoetend in de richting van waar de keuken moest zijn.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Komkommertijd

‘Dit is de eerste keer dat we zo’n all in vakantie doen, toch?’

‘Dat weet je toch, schat?’

‘Nou ja, ik zeg het maar even.’

‘Dit is de eerste keer dat we een all in vakantie doen. De eerste keer dat we in de zomer zonder de meiden op vakantie zijn. Voor het eerst geen dwang van jou om musea en ruïnes te bezoeken.’

‘Dat was toch altijd hartstikke leuk? We hebben de meiden de hele wereld laten zien! Het oude Rome, Londen, Parijs, heel Amerika, Indonesië en Thailand. De meiden hebben een topjeugd gehad!’

‘Als jij het zegt.’

‘Wat klink je bitter. Ik vind het prettig hier. Heerlijk rustig toch? Een keer zonder de meiden? Niet de hele dag dat gezeur om chips, cola, ijs, patat en kutsouvenirs, die te veel geld kosten en na een dag stuk en vergeten zijn.’

‘Ach, ik mis de meiden gewoon.’

‘Hebben de meiden je nog niet geappt?’

‘Die hebben wel wat anders aan hun hoofd als het nog ochtend is in Lloret. Dan liggen ze nog met een kater van de goedkoopste sangria  in hun bed, of het bed van iemand anders. Met een of andere Deense snotneus, die heeft geprobeerd ze zonder condoom te neuken, vlak nadat hij over zijn nek is gegaan van zijn veertigste cocktail op kosten van zijn ouders.’

‘Wat ben je cynisch! Wat heb jij vandaag?’

‘We zijn hier nu voor de tweede dag en ik verveel me nu al kapot. Ik zie overal dezelfde suffe Nederlandse koppen als gisteren. Ik hoor hun geratel over de vergiftigde eieren in Nederland, de Nederlandse vrouwen die Europees kampioen voetbal zijn geworden en dat slappe gelul over de Derde Wereldoorlog die volgende week uitbreekt tussen Noord-Korea en Amerika.’

‘Je mist de meiden.’

‘Ik mis alles. Ik mis ons. Ik mis mijn leven. Er gebeurt hier niks. Ik voel me dood.’

‘Maar we zouden toch lekker een weekje gaan chillen in een all in resort in Turkije? Ereader mee en ontspannen maar.’

‘Ik ben te gestresst om me te kunnen ontspannen met een boek op een glasplaat. Ik wil een echt boek! Een boek dat ik kan voelen en ruiken! Jij met je ereaders. Je bent godverdomme een schrijver en downloadt alle boeken die je leest gratis via Spotnet! Een NSB’er, dat is wat je bent! Een huichelachtige dief, die zijn eigen soort verraadt. Hoe wil jij ooit dit gezin kunnen onderhouden van jouw schrijven als je zelf alles wat je leest illegaal downloadt? Schoft!’

‘Schatje. De kost gaat voor de baat uit. Nu ben ik nog even niet beroemd en heb ik nog geen geld om alle boeken die ik lees te kopen, zoals vroeger. Ik heb mijn baan opgezegd om fulltime te gaan schrijven! Daar stond je achter! Alles is in overleg gegaan! Je gelooft toch in mij? Je hebt altijd gezegd dat je in me gelooft!’

‘Dat is ook zo. Sorry, schatje. Ik mis de meiden en verveel me. En dat van die komkommertijd kunnen we ook wel oplossen.’

‘Schat, als je zo door blijft wrijven over mijn geslacht is mijn komkommertijd nooit ver weg.’

‘Laten we naar onze kamer gaan. Je wilde toch een all in vakantie?’

Dit verhaal verscheen op 15 augustus 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.