Onbekend's avatar

Bij de 99e geboortedag van Robert Hardy

Deze week was het 99 jaar geleden dat de beroemde Britse acteur Robert Hardy geboren werd. Hardy overleed in 2017 en ik schreef destijds het volgende in memoriam:

Overpeinzingen bij de dood van Robert Hardy (1925-2017)

Op 3 augustus 2017 overleed op 91-jarige leeftijd de Britse acteur Robert Hardy in Denville Hall, een historisch gebouw in het noordwesten van Londen, dat in gebruik is als bejaardentehuis voor professionele acteurs, actrices en andere mensen uit de theaterwereld.

Robert Hardy is in Nederland vooral beroemd geworden door zijn rol als dierenarts in de tv-serie “James Herriot” (1978-1980 en 1988-1990) en zijn rol als minister van Toverkunst in de serie films naar de Harry Potter-boeken van J.K. Rowling.

Vier jaar geleden zou Robert Hardy zijn laatste rol spelen als Winston Churchill in Peter Morgan’s toneelstuk “The Audience,” maar moest van zijn optreden afzien nadat hij bij een val diverse ribben brak.

In de Tweede Wereldoorlog moest Robert Hardy zijn studie Engels aan de befaamde universiteit van Oxford tijdelijk onderbreken door zijn dienst bij de Royal Air Force. Aan Oxford kreeg Robert Hardy onder anderen les van de beroemde schrijvers en boezemvrienden C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien.

C.S. Lewis is vooral beroemd geworden door zijn zevendelige kinderboekenserie “The Chronicles of Narnia,” waarvan wereldwijd meer dan 100 miljoen exemplaren zijn verkocht.

J.R.R. Tolkien is de schrijver van onder meer “The Hobbit” en “The Lord of the Rings.”

De Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy werd op 22 november 1963 om 12.30 uur lokale tijd dodelijk getroffen door twee kogels, die door “the lone wolf” Lee Harvey Oswald, vanaf de vijfde verdieping van de “Texas School Book Depository,” 411 Elm Street, werden afgevuurd met een “Mannlicher–Carcano,” 6.5×52mm Carcano Model 91/38″ geweer met telescoopvizier, op het moment dat Kennedy’s presidentiële limousine, een 1961 Lincoln Continental four door convertible (model 74A), waarvan de codenaam voor de U.S. Secret Service SS-100-X was, over Dealy Plaza, aan de westkant van downtown Dallas, Texas, werd gereden door agent van de U.S. Secret Service William Robert Greer.

Op dezelfde dag dat John Fitzgerald Kennedy werd vermoord, overleden twee wereldberoemde Britse schrijvers: C.S. Lewis en Aldous Huxley. Door de mediagekte die in de Verenigde Staten rond de moord op John Fitzgerald Kennedy losbarstte, voor het eerst in de geschiedenis van de televisie verzorgden de grote Amerikaanse televisiestations drie dagen lang, vanaf het moment dat er schoten te horen waren op Dealy Plaza in Dallas, Texas tot en met de begrafenis van John Fitzgerald Kennedy op “Arlington National Cemetery,” één van de 139 nationale begraafplaatsen van de Verenigde Staten, gelegen op een groene heuvel boven de rivier Potomac in Arlington County, Virginia, met zicht op Washington D.C., op 25 november 1963, 24 uur per dag live televisie, zonder dat de live uitzending werd onderbroken door commercials, werd er geen aandacht besteed aan de dood van C.S. Lewis en Aldous Huxley.

Wereldberoemd zijn en toch onopgemerkt overlijden. Het zal je maar gebeuren.

Een zelfde lot zou in Nederland op 2 november 2004 de mateloos populaire ex-profwielrenner Gerrie Knetemann treffen toen hij tijdens een mountainbikerit door de bossen en duinen in de buurt van Bergen, Noord-Holland overleed aan de gevolgen van een longembolie, enkele uren nadat regisseur, acteur, scenarioschrijver, columnist, programmamaker en televisiepresentator Theo van Gogh rond negen uur ’s ochtends in de Amsterdamse Linnaeusstraat ter hoogte van avondwinkel “Night Bite,”gevestigd op de Linnaeusstraat 24, door acht kogels uit het HS 2000-pistool van Mohammed Bouyeri getroffen werd, waarna dezelfde Mohammed Bouyeri Theo van Gogh de keel doorsneed met een groot mes en hetzelfde mes daarna tot aan zijn ruggengraat in de borst van Theo van Gogh stak. Met de dood tot gevolg.

Wereldberoemd zijn in Nederland en toch onopgemerkt overlijden. Het zal je maar gebeuren.

C.S. Lewis overleed in zijn woning in Oxford aan nierfalen, 55 minuten voordat John Fitzgerald Kennedy werd doodgeschoten.

Aldous Huxley, die wereldfaam oogstte met zijn dystopische roman “Brave New World,” overleed in zijn woning in Hollywood, Los Angeles, Californië aan de gevolgen van strottenhoofdkanker. Twee uur en vijftig minuten na de dood van John Fitzgerald Kennedy.

De sterfdatum van 22 november 1963, die Kennedy, Lewis en Huxley deelden, vormde voor Peter Kreeft, professor in de filosofie aan Boston College, Boston, Massachusettes en King’s College, Manhattan, New York, de inspiratiebron voor de publicatie in 1982 van het boek “Between Heaven and Hell: A Dialogue Somewhere Beyond Death with John F. Kennedy, C.S. Lewis & Aldous Huxley.”

Op 22 november 1963 verscheen de tweede langspeelplaat van The Beatles “With the Beatles.” De Beatlemania!, die na het verschijnen van “With the Beatles” wereldwijd gestalte kreeg, heeft volgens veel historici een grote rol gespeeld in het verwerken van het nationale trauma dat door de moord op John F. Kennedy in de Verenigde Staten was ontstaan.

Robert Hardy speelde in 1966 naast Beatle John Lennon, die de rol van musketier Gripweed speelde, de rol van Britse Generaal in de min of meer geflopte bioscoopfilm van Richard Lester, de “black comedy” “How I Won the War,” die in oktober 1967 werd uitgebracht.

Richard Lester, die in 1984 van muziekzender MTV een speciale onderscheiding ontving als “Father of the Music Video,” was eerder de regisseur van de twee enorm populaire Beatles films “A Hard Day’s Night” (1964) en “Help!” (1965), die met een respectievelijk budget van 189.000 (“A Hard Day’s Night”) en 1,5 miljoen Britse ponden (“Help!”) en astronomische winsten van vele tientallen miljoenen per film, twee van de meest lucratieve projecten uit de filmgeschiedenis werden.

De opnamen van “How I Won the War” vonden plaats in de herfst van 1966 in de Duitse deelstaat Nedersaksen, in de Bergen-Hohne Training Area, Verden an der Aller en Achim. Verdere opnamen werden gemaakt in de provincie Almeria in Spanje.

Tijdens het vele wachten tussen de opnamen van de film door schreef John Lennon aan tientallen versies van zijn latere meesterwerk “Strawberry Fields Forever” in de door hem gehuurde villa “Santa Isabel,” omdat de smeedijzeren toegangspoorten van “Santa Isabel” en de hem weelderig omringende vegetatie deden denken aan “Strawberry Field,” een groot park dat hoorde bij een vestiging van het Leger des Heils dat zich vlak achter het huis bevond waar John Lennon het grootste deel van zijn jeugd doorbracht, van 1946 tot 1963, 251 Menlove Avenue, in de wijk Woolton in Liverpool.

Op 8 december 1980 werd John Lennon, op het moment dat hij na thuiskomst van opnamesessies in studio de “Record Plant,” om 22.50 uur de boogingang van het Dakota-gebouw aan 72nd Street in New York betrad, waar hij meerder appartementen bewoonde, vier keer in zijn rug geschoten door “lone wolf” Mark David Chapman met een .38 Charter Arms Special-revolver. John Lennon werd nog in een politieauto naar het Mount Sinai West Hospital gebracht, maar had al te veel bloed verloren en overleed kort daarna op 40-jarige leeftijd. Om 23.15 werd hij dood verklaard.

We zullen Robert Hardy missen.

Onbekend's avatar

De Rembrandt-Mabelus connectie

Algemeen werd aangenomen dat Joseph Nicéphine Niépce als de eerste fotograaf in de geschiedenis beschouwd kan worden (1826), ondanks het feit dat zijn opnamen de blootstelling aan belichting buiten zijn camera obscura niet overleefden. Vanwege dit laatste feit schoven andere historici liever Louis Daguerre naar voren als de echte eerste fotograaf, omdat zijn foto’s wel het daglicht konden verdragen (1838).

Mijn verbazing was groot toen ik afgelopen week werd benaderd door een fervent lezer van mijn boeken, die als conservator werkzaam is in het Rijksmuseum te Amsterdam. In een van de talloze archieven van het museum had hij een foto ontdekt, die gemaakt zou zijn in de lente van 1642, waarop volgens hem een voorouder van mij moet staan in het gezelschap van niemand minder dan Rembrandt van Rijn.

In eerste instantie weigerde ik de conservator te geloven. Een voorouder die als twee druppels water op mij lijkt in het gezelschap van de grootste schilder aller tijden. Dit leek mij toch al te zot. Maar de conservator zei dat hij het kon bewijzen, omdat hij bij de foto ook een briefje had aangetroffen dat waarschijnlijk door de ons onbekende fotograaf geschreven moet zijn. De tekst van het briefje luidde:

“Op dezus footus sij tea zyn hoea den berooeamdus dykhtear Peatrus Nykoolaaeszoon Maebelus den skhyldear Reambraendt van Righn advyas gheaft ovear den koompoositiea van Reambraendt’s skhildery ‘Dea koompaghnie vaen kapyteyn Fraens Baennynkck Kookq ende luyteanant Wyllem vaen Ruyteanburgh maeackt zikh geread om uyt te maerkhearean’, oock wel beackend aels ‘Dea Naekhtwaekht’.”

De vertaling van de Oud-Nederlandse tekst luidt: “Op deze foto is te zien hoe de beroemde dichter Petrus Nicolaaszoon Mabelus de schilder Rembrandt van Rijn advies geeft over de compositie van Rembrandt’s schilderij ‘De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren’, ook wel bekend als ‘De Nachtwacht’.”

Na het zien van zo veel overtuigend historisch bewijs moest ik de conservator wel toegeven dat we hier zonder twijfel te maken hebben met de oudst bekende foto ter wereld. Stom toevallig is er een van mijn vele voorouders op te zien. Dat had iedereen kunnen gebeuren.

Onbekend's avatar

Publicatiedatum ‘Mabelus in 120 woorden’: 25 november 2024

Op 25 november 2024 vindt de publicatie plaats van het zevende boek van Peter Mabelus, ‘Mabelus in 120 woorden’. Het boek is nu al te reserveren in alle boekwinkels en webshops.

“Stort je in een tombola van grootse literatuur, waarbij de lach nooit ver weg is.”

Onbekend's avatar

Het koordje uit de brievenbus

Ik dacht dat het fenomeen niet meer bestond: een koord uit de brievenbus, zodat spelende kinderen en hun kameraden niet steeds aan hoeven te bellen, of om moeten lopen, om de woning te kunnen betreden. Door middel van een korte ruk aan het koord sta je binnen een mum van tijd in de hal.

Vanmiddag moest ik mijn ogen toch echt geloven. Een koordje uit de brievenbus, zomaar in het centrum van Deventer. Joelende kinderen op straat. Verlicht door een lentezonnetje in oktober.

Het deed mij terugdenken aan mijn kindertijd rond 1970, toen zo’n koordje de gewoonste zaak van de wereld was en wantrouwen en angst de publieke ruimte nog niet beheersten.

Onbekend's avatar

Zo blij met dit bijzondere exemplaar van ‘De Vlinderkus’ van Cees van Ede

Wie dertien jaar is in 1960 – zoals Cees – en opgroeit in een Utrechtse nieuwbouwwijk, in een groot en streng roomskatholiek gezin, begint met een hopeloze achterstand aan de ontdekkingstocht van het leven.

De omstandigheden waaronder de jonge Parisienne Isabelle opgroeit, zijn heel wat aangenamer. Zij is de dochter van liedjesschrijver Robert Gall, die onder andere ‘La mamma’ schreef voor Charles Aznavour en ‘Les amants merveilleux’ voor Edith Piaf.

In de zomer van 1961 kruisen de wegen van Isabelle en Cees elkaar op het strand van Saint-Lunaire in Bretagne. Voor beiden is het hun eerste, onbeholpen kennismaking met de liefde, gedoemd om te mislukken, maar niettemin uniek en onvergetelijk.

Vier jaar later heet Isabelle France Gall en wint ze met het door Serge Gainsbourg gecomponeerde ‘Poupée de cire, poupée de son’ het Eurovisie Songfestival.

Onbekend's avatar

Bij de 47e sterfdag van Elvis Presley (1935-1977)

Aangezien ik in 1965 geboren ben, kan ik mij de dag dat Elvis Presley getroffen werd door een fatale hartaanval goed herinneren. Zittend op het toilet, gelegen op de eerste verdieping van zijn landgoed Graceland, net buiten Memphis, Tennessee, satijnen goudkleurige pyjamabroek op de enkels, de lawine aan stront (het resultaat van het consumeren van de 22 cheeseburgers de avond ervoor) uit zijn aars persend, verwisselde The King of rock ’n roll het tijdelijke voor het eeuwige.

In de zomer van 1993 maakte ik voor het eerst een rondreis door de VS. Inmiddels gefascineerd geraakt door de publieke zelfdestructie waaraan Elvis zich in de jaren voor zijn dood had overgegeven, was een bezoek aan  het graf van Elvis voor mij verplichte kost.

Onbekend's avatar

Boekpresentatie ‘Zevenpoot’ van Arnon Grunberg

Afgelopen woensdagavond was ik uitgenodigd om de boekpresentatie van de nieuwe Grunberg, ‘Zevenpoot’, bij te wonen, die plaatsvond in Galerie de Schans in Amsterdam.

Ik heb het boek inmiddels gelezen. ‘Zevenpoot’ is een knotsgekke vertelling over een jongetje met acht benen. Een buitengewone leeservaring is gegarandeerd.

De illustraties in het boek werden gemaakt door Thé Tjong-Khing.

De eerste exemplaren werden overhandigd aan Guus Kuijer en Xaviera Hollander.

Onbekend's avatar

Bij de dood van Donald Sutherland

Er moeten ooit een of meerdere runderen ergens op onze aardbol hebben rondgelopen die er geen weet van konden hebben dat een deel van hun vlees ooit terecht zou komen in een rundvleeskroket die op vrijdag 3 juni 2011 door een medewerker van de Haagse Febo, gelegen aan de zuidzijde van treinstation Holland Spoor aan de Waldorpstraat 27, in het bovenste vakje van een snackmuur gedeponeerd was en om een uur of half zes in de middag, met hulp van mij, zou worden verorberd door de grote in Canada geboren Hollywoodacteur Donald Sutherland (1935), zonder dat ik besefte dat ik te maken had met de grote ster van filmklassiekers als de satirische oorlogsfilm ‘Kelly’s Heroes’ (1970), waarin hij samen schitterde met Telly Savales en Clint Eastwood, de broeierige filmhit ‘Klute’ (1971), waarvoor Sutherland’s tegenspeelster Jane Fonda zelfs een Oscar won, of het ruim zes uur durende epos van de fenomenale Italiaanse filmregisseur Bernardo Bertolucci ‘Novecento’ (1976), waarin Donald Sutherland zo ongeveer de personificatie van het kwaad speelt, de fascist Attila Mellanchini, die uiteindelijk door een woedende menigte gelyncht wordt.

Wat had ik in Den Haag te zoeken? Ik werkte rond het jaar 2010 twee dagen in de week als beleidsmedewerker bij de Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO), die gevestigd was in een statig pand aan de Javastraat. De naam van de organisatie waarvoor ik werkte zegt het al: de non-profitorganisatie UNPO vertegenwoordigde volkeren zonder eigen staat. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld de Koerden in het Midden-Oosten of de Tsjetsjenen in de Noord-Kaukasus. Vanwege de expertise die ik had opgebouwd tijdens mijn studie Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam hield ik mij bezig met volkeren zonder eigen staat in de voormalige vijftien deelrepublieken van de Sovjet-Unie. Bus 22 bracht mij in de ochtend van station Holland Spoor naar het pand van de UNPO aan de Javastraat en aan het eind van de middag terug naar station Holland Spoor.

Op die bewuste vrijdagmiddag 3 juni 2011 liep ik niet eerst naar de vestiging van de AH To Go om vier ijskoude halve literblikken Amstel Bier in te slaan om mijn eigen kleine vrijmibo in te luiden, het liefst op een eenzame stoel in een treincoupe, op weg naar Amsterdam. Alleen en verborgen in een trein zitten was voor mij belangrijk, omdat ik de bezorgde en verontwaardigde blikken wilde ontwijken van medepassagiers die mij in een moordend tempo de halve literblikken Amstel Bier achterover zagen slaan. Nee, deze middag besloot ik voor het inslaan van bier eerst vlug een bezoek te brengen aan de Febo, om mijn lege en rommelende maag te trakteren op een snack uit de muur.

Op het moment dat ik mijn munten in de gleuf van de snackmuur had gegooid en een frikandel uit het door mij geopende vakje tevoorschijn trok werd ik in het Amerikaans aangesproken door een al wat oudere man met een bril op. Hij ging gekleed in een lange donkergroene regenjas. Op zijn hoofd droeg hij een fisherman’s hat in dezelfde kleur als zijn regenjas. Omdat de man ook nog een volle grijze baard en snor droeg was van zijn gezicht eigenlijk weinig te zien.

‘Excuse me, sir, can you tell me how this works?’ vroeg de man aan mij. ‘We don’t have this in America.’

Ik moest licht grinniken omdat ik al zo vaak had gehoord dat ‘eten uit de muur’ iets typisch Nederlands was en buitenlanders op bezoek in Nederland, als zij geconfronteerd werden met dit verschijnsel, met een mengsel van argwaan en nieuwsgierigheid voor de snackmuur stonden te treuzelen voordat zij doorhadden wat zij moesten doen om een snack uit de muur te kunnen bemachtigen.

‘You have to put your money in the slot right next to the snack you want to eat and than pull the grip down so that you can take the snack out of the open compartment. After you have taken out your snack you close the compartment. That’s it.’

Ik had geen idee of al mijn Engels correct was maar beter had ik het de mij onbekende man niet uit kunnen leggen.

‘Where do you live in America?’ vroeg ik de man enige seconden later uit oprechte nieuwsgierigheid.

‘In L.A. My flight leaves 8.30 pm tonight.’

‘I’ve been to L.A. in 1993,’ zei ik. ‘Nice place. We don’t have big cities like that in the Netherlands.’

‘But you’re country has so many things the States don’t have,’ riposteerde de man. ‘Today I visited the Maurits house. It was beautiful. And how much coins do I need to get this snack?’ vroeg hij en keek met samengeknepen ogen naar het bedrag dat boven de geldgleuf vermeld stond.

‘Let me see, the rundvleeskroket will cost you 2 euros.’

‘That’s a coin right? O, I don’t think I have that with me.’

De man keek mij met een bedelende blik aan.

‘I think I have a coin for you,’ zei ik, pakte een munt van 2 euro uit mijn portemonnee en legde die op de uitgestoken handpalm van de man in het donkergroen. Voordat hij de munt in de gleuf stak keek hij nog eens onderzoekend naar de rundvleeskroket achter glas.

‘How did you say the snack is called? Runtfleececroquet?

‘Yes, that’s right, rundvleeskroket,’ zei ik.

Zonder veel moeite pakte de man de rundvleeskroket uit de snackmuur en nam een muizenhapje van de kroket.

‘Wow, that tastes very, very good,’ zei hij.

‘Great, but sorry, I have to catch my train,’ zei ik en rende naar de AH To Go om bier te halen.

Een klein kwartier later bleken we in dezelfde trein te zitten. Ik op weg naar Amsterdam Centraal, de bebaarde man in het donkergroen naar Schiphol. Ik zat op de door mij gewenste eenzame plek waar ik buiten het zicht van medepassagiers in hoog tempo mijn bier op kon drinken. De man zat schuin tegenover mij, aan de andere kant van het gangpad. In de trein hield hij zijn fisherman’s hat op zijn hoofd en was een boek beginnen te lezen, zodat hij bijna onzichtbaar was voor zijn medepassagiers. De titel en de schrijver van het boek zeiden mij niets: ‘The Hunger Games’ van ene Suzanne Collins.

Ik bekeek de man nog eens goed. Hij had iets bekends. Leek hij op een oude leraar van mij op de middelbare school? Een oude buurman? Ik had werkelijk geen idee.

Ter hoogte van Schiphol propte ik mijn tweede lege  halve literblik  Amstel Bier in het stalen prullenbakje naast mij. De man in het groen stond op om de trein te verlaten.

‘It was nice to have met you,’ zei ik tegen de man op het moment dat hij ter hoogte van mijn stoel in de rij stond om de trein te kunnen verlaten. Ietwat verstrooid keek hij me aan en zei: ‘It was nice to meet you too and thank you so much for the runtfleececroquet.’

Ik knikte beleefd terug, waarbij het gevoel dat ik deze man eerder had gezien steeds sterker werd. Die blik, die stem. Aan wie deed die man mij toch denken?

Ik denk dat we de Schipholtunnel nog niet uit waren of ik schreeuwde het bijna uit van ongeloof en verrassing. Opeens wist ik zeker wie de man was aan wie ik een rundvleeskroket had gegeven op station Holland Spoor: Donald Sutherland! De grote Donald Sutherland!

Ik overwoog een moment om bij het eerstvolgende station uit te stappen om terug te reizen naar Schiphol. Waarom zou ik dat doen? Het had geen enkele zin om terug te gaan. Donald Sutherland zou al lang in de mensenmassa verdwenen zijn.

Ik wilde honderd procent zeker weten dat ik de grote Hollywood acteur Donald Sutherland in levende lijve had ontmoet. Wat te doen? Ik dacht gelijk aan een oude studievriendin van mij die als grondstewardess voor de KLM werkte. Als zij op dat moment aan het werk was kon zij op een computer de passagierslijsten bekijken van de vluchten die om half negen die avond naar Los Angeles zouden vertrekken en zou ik zekerheid krijgen.

Ik kreeg mijn oude studievriendin snel aan de lijn. Ze bleek toevallig die middag en avond te moeten werken. Ik vertelde haar in het kort mijn verhaal, waarbij zij mij herhaaldelijk schaterlachend onderbrak (‘Haha, Donald Sutherland. Echt? Runtfleececroquet? Haha.’). Ze beloofde mij de passagierslijsten te bekijken en binnen enkele minuten terug te bellen.

‘Het klopt!’ riep ze enige minuten later enthousiast in mijn rechteroor. ‘Er vertrekt om half negen maar één toestel naar Los Angeles, de KL547 en daar zit hij op, Donald Sutherland! Je hebt hem echt ontmoet! Je hebt hem echt een runtfleececroquet gegeven, haha!’

Nadat ik mijn oude studievriendin uitgebreid bedankt had verheugde ik mij al over het feit om deze geweldige anekdote aan mijn vrouw en kinderen te kunnen vertellen. Thuis aangekomen bleek echter niemand te weten wie Donald Sutherland was. Geen enkele titel van een film waarin hij gespeeld had zei hen iets. Toen ik op de laptop foto’s van Donald Sutherland liet zien steeg er een onzeker weifelend gemompel op.

Het moet ruim een jaar later geweest zijn dat we met het hele gezin naar de première van de verfilming van Suzanne Collins’ boek ‘The Hunger Games’ gingen. Op het moment dat Donald Sutherland in beeld verscheen in zijn vertolking van de dictator President Coriolanus Snow sprong mijn zoon van 10 in de volle bioscoop op van zijn stoel en riep: ‘Kijk, pap! Donald Sutherland! Die heb jij nog een kroket gegeven!’ Geïrriteerde bioscoopbezoekers maanden mijn zoon stil te zijn. Ik keek met een glimlach naar het grote scherm voor mij en dacht: ja, het is waar. De grote dictator President Coriolanus Snow houdt wel van een runtfleececroquet.

Deze reportage is opgenomen in de bundel ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022)