Onbekend's avatar

Beeld van graf van The Doors-zanger Jim Morrison na 37 jaar teruggevonden

Een bezoek aan het graf van Jim Morrison, op begraafplaats Père Lachaise in het twintigste arrondissement van Parijs, vormde in de jaren 80 voor adolescenten ode, pelgrimstocht en een excuus om uit je dak te gaan met behulp van muziek, drank en drugs ineen.

In de zomer van 1984 maakte ik bovenstaande dia. Behalve de buste van Jim Morrison zijn jeugdvrienden Hans Baaij en Sjaak Ursem te zien. Frank van der Poll was in het hotel achtergebleven met een verschrikkelijke kater vanwege een feestje op dezelfde plek 1 dag eerder.

Dooz weur de deez!

Onbekend's avatar

Bij de geboortedatum van cult hero Dennis Hopper (1936-2010)

Hoe ik oog in oog kwam te staan met Hollywood acteur Dennis Hopper

In een eerder stukje op mijn website petermabelus.com schreef ik laatst over hoe ik ongeveer dertig jaar geleden in de hoedanigheid van mijn bijbaan als beveiligingsbeambte in de passagiersbeveiliging op Schiphol een heftige en hilarische ontmoeting had met de ons zo kortgeleden ontvallen kardinaal Simonis.

Het zou vreemd zijn als ik in mijn jaren als beveiligingsbeambte niet meer ‘ontmoetingen’ met bekende mensen op onze internationale luchthaven zou hebben gehad. Ik kan u dan ook verzekeren dat het aantal beroemde en minder beroemde mensen dat ik in die tijd door mijn handen heb moet laten gaan groot is. Deze keer wil ik het hebben over mijn ontmoeting met de beroemde Amerikaanse filmster, regisseur en beeldend kunstenaar Dennis Hopper (1936-2010).

Mijn ontmoeting met Dennis Hopper vond om een uur of vijf in de middag van 7 november 1997 plaats tijdens de ‘security check’ van een KLM vlucht naar Los Angeles. De reden dat ik de precieze datum weet van de ontmoeting is het feit dat Dennis Hopper een dag eerder in Rotterdam Ahoy de ‘Free Your Mind Award’ mocht overhandigen aan zanger Bono Vox van U2 voordat zijn band het nummer ‘Mofo’ ten gehore ging brengen. Ik keek in die jaren al zeer sporadisch naar de televisie, maar had de avond tevoren toevallig thuis naar de live-uitzending van de 1997 MTV Europe Music Awards op de televisie gekeken.

Je moet niet denken dat ik het geheugen van een olifant heb. Ik heb nooit een dagboek bijgehouden en heb slechts een beperkt fotografisch geheugen; de feitjes in de derde alinea zijn gemakkelijk te vinden op het internet.

De zevende november 1997 stonden er meer beroemdheden in de rij voor de vlucht naar Los Angeles. Zo herinner ik mij dat de op dat moment wereldberoemde jongensband Hanson, beroemd van de wereldhit ‘MMMBop’ zich onder de passagiers bevond. Op het moment dat de destijds 11-jarige, en door zijn lange blonde meisjeshaar en jonge leeftijd androgyn ogende drummer en zanger van de band, Zac Hanson, zonder te piepen door het poortje kwam huppelen, fluisterde een collega mij schertsend in het oor: “moet je kijken, wat een lekker wijf”. Maar ik dwaal af, ik zou het over mijn ontmoeting met Hollywood acteur Dennis Hopper hebben.

Van welke films kende ik de acteur Dennis Hopper? Van de vele films waarin ik hem heb mogen zien spelen denk ik als eerste aan het viertal ‘Rebel Without a Cause’ (1955), ‘Easy Rider’ (1969), ‘Apocalypse Now’ (1979) en ‘Blue Velvet’ (1986).

Omdat ik geen idee meer heb welke van de films met Dennis Hopper ik ooit als eerste heb gezien wil ik het over twee films hebben, die mij elk om hun eigen karakter altijd zijn blijven fascineren: ‘Rebel Without a Cause’ (1955) en ‘Easy Rider’ (1969).

‘Rebel Without a Cause’, is een van de slechts drie speelfilms waarin de op 24-jarige leeftijd verongelukte James Dean te zien is en waarschijnlijk ook de meest bekende en populairste van de drie. James Dean overleed overigens een maand voor de première van ‘Rebel Without a Cause’, maar waar het mij bij deze film vooral om gaat is het feit dat de toen 19-jarige Dennis Hopper, dankzij zijn vriend en mentor James Dean, mocht debuteren als filmacteur in een klein bijrolletje. Hij speelt het personage ‘Goon’ en kreeg in de film maar een paar regels tekst. Ik moet zeggen dat ik de film al een paar keer had gezien voordat ik hoorde dat het kleine magere blonde ventje dat ‘Goon’ speelt de enige echte Dennis Hopper is.

In mijn wilde tienerjaren, die zich afspeelden aan het begin van de jaren tachtig, had ik net als veel leeftijdsgenoten een mateloze fascinatie voor de jaren zestig, die vlak achter ons lagen, maar waar we in ‘real time’ geen bal van hadden meegemaakt. De jaren zestig leken ons heel wat swingender, spannender en vrolijker dan de sombere sfeer die rond 1980 in de lucht hing.

Eén van de films die in mijn ogen de sfeer van het einde van de jaren zestig perfect verbeeldde was ‘Easy Rider’ uit 1969, een road movie in de meest zuivere zin van het woord. Twee motorrijders, gespeeld door Dennis Hopper en Peter Fonda (1940-2019) rijden van de Rocky Mountains naar New Orleans om ‘Mardi Gras’, het carnaval van New Oreans, te vieren. Onderweg pikken ze een passagier op, de tot dan toe nog onbekende Jack Nicholson, die in de film de rol van de alcoholische advocaat George Hanson speelt (Hanson? Waar heb ik die naam eerder gehoord?). ‘Easy Rider’ zou de doorbraak van Jack Nicholson betekenen en leverde hem zijn eerste Oscar nominatie op; in dit geval voor ‘beste mannelijke bijrol’.

‘Easy Rider’ is om meer dan één reden legendarisch te noemen. Dennis Hopper had zichzelf door zijn destijds in Hollywood beruchte wangedrag, veroorzaakt door het epische gebruik van drank en drugs in alle kleuren van de regenboog, onmogelijk gemaakt, niemand wilde nog met hem werken, en besloot daarom zelf een film te maken met het ook voor die tijd belachelijk lage budget van 400.000 dollar. Het script van de film (21 pagina’s tekst, de acteurs zouden de rest van de tekst tijdens de opnamen van de film al improviserend produceren) schreef hij samen met vriend en co-acteur en een ander enfant terrible van Hollywood Peter Fonda. Dennis Hopper regisseerde de film.

De film werd een enorm succes. Naast de Oscar nominatie voor Jack Nicholson ontving Dennis Hopper de ‘Prix de la première œuvre’ tijdens het Filmfestival van Cannes van 1969. De film bracht uiteindelijk meer dan 60 miljoen dollar op.

Op 7 november 1997, het was een uur of vijf in de middag, was ik gefascineerd door het feit de Hollywoodster Dennis Hopper van zo dichtbij, ‘in het echt’, te mogen zien. Ik was helemaal niet bezig met het idee of ik hem wel of niet zou moeten fouilleren. Al speelt Dennis Hopper in menige film de grote boef, of soms zelfs de verpersoonlijking van het kwaad, ik begreep vanzelfsprekend dat acteur en personage niet een en dezelfde zijn en hoefde daarom niet bang te zijn dat Dennis Hopper de vlucht naar Los Angeles zou gaan kapen. Alhoewel?

Op het moment dat Dennis Hopper een meter van het detectiepoortje verwijderd was, keek hij mij recht in de ogen aan, zei: “Just a moment”, stak zijn linkerhand in de rechterbinnenzak van zijn colbert (ik schrok niet) en toverde triomfantelijk een zwarte metalen brillenkoker tevoorschijn, legde die op het metalen plankje naast het detectiepoortje en stapte zonder een piepend geluid te produceren door het poortje. Aangezien ik wilde laten zien dat ik mijn werk professioneel en zonder aanziens des persoons uitvoerde nam ik de brillenkoker van het plankje en opende die om te kijken of er geen wapen in verstopt zat. Je begrijpt dat ik niet verbaasd was in de brillenkoker van Dennis Hopper een leesbril aan te treffen.

Ik klapte de brillenkoker teder dicht en overhandigde die onder het uitspreken van de woorden “There you go” aan de man die in zijn leven onder vele andere handen de handen van James Dean, Jack Nicholson en mijn allergrootse held van het witte doek aller tijden Marlon Brando had mogen schudden.

Heel kinderachtig zorgde ik ervoor dat de vingers van mijn rechterhand de hand van Dennis Hopper vluchtig aanraakten. Dichter bij mijn held Marlon Brando heb ik in mijn leven niet kunnen komen. “Thanks, man,” zei Dennis Hopper tegen mij, vlak voordat hij voor altijd uit mijn leven zou verdwijnen en in de richting van de aviobrug liep. Ik bleef Dennis Hopper nakijken totdat hij in de aviobrug verdwenen was en besefte dat Dennis Hopper niet mij, maar ik Dennis Hopper had moeten bedanken. Ik had echter geen tijd om verder te mijmeren. Ik hoorde het detectiepoortje achter mij piepen en op het moment dat ik mij omdraaide stond ik oog in oog met Michael Jackson.

‘Hoe ik oog in oog kwam te staan met Hollywood acteur Dennis Hopper’ is opgenomen in mijn reportagebundel ‘Van Kluun tot Clinton’: https://bit.ly/Peter-Mabelus.

Onbekend's avatar

Volkomen gelukkig zonder haar

Ik parafraseer Abraham Lincoln, moedige president van de VS (1861-1865). Een vermoorde held die de afschuwelijke slavernij in het zuiden van de Verenigde Staten formeel afschafte:

“You can fool some bald people all of the time, and all of the bald people some of the time, but you can not fool all the bald people all of the time.”

Onbekend's avatar

Paus Franciscus over Donald Trump

Op 19 februari 2015 schreef ik het volgende stukje voor de website 120w.nl. Voor de duidelijkheid: Donald Trump werd pas op 8 november 2016 verkozen tot de nieuwe president van de VS:

LEIDERSCHAP

‘Iemand die alleen aan muren bouwen denkt en niet aan het bouwen van bruggen, is geen christen,’ zei de fameuze bejaarde Argentijnse backpacker Jorge Mario Bergoglio over vastgoedmagnaat Trump. Hij refereerde aan de wens van Trump de VS hermetisch van Mexico af te sluiten met een hek om een verdere invasie van illegale Latino’s te voorkomen.

Trump toonde zich diep gekwetst: ‘Als het Vaticaan wordt aangevallen door IS, wat zoals iedereen weet voor IS de ultieme trofee zou zijn, kan ik je beloven dat de paus zou willen en bidden dat Trump president zou zijn geweest. Dan zou dat niet zijn gebeurd.’

‘Elk volk krijgt de leider die het verdient,’ schijnt de Surinaamse filosoof Desi Bouterse ooit gezegd te hebben.

Onbekend's avatar

De Paus is Dood. Lang leve een Nieuwe Zwarte Paus!

Nu Paus Franciscus is overleden krijgen we een conclaaf als een soapserie (of andersom, het is maar hoe je het bekijkt). Hoogste tijd voor de eerste zwarte paus. Mooi statement in een tijdperk waarin discriminatie en haat hoogtij vieren onder veel te veel lagen van de westerse samenlevingen! Een non-binaire of transgender paus is ook welkom. Lang leve de diversiteit!

Onbekend's avatar

Bij de 61e verjaardag van Kluun: ‘Ga je nu al weg?’ Mijn ontmoeting met Kluun, 7 juni 2015

Op zondag 7 juni 2015 bezocht ik met mijn destijds 12-jarige zoon Noah het eerste van de twee concerten die ex-Beatle Paul McCartney op twee achtereenvolgende avonden in de Ziggo Dome in Amsterdam zou geven.

Ongeveer halverwege het concert, het uitzinnige publiek zong massaal mee met het oorspronkelijk in 1968 door The Beatles uitgebrachte niemendalletje ‘All together now’, besloot ik op verzoek van mijn zoon op zoek te gaan naar het dichtstbijzijnde toilet.

Tot dan toe had niemand van het 17,000 duizend hoofden tellende publiek naar mij geknikt, of iets tegen mij gezegd. Op mijn horloge zag ik dat het 22.11 uur was. Op weg naar de uitgang van de concertzaal, die zich direct links naast het podium bevond, liep ik langs de zich daarnaast bevindende bar,

‘Ga, je nu al weg?’ hoorde ik een mannenstem in het voorbijgaan van de bar tegen mij zeggen. Bij het derde woord van de zin keek ik in de richting van waar het geluid kwam en herkende ogenblikkelijk Raymond van de Klundert, de echte naam van de schrijver Kluun.

De meeste lezers van deze woorden zullen weten dat Kluun de auteur is van het in 2003 verschenen ‘Komt een vrouw bij de dokter’, het best verkochte debuut uit de vaderlandse geschiedenis. Kluuns boek ging tot op heden ruim 1,3 miljoen keer over de toonbank. Het boek maakte van de toch al niet onbemiddelde Raymond van de Klundert, enkele jaren voor het verschijnen van zijn debuut verkocht hij zijn succesvolle marketingbureau ‘DDB’, een puissant rijke man.

Kluun keek me minzaam aan, zocht hij herkenning, erkenning, aandacht, of wilde hij mij fokken? Hij hing ontspannen met zijn rug tegen de bar, in zijn rechterhand hield hij een tot de helft gevuld glas schuimend bier. Aan zijn houding en troebele blik kon ik zien dat hij flink aangeschoten was. Naast hem stond een blonde stoot van een jaar of 28. Ik keek de volksschrijver een moment met een verbaasde blik aan en stond op het punt om met mijn zoon aan de hand onze weg in de richting van een toilet te vervolgen.

‘Gaan we bij de hand doen, Mabelus?’ vervolgde Kluun. Ik had slechts één verdere stap in de richting van de uitgang van de zaal kunnen zetten. ‘Ga jij jouw meest succesvolle collega uit de vaderlandse literaire geschiedenis negeren?’

Ik draaide mij verbaasd om. ‘Hoe weet jij wie ik ben, Kluun? Ik heb niet bepaald het gevoel dat ik een bekende schrijver ben.’ Ik keek mijn zoon Noah vluchtig aan en zag dat hij geen idee had wie deze “rare” meneer was. Ik schrijf “raar” omdat ik inmiddels doorhad dat Kluun niet aangeschoten, maar flink dronken was en aan de blik van mijn zoon kon ik zien dat hij vermoedde met “een verwarde persoon” te maken te hebben.

‘Nee, Peet, ik mag toch wel Peet zeggen, Mabelus, als collega’s onder elkaar?’

‘Geen probleem, Kluun.’

‘Zo bekend als schrijver als ik ben je inderdaad niet bepaald te noemen, Peet. Geen enkele levende of dode schrijver in Nederland trouwens. Ja, ik kan met een gerust hart zeggen dat ik de allergrootste schrijver uit de Nederlandse geschiedenis ben. Zelfs Tweede van der Helst kan niet aan mijn roem tippen.’

Kluun moest hard om zichzelf lachen. De blonde stoot van een jaar of 28 lachte hard mee.

‘Waar ken jij mij dan van, Kluun?’ vroeg ik oprecht verbaasd. Het was 2015. Het zou nog drie jaar duren voor mijn eersteling ‘Kathmandu Hipsters’ uit zou komen. Ik had slechts enkele verhalen in obscure tijdschriftjes en op zeer slecht bezochte literaire websites gepubliceerd. Ondanks het feit dat redelijk succesvolle auteurs als Pieter Waterdrinker en Arthur van Amerongen mij op diverse social media al hadden getipt als “een groot aanstormend talent” en ik hier en daar zelfs als een “writer’s writer” werd getypeerd had ik niet het idee dat ik als schrijver nog ook maar enigszins serieus genomen kon worden. Dat Kluun mijn werk kende achtte ik hoogst onwaarschijnlijk.

‘Heb je geen door jou gesigneerd boek voor mij bij je?’ vervolgde Kluun.

Ik keek mijn zoon vluchtig aan. ‘Kun je het nog even ophouden, lieverd? Ik moet heel even met deze meneer praten. Ik ben zo klaar.’ Noah knikte weifelend ten teken hij zijn behoefte nog wel even kon inhouden.

‘Kluun, of mag ik Raymond zeggen? (Kluun knikte bevestigend) Ik heb nog nauwelijks iets op papier gepubliceerd, laat staan dat ik een gesigneerd tijdschriftje of iets dergelijks mee zou nemen naar een concert van Paul McCartney.’

‘Ik heb altijd een rugzakje bij me, met daarin een stuk of tien gesigneerde boeken van mijn hand. Je komt uit de marketing of niet, begrijp je?’

Ik keek Kluun niet begrijpend aan en kreeg nu ook het gevoel met een verwarde persoon te maken te hebben.

‘Wil je een gesigneerd exemplaar van ‘Klunen 2’ hebben?’ vroeg Kluun en bukte zich voorover om een tussen zijn benen geplaatste Eastpak van de grond te pakken. Bij het oppakken van het rugzakje werd zijn wankele lichaam ondersteund door de giechelende blonde stoot van een jaar of 28 die Kluun vergezelde.

Kluun richtte zich waggelend op en ritste vervolgens de Eastpak open om er een boek met een fel blauw gekleurde kaft uit te halen. ‘Klunen’ stond er in grote oranjerode letters op de voorkant van het boek.

‘Dit is ‘Klunen 2’. Als publiciteitsstunt is het boek in tien verschillende kleuren uitgegeven. Je komt uit de marketing of niet, begrijp je? Kijk, het cijfer twee staat alleen op de rug van het boek. Van de eerste ‘Klunen’ zijn meer dan honderdduizend exemplaren verkocht, vrij weinig voor mijn doen.’

‘Weet jij wat “klunen” betekent? vroeg Kluun aan mijn zoon. Noah schudde aarzelend zijn hoofd en keek mij daarna met een angstige blik aan.

‘Laat maar,’ zei ik. ‘Mijn zoon moet echt ontzettend nodig naar de wc.’

‘Kijk, Peet, op de achterkant sta ik heel stoer met een kekke zonnebril op. De ene helft van de zonnebril is wit, de andere helft zwart. Stoer toch?’ ratelde Kluun door, alsof hij mijn opmerking niet had gehoord. Onder de “stoere” foto van Kluun op de achterflap stond: “Korte verhalen, columns en andere onweerstaanbare onzin van Kluun.”

Kluun drukte mij het boek in de hand.

‘Mijn handtekening staat er al in. Hier, voor jou, Peet. Dat boek is later goud waard.’

‘Nu moeten wij toch echt gaan hoor, Raymond. Mijn zoon houdt het niet meer.’

Met de gesigneerde ‘Klunen 2’ in mijn rechterhand spoedde ik mij snel met Noah naar de uitgang die zich direct links naast het podium bevond. Achter mij hoorde ik iemand over zijn nek gaan. Geen idee of het Kluun of iemand anders was. Waarschijnlijk Kluun: “Je komt uit de marketing of niet, begrijp je?”

Naschrift: Omdat ik als één van de twee motto’s bij mijn derde boek, de satirische literaire thriller ‘John West en de gestolen Picasso’, een citaat uit de in ‘Klunen 2’ opgenomen column ‘Vijf seconden’ (pagina 147-148) had gebruikt (“Het hele leven is één grote bijna-doodervaring”) stuurde ik Kluun een persoonlijk bericht via Facebook waarin ik hem vroeg naar welk adres ik hem een presentexemplaar van mijn boek kon sturen.

In mijn persoonlijke bericht refereerde ik aan onze ontmoeting tijdens het concert van Paul McCartney op 7 juni 2015 in de Ziggo Dome: “Jij hing aan de bar met een mooie vrouw en zei tegen mij: “He, ga je nu al weg?” met een grote grijns op je gezicht. Enfin, de lach is nooit ver weg bij jou. Hartelijke groet, Peter Mabelus.” Kluun reageerde vrijwel direct: “Wat grappig! Die mooie vrouw was waarschijnlijk mijn oudste dochter! Je kunt het boek sturen naar Raymond van de Klundert, Amsteldijk **, 1074**, Amsterdam.”

Een snelle rekensom leerde mij dat de “mooie vrouw aan de bar” een blonde stoot van een jaar of 28 was geweest en Kluuns oudste dochter destijds niet ouder dan een jaar of 16 kon zijn geweest.

Ik liet het er maar bij. Het maakte mij duidelijk dat een familieopstelling niet aan Kluun besteed zou zijn.

Deze reportage is opgenomen in ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022): https://bit.ly/Peter-Mabelus.

Onbekend's avatar

“Amsterdam is een gevaarlijke stad geworden en dat komt niet alleen door de toegenomen criminaliteit”

Max Pam vandaag (16 april 2025) in de Volkskrant:

“Beweringen en bewijzen

Sinds enige tijd loopt op de zondagmorgen door mijn straat een man die accordeon speelt. Hij speelt een weemoedig lied, hoewel hij er niet bij zingt. Als ik de vitrage openschuif, zie ik een armoedig geklede figuur, vermoedelijk afkomstig uit een Oost-Europees land. Ik heb de neiging hem achterna te rennen en een tientje (of nog liever een goudstuk) in de hand te drukken, maar ik ben nog niet aangekleed en hij is al bijna de straat weer uit. Ik neem me voor het klaar te leggen voor de volgende keer.

De man doet me denken aan de orgelman uit mijn jeugd. Die ging op zondagmorgen langs de deuren met een koperen centenbak, terwijl zijn compagnon beneden in de straat aan het orgel draaide. Mijn ouders hadden het dubbeltje bij de deur klaargelegd. Zo heb ik geleerd dat je altijd wat aan de orgelman moet geven, maar daar is later toch de klad in gekomen. Opeens werden veel orgels voorzien van een motortje, zodat de orgeldraaiers niet meer hoefden te draaien en konden volstaan met het rinkelen met de centenbak. In mijn hart moet ik gevonden hebben dat ik geen value for money meer kreeg en steeds vaker ben ik doorgelopen zonder af te rekenen. Ik vrees ook het moment dat de orgeldraaier een pinapparaat voor mijn neus zal houden.

Het draaiorgel werd het pierement genoemd. Het was een uiting van volksmuziek, maar vreemd genoeg is dat voorbijgegaan toen ook Gerard Joling in het repertoire werd opgenomen. Op een gegeven moment had ik het gevoel dat de Amsterdamse orgeldraaiers Bulgaren waren, net als veel glazenwassers.

Van mijn leven heb ik 75 jaar in Amsterdam gewoond. Ik ken bijna alle uithoeken van de stad – behalve dan die nieuwbouwwijken in Noord – en er is meer veranderd dan de orgeldraaiers. Amsterdam is een gevaarlijke stad geworden en dat komt niet alleen door de toegenomen criminaliteit, die met 1½ moord gemiddeld per maand nog meevalt.

Ik denk vooral aan het verkeer. Amsterdam is van een fietsstad in een racestad veranderd. Zorgeloos trappen op een gewone fiets is er niet meer bij. Scooters, elektrische fietsen, fatbikes, enzovoort scheuren je gemotoriseerd voorbij op het fietspad, waarbij ze met bellen en claxons luid kenbaar maken dat ze jou op de vierkante centimeter willen passeren. Het Amsterdamse fietspad is beslist geen value for money en op mijn ouwe dag mag ik van geluk spreken als ik heelhuids thuiskom. En dan heb ik het nog niet over al die fietsers die met hun telefoon in de hand drukke kruispunten oversteken en tegen je beginnen te schelden als je niet snel genoeg opzijgaat. Ik heb nog nooit gezien dat zo’n wegpiraat werd aangehouden en bekeurd, terwijl de gemeente daarvan pas echt rijk zou worden.

Mag ik nog even doorrazen? In Het Parool wijst Sylvia Witteman op het weerzinwekkende geklaag van veel Amsterdamse restaurants dat hun klanten niet genoeg uitgeven. Voorgerechtjes worden gedeeld, aan een tafel van vijf personen wordt voor vier besteld omdat opa erbij is en ‘die eet niet zoveel’, verliefde paartjes blijven te lang zitten op één consumptie en soms moet je zelfs een supplement van 5 euro betalen als je een voorgerecht als hoofdgerecht bestelt.

Dit alles is een gotspe, ik ben dat helemaal met Sylvia Witteman eens. Als nou ergens het no value for money welig tiert, dan is het wel in de Amsterdamse horeca. De weinige goede zaken daargelaten is uit eten gaan veel te duur en doorgaans van matige kwaliteit, en dan hoef je het nog niet eens te vergelijken met Parijs of Rome. Daarbij word je in Amsterdam regelmatig geholpen door studentenpersoneel dat van toeten noch blazen weet. Je mag al blij zijn als ze weten wat de op de eigen kaart aangekondigde boudin noir betekent, en als je vraagt hoe die is klaargemaakt, krijg je als antwoord: ‘Het is warm.’ Toen ik bij een andere gelegenheid klaagde over wat mij was voorgezet, werd mij via de kok verongelijkt meegedeeld: ‘Tarbot is nu eenmaal een taaie vis.’ Echt gebeurd.

Momenteel speelt in Amsterdam een toneelstuk over de befaamde Amsterdamse kookjournalist Johannes van Dam. Daar zit hij aan een tafeltje met zijn eigen mes en zijn eigen thermometer. Johannes is altijd paarlen voor de zwijnen geweest, als je het mij vraagt. Of ik het stuk ga zien weet ik nog niet, want hoe kundig en terecht ook, Johannes was bovenal een mistroostige figuur, een gekweld man met suikerziekte, voor wie gold dat dikke mensen langer aan tafel zitten, maar wel korter leven, ongeveer zoals die inspecteur van de Michelingids met een maagzweer.

U wilt het misschien niet geloven, maar ik overweeg weleens te verhuizen.”

En dan heeft Max Pam het nog niet eens over het feit dat deze in wietdampen gehulde stad het centrum is van vrouwenhandel, extreme inkomensongelijkheid, absurd hoge huurprijzen en …. vul de rest zelf in naar keuze.

Onbekend's avatar

Advies voor een olifant in een porseleinkast

Abraham Lincoln, President van de VS, 1861-1865:

“You can fool some of the people all of the time, and all of the people some of the time, but you can not fool all of the people all of the time.”

Onbekend's avatar

NIET MIJN REGERING!

Volkskrant, 19 maart 2025:

“Schoof wil schending staakt-het-vuren Israël met bombardement op Gaza niet veroordelen

De oppositie vindt dat het kabinet het bombardement van Israël op de Gazastrook moet veroordelen, maar minister-president Dick Schoof wil niet zo ver gaan. ‘Nederland heeft er grote zorg over’, aldus Schoof. Verder wil hij dinsdagavond tijdens een debat in de Tweede Kamer niet gaan.

‘Waarom is het zo moeilijk om dit te veroordelen’, wil Frans Timmermans (GroenLinks-PvdA) weten. Schoof geeft de Israëlische premier Benjamin Netanyahu ‘vrij spel’ door de aanval waarbij honderden doden vielen, niet te veroordelen. Ook D66, Partij voor de Dieren, SP en Volt willen meer actie van het kabinet.

De premier blijft bij zijn oproep dat de strijdende partijen terug moeten naar het staakt-het-vuren. Dat is volgens hem de enige manier om de Israëlische gijzelaars vrij te krijgen en de humanitaire hulp naar Gaza weer op gang te krijgen. Hij maakt zich ook zorgen over de stabiliteit in de regio die door het bombardement onder druk komt te staan.

Eerder op de dag heeft minister Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken) wel gebeld met zijn Israëlische collega over deze schending van het staakt-het-vuren, aldus de premier. Veldkamp heeft eerder ook de al twee weken durende blokkade van humanitaire hulp naar de Gazastrook veroordeeld.

De coalitiepartijen hebben in het hoofdlijnenakkoord een pro-Israëlische koers afgesproken. De grootste regeringspartij PVV staat vierkant achter Israël en zou een veroordeling van Israël ook niet accepteren. (ANP)”

Onbekend's avatar

Geschiedenisles

Leraar: Noem drie verschillen tussen Adolf Hitler en Donald Trump.

Leerling: Donald Trump gebruikt oranje foundation en Adolf Hiller deed dat niet. Donald Trump heeft twee vaak gebruikte teelballen en Adolf Hitler had maar één teelbal, die hij overigens zelden aan het werk zette. Ten slotte: Donald Trump heeft 40 golfbanen, Adolf Hitler had er geen.

Leraar: Noem drie overeenkomsten tussen Adolf Hitler en Donald Trump.

Leerling: Beiden waren/zijn op zoek naar Lebensraum. Beiden geloofden in het begrip “Eigen volk eerst”. Beiden waren racistische, xenofobe, megalomane, destructieve narcisten.

Leraar: geslaagd.