‘Kaal is niet langer normaal!’ sprak mijn kalende collega X met consumptie. Hij sloeg woest zijn rechtervuist op mijn onbetaalbare rococo-salontafel. Enkele minuten eerder had hij in beschonken toestand voor mijn deur gestaan met de vraag of ik zijn nieuwe dichtbundel ‘Liever dood dan kaal’ wilde recenseren voor één van de dagbladen die voor “kwaliteitskrant” doorgaat.
‘Dat geeft toch helemaal niet, X?’ zei ik, terwijl ik niet naar zijn met levervlekken en eczeem bezaaide baksteenrode kale schedel probeerde te staren.
‘Het is niet eerlijk! Waarom ben ik wel kaal en bijvoorbeeld Donald Trump en Geert Wilders niet?’
‘Man, wat maak jij een probleem van niets. Wees blij dat je nog leeft. Bovendien is het haar van Trump en Wilders niet echt. Voor een paar duizend euro kun je jezelf een gloednieuw kapsel aan laten meten,’ zei ik in de hoop hem enigszins gerust te stellen.
‘Is dat zo duur?’ stotterde de dichter X. Wanhoop sprak uit zijn verwilderde blik. Daarna wierp X. ontgoocheld het hoofd in zijn bibberende handen. ‘Dat geld heb ik niet.’
‘Ik schiet het wel voor,’ zei ik. Maar nu moet je gaan want ik moet over tien minuten een online leesclub voorzitten. Daar krijg ik drieduizend euro voor en die wil ik niet laten schieten.’
‘Ik ga al, ik ga al.’ X stond op en voor ik hem de deur uit liet gaan, zei ik dat ik hem wel wat voorbeelden van geslaagde haarimplantaten zou mailen.
‘Als je dat wilt doen?’ prevelde X en even later was ik godzijdank weer alleen.
Dat van die leesclub was een leugen en een goed excuus om X mij niet langer te laten vervelen. Dat van dat geld lenen voor een haarimplantaat was ook flauwekul, maar X had een geheugen als een zeef en het ego van een regenwurm.
Zodra de rust was weergekeerd zocht ik een foto op internet met betrekking tot geslaagde haarimplantaten, mailde die naar X en ging weer over tot de orde van de dag.
‘Kaal is niet langer normaal!’ verscheen voor het eerst op 26 december 2024 op hoemannendenken.nl, de eerste site vóór vrouwen, dóór mannen
Prins Bernhard Lucas Emmanuel van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven (1969) is beter bekend als Prins Bernhard Junior. Dit zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat we hier te maken hebben met de zoon van Prins Bernhard (1911-2004) zaliger, geboren als Bernhard Friedrich Eberhard Leopold Julius Kurt Carl Gottfried Peter Graf von Biesterfeld, de schuinsmarcherende Duitse weduwnaar van onze voormalige koningin Juliana (1909-2004), volledige artiestennaam Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg, prinses van Lippe-Biesterfeld, die zijn eega zo ongeveer een half leven lang negeerde, uitbuitte, belazerde en vernederde. Gezien de handel en wandel van Prins Bernhard Junior is de associatie met zijn grootvader niet vergezocht, maar daar zul je na het lezen van mijn herinneringen aan mijn “vriendschap” met Prins Bernhard Junior, tijdens mijn studententijd in Groningen, een slordige dertig jaar geleden, niet raar van opkijken.
Prins Bernhard Junior komt de laatste jaren voornamelijk in het nieuws als immorele huisjesmelker. In november 2017 schreef het Amsterdamse dagblad ‘Het Parool’ dat hij via verschillende bv’s een kleine 600 adressen in zijn bezit zou hebben, waarvan ruim de helft in Amsterdam. Volgens huurders van de panden van de prins zou hij hen dwingen in grote groepen samen te wonen en sleutelgeld laten betalen. Aantijgingen die door Prins Bernhard Junior als leugens werden gekwalificeerd. Het bezit van de vele honderden panden noemde hij “een onschuldige pensioenvoorziening”. Gezien de broze gezondheid van de vastgoedprins is het echter de vraag of hij ooit zijn pensioen zal halen. Ik wens hem overigens een lang en gelukkig leven toe, laat dat duidelijk zijn.
Prins Bernhard Junior is sinds 2016 mede-eigenaar van het Circuit Zandvoort en drijvende kracht achter de herinvoering van het Formule 1 racen op datzelfde circuit. Vanwege de Covid-19 pandemie kwam er van de herinvoering niets terecht. De grote rel die ontstond omdat de organisatie van de Formule 1 de bolides van halfgoden als Lewis Hamilton en Max Verstappen over het strand en door beschermde natuurgebieden richting circuit had willen laten rijden werd vanzelfsprekend door de werkelijkheid teniet gedaan.
Maar laat ik ter zake komen; ik wilde het in dit stukje hebben over mijn “vriendschap” met Prins Bernhard Junior zoals die gestalte kreeg in het Groningen van rond 1990. Samen met acht andere mannelijke studenten deelden we een studentenhuis aan de Grote Markt. Van een echte vriendschap tussen mij en Prins Bernhard Junior was eigenlijk geen sprake. We deelden dagelijks dezelfde huiskamer en keuken en omdat we in de huiskamer praktisch elke dag met zijn allen de dag uitluidden met een hoop gelal en eindeloze hoeveelheden bier en goedkope flessen wijn en sterke drank hadden we met zijn achten het gevoel kameraden voor het leven te zijn. Later in het leven zouden we erachter komen dat samen brallen en drinken niet de basis vormen voor echte vriendschap. We hadden het nauwelijks door als er iemand verhuisde naar een ander studentenhuis, een fatsoenlijke baan, het buitenland, een huwelijk, of de begraafplaats. We bleven altijd met zijn achten over, zo simpel was dat.
Ik wist vanzelfsprekend dat het “best wel bijzonder” was dat ik in hetzelfde studentenhuis als Zijne Hoogheid Prins Bernhard van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven woonde, maar omdat de prins ogenschijnlijk geen uitzonderlijk gedrag leek te vertonen was ik mij daar nauwelijks bewust van. Daar kwam verandering in.
Bij het uitgaan in een van onze favoriete kroegen of in de sociëteit had ik aanvankelijk niet door dat het gedrag van Prins Bernhard Junior opmerkelijke trekjes vertoonde. Ik moest er door iemand anders op gewezen worden dat Prins Bernhard Junior als enige nooit, maar dan ook nooit, een rondje gaf. Eerst wilde ik niet geloven dat Zijne Hoogheid er een gewoonte van maakte zijn onzichtbare snor te drukken als het ging om het bestellen van een of twee meter bier, een fles citroenjenever of een kist goedkope champagne.
Toen ik er op ging letten kon ik mijn ogen niet geloven. Prins Bernhard Junior toonde qua gedrag geen enkel verschil met de overige studenten; hij bralde vrolijk mee, werd gillend dronken en kotste de boel onder als de tijd daarom vroeg, maar tot mijn verbijstering kon ik constateren dat hij werkelijk nooit een rondje gaf. Nooit. Als hij in de dagelijkse alcoholchaos aan de beurt was om een rondje te geven was hij altijd net even naar het toilet of ervandoor gegaan met een gewillige niet al te knappe studente.
Kijk, dat hij geen smaak had als het ging om het uitkiezen van zijn onenightstands was me wel al snel opgevallen. Dat laatste ging heel erg ver. Dat viel niet alleen mij op. Als hij later werd aangesproken op zijn onsmakelijke avontuurtjes bleef hij altijd stug volhouden dat de dame in kwestie “een prachtig meisje” was geweest. Wij studievrienden van Prins Bernhard Junior keken elkaar dan verbaasd aan en draaiden vaak een cirkeltje met onze rechterwijsvinger ter hoogte van ons hoofd ten teken dat we doorhadden dat Zijne Hoogheid tot op zekere hoogte in een waanwereld leefde. Dat ons eigen gedrag meestal niet veel hoogstaander was dan dat van de prins maakte dat we hem op het gebied van zijn avontuurtjes het vuur zelden na aan de schenen legden.
Het gierige gedrag van Prins Bernhard Junior was steeds meer van mijn huisgenoten op gaan vallen. We wisten niet zo goed wat we ervan moesten denken. Was het misschien toch niet gewoon stom toeval dat hij nooit een rondje gaf? Nee, we waren het er al snel over eens dat het gedrag van de prins consequent en hardnekkig was. Het was de hoogste tijd voor een list.
We spraken af dat we bij de eerstvolgende gelegenheid, dezelfde avond nog, Zijne Hoogheid niet de kroeg zouden laten verlaten voordat hij ons allemaal op een rondje zou hebben getrakteerd. Voortijdig het pand verlaten met een bevallige dame naar zijn gading om zijn nek geslingerd zou er deze avond voor de prins niet in zitten. Bovendien spraken we af dat we allen heel dure drankjes zouden bestellen, als het de beurt was van Prins Bernhard Junior om een rondje te geven; obscure cocktails, flessen dure champagne en daarbij de duurste sigaren van het huis.
Om een uur of elf was het zo ver: Prins Bernhard Junior was aan de beurt om een rondje te geven en wilde op dat moment inderdaad het pand met de nota bene vijftigjarige toiletjuffrouw verlaten. De leeftijd van de vrouw was voor ons geen punt van discussie, maar wie moest de toiletten schoonhouden als Zijne Hoogheid het pand met de toiletjuffrouw zou verlaten? Het ging ons deze avond echter niet om het welzijn van de toiletten, maar om het felbegeerde rondje van de prins.
De toiletjuffrouw dwongen we met liefdevolle aandacht terug naar haar krukje naast de toiletten. Zijne Hoogheid keek hogelijk verbaasd. Geschokt keek de toiletjuffrouw naar het schoteltje waarop zojuist nog voor ongeveer acht gulden aan kleingeld gelegen had. Het schoteltje was nu leeg. De prins kreeg een rode kop. Aha, dus zo diep ben je al gezonken, dachten wij. We leidden Prins Bernhard Junior vervolgens terug naar de bar. Alle huisgenoten stonden breed glimlachend klaar om hun bestelling bij de prins te plaatsen.
Zijne Hoogheid keek angstig naar zijn huisgenoten die in een kring om hem heen stonden te grijnzen. ‘Het is jouw beurt voor een rondje, Bernhard,’ zei ik tegen de prins. ‘Let goed op, want iedereen heeft opeens zin in de meest bizarre drankjes. Doe mij maar een dubbele Tequila Sunrise met extra zout.’ Vervolgens werden door de andere jongens besteld: een driedubbele Screw Driver zonder jus d’orange, een laars Duvel, een Irish Coffee zonder koffie, een dubbele Cuba Libre, een dubbele Famous Grouse Smoky Black zonder ijs, een laars Triple Westmalle en een Ice Tea met in plaats van bubbels drie Jack Daniels.
Zijne Hoogheid begon te stotteren en trillen. ‘Maar jullie bestellen anders nooit zulke dure drankjes!’ stamelde hij verschrikt.
‘Maar nu wel!’ riepen we met zijn zevenen in koor. ‘Want jij verdwijnt elke keer als je een rondje moet geven met een lelijk wijf naar je hok!’ riepen wij in koor. Je begrijpt, de tekst hadden we met zijn zevenen die middag goed voorbereid en ingestudeerd. ‘Daarom ga je nu betalen, vuile koninklijke krent!’
Prins Bernhard Junior draaide zich bleek en bevend om naar de juffrouw achter de bar en plaatste onze bestelling. Beschikte hij over een fotografisch geheugen, of zat hij in een soort zeldzame shocktoestand met een moeilijke naam, die van alles mogelijk kon maken op het gebied van het functioneren van het menselijk geheugen? Hij bestelde al onze ingewikkelde drankjes zonder een spoor van twijfel.
Het duurde enkele minuten voordat alle drankjes klaar waren. De prins had bibberig en angstig de rekening betaald. Daarna konden we met zijn allen toasten. Iedereen hield zijn consumptie omhoog, behalve de prins, die was vergeten iets voor zichzelf te bestellen.
‘Hoeveel geld was je kwijt?’ vroeg ik Bernhard even later op het moment dat hij enigszins gekalmeerd leek.
‘Geen idee,’ zei hij. ‘Het is een creditcard van mijn opa.’
‘Herinneringen aan mijn “studievriend” Prins Bernhard Junior’ is opgenomen in mijn reportagebundel ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022)
Regisseur Francis Ford Coppola (1939) in een interview met de Volkskrant, 5-12-2024:
In uw film ‘Megalopolis’ kan de architect de tijd stopzetten. Is dat een ultiem artistiek doel?
“Kijk naar de eerste afbeelding van een gazelle, geschilderd in een grot, duizenden jaren geleden. Dat was al een poging de tijd stil te zetten. Kunst manipuleert de tijd, beweegt de tijd, of drukt de tijd uit. Muziek is niks meer dan gestructureerde tijd. We kozen ervoor te leven mét tijd, door de dag en nacht te meten in intervallen. Maar als je pijn lijdt, voelt het alsof de tijd zich rekt. En als je iets verrukkelijks meemaakt, is het vlug voorbij. Dus tijd is ook perceptie, iets waarop wij invloed kunnen uitoefenen.”
Kees Schafrat, directeur van Boekhandel Broekhuis/Uitgeverij Sunny Home, over ‘Mabelus in 120 woorden’ op Facebook, 26 november 2024:
“Gisteren was het 10 jaar geleden dat woordkunstenaar Peter Mabelus op de website 120w.nl stuitte. Hij raakte gefascineerd door de opdracht om tot de kern van een vertelling, betoog of anekdote te komen in exact dat aantal woorden. Zijn vaak geestige bijdragen zijn bijeengebracht in een onweerstaanbare bundel: ‘Mabelus in 120 woorden’.
25 november komt mijn 7e boek in 6 jaar tijd uit, ‘Mabelus in 120 woorden’. Volgens een bevriende schrijver “een tombola van grootse literatuur, waarbij de lach nooit ver weg is.” De leesexemplaren die ik aan een groep intimi toestuurde kregen zeer enthousiaste reacties. “Een prachtig boek om cadeau te doen aan een dierbare tijdens de komende feestdagen.” Vanzelfsprekend.
Mijn trouwe lezers weten dat er in mijn boeken nogal wat alcohol wordt geconsumeerd. Autobiografisch? Op het moment dat ik een paar maanden geleden een man met een flinke bierbuik naast mij zag lopen, en besefte dat het de weerspiegeling van mijn lichaam in de etalageruit van een winkel was, besloot ik dat het roer maar eens om moest. Volgend jaar hoop ik de gezegende leeftijd van 60 jaar te bereiken. De gloriejaren van onsterfelijke adolescent liggen ver achter mij, maar om als een karikatuur van verlepte leeftijdgenoten in het openbaar te verschijnen, ik moet er niet aan denken. Inmiddels heb ik drie maanden geen alcohol gedronken, is mijn bierbuik weg en geeft de weegschaal in de ochtend 80 kilogram aan in plaats van 91. En dat bij een lengte van 1.86 meter. Waar moet dat eindigen?
Onze menselijke conditie zorgt ervoor dat het elke dag een opdracht blijft om het goede te doen en productief te zijn. Dit maxime geldt ook voor jou, trouwe lezer.
Take care, iedereen! Pluk de dag! Al het goede toegewenst en tot snel.
Deze week was het 99 jaar geleden dat de beroemde Britse acteur Robert Hardy geboren werd. Hardy overleed in 2017 en ik schreef destijds het volgende in memoriam:
Overpeinzingen bij de dood van Robert Hardy (1925-2017)
Op 3 augustus 2017 overleed op 91-jarige leeftijd de Britse acteur Robert Hardy in Denville Hall, een historisch gebouw in het noordwesten van Londen, dat in gebruik is als bejaardentehuis voor professionele acteurs, actrices en andere mensen uit de theaterwereld.
Robert Hardy is in Nederland vooral beroemd geworden door zijn rol als dierenarts in de tv-serie “James Herriot” (1978-1980 en 1988-1990) en zijn rol als minister van Toverkunst in de serie films naar de Harry Potter-boeken van J.K. Rowling.
Vier jaar geleden zou Robert Hardy zijn laatste rol spelen als Winston Churchill in Peter Morgan’s toneelstuk “The Audience,” maar moest van zijn optreden afzien nadat hij bij een val diverse ribben brak.
In de Tweede Wereldoorlog moest Robert Hardy zijn studie Engels aan de befaamde universiteit van Oxford tijdelijk onderbreken door zijn dienst bij de Royal Air Force. Aan Oxford kreeg Robert Hardy onder anderen les van de beroemde schrijvers en boezemvrienden C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien.
C.S. Lewis is vooral beroemd geworden door zijn zevendelige kinderboekenserie “The Chronicles of Narnia,” waarvan wereldwijd meer dan 100 miljoen exemplaren zijn verkocht.
J.R.R. Tolkien is de schrijver van onder meer “The Hobbit” en “The Lord of the Rings.”
De Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy werd op 22 november 1963 om 12.30 uur lokale tijd dodelijk getroffen door twee kogels, die door “the lone wolf” Lee Harvey Oswald, vanaf de vijfde verdieping van de “Texas School Book Depository,” 411 Elm Street, werden afgevuurd met een “Mannlicher–Carcano,” 6.5×52mm Carcano Model 91/38″ geweer met telescoopvizier, op het moment dat Kennedy’s presidentiële limousine, een 1961 Lincoln Continental four door convertible (model 74A), waarvan de codenaam voor de U.S. Secret Service SS-100-X was, over Dealy Plaza, aan de westkant van downtown Dallas, Texas, werd gereden door agent van de U.S. Secret Service William Robert Greer.
Op dezelfde dag dat John Fitzgerald Kennedy werd vermoord, overleden twee wereldberoemde Britse schrijvers: C.S. Lewis en Aldous Huxley. Door de mediagekte die in de Verenigde Staten rond de moord op John Fitzgerald Kennedy losbarstte, voor het eerst in de geschiedenis van de televisie verzorgden de grote Amerikaanse televisiestations drie dagen lang, vanaf het moment dat er schoten te horen waren op Dealy Plaza in Dallas, Texas tot en met de begrafenis van John Fitzgerald Kennedy op “Arlington National Cemetery,” één van de 139 nationale begraafplaatsen van de Verenigde Staten, gelegen op een groene heuvel boven de rivier Potomac in Arlington County, Virginia, met zicht op Washington D.C., op 25 november 1963, 24 uur per dag live televisie, zonder dat de live uitzending werd onderbroken door commercials, werd er geen aandacht besteed aan de dood van C.S. Lewis en Aldous Huxley.
Wereldberoemd zijn en toch onopgemerkt overlijden. Het zal je maar gebeuren.
Een zelfde lot zou in Nederland op 2 november 2004 de mateloos populaire ex-profwielrenner Gerrie Knetemann treffen toen hij tijdens een mountainbikerit door de bossen en duinen in de buurt van Bergen, Noord-Holland overleed aan de gevolgen van een longembolie, enkele uren nadat regisseur, acteur, scenarioschrijver, columnist, programmamaker en televisiepresentator Theo van Gogh rond negen uur ’s ochtends in de Amsterdamse Linnaeusstraat ter hoogte van avondwinkel “Night Bite,”gevestigd op de Linnaeusstraat 24, door acht kogels uit het HS 2000-pistool van Mohammed Bouyeri getroffen werd, waarna dezelfde Mohammed Bouyeri Theo van Gogh de keel doorsneed met een groot mes en hetzelfde mes daarna tot aan zijn ruggengraat in de borst van Theo van Gogh stak. Met de dood tot gevolg.
Wereldberoemd zijn in Nederland en toch onopgemerkt overlijden. Het zal je maar gebeuren.
C.S. Lewis overleed in zijn woning in Oxford aan nierfalen, 55 minuten voordat John Fitzgerald Kennedy werd doodgeschoten.
Aldous Huxley, die wereldfaam oogstte met zijn dystopische roman “Brave New World,” overleed in zijn woning in Hollywood, Los Angeles, Californië aan de gevolgen van strottenhoofdkanker. Twee uur en vijftig minuten na de dood van John Fitzgerald Kennedy.
De sterfdatum van 22 november 1963, die Kennedy, Lewis en Huxley deelden, vormde voor Peter Kreeft, professor in de filosofie aan Boston College, Boston, Massachusettes en King’s College, Manhattan, New York, de inspiratiebron voor de publicatie in 1982 van het boek “Between Heaven and Hell: A Dialogue Somewhere Beyond Death with John F. Kennedy, C.S. Lewis & Aldous Huxley.”
Op 22 november 1963 verscheen de tweede langspeelplaat van The Beatles “With the Beatles.” De Beatlemania!, die na het verschijnen van “With the Beatles” wereldwijd gestalte kreeg, heeft volgens veel historici een grote rol gespeeld in het verwerken van het nationale trauma dat door de moord op John F. Kennedy in de Verenigde Staten was ontstaan.
Robert Hardy speelde in 1966 naast Beatle John Lennon, die de rol van musketier Gripweed speelde, de rol van Britse Generaal in de min of meer geflopte bioscoopfilm van Richard Lester, de “black comedy” “How I Won the War,” die in oktober 1967 werd uitgebracht.
Richard Lester, die in 1984 van muziekzender MTV een speciale onderscheiding ontving als “Father of the Music Video,” was eerder de regisseur van de twee enorm populaire Beatles films “A Hard Day’s Night” (1964) en “Help!” (1965), die met een respectievelijk budget van 189.000 (“A Hard Day’s Night”) en 1,5 miljoen Britse ponden (“Help!”) en astronomische winsten van vele tientallen miljoenen per film, twee van de meest lucratieve projecten uit de filmgeschiedenis werden.
De opnamen van “How I Won the War” vonden plaats in de herfst van 1966 in de Duitse deelstaat Nedersaksen, in de Bergen-Hohne Training Area, Verden an der Aller en Achim. Verdere opnamen werden gemaakt in de provincie Almeria in Spanje.
Tijdens het vele wachten tussen de opnamen van de film door schreef John Lennon aan tientallen versies van zijn latere meesterwerk “Strawberry Fields Forever” in de door hem gehuurde villa “Santa Isabel,” omdat de smeedijzeren toegangspoorten van “Santa Isabel” en de hem weelderig omringende vegetatie deden denken aan “Strawberry Field,” een groot park dat hoorde bij een vestiging van het Leger des Heils dat zich vlak achter het huis bevond waar John Lennon het grootste deel van zijn jeugd doorbracht, van 1946 tot 1963, 251 Menlove Avenue, in de wijk Woolton in Liverpool.
Op 8 december 1980 werd John Lennon, op het moment dat hij na thuiskomst van opnamesessies in studio de “Record Plant,” om 22.50 uur de boogingang van het Dakota-gebouw aan 72nd Street in New York betrad, waar hij meerder appartementen bewoonde, vier keer in zijn rug geschoten door “lone wolf” Mark David Chapman met een .38 Charter Arms Special-revolver. John Lennon werd nog in een politieauto naar het Mount Sinai West Hospital gebracht, maar had al te veel bloed verloren en overleed kort daarna op 40-jarige leeftijd. Om 23.15 werd hij dood verklaard.