Boekpresentatie Kathmandu hipsters

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 40: “gastenlijst.”

Op 18 november is de boekpresentatie van mijn Nederlandse debuutroman Kathmandu hipsters. De boekpresentatie zal beginnen om 14 uur in de bibliotheek van Alkmaar. Er is tijd voor een interview, muziek en een signeersessie. Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd.

Kathmandu Hipsters is een onvervalste pageturner, die gaat over moord, drugssmokkel, bedrog en verwoestende familiebanden. De zinderende en gruwelijke finale laat de lezer verbijsterd achter.

Vanaf 19 november is Kathmandu hipsters in de (web)winkel te verkrijgen voor twintig euro.

Er is geen gastenlijst, dus je kunt gewoon binnen komen lopen. Voor de logistiek is het wel handig als je mij per mail of een persoonlijk bericht op Twitter of Facebook laat weten of en met hoeveel je komt.

Deze 120 woorden verschenen op 29 maart 2018 voor het eerst op 120w.nl.

Slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd

In de lente van 2005 schud ik de hand van Bill Clinton voor het Amstel Hotel in Amsterdam

Kennen jullie de theorie dat alle mensen op aarde maximaal slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd zijn? Het maakt niet uit of je als Eskimo in de buurt van de Noordpool woont, dartelt over de uitgedroogde savannah’s van Kenia, ondergoed verkoopt op de Albert Cuyp of wegkwijnt in een flatje aan de rand van een verlepte provinciestad in een vergeten land; alle inwoners van onze blauwe planeet zijn slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd en daaruit blijkt dat we eigenlijk veel meer verbonden met elkaar zijn dan je aanvankelijk zou denken.

Je hoeft slechts te graven in je geheugen, of navraag te doen bij je familie of vrienden, om erachter te komen dat bijna iedereen wel eens een beroemd iemand de hand heeft geschud, of het nu de zoveelste BN’er is, de paus of een bevriend staatshoofd.

Ik geef een voorbeeld: in 2005 liep ik toevallig langs het Amstel Hotel in Amsterdam op het moment dat Bill Clinton naar buiten kwam en een warm bad nam in het publiek dat zich in afwachting van zijn verschijning voor de entree van het Amstel Hotel verzameld had. Ik was een van de velen die hem de hand schudde en daarmee was ik opeens slechts een handdruk verwijderd van bijvoorbeeld John F. Kennedy, die Bill Clinton de hand schudde toen Bill Clinton als jonge tiener het Witte Huis bezocht als lid van een delegatie van de padvinderij uit een uithoek van Arkansas. John F. Kennedy ontmoette sovjetleider Nikita Chroesjtsjov in 1961 in Geneve (nu was ik slechts drie handdrukken verwijderd van Chroesjtsjov) en Chroesjtsjov was een beschermeling van Stalin (vier handdrukken) die de kroonprins was van Lenin (vijf handdrukken).

Iedereen die mij ooit de hand heeft geschud is dus evenveel handdrukken verwijderd van de bovengenoemde personen plus een. En zonder twijfel hebben vele personen die mij ooit de hand hebben geschud ooit wel eens mensen de hand geschud die personen de hand hebben geschud die iedereen kent.

Wat schieten wij hiermee op? Niets.

Afgelopen dinsdag ontmoetten Trump en Kim elkaar in Singapore. Ik was daar op vakantie in 1994 en wellicht hebben Trump of Kim in Singapore de hand geschud van iemand die ik daar in 1994 de hand heb geschud, of de hand geschud van iemand die ik destijds de hand heb geschud. Maar Trump heeft sowieso de hand geschud van Clinton en ben ik dus slechts drie handdrukken verwijderd van Kim en vanzelfsprekend slechts twee van Trump.

Het feit dat de wereld het slachtoffer is van talloze trage processen waarbij het welhaast onmogelijk lijkt om met gezond verstand tot wijze beslissingen te komen over thema’s zoals het milieu, goed onderwijs en goede zorg voor iedereen en geen honger waar ook ter wereld lijkt niet te rijmen met het feit dat wij elkaar allemaal bijna persoonlijk hebben ontmoet of zullen ontmoeten. Dat is een gedachte die treurig stemt.

Een volgende keer ga ik het over het fenomeen “kutzwagers” hebben. Hoeveel piemels ben jij van mij verwijderd?

Je moet trouwens de groeten van de paus (twee handdrukken) en de Dalai Lama hebben (ook twee handdrukken).

“Slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd” stond op 13 juni 2018 als eerste op hoemannendenken.nl, de enige site vóór vrouwen, dóór mannen.

Liefde maken

© Pixabay

Mijn vriendin en ik zaten die zomerse zaterdagavond naast elkaar op onze uitgedroogde bruine ribfluwelen versleten tweezitsbank uit de seventies. In het bezit van onze televisie waren wij niet meer. We hadden allebei een eigen laptop van Dell, uit de 17 700 reeks, waarop een Sennheiser HD-201 Over-ear koptelefoon aangesloten was. Via een stekker.

Het was een uur of half tien in de avond. We keken samen naar de populaire Amerikaanse televisieserie  “Breaking Bad”, op Netflix. Ik was bij seizoen 4, aflevering 8, mijn vriendin bij seizoen 2, aflevering 11.

Mijn vriendin stootte me zacht aan.

‘Is de soep koud?’ vroeg mijn vriendin.

Tenminste, dat nam ik aan, omdat ik, na maanden thuis door het leven te zijn gegaan met een koptelefoon op het hoofd, aardig had leren liplezen.

‘Soep?’

Ik dacht even heel diep na. Hadden wij die dag soep gegeten? Volgens mij pizza.

‘Welke soep?’ vroeg ik licht geïrriteerd aan mijn vriendin, want op deze manier kon ik me niet op “Breaking Bad” concentreren.

Politieman Hank Schrader, gespeeld door Dean Norris, en in de serie de zwager van de held, de longkankerpatiënt en scheikundeleraar Walter White, alias Heisenberg, gespeeld door Bryan Carston, onthulde net aan de held dat Gustavo Fring, maatschappelijk weldoener en baas van de kippenfastfoodgigant “Los Pollos Hermanos”, gespeeld door Giancarlo Esposito, ontmaskerd was als de grootste producent van methamfetamine, crystal meth, in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

Mijn vriendin keek me geschrokken aan. Waarschijnlijk had ik met veel te luide stem “Welke soep?” geroepen, omdat ik mijn koptelefoon nog op mijn hoofd had en “Breaking Bad” niet op pauze had gezet. Wellicht stond het geluid op de koptelefoon van mijn vriendin uit, “Breaking Bad” op pauze en schreeuwde ik keihard in haar linker perceptie.

Ik tikte met mijn rechter wijsvinger op de spatiebalk van mijn laptop om “Breaking Bad” te onderbreken. Ik keek mijn vriendin vragend aan. Ik hield mijn rechter wijsvinger ongeduldig enkele centimeters boven de spatiebalk van mijn laptop. Nu zou ik haar moeten kunnen horen.

‘Ik hou van je,’ zei mijn vriendin.

‘Ik vind jou ook erg lief,’ zei ik.

Buiten was het laatste beetje zomerse zonneschijn aan het wegkwijnen.

‘Waar ben jij?’ vroeg ik, doelend op “Breaking Bad”, seizoen 2, aflevering 11. ‘Is dat die aflevering waarin Jesse Pinkman probeert af te kicken?’

‘Ja, maar het lukt niet erg.’

We keken elkaar enkele seconden glimlachend aan. Het is zo romantisch en knus om samen dezelfde televisieserie te kijken. Vervolgens tikte ik gedecideerd met mijn rechter wijsvinger op de spatiebalk van mijn laptop om “Breaking Bad” te hervatten.

Mijn vriendin stond tegen middernacht op van onze uitgedroogde bruine ribfluwelen versleten tweezitsbank uit de seventies, klapte haar laptop dicht en pakte de HP/De Tijd en de VN van die week van ons salontafeltje, dat naast onze uitgedroogde bruine ribfluwelen versleten tweezitsbank uit de seventies stond, om in ons bed te lezen, alvorens te gaan slapen.

‘Ik ben moe. Ik ga zo slapen,’ zei mijn vriendin.

Meestal was dat de wenk van mijn vriendin om mij te laten weten dat we liefde gingen maken. Met gegarandeerd orgasme voor twee, binnen maximaal tien minuten.

Als je allebei werkt heb je geen tijd om voor het slapen gaan een vuistdikke roman van Markies de Sade na te spelen.

We waren na al die maanden samen perfect op elkaar ingespeeld. We leken op Bassie en Adriaan in hun hoogtijdagen.

Ik deed mijn koptelefoon even af en vroeg aan mijn vriendin, ‘Hoe ver ben je met seizoen 2?’

‘Af,’ zei mijn vriendin.

Ik klapte mijn laptop ook dicht (morgen was er weer een dag om ’s avonds na het werk en de warme maaltijd “Breaking Bad” te kijken. Er waren voor beiden nog afleveringen genoeg). Ik had net aflevering 10 van seizoen 4 afgekeken.

We liepen naar onze slaapkamer en kleedden ons uit. Elke keer als mijn vriendin en ik liefde gaan maken, denk ik, ‘maar moeten we niet eerst douchen?’ We douchen dan niet. Of heel soms. Maar meestal niet.

Dus zei ik ‘oké’ en knipte ons licht uit.

Maar toen we in ons bed lagen en ik als intro voor het liefde maken verschillende handelingen verrichtte bij mijn vriendin, zei mijn vriendin dat mijn vriendin geen liefde wilde maken. Omdat ik in het geheel niet moe was, en bovendien bijzonder gepikeerd was om het feit dat mijn vriendin niet de bijzondere band die wij samen hadden wilde bezegelen met het mooiste dat er tussen twee mensen kan bestaan, namelijk liefde  maken, stond ik op uit ons bed en kleedde ik mij weer aan.

Ik liep eerst naar onze koelkast in onze keuken om een beugeltje Grolsch te pakken. Ik liep naar onze woonkamer en pakte mijn Bijbel uit onze boekenkast. Ik liet me op onze uitgedroogde bruine ribfluwelen versleten tweezitsbank uit de seventies ploffen en sloeg de Klaaglie­deren van Prediker uit het Oude Testament op.

Ik was net begonnen met lezen toen mijn vriendin uit onze slaapkamer tevoorschijn kwam stuiven. Mijn vriendin keek me woedend en teleurge­steld aan.

‘Ga je nu drinken en uit jouw Bijbel lezen, omdat ik geen liefde wil maken?’ vroeg mijn vriendin ongelovig en boos. ‘Je gaat zuipen, omdat je geen liefde met me mag maken. Ik weet het zeker. Ik ken jou toch,’ zei mijn vriendin, draaide zich om en verdween in onze slaapkamer. Ik reageerde niet.

Ik nam een flinke teug uit mijn beugeltje Grolsch en begon in mijn Bijbel te lezen. Om precies te zijn in de Klaagliederen van Prediker uit het Oude Testament. Om preciezer te zijn in het “Eerste Klaaglied: Jeruzalem ten onder gegaan”, vers negen:  ‘Haar onreinheid kleeft aan de zoom van haar kleed; zij heeft niet gedacht aan het einde, ontstellend diep is zij gezonken, niemand is er, die haar troost.’

Mijn vriendin lag even later luid te snurken in ons bed.

Ik dronk. Na een uur of twee beugeltjes Grolsch drinken was ik best dronken. Inmiddels had ik mijn Bijbel geruild voor mijn stukgelezen  “Sjef van Oekel draaft door”, met teksten van Wim T. Schippers en tekeningen van Theo van den Boogaard.

Toen ik geen zin meer had in  mijn stripboek kleedde ik mij weer uit en schoof aan bij mijn vriendin. Mijn vriendin kreunde in haar slaap en ik voelde dat mijn vriendin zin had om liefde te maken. Ik klom boven op mijn vriendin en begon liefde met mijn vriendin te maken.

‘Er gaat toch niks boven liefde maken,’ dacht ik, terwijl ik in mijn vriendin liefde was beginnen te maken. Ik bleef maar liefde maken, maar kon de liefde niet afmaken, omdat ik te dronken was.

Langzaam was mijn vriendin wakker geworden en mijn vriendin leek vol overgave liefde te willen maken. Wild schokte mijn vriendin met haar heupen en maakte liefde alsof haar leven er vanaf hing.

Ik baadde in het zweet, mijn hart ontplofte zo wat. Ik bleef liefde maken  in mijn vriendin, maar de liefde afmaken in mijn vriendin kon ik niet.

Al liefde makend werkte mijn vriendin zich naar een orgasme toe. Mijn vriendin  likte mijn gezicht. Mijn vriendin zoog zuigzoenen in mijn hals en borst. Mijn vriendin krabde mijn rug open. Ik geloof dat mijn vriendin zelfs een pluk haar uit mijn hoofd getrokken heeft.

‘De liefde is bijna gemaakt,’ zuchtte mijn vriendin.

‘Fijn voor je,’ zei ik teleurgesteld, omdat ik zeker wist dat ik de liefde deze keer niet af zou kunnen maken.

‘Ik hou van je,’ zei mijn vriendin, vlak voordat mijn vriendin klaar was met liefde maken.

Ik zei nogal nors, ‘Ik ook van jou.’

Nadat mijn vriendin klaar was met liefde maken rekte mijn vriendin zich uit en vroeg grappend: ‘Wanneer gaan we nu trouwen?’

Daarna sliep mijn vriendin als onze roos.

“Liefde maken” stond op 10 april 2018 als eerste op hoemannendenken.nl, de enige site vóór vrouwen, dóór mannen.