Het Wiel van Dharma

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 31: “slinger.”

De boeddhistische westerling had zich nog zo voorgenomen om op weg naar zijn nieuwe vriendin met zijn racefiets op het “Het Achtvoudige Pad” naar de verlichting te blijven. Zijn “Wielen van Dharma” symboliseerden de door Boeddha verkondigde leer over het pad naar verlichting en telden elk acht spaken.

Hij was van baan veranderd. Hij was gestopt met drinken en roken. Zijn vrouw en kinderen, die hem niet meer konden begrijpen, had hij verlaten. Zijn nieuwe vriendin, die jonger was dan zijn oudste dochter, begreep hem wel.

De vogel kwam van links. Door de botsing met de vogel maakte de boeddhistische westerling een slingerbeweging met zijn racefiets, waardoor hij onder de voortrazende wielen van een zojuist passerende truck werd vermorzeld. Karma.

Deze 120 woorden verschenen op 31 juli 2017 voor het eerst op 120w.nl.

John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 15 – De Grote Ontsnapping II, Berlijn (Kerst 1987)

 

“Herrlich liegt die Zukunft vor Uns,” mompelde Sepp Sanders. Hij keek vanuit het oerwoud van distels, fluitenkruid, hondspeterselie en dolle kervel nog eens goed om zich heen.

In zuidelijke richting zag hij nog net een duo Oost-Duitse grenswachten al slenterend over de Kolonnenweg achter een kromming van de Muur naar links, voorbij de Potsdamer Platz, uit zicht verdwijnen.

De Potsdamer Platz was in de jaren twintig van de vorige eeuw een door flikkerend neonlicht overgoten bruisend Walhalla voor “de nuttelozen van de nacht” geweest, waar kunst, hedonisme, cabaret en promiscuïteit in al hun verschijningsvormen een onstuimige en onweerstaanbaar verleidelijke cocktail hadden gevormd voor hen die lak hadden gehad aan het begaan van zeven of meer dodelijke zonden.

De Potsdamer Platz was omringd geweest door casino’s, luxe restaurants, bordelen en nachtclubs, waar men met voorbedachten rade de tijd doodde, onder het genot van drank, die in alle kleuren van de regenboog geserveerd werd, met en zonder bubbels of ijs, en drugs in een verscheidenheid waar menige apotheker jaloers op zou zijn geweest.

De Potsdamer Platz was het meest wilde en swingende plein van Berlijn geweest, de stad die in de jaren twintig van de vorige eeuw de veelzeggende bijnaam “Spree-Babylon” had gedragen.

De Potsdamer Platz had qua uitstraling moeiteloos kunnen wedijveren met het kolkende elan van Times Square in New York en de hitsige allure van het vooroorlogse Parijse Montmartre.

De Potsdamer Platz was in die tijd één grote flamboyante “Spree Parade.”

Nu bestond de Potsdamer Platz alleen nog maar in naam. Alle energie die het plein ooit had bezeten was vernietigd door de verwoestende loop die de geschiedenis had genomen in de vorm van miljoenen alles onder zich vermorzelende soldatenlaarzen van fascisten en communisten. Het plein was jarenlang genadeloos gestenigd door miljoenen tonnen explosieven, die door de armada’s van de Amerikaanse luchtstrijdkrachten overdag, en die van de Britse Royal Air Force in de nacht, over het centrum van Berlijn waren uitgestort.

De kroon op de vernietiging van het voormalige kloppende hart van Berlijn was de bouw van de Muur in 1961 geweest. De Muur die de Potsdamer Platz letterlijk in tweeën had gedeeld. Alsof je een dood lichaam verder kunt ontheiligen door het te mutileren, vierendelen, bespuwen en in stukken hakken.

Voorzichtig kijkend door kleine openingen in het hem omringende oerwoud van struiken en onkruid kon Sepp Sanders in noordelijke richting geen duo Oost-Duitse grenswachten ontwaren. Achter de Muur in noordelijke richting was het bovenste deel van de Brandenburger Tor te zien. De voormalige toegangspoort tot het centrum van Berlijn was eeuwenlang het toneel geweest van krioelende mensen met een missie, maar vormde nu het troosteloze decor voor een enkele verdwaalde vogel die van West naar Oost-Berlijn vloog. De Brandenburger Tor was nu het symbool geworden van het menselijke vermogen om onoverbrugbare ideologieën te creëren die het voortbestaan van de planeet Aarde in gevaar konden brengen. Vlak achter de Brandenburger Tor was het ingestorte dak van de zwartgeblakerde ruïne van de Reichstag te zien. De voormalige zetel van het Duitse parlement was sinds het aan de macht komen van Adolf Hitler in 1933 verworden tot een deerniswekkende met onkruid overwoekerde stenen kolos die de onmacht van het verdeelde en geteisterde Duitse volk was gaan symboliseren.

Zou de Muur die Oost van West scheidde ooit nog afgebroken worden? Zou Berlijn ooit weer de hoofdstad van een ongedeeld Duitsland worden, waar de volksvertegenwoordiging verzameld zou zijn in een gerestaureerde Rijksdag?

Sepp Sanders wendde zijn blik tussen de struiken en het onkruid door naar rechts, waar zijn oog viel op een grote stationsklok die zich naast de propagandaposter met het opschrift “Herrlich liegt die Zukunft vor Uns”  aan de Oost-Duitse kant van de Muur bevond. Volgens de wijzers van de stationsklok was het vijf voor twaalf. Sinds Sepp Sanders en Mario Bos om 09.37 uur die ochtend de grensovergang Checkpoint Charlie gepasseerd hadden waren er ruim twee uur verstreken. Sepp Sanders had het gevoel alsof hij een paar dagen in de Führerbunker had doorgebracht.

Sepp Sanders keek vervolgens recht voor zich uit naar de wachttoren op ongeveer honderd meter afstand, waar hij de silhouetten van Oost-Duitse grenswachten verveeld door hun verrekijkers naar het Westen zag turen naar toeristen die hen vanaf bij de Muur opgestelde houten stellages stonden te fotograferen alsof ze exotische dieren waren.

Hij moest uit dit vervloekte niemandsland tussen Oost en West zien weg te komen. Het eerste obstakel vormde de wachttoren. Als de wachttoren bemand werd door dezelfde Oost-Duitse grenswachten die hen deze ochtend in de richting van de resten van de Führerbunker hadden zien lopen, zouden ze hem waarschijnlijk herkennen, maar zich vooral afvragen waar zijn compagnon gebleven was, die de Oost-Duitse grenswachten hoog in de wachttoren in luid gelach had laten uitbarsten door in een opwelling de Hitlergroet uit te brengen, waarbij hij “Zum Wohl” naar hen geroepen had.

Het daaropvolgende probleem was het grijs geschilderde wachthuisje met daarin de Oost-Duitse grenswacht, die eruit zag als een etalagepop met kleding van de Oost-Duitse grenspolitie aan, zonder incidenten veilig passeren.

Eerst stond Sepp Sanders op om zijn uniform te fatsoeneren. Daarbij zorgde hij ervoor dat hij verborgen bleef in het oerwoud van distels, fluitenkruid, hondspeterselie en dolle kervel dat hem omringde. Door het pandemonium in de zitkamer van Adolf Hitler, toen hij na de dood van Mario Bos als een hondsdolle honkballer tekeer was gegaan met de afgebroken tafelpoot tegen de plek in de muur waar hij de aanwezigheid van een geheime bergplaats verwachtte aan te treffen, zat zijn in een exclusieve carnavalswinkel in Amsterdam-Noord voor weinig geld gekochte uniform inclusief bijbehorende laarzen en pet van de Oost-Duitse grenspolitie onder het stof en gruis. De ontmanteling van de stapelbedden van de Goebbels kinderen en de daarop volgende tumultueuze ontsnapping via de luchtfilter van de Vorbunker had zijn voorkomen aanzienlijk minder onberispelijk gemaakt.

Sepp Sanders klopte zijn uniform vol vlijt en met beleid af. In een wolk van stof was hij aan het huishouden. Hij sloeg geen onderdeel van zijn garderobe over. Hij vergat niet de uniformpet, die hij tijdens zijn klim uit de bunker als een honkbalpetje strak over zijn hoofd getrokken had, op de gebruikelijke, losse manier op zijn hoofd te plaatsen.

Het bruine houten kistje met daarin het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative” bleef keurig verstopt onder zijn overhemd en was door de lichte bolling van zijn gesloten uniformjasje aan het oog onttrokken.

Sepp Sanders schrok op van alarmerende kreten vanuit de richting van de wachttoren. Toen hij door openingen in de Oost-Duitse jungle in de richting van de wachttoren keek zag hij hoe elkaar wild aanstotende Oost-Duitse grenswachten hun verrekijkers in zijn richting hadden verplaatst, waarbij zij onverstaanbare opgewonden Duits klinkende klanken voortbrachten.

Sepp Sanders had opeens door dat het stofvrij maken van zijn uniform voor de vorming van een kleine paddenstoelwolk had gezorgd, die zich nog steeds langzaam aan het verheffen was boven de met groen overwoekerde ruïne waarin hij zich verstopt hield. In een opwelling greep hij naar zijn sigaretten en zijn aansteker, stak een sigaret op en stapte rokend en in de richting van de Oost-Duitse grenswachten in de wachttoren zwaaiend uit zijn schuilplaats tevoorschijn.

‘Bist du das!? Rauchen Sie!? Wir dachten die dritte Weltkrieg war ausgebrochen!’ vroeg de meest rechts staande Oost-Duitse grenswacht in de wachttoren terwijl hij zijn verrekijker liet zakken.

‘Nein, Joker! Es gibt nichts zu befürchten! Ich war hier nur mit meine Zigarette!’ riep Sepp Sanders en begon aarzelend in de richting van de wachttoren te lopen.

‘Kein Problem! Wo ist dein Genosse geblieben!?’ vroeg dezelfde Oost-Duitse grenswacht verder.

‘Ja, ich soll es Ihnen sagen! Mein Genosse liegt ohnmächtig hinter den Resten des Führerbunkers!’ Sepp Sanders en probeerde zo ontspannen mogelijk in de richting van de wachttoren te lopen.

‘Hinter den Resten des Führerbunkers Ohnmacht gefallen!? Wie ist das passiert!?’ klonk de volgende vraag van dezelfde Oost-Duitse grenswacht.

‘Wahrscheinlich beim Frühstück etwas falsch gegessen!’ riep Sepp Sanders en spreidde zijn armen in een machteloos gebaar ten teken dat hij niet voor alles een verklaring kon hebben.

‘Vielleicht waren die Eier faul wieder und die Schinken über die zulässige Haltbarkeit!?‘ keuvelde de Oost-Duitse grenswacht  ontspannen door.

‘Es könnte sehr gut! Oder saure Milch! Es kommt auch öfter!’ Sepp Sanders stond nu bijna onder de wachttoren en moest recht omhoog kijken om oogcontact met de meest rechtse Oost-Duitse grenswacht te houden.

‘Das ist wahr! Haben Sie aufgefordert, für die medizinische Betreuung durch Ihr Handsprechfunkgerät!?’

Sepp Sanders begreep gelukkig dat hem gevraagd werd of hij medische hulp had gevraagd via een mobilofoon.

‘Der Akku meines Handsprechfunkgeräts ist leer!’ verontschuldigde Sepp Sanders zich.

‘Wie kann das sein? Die Batterien werden immer geladen!?‘ klonk nog steeds dezelfde stem uit de wachttoren.

‘Wenn einige Ruck muss zu tun haben vergessen!‘ gaf Sepp Sanders als verklaring.

‘Und das Handsprechfunkgerät Ihrer Kollegen!?’ ging de Oost-Duitse grenswacht onverdroten door.

‘Der hat er in den Führerbunker fallen gelassen!’ riep Sepp Sanders naar boven.

‘Wie hat er das gemacht wieder gelungen!? In den Führerbunker fallen gelassen!?’ vroeg de Oost-Duitse grenswacht met een geïrriteerde frons op zijn gezicht.

‘Ja, es ist ein echter Trottel, mein Genosse!’ riep Sepp Sanders naar boven.

Hij stond nu recht onder de wachttoren en lonkte naar het grijs geschilderde wachthuisje met daarin de Oost-Duitse grenswacht, die eruit zag als een etalagepop met kleding van de Oost-Duitse grenspolitie aan.

‘Man könnte sagen, ja! Warum sprechen Sie Deutsch wirklich so schlecht, Genosse!?’ voegde de andere Oost-Duitse grenswacht zich in het gesprek.

‘Meine Eltern waren Diplomaten, die immer in obskuren afrikanischen Ländern stationiert waren!’ gaf Sepp Sanders als verklaring voor zijn slechte Duits.

‘Dann bekomme ich es! Aber ein Idiot, der Genosse von dir!’

Sepp Sanders slaakte een zucht van verlichting. Het zou lukken. Hij zou de wachttoren zonder problemen gaan passeren.

‘Ich habe dir gesagt! Ich werde an der Stelle in der Wand zum grau lackierte Wachhaus gehen zu helfen, zu erhalten!’ riep Sepp Sanders en wees naar het grijs geschilderde wachthuisje.

‘Ja! Gute Idee! Viel Glück!’ riepen de Oost-Duitse grenswachten in koor.

‘Vielen Dank! Beobachten Sie jetzt, aber in diesen schmutzigen Kapitalisten über die Mauer zurück!‘ riep Sepp Sanders ten afscheid.

‘Gehen wir tun! Viel Glück, Genosse!’

De twee Oost-Duitse grenswachten richtten hun verrekijkers weer op de fotograferende toeristen die de stellages achter de Muur in het Westen bevolkten.

Sepp Sanders liep door naar het grijs geschilderde wachthuisje met daarin de Oost-Duitse grenswacht, die eruit zag als een etalagepop met kleding van de Oost-Duitse grenspolitie aan.

‘Warum bist du allein? Wo ist dein Genosse?’ vroeg de Oost-Duitse etalagepop.

‘Er wurde krank nach den Resten des Führerbunkers,’ legde Sepp Sanders opnieuw uit.

‘Unwohl wird eine große fette Kater oder ein Sozialisten Frühstück?’ vroeg de etalagepop geïnteresseerd.

‘Wahrscheinlich eine Kombination aus beidem,’ zei Sepp Sanders.

‘Haben Sie gebeten, für medizinische Hilfe mit Ihrem Handsprechfunkgerät?’

‘Ja, medizinische Betreuung ist auf dem Weg,’ loog Sepp Sanders. Er was geen medische hulp onderweg.

‘Sie haben gut gelöst. Können Sie sich identifizieren?’

‘Jesus, Kamerad. Jetzt? Warum sollte ich? Sehe ich aus wie ein Kapitalist?’ Sepp Sanders schrok zich rot. Identificeren? Hier? Nu?

‘Nicht.’

Sepp Sanders besefte dat hij niet de eerste man in de geschiedenis van de mensheid zou zijn die zich met een slappe opmerking over bier en vrouwen uit een benarde situatie zou redden.

‘Kann ich jetzt gehen? Ich habe zu tun. Trinken Bier und Ihre Frau geben Sie eine mittlere Reihe.’

‘Du hast mich,’ zei de Oost-Duitse etalagepop en een samenzweerderige glimlach verscheen op zijn gezicht.

‘Ich gehe.’

‘Bis später. Danke, Genosse. Ich habe eine letzte Frage.’

Een laatste vraag! Sepp Sanders kreeg een hartverzakking.

Warum sprechen Sie Deutsch wirklich so schlecht, Genosse!?’

‘Meine Eltern waren Diplomaten, die immer in obskuren afrikanischen Ländern stationiert waren!’ zei Sepp Sanders opgelucht. Een goede smoes werkt ook een tweede keer.

‘Dann bekomme ich es!

‘Herrlich liegt die Zukunft vor uns!’ zei Sepp Sanders als afscheidsgroet.

‘Entfaltet den Sozialistischen Wettbewerb!’ zwaaide de Oost-Duitse etalagepop hem uit.

Sepp Sanders verliet opgelucht het grijs geschilderde wachthuisje en begon gespannen de Mohrenstrasse af te lopen in de richting van het kleine parkje dat aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse lag.

Hij ging eerst op het bankje voor het vierkanten transformatorhuisje in het verlaten parkje zitten om de omgeving in zich op te nemen. Toen hij niets verdachts zag dook hij achter het vierkanten transformatorhuisje en kleedde zich snel om. Binnen een minuut verscheen hij gekleed in een felgeel polyester trainingspak van het merk Adidas vanachter het vierkanten transformatorhuisje. De zakken van zijn trainingsbroek puilden uit van de sleutelbossen, aanstekers, paspoorten en pakjes sigaretten. Het bruine houten kistje met daarin het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative” zat keurig verstopt onder de voorkant van zijn trainingsjack. De plastic tas met daarin behalve zijn complete uniform, twee reisgidsen van de stad Berlijn, twee flessen water en twee lege blikjes Coca-Cola liet Sepp Sanders liggen achter het vierkanten transformatorhuisje dat achterin het kleine parkje aan de kruising van de Mohrenstrasse en de Otto Grotewohlstrasse gelegen was.

Sepp Sanders betrad de Mohrenstrasse en stak daarna de Otto Grotewohlstrasse over, die in de nazi-tijd nog Wilhelmstrasse geheten had en waaraan tot in de jaren veertig van de twintigste eeuw Hitler’s kantoor De Rijkskanselarij gestaan had.

Op weg naar de kruising met de Friedrichstrasse, die hij rechtsaf in zou moeten slaan om rechtstreeks op Checkpoint Charlie af te lopen, keek hij met een steeds ongemakkelijker gevoel naar zijn uniformlaarzen van de Oost-Duitse grenspolitie, die ondanks het feit dat de broekspijpen van zijn felgele polyester trainingspak van het merk Adidas wijd waren, bij iedere stap die hij nam duidelijk zichtbaar waren onder de wijde pijpen van zijn trainingsbroek.

Het was stil op straat. Dat was vanmorgen ook het geval geweest. Hij bevond zich vlak bij de Muur. Niet echt een plek waar veel Oost-Duitsers zouden gaan flaneren. Bovendien bevonden zich er in deze wijk veel overheidsgebouwen en geen winkels. Dat betekende dat de gebouwen om hem heen gevuld waren met werkende mensen, die niet zomaar hun werkplek konden verlaten om naar buiten te gaan.

Werkloosheid bestond niet in het Oostblok. Werkloosheid was volgens de marxistische leer verboden en werd als een immoreel gevolg van het brute kapitalisme gezien. Verborgen werkloosheid was er echter des te meer. Er werd krankzinnig inefficiënt gewerkt.

Men werkte met vijfjarenplannen, zodat er alleen hard werd gewerkt tegen de tijd dat het vijfjarenplan gehaald moest worden. Je moest vooral niet meer produceren dan er van je werd verwacht in het vijfjarenplan. Deed je dat wel, dan was de kans groot dat je meer werk moest verzetten in het volgende vijfjarenplan. En daar zat niemand op te wachten, harder werken. Lekker zuipen en schaken in de tijd van de baas was het devies van de meeste leden van het arbeiderslegioen.

Ook waren er in het Oostblok talloze onzinnige baantjes verzonnen om ervoor te zorgen dat iedereen werk had. Als je bijvoorbeeld een busje thee wilde kopen, moest je eerst buiten de winkel een uur in de rij staan om te wachten op een bonnetje waarop stond dat je de winkel in mocht om een busje thee te gaan kopen. Daarna moest je aansluiten in een volgende rij om een bonnetje overhandigd te krijgen waarop stond dat je een busje thee wilde kopen. Vervolgens moest je met dat bonnetje in een volgende rij gaan staan om het busje thee af te rekenen. Vervolgens kreeg je een bonnetje overhandigd waarop stond dat je betaald had voor het busje thee en moest je aansluiten in de volgende rij om je busje thee in ontvangt te kunnen nemen. Na een uur of drie kon je dan het pand verlaten met een busje thee in je hand. Het leek verdomme wel de telefonische klantenservice van een willekeurig Nederlands bedrijf. Om knettergek van te worden.

Ja, de marxistische dialectiek kon Sepp Sanders prima volgen. Het was een sluitend systeem met een interne logica waar goed over was nagedacht.

De vastgoedwereld waar hij zelf in verkeerde kwam op Sepp Sanders veel transparanter en in ieder geval eenvoudiger over. Je kocht een gebouw voor bijvoorbeeld een ton en verkocht datzelfde gebouw een tijdje later voor het dubbele bedrag door. Sepp Sanders had altijd gevonden dat werken niet veel beter of simpeler kon zijn dan dat. Je werd er niet vies van. Je verdiende gratis geld. En omdat je veel geld had kon je alles maken, alle vrouwen krijgen die je maar wilde en overal naartoe gaan op vakantie.

Wat kon Sepp Sanders zich toch laten meeslepen door zijn gedachten. Waarom had hij  geen betere oplossing voor zijn schoeisel kunnen verzinnen, waarbij hij met zijn voeten in zijn sneakers op de heenweg Checkpoint Charlie had kunnen passeren? Het had echter geen zin om daar nu nog over lopen te mekkeren. Er was geen betere oplossing geweest, dus nu had hij geen andere keus dan in zijn eentje, gekleed in een felgeel polyester trainingspak van het merk Adidas met daaronder Oost-Duitse uniformlaarzen, de grensovergang Checkpoint Charlie te gaan betreden.

Door de dood van Mario Bos voelde Sepp Sanders een grote, bodemloze, eindeloze, hopeloze leegte in zijn ziel. Alsof het hem niet eens zou interesseren als hij bij Checkpoint Charlie zou worden opgepakt en vlak daarna zou worden geëxecuteerd vanwege spionage, oplichting, huisvredebreuk, het ongeoorloofd betreden van de Vorbunker en de Führerbunker, het vernielen van meubilair dat ongetwijfeld als staatseigendom te boek stond, pissen op de meubels van de Führer, ach de lijst van overtredingen waar hij de doodstraf voor kon krijgen was eindeloos. Hij voelde zich voor Schwanz lopen op weg naar de galg. Waarom had hij niet het brein en de mogelijkheden van mensen zoals James Bond, Jack Reacher en Jason Bourne? Al was het niet helemaal eerlijk om zichzelf langs dezelfde meetlat te leggen als die drie superhelden van het grote doek. Sepp Sanders voelde zich een loser eerste klas, die ….

‘Halt! Stehen bleiben! Hände hoch! Schnell,’ hoorde hij opeens achter zich roepen. In een reflex wilde hij het op een sprinten in de richting van de vrijheid zetten, maar toen hij van achteren door twee paar laarzen tegen de grond gewerkt werd, wist hij dat de kans groot was dat er voor hem geen hoop op een nieuwe ochtend was.

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

De dood van mijn fictieve vrouw

Mijn fictieve neurotische vrouw, met een zwak ontwikkelde narcistische psychose, werd vannacht, zoals elke nacht, getraumatiseerd wakker, omdat zij weer eens die rotdroom had gehad waarin ze het strijkgoed van alle huisvrouwen in de straat binnen een half uur moest wegwerken. Deze repeterende traumatische nachtmerrie is er de oorzaak van dat ze begint te hyperventileren als ze aan een strijkbout denkt. Het ter hand nemen van een strijkbout om daadwerkelijk te gaan strijken moet dan ook als een onmogelijke opgave voor mijn fictieve vrouw worden beschouwd.

Mijn fictieve vrouw is allergisch voor geluid. Als om zeven uur in de ochtend de wekker afgaat slaat mijn fictieve vrouw de wekker met een daarvoor gereed liggende hamer aan diggelen, omdat zij het geluid van een wekker kan die afgaat niet kan verdragen. Het tijdstip waarop de wekker geluiden begint te produceren, zoals bijvoorbeeld het geluid van de alarminstallatie van een in ernstige nood verkerende onderzeeër, is dan ook niet relevant voor mijn fictieve vrouw. Elk tijdstip waarop elke willekeurige wekker afgaat is voor mijn fictieve vrouw wat waterboarding is voor een bewoner van Guantanamo Bay.

Omdat ik mijn fictieve vrouw op geen enkele plaats van haar lichaam aan mag raken (onze drie kinderen zijn met behulp van In Virto Fertilisatie verwekt) is het voor mij niet mogelijk om de hamer, die zij als een kroonjuweel tussen haar benen verstopt houdt, van haar af te pakken.

Mijn fictieve vrouw kan niet tegen rommel. Omdat de vloer van onze slaapkamer iedere ochtend bezaaid ligt met de brokstukken van de vernielde wekker van de dag, die kunnen bestaan uit stukjes glas, scherpe brokken plastic of metalen onderdelen in alle soorten en maten, draai ik elke dag op voor het opruimen van de puinhopen die mijn fictieve vrouw elke ochtend maakt als de wekker is afgegaan. Daarbij gebruik ik altijd een speciaal soort stoffer en blik dat speciaal getest is op de productie van een verwaarloosbare hoeveelheid decibel. Het gebruik van een stofzuiger is net zo’n goed idee als het serveren van een “kapsalon” aan een vegetariër met anorexia.

Als ik vrolijk, liefdevol en zonder geluid te maken onze drie kinderen heb gewekt, en beneden zachtjes de tafel voor het ontbijt voor hen aan het dekken ben, ligt mijn fictieve vrouw al lang weer op een oor te ronken in ons tweepersoonsbed op de zolderverdieping van onze geluiddichte woning, om de verloren gegane nachtrust als gevolg van de traumatische strijkboutnachtmerrie in te halen. De strijkboutnachtmerries putten mijn fictieve vrouw dagelijks in die mate uit dat ze zelden voor het avondeten wakker wordt. Mijn fictieve vrouw komt nooit uit bed en heeft onze drie kinderen na hun geboorte nooit meer gezien.

Nadat de kinderen en ik zwijgend hebben ontbeten om mijn slapende fictieve vrouw op de geluiddichte zolderverdieping niet te wekken, help ik hen voorzichtig met aankleden en breng ze even later, ondanks het feit dat mijn vrouw en ik allebei niet werkzaam zijn op de arbeidsmarkt, voor de zekerheid naar de voorschoolse opvang, zodat de kans dat mijn fictieve vrouw door een of ander geluid dat door een van onze kinderen geproduceerd wordt in haar ochtendslaap wordt gestoord verwaarloosbaar is. De voordeur laat ik altijd op een kiertje staan, zodat de deur niet hard in het slot hoeft te vallen.

Omdat mijn fictieve vrouw en ik beiden geen betaald werk verrichten zorg ik ervoor dat mijn kinderen vijf dagen per week bij een vriend of vriendinnetje thuis de lunch gebruiken. De ouders van de vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen maken geen probleem van dit eenrichtingsverkeer qua zorgzaamheid, omdat zij allemaal op de hoogte zijn van de geestelijke gesteldheid van mijn fictieve vrouw en de daarmee gepaard gaande armoede van mijn gezin.

Toen mijn fictieve vrouw en ik trouwden was er nog geen vuiltje aan de lucht. Ik had dan ook geen enkele moeite om mijn fictieve vrouw het jawoord te geven tijdens de huwelijksceremonie en trouw in voor- en tegenspoed te beloven. Inmiddels ben ik zeven jaren verder met mijn leven.

Vandaag heb ik besloten om een eind te maken aan het leven van mijn fictieve vrouw. Omdat mijn vrouw fictief is zal ik weinig moeite hebben om haar in twee gelijke stukken te zagen en daarna te verpakken in twee zorgvuldig dichtgetapete vuilniszakken, die ik als de kinderen op school zijn met mijn Kia Picanto naar de vuilstortplaats van mijn gemeente kan brengen.

Omdat mijn fictieve vrouw altijd in haar bed ligt en nooit door haar kinderen gestoord wil worden is de kans groot dat de kinderen pas na jaren door zullen hebben dat ze geen fictieve moeder meer hebben.

Dit verhaal verscheen op 27 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Shoah

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 30: “ductiel.”

Al jarenlang wachtte ik op de uitgave op DVD van “Shoah,” de indrukwekkende negen uur durende documentaire over de genocide van de Joden door de nazi’s, uit 1985 van Claude Lanzmann.

Op de Vrijmarkt van 2005 trof ik tot mijn verbazing “Shoah” op DVD aan voor een klein bedrag. De DVD was een week uit. Waarom wilde iemand al na een week van deze verpletterende kijkervaring af?

De verkoper: “Mijn zoon is neonazi en ik had gehoopt dat ik hem na het zien van deze documentaire op andere gedachten kon brengen.”

Ik: “En is het gelukt?”

De verkoper: “Nee.”

Ik weet dat “ductiel” op materiële en niet op immateriële zaken betrekking heeft, maar een aangrijpende herinnering laat zich niet dicteren.

Deze 120 woorden verschenen op 24 juli 2017 voor het eerst op 120w.nl.

John West en de gestolen Picasso (een feuilleton) Deel 14 – De Grote Ontsnapping I, Berlijn (Kerst 1987)

 

Sepp Sanders voelde zich als herboren nadat hij de drastisch door hemzelf ingekorte mindfulness oefening “De ademfocus” had uitgevoerd. Het rouwproces om zijn beste vriend Mario Bos had hij ergens in zijn systeem geparkeerd. Op een zorgvuldig afgesloten plek, waar hij er geen last van zou hebben bij de uitwerking van de handelingen die hij zou moeten verrichten om heelhuids uit zijn benarde situatie te komen.

Eerste de traptreden op die hem naar de Vorbunker zouden leiden. Linksaf de conferentiezaal van de Vorbunker in. Rechtsachter in de conferentiezaal was de deuropening naar de slaapvertrekken van Helga, Hilde, Helmut, Holde, Hedda en Heide Goebbels.

De arme kinderen. Sepp Sanders besefte opeens dat ze alle zes waarschijnlijk nog geleefd zouden hebben als Duitsland in 1919 niet het slachtoffer was geworden van het voor Duitsland zo vernederende Verdrag van Versailles. Geen wonder dat Adolf Hitler uit dat Sauerkraut Armageddon tevoorschijn was gekropen. Aan de andere kant zou Magda Goebbels nooit als broedmachine van de oversekste “Bok van Babelsberg,” nazi propagandaminister Joseph Goebbels zijn gebruikt als Duitsland de Eerste Wereldoorlog wel gewonnen had. Ach wat, gedane zaken namen geen keer en gekeerde zaken sneden geen hout.

Hij liep het eerste slaapvertrek van de kinderen van Goebbels binnen. Daar stond slechts één stapelbed. Uit zijn linkerooghoek zag hij een verroeste paperclip op de grond liggen. Hij legde het bruine houten kistje met daarin het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative” naast de deuropening van het eerste slaapvertrek. Hij boog zich voorover om de verroeste paperclip op te rapen. Terwijl hij het vlammetje van de aansteker in zijn linkerhand brandend hield verboog hij de paperclip op zo’n manier dat het een klemmetje werd dat hij aan zijn aansteker kon bevestigen, zodat de aansteker bleef branden zonder dat hij zijn beurse duim nog langer hoefde te mutileren om het vuur dat zijn avontuur belichtte aan de gang te houden. De brandende aansteker klemde hij in een verbogen scharnier in de deuropening die de twee slaapvertrekken van de Goebbels kinderen van elkaar scheidde.

Zouden Helga, Hilde, Helmut, Holde, Hedda en Heide Goebbels ooit ruzie gemaakt hebben over wie er met wie in welk stapelbed had mogen slapen? Wie er het onderste en wie er het bovenste bed had mogen beslapen? Zou er een roulerend systeem geweest zijn dat alle betrokkenen als eerlijk en rechtvaardig hadden beschouwd? Had Helmut altijd in het slaapvertrek met maar één stapelbed moeten slapen? Omdat hij de enige jongen was? Op het onderste bed? Met boven hem zijn oudste zus Helga, als een soort waakhond? Een soort Duitse herder? Al was Duits herderinnetje in dit geval een betere benaming.

Helmut Goebbels moest natuurlijk streng in de gaten gehouden worden door zijn oudere zus Helga, omdat hij het enige Goebbelskind was geweest dat van het mannelijke geslacht was. Of hadden ze de arme Helmut elke nacht met riempjes vastgebonden aan de spijlen van zijn bed, zodat hij een keurige jongen zou blijven tot de trouwdag die hij nooit zou meemaken?

Het interesseerde Sepp Sanders eigenlijk geen snars. Niet omdat Helga, Hilde, Helmut, Holde, Hedda en Heide nazi kinderen waren geweest en dus geen respect verdienden, men moet een kind nooit de schuld geven van de fouten die hun ouders maken, maar omdat hij zich weigerde druk te maken over zaken waar je toch geen invloed op had. Wat Sepp Sanders betrof vielen veertig jaar geleden vergiftigde nazi kinderen ook onder zaken waar hij geen invloed op had. Zo simpel was dat. De kans was dus groot dat hij zich nu in het slaapvertrek van Helga en Helmut bevond.

Sepp Sanders liep door naar het tweede slaapvertrek waar de verwrongen geraamten van twee stel stapelbedden stonden. De bedden van Hilde, Holde, Hedda en Heide. Vier meisjes die ter dood gebracht waren in opdracht van hun eigen ouders. Nog voordat hun leven goed en wel begonnen was. Wie deed zoiets zijn kinderen aan? Dan moest je wel een nazi zwijn zijn. En dat was precies de juiste omschrijving van de dwergachtige nazi propaganda minister “Bok van Babelsberg” met de horrelvoet als gevolg van de ziekte die in het Duits “Knochenmarkentzündung” genoemd wordt. Een nazi zwijn. Een nazi zwijn dat terecht op de vuilnishoop van de geschiedenis beland was.

Na zijn zelfmoord was Joseph Goebbels amateuristisch slechts voor de helft gecremeerd door zijn naaste medewerkers, omdat de benzine van het Duizendjarige Rijk op was. Een paar dagen later waren de stoffelijke resten van de familie Goebbels op een geheime plaats in het communistische Oost-Duitsland door de Sovjets begraven. In de jaren zeventig werd de Goebbels posse in opdracht van de sovjetautoriteiten alsnog opgegraven, uit angst voor een toekomstige ontdekking van de naamloze nazi-graven door zwakzinnige neo-nazi’s. Ditmaal werd de familie fatsoenlijk gecremeerd, waarna hun as in de rivier de Elbe werd gestrooid. Omdat de Elbe uitmondt in de Noordzee was er een statistische kans dat Sepp Sanders ooit een fragment van de Goebbels familie naar binnen had gewerkt bij het verorberen van een Hollandse Nieuwe. Omdat alleen het idee hem al deed kokhalzen schudde Sepp Sanders deze gedachte snel van zich af.

Sepp Sanders vond dat hij genoeg gemijmerd had en toog aan het werk. Met veel smijt en gooiwerk kreeg hij de twee stapelbedden in het achterste slaapvertrek van de familie Goebbels helemaal uit elkaar. Hij legde de vier spiraalbodems van de twee stapelbedden in setjes van twee naast elkaar op de vloer van het achterste slaapkamervertrek. Daarna sleepte hij de twee setjes spiraalbodems een voor een naar het eerste slaapvertrek van de Goebbels kinderen. Vervolgens trapte hij het stapelbed waarin vermoedelijk Helmut en Helga hun laatste uren hadden doorgebracht aan gort. Daarna legde hij ook van dit stapelbed de spiraalbodems op elkaar. Nu lagen er drie setjes dubbele spiraalbodems klaar om versleept te worden naar de ruimte waarop de meest rechtse luchtfilter uitkwam die voor hem de uitweg uit de Vorbunker moest betekenen.

Sepp Sanders nam de brandende aansteker uit de verbogen scharnier in de deuropening die de twee slaapvertrekken van de Goebbels kinderen van elkaar scheidde en klemde die voorzichtig tussen zijn tanden. Hij moest even uitzoeken wat de beste manier was om de brandende aansteker tussen zijn tanden geklemd te houden. Te veel naar links betekende een brandende wang. Te veel recht naar voren betekende een brandend neuspuntje. Te veel naar rechts betekende een andere brandende wang. Op het moment dat hij de brandende aansteker op gelijke afstand van zijn linkerwang en neuspunt tussen zijn tanden geklemd hield was hij tevreden en boog hij zich voorzichtig voorover om het eerste setje spiraalbodems aan één kant met beide handen op te tillen.

Hij versleepte het eerste setje spiraalbodems via de dinerruimte van de Vorbunker naar de ruimte onder de luchtfilters. In de ruimte onder de luchtfilters aangekomen bestudeerde hij de betonnen wand van de Vorbunker tot aan het plafond waar de gaten van de luchtfilters zichtbaar waren. Zijn bijzondere aandacht ging uit naar meest rechtse luchtfilter, die als enige niet was afgesloten door een ernstig verroeste metalen beschermingskap.

Hij vond een pakje sigaretten in een van de zakken van zijn uniformbroek. Terwijl hij met volle teugen genoot van de giftige rook die door zijn longen gierde bleef hij net zo lang naar de betonnen wand en het plafond van de bunker turen totdat de oplossing voor zijn ontsnapping uit de Vorbunker in zijn gedachten vaste vorm had aangenomen. Hij trapte zijn peuk uit.

Sepp Sanders was binnen enkele minuten terug met de andere twee setjes spiraalbodems. Toen hij het laatste setje spiraalbodems naar de ruimte onder de luchtfilters had versleept zat het bruine houten kistje met daarin het rapport “Strategische Verteidigungsinitiative” weer onder zijn rechteroksel geklemd. Hij legde het bruine houten kistje tegen de achterwand van de hal met de luchtfilters in het plafond. De brandende aansteker nam hij weg tussen zijn tanden en plaatste die rechtop op het bruine houten kistje. Het vlammetje van zijn aansteker toverde opnieuw vluchtige, magische, demonische voorstellingen van Sepp Sanders op de wanden van de bunkerhal.

Binnen een klein half uur had Sepp Sanders een wankele steiger gebouwd die tot vlak onder de opening van de luchtfilter kwam waarvan de opening als enige niet was afgesloten door een ernstig verroeste metalen beschermingskap. Hij klemde zijn brandende aansteker weer tussen zijn tanden en het bruine houten kistje onder zijn rechteroksel.

Sepp Sanders deed enkele stappen achteruit om zijn bouwwerk nog eens goed te bekijken. Zijn blik volgde de route over het bouwwerk dat bestond uit de zes op elkaar gestapelde spiraalbodems van de drie stapelbedden van de zes kinderen van Joseph Goebbels. Zo was die klootzak indirect nog ergens goed voor geweest.

Katachtig beklom Sepp Sanders de ene na de andere spiraalbodem op zijn weg naar de opening in het plafond. Het metaal van de spiraalbodems van de stapelbedden van de Goebbels kinderen maakte kreunende geluiden als van een spoorwagon, die met moeite tot remmen werd gedwongen door zijn machinist, bij het bereiken van zijn eindstation, voor hij zijn inhoud van terdoodveroordeelde onschuldige en uitgeputte joodse burgers op de perrons liet ranselen door goed gekapte sadistische SS’ers, bewapend met steigerende herdershonden en knallende zwepen, voor ze op hun plaats in de optocht op weg naar de hemel werden getrapt en geslagen.

Op het moment dat Sepp Sanders zich vlak onder de opening van de luchtfilter in het plafond bevond stopte hij het bruine houten kistje onder de voorkant van zijn overhemd. De brandende aansteker bleef hij tussen zijn tanden geklemd houden. Hij trok zijn uniformpet strakker over zijn hoofd. Hij keek met een stijve nek omhoog naar de cirkel van blauwe lucht die zijn uitweg uit de bunker van Adolf Hitler betekende. Nog een meter te gaan.

De wanden van de cilindervormige luchtfilter, die eruit zag als een schoorsteen, waren egaal. Er waren geen uitstekende bakstenen of traptreden om je aan vast te houden. Voor Sepp Sanders was de enige manier om de schoorsteen uit te klimmen om in één beweging zijn voeten aan één kant van de luchtfilter plat tegen het stenen oppervlak te krijgen en tegelijkertijd met gestrekte armen zijn handen plat achter zich op de andere kant van de wand van de luchtfilter te plaatsen. Daarbij moest de voorkant van zijn lichaam naar boven gericht zijn. Daarna zou hij al zijn krachten moeten gebruiken om zijn lichaam al trappelend en duwend naar boven te manoeuvreren als een ruim tachtig kilo wegende spin. Als het zou lukken zou niemand hem ooit geloven. Als het zou mislukken lag hij waarschijnlijk met een gebroken nek op de betonnen vloer onder hem.

‘Hey! Ho Let’s go!’ riep Sepp Sanders tegen zichzelf als aanmoediging.

Hij kon even later bijna niet geloven dat het hem gelukt was om binnen vijf seconden bij de rand van de luchtfilter aan te komen door zich als een horizontaal voortbewegende Charlie Chaplin naar boven te harken. Met zijn voeten duwde hij zich met al zijn kracht van de wand van de luchtfilter af, draaide tegelijkertijd zijn lichaam een halve slag om, liet de brandende aansteker vanuit zijn opengeklapte kaken aan een vrije val in de richting van de betonnen vloer van de bunker beginnen (“Gelukkig heb ik de aansteker van Mario Bos nog bij me”), liet zijn beide handen in dezelfde beweging een fractie van een seconde los van de wand achter hem, greep in de eerstvolgende fractie van dezelfde seconde de rand van de luchtfilter met beide handen vast, waarna zijn knieën hard tegen de wand van de luchtfilter sloegen.

Zijn rechterhand glipte even los van de rand van de luchtfilter en een moment lang dacht Sepp Sanders dat hij naar beneden zou storten. Zijn rechterhand vond echter vrijwel direct de rand van de luchtfilter terug. Twee seconden lang hing Sepp Sanders met zijn volle gewicht aan de rand van de luchtfilter. Vervolgens wierp hij met bovenmenselijke inspanning zijn rechterbeen over de rand van de luchtfilter op het dak van de bunker. Met zijn rechterhand trok hij zijn lichaam omhoog, plaatste zijn linkerelleboog over de rand van de luchtfilter, waarna zijn rechterhand genoeg stevig onkruid vond om zijn hele lichaam uit de luchtfilter te trekken. Plat op zijn rug liggend bleef hij met gesloten ogen enkele momenten uithijgen.

Toen Sepp Sanders zijn ogen opende was hij door een oerwoud van distels, fluitenkruid, hondspeterselie en dolle kervel omringd. In de verte hoorde hij herdershonden woest blaffen. Een helikopter van de Oost-Duitse grenswacht, die even later rakelings over de resten van de Führerbunker vloog, veroorzaakte kleine tornado’s van stof en gruis, die Sepp Sanders deden hoesten. Vanuit de wachttoren, die zich op honderd meter afstand in noordelijke richting bevond, klonk het vette gelach van Oost-Duitse grenswachten. Alsof ze net een schunnige mop hadden horen vertellen.

Sepp Sanders draaide zich op zijn buik en spiedde de omgeving af. Nu pas stuitte zijn blik op een propagandaposter aan de Oost-Duitse kant van de Muur met het formaat van twee huizen onder één kap:

“Herrlich liegt die Zukunft vor Uns”

Nieuwe hoofdstukken van dit feuilleton verschijnen elke zondag als eerste op thrillerlezers.nl.

Ik ben een Marsmannetje in het verkeerde lichaam

Je leert je vader pas op waarde schatten als je zelf vader bent.” Ik heb geen flauw idee wanneer ik deze uitspraak voor het eerst heb gehoord. Misschien ving ik de zin op toen ik nog een kleuter was, als een geluidsflard die opklonk uit een groep volwassenen tijdens een verjaardagsvisite, waarbij de aanwezigen zich verveeld afvroegen of ze eerst een slokje van hun lauwe koffie zouden nemen of toch maar een hapje van het muffe puntje slagroomtaart, dat bij voorbaat al de schuld kreeg van het feit dat er ook die dag niet aan de slanke lijn kon worden gedaan.

Het is ook mogelijk dat ik de uitspraak voor het eerst uit de mond van mijn vader heb gehoord, toen we samen ongemakkelijk naast de geopende kist met daarin het zielloze lichaam van mijn opa stonden. Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest. Ongemakkelijk omdat mijn oom zojuist tegen mijn vader had gezegd dat hij “als kind niets aan zijn vader had gehad, maar dat het een leuke opa voor zijn kleinkinderen was geweest.”

Ik ben er echter zeker van dat ik de uitspraak “Je leert je vader pas op waarde schatten als je zelf vader bent” de eerste keer nooit begrepen kan hebben. Ik moet de uitspraak geclassificeerd hebben als een opmerking in de orde van: “In Frankrijk zijn wortels duurder dan in Duitsland.

Wat is een vader?

Als je net op tournee bent in dit leven, is een vader voor een zoon als een roadie of een manager voor een rockartiest on the road. Hun aanwezigheid is zo vanzelfsprekend en belangrijk dat je ze pas mist als het podium in elkaar stort tijdens een optreden, of er na het concert in de poptempel van een guur gehucht geen kamer in het lokale hotel blijkt te zijn geboekt.

Dat betekent dat je geneigd bent om ze pas op te merken als er iets misgaat. Het betekent dat ze eerder op je irritatie en woede kunnen rekenen dan op je waardering en respect. Terwijl de mooiste meisjes van de dag met een verrukte blik in hun ogen om je nek hangen en alles aan je willen geven waar de gemiddelde leeftijdgenoot een moord voor zou willen doen, waar hij zeker voor veroordeeld zou worden, is de manager druk aan het onderhandelen over een zakendeal waar vooral jij beter van zult worden en gaat de roadie door zijn rug als hij de line array van de PA begint te ontmantelen.

Als ik een marsmannetje was geweest te midden van allemaal andere marsmannetjes, die aan de vooravond van zijn eerste missie naar planeet Aarde een briefing zou hebben gekregen van een charismatische Marsinstructeur over het fenomeen ‘vader op de planeet Aarde’ en de Marsinstructeur had met zijn aanwijsstok systematisch de kenmerken van een  ‘vader op de planeet Aarde’ op zijn marsiaanse digiboard aangetikt:

Een vader staat als eerste op,
een vader gaat als laatste naar bed,
een vader doet alles beter dan zijn kinderen,
een vader is een wandelende portemonnee,
een vader is een gratis taxichauffeur,
alleen een vader mag vuurwerk afsteken,
een vader wordt nooit betrapt door zijn kinderen als hij de moeder van zijn kinderen neukt,
een vader wint elke ruzie met een vreemde meneer,
een vader laat zich niet belazeren door een ober,
een vader kent de spelregels van elke sport,
een vader heeft altijd gelijk,
een vader liegt nooit en een vader leest heel snel zeer spannende boeken die hij nooit koopt maar altijd gratis uit de bibliotheek haalt, dan had ik alle kenmerken van de ‘vader op de planeet Aarde’ net zo goedgelovig geaccepteerd als ik in werkelijkheid heb gedaan.

Nu ik zelf vader ben, herken ik me in geen enkel opzicht in de voorstelling die ik als kind van een vader had. Ondanks dat ik nooit een DNA-test heb laten doen om absolute zekerheid te verkrijgen over de vraag of ik wel of niet de vader van mijn kinderen ben, moet ik aannemen dat de kinderen waarmee ik onder een dak woon mijn kinderen zijn. Het feit dat mijn zoon qua uiterlijk meer op mijn zwager lijkt dan op mij doet daar niets aan af.

Het gevoel dat ik de rol van vader speel in plaats van dat ik een vader ben laat mij echter nooit los. Als mijn kinderen mij op Vaderdag verrassen met een ontbijtje op bed heb ik altijd het gevoel dat ze aan het verkeerde adres zijn.

Spelen mijn kinderen de rol van dochter en zoon net zo intuïtief als ik de rol van vader speel?

Ik weet bijna zeker dat ik om mijn zoon zal moeten lachen als hij ooit vader zal zijn. Mijn zoon zal ik altijd als mijn zoon zien en niet als een vader, oom of opa. Net zoals ik mijzelf nooit als de vader zal zien die mijn vader is geweest.

Een vader zijn is totaal iets anders dan een vader hebben. Ik ben een marsmannetje in het verkeerde lichaam.

Dit verhaal verscheen op 22 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Aantekeningen bij een Rouwproces

Iedereen draagt de soundtrack van zijn leven bij zich. Er zijn geen apparaten of “oortjes” nodig om naar de liedjes in je hoofd te luisteren, die zich altijd op een juist moment en onaangekondigd laten horen.

Vanmiddag liep ik voor het eerst sinds twee maanden een van mijn favoriete wandelroutes, die zich in het ruim opgezette recreatiegebied Geestmerambacht bevindt, enkele kilometers ten noorden van de provinciestad waar ik woon. Een achterwaartse salto van de trap, om half twaalf in de avond van de twintigste mei 2017, waarbij ik een lendenwervel onder in mijn rug brak, had ervoor gezorgd dat ik de laatste twee maanden aan bed, huis en tuin gekluisterd was geweest. De gekooide tijger was aan beweging toe.

Het was een verademing om op bekende grond te zijn. Alsof vertrouwde natuur dezelfde uitwerking op je gemoed heeft als een goede vriend die je een tijd niet hebt gezien of een koud glas melk nadat je drie maanden in zuivelvrije tropische oorden hebt doorgebracht.

Ik laafde mij ontspannen aan warme zonnestralen op veilig terrein. Opgewonden witgesterde blauwborsten zonder dubbele agenda dartelden van boom naar boom. Joelende kinderen namen een duik in het door een zandafgraving in de jaren zestig ontstane meer “De Zomerdel.” Papa’s en mama’s bespraken te midden van platgetrapte kleine pakjes frisdrank, waaruit vergeten geknakte rietjes staken, ontspannen de mogelijke ingrediënten waaruit de avondmaaltijd van die dag zou bestaan. Bijna gewichtloos afval dwarrelde doelloos in de richting van met bezemkruiskruid en harige wilgenroosjes gevulde bloemperken.

Mijn gedachten verplaatsten zich naar de laatste keer dat ik hier samen met Mathieu wandelde. Mijn beste vriend, wapenbroeder en soulmate, die op 5 juni 2017 om drie uur in de middag een einde aan zijn leven maakte. Tijdens onze onbezorgde laatste wandeling op deze zelfde grond, zo kort geleden nog, tuimelden de woorden van ons gesprek over elkaar heen in een dialoog die voorbestemd leek om nooit te kunnen eindigen.

In mijn hoofd klonken vanmiddag de eerste zinnen van de door Sinéad O’ Connor gezongen en door Prince geschreven wereldhit Nothing Compares 2 U: “It’s been seven hours and fifteen days / Since you took your love away.” En ondanks het feit dat de dood van Mathieu vandaag precies zes weken geleden is en niet “seven hours and fifteen days,” en hij mijn vriend was en niet mijn geliefde, voelde ik het rauwe verdriet dat uit Nothing Compares 2 U spreekt alsof ik het liedje zojuist zelf had gemaakt.

Nu liep ik hier alleen en was van Mathieu alleen een herinnering over die sterker leek dan de geuren die mij omringden. Niets had mij kunnen voorbereiden op de dood van mijn beste vriend. Ik had niet kunnen weten dat zijn liefde, vriendschap en moreel gezag sterker aanwezig lijken te zijn na zijn dood dan tijdens zijn leven.

Tijdens het leven neem je de waarde en de kracht van je vriendschap aan als een vanzelfsprekendheid. De intensiteit van de vriendschap kan komen en gaan. Er is geen haast. Er is geen einde in zicht. De vriendschap heeft de tijd om te sluimeren. De vriendschap heeft de tijd om af en toe een pauze te nemen. De vriendschap is voor altijd.

Na de dood van iemand die veel voor je betekent heeft ontstaat er een heel ander besef van ruimte en tijd waar het de dode betreft. Wat er overblijft is niet “niets”. Wat er overblijft is geen slap aftreksel van een oude werkelijkheid. De energie van een dode geliefde is niet te vangen in een hologram en kan ook geen luchtspiegeling zijn. Het lijkt alsof de vriendschap die je samen hebt gedeeld even sterk blijft, misschien zelfs puurder wordt, maar nu niet meer samen, met zijn tweeën, wordt gedeeld, maar samen alleen.

Zonder twijfel zijn de gevoelens die ik beschrijf hersenspinsels van een rouwende ziel, die in taal probeert te vatten wat het hart niet begrijpen kan.

Als we allemaal een soundtrack van ons leven bij ons dragen, moeten we ook allemaal in het bezit zijn van een bloemlezing, waarin zinnen verzameld zijn die ons nooit los hebben gelaten door de zeggingskracht die ze op een bepaald moment in ons leven voor ons hebben gehad.

In mijn bloemlezing had de eerste zin van de roman Anna Karenina van de 19de-eeuwse Russische romanschrijver Lev Tolstoj niet mogen ontbreken: “Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.” Maar na de dood van Mathieu zou ik de zin willen veranderen. Ik zou het woord “gezin” willen vervangen door “mens“: “Alle gelukkige mensen lijken op elkaar, elk ongelukkig mens is ongelukkig op zijn eigen wijze.” En daarna zou ik nog een laatste wijziging aan willen brengen die de oorspronkelijke zin onherkenbaar maakt: “Alle mensen lijken op elkaar.”

Ik ben ervan overtuigd dat iedereen op zijn levensweg geluk en ongeluk tegen zal komen. Ik denk dat geluk en ongeluk veel minder elkaars tegenpool zijn dan we meestal aannemen.

Geluk en ongeluk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geluk heft ongeluk niet op. Ongeluk heft geluk niet op. Geluk en ongeluk zijn completerend.

Dit verhaal verscheen op 19 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.