Onbekend's avatar

De dood van mijn soulmate Mathieu Ruijter, 5 juni 2017

De volgende tekst droeg ik voor tijdens de uitvaartceremonie voor Mathieu, 10 juni 2017

Lieve Mathieu. Je hebt jouw sporen nagelaten. Niemand van ons zou hier vandaag geweest zijn als jij niet geboren was op 22 september 1966. Niemand van ons zou hier vandaag geweest zijn als jij op maandagmiddag 5 juni 2017 niet een daad had verricht waarvan de consequentie het tegenovergestelde was van wat je altijd hebt gedaan: leven. Maar wij zijn hier vooral bij elkaar omdat je op een gegeven moment in ons leven bent verschenen.

Je leefde met een mateloze levenslust, een tomeloze energie en een niet te bevredigen nieuwsgierigheid. Of het nu ging om muziek, literatuur, beeldende kunst, politiek, geschiedenis, filosofie, het ontmoeten van nieuwe mensen of het reizen naar nieuwe landen op onze prachtige aarde, je leefde met een intensiteit alsof jouw leven ervan afhing.

Het leven was voor jou een magisch spel met onbegrensde mogelijkheden, waarbij je bereid was om veel grenzen op te zoeken, en nog liever, grenzen te overschrijden. Je leefde vaak met de intensiteit van een komeet die voorbijvliegt. Jouw tempo was niet voor iedereen te volgen. Veel mensen liet je met een open mond van verbazing achter om ze vervolgens weer bij de hand te nemen en te laten delen in al het moois dat je op jouw levensweg tegenkwam.

Je was een enthousiasmerende charmeur. Zorg voor anderen was voor jou een vanzelfsprekendheid. Jouw behoefte om gekend en gezien te worden was groot. Jij zette het leven het liefst naar jouw hand. En het leek of zelfs muziekinstrumenten waar je nog nooit op gespeeld had openstonden voor jouw enthousiasme. Jij kon je zonder een spoor van schaamte op een piano of gitaar storten om daar vervolgens binnen enkele minuten mooie geluiden aan te ontfutselen. Alleen het feit dat je niet kon zingen moet je weerhouden hebben om een zangcarrière na te streven.

Je had vrienden over de hele wereld en in je meest wilde jaren in elk stadje een ander schatje. Jouw lach was nooit ver weg. Het leven was toch een spel met onbegrensde mogelijkheden?

In de herfst van 2014 verloor je de macht over het stuur van jouw leven. Je was de regie kwijt en moest in wilde en blinde paniek toezien hoe je steeds verder van het juiste pad werd gesleurd. Jouw val leek eindeloos te duren en niemand was in staat om zijn handen naar je uit te strekken en je te redden. Je kon jezelf niet helpen. Wij konden jou niet helpen.

Na een dollemansrit die bijna twee jaar duurde zag je tot jouw grote opluchting de weg die jij verlaten had weer voor je opdoemen. De redding leek nabij. Een opening naar de toekomst werd zichtbaar. Je deed er alles aan om weer op het juiste spoor te komen. Er was uitzicht op herstel en jouw handen klemden zich om het stuur van jouw leven met een wilskracht waarvan je niet meer wist dat je die nog in je had. De juiste weg kwam dichter en dichterbij. De liefde kwam terug in jouw leven in de persoon van Radia. Jouw levenslange wens om vader te worden kreeg gestalte. Jullie dochter Mara werd geboren. Maar je wantrouwde de nieuwe mogelijkheden die het leven je bood. Je durfde bijna niet te geloven dat je na een jarenlange ontsporing de controle terugkreeg over jouw leven. Je wantrouwde de redding die zo nabij leek. Was je onderweg naar beneden niet te veel beschadigd? En had je zelf niet te veel stuk gemaakt? Was geluk nog voor je weggelegd?

Je twijfelde of je de nieuw verworven verantwoordelijkheid wel aan zou kunnen. Het juiste pad kwam nog steeds dichter en dichterbij en jouw handen klemden zich vastberaden om het stuur van jouw leven tot jouw knokkels er wit van werden. Verloren gewaande vriendschappen en familiebanden werden nieuw leven ingeblazen en de handen die lange tijd machteloos naar je uitgestoken waren geweest konden je eindelijk weer bereiken. Je kwam voor iedereen die van je hield langzaam, beetje voor beetje, dichtbij genoeg om weer een helpende hand te kunnen bieden. Onzeker en bang probeerde je de helpende handen te pakken die je werden aangereikt. Was redding echt nabij? Kon je geloven wat je zag?

Er leek sprake te zijn van een nieuwe toekomst met onbegrensde mogelijkheden. Maar vlak voordat je vaste grond onder je voeten bereikte gebeurde waar jijzelf en iedereen die van je houdt al die tijd bang voor was geweest: Je werd uit jouw nieuw herwonnen wankele evenwicht geslagen en verloor in één moment alles wat zo dichtbij had geleken.

Machteloos moest je je overgeven aan het grote Niets waar verlangens en pijn niet meer bestaan. En iedereen die je had willen helpen redden was met stomheid geslagen. Je was in een vrije val beland en al onze armen bij elkaar waren niet in staat om nog langer te kunnen handelen. Niemand kan de zwaartekracht trotseren. Niemand is sneller dan het licht.

We kijken met een verdoofd gevoel naar de sporen die je hebt nagelaten. Onuitwisbare sporen die een leegte en stilte achterlaten die alleen te vullen is met eindeloos veel herinneringen aan een komeet die voorbij gevlogen is.

Vroeger noemden mensen een komeet een vallende ster. Wij zijn allemaal bedekt met de sterrenstof van jou. En ik weet zeker dat niemand de behoefte voelt om jouw sterrenstof van zich af te kloppen.

Een week voor jouw dood spraken we elkaar voor de laatste keer. Jouw laatste woorden tegen mij waren: Peter, ik hou heel van jou. Mijn laatste woorden aan jou waren: Mathieu, ik hou ook heel veel van jou. Daarna verbraken wij de verbinding. Maar de verbinding die wij hier allemaal met jou voelen zal nooit verbroken worden. Mathieu, we houden allemaal heel veel van jou. Tot onze laatste snik.

Onbekend's avatar

De dag waarop ik mijn rug brak, 25 mei 2017

Logboek van mijn ongeluk

Mijn ongeluk gebeurde om 23.30 uur op donderdagavond 25 mei 2017. Bij mijn dochter van twaalf was sinds vier jaar de diagnose diabetes type 1 vastgesteld. Misschien is je medische woordenschat beperkt en ken je deze handicap alleen onder de naam “suikerziekte.” Ook kan het zijn dat je van mening bent dat diabetes type 1 wordt veroorzaakt door het onmatig consumeren van snoep, taart en mierzoete frisdranken. In dat geval ben je waarschijnlijk per ongeluk in dit verhaal terechtgekomen en raad ik je aan nu te stoppen met lezen. Of nu.

Ondanks het feit dat de slaapkamer van mijn dochter zich op de eerste verdieping van onze woning bevond, had zij mij een minuut voordat mijn ongeluk gebeurde gebeld met de mededeling dat zij een “hypo” had. Als gevolg van haar lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) had zij niet de kracht om uit haar bed te komen, de trap af te dalen en de keuken te bezoeken om zichzelf suiker toe te dienen in welke vorm ook. Daarom had zij mij verzocht om haar zo snel mogelijk een glas zoete limonade en een pak crackers te komen brengen, zodat de bloedglucosewaarde in haar bloed zo snel mogelijk tussen de 4 en 5,6 millimol per liter zou bedragen.

Vijf seconden nadat ik de telefoonverbinding met mijn dochter had verbroken, stond ik in de keuken.

Vijftig seconden voor mijn ongeluk griste ik een in doorzichtig plastic verpakt dozijn crackers uit een koektrommel die zich op de derde plank van onderen van de antieke massief eiken broodkast bevond.

Veertig seconden voor mijn ongeluk legde ik het pakje crackers links naast de waterkoker op het aanrecht. Ik pakte met mijn rechterhand een groot theeglas uit het keukenkastje boven de gootsteen. Ik vulde het theeglas voor een kwart met limonadesiroop.

Twintig seconden voor mijn ongeluk lengde ik de limonadesiroop aan met kraanwater. Ik hield het met limonade gevulde theeglas in mijn rechterhand en pakte met mijn linkerhand het pakje crackers van het aanrecht.

Tien seconden voor mijn ongeluk wipte ik met mijn in een sportsok gestoken rechtervoet de deurkruk van de deur die mij naar de eerste verdieping moest leiden naar beneden. Ik liet de deur in een vloeiende beweging naar rechts openzwaaien. Mijn brein registreerde nauwelijks dat het licht in het trappenhuis uit was.

Vijf seconden voor mijn ongeluk zette ik mijn linkervoet op de eerste traptrede van de gestoffeerde trap. Met mijn verstand op nul en met gevulde handen voerden mijn benen mij met de vanzelfsprekendheid van stromend water in de richting van de eerste verdieping. Omdat ik een redder in nood was, besloot ik het tempo van mijn stappen te verhogen.

Twee seconden voor mijn ongeluk schrok ik van het snel naderende silhouet van mijn dochter bovenaan de trap.

Een seconde voor mijn ongeluk stokte ik in de reddingsactie voor mijn dochter met een hypo en deinsde achteruit. Ik begon mijn evenwicht te verliezen. Omdat allebei mijn handen gevuld waren met hulpgoederen, negeerde ik de reflex om naar de trapleuningen te tasten en zo de grip op mijn leven terug te krijgen. Mijn ongeluk had een aanvang genomen.

Op het moment van mijn ongeluk bevond ik mij tussen hemel en aarde. Omdat licht mijn dochter van achteren bescheen, zocht ik tevergeefs oogcontact met een bekend silhouet. Mijn voeten hadden vaste grond verloren.

Wat is een salto mortale waard als je niet weet hoe je val eindigt? Sloeg mijn dochter een hand voor haar mond? Goot ik de limonade als een gillende keukenmeid tegen de gestucte muur van het trappenhuis? Woog het zwevende pakje crackers net zo weinig als het eruit zag in zijn snel veranderende perspectief? Had mijn dochter al een eerste stap gezet op weg naar mijn verlossing? Riep ze mijn naam of noemde zij mij papa?

Met een doffe knal raakte mijn rug de derde traptrede van onderen. Mijn eerste lendenwervel brak zonder geluid in tweeën, waarna mijn lichaam onderaan de trap tot stilstand kwam.

Het geluid van mijn verkrampte schreeuw mengde zich met het vrolijke gerinkel van gebroken glasscherven. Voor ik het wist, streelde het lange haar van mijn dochter mijn voorhoofd. Daarna volgde haar hand haar haar.

‘Papa, gaat het?’ vroeg mijn dochter bezorgd.

Als mijn dochter er niet was geweest, had niemand mij kunnen troosten nadat ik bijna het leven had gelaten bij een ongeluk dat nooit plaatsgevonden had kunnen hebben als het grootste geluk uit mijn leven niet door een ongelukkige ziekte was getroffen.

Naschrift: Ik ben nu acht jaar verder en volledig hersteld van de rugbreuk.

Onbekend's avatar

Bij de 84e verjaardag van Bob Dylan: ‘I feel like a car wreck’

Mijn ontmoeting met Bob Dylan (1984)

Slechts weinig lezers weten dat ik sinds 1984 een regelmatige correspondentie onderhoud met Oscar- en Nobelprijswinnaar Bob Dylan.

Het eerste van een reeks concerten van Dylan die ik zou bezoeken was op 6 juni 1984 in Sportpaleis Ahoy. Een zeer matig, eerder belabberd, optreden.

Het geluk trof dat ik er via via achter was gekomen dat Dylan na het concert zou overnachten in het chique Hotel Des Indes aan het lange Voorhout in Den Haag.

Was zijn belabberde optreden van die avond te wijten aan een te veel aan whisky, een slecht humeur of een zware griep. Wat de reden voor de lichte blamage ook geweest mag zijn, ‘The show must go on’, niet waar?

Nog tijdens het wegsterven van de laatste toon van het concert spoedde ik mij zo snel mogelijk per taxi naar het hotel, in de hoop Dylan in de luxueuze hotellobby aan te kunnen treffen, om hem zijn handtekening te vragen, misschien zelfs een praatje te kunnen maken met mijn grote held.

Ik zat nog geen vijf minuten aan de bar van de lobby achter mijn dubbele Jack Daniels zonder ijs op de komst van Bob Dylan te wachten, of hij nam plaats op de kruk naast mij aan de bar.

Op het moment dat we met elkaar aan de praat raakten kreeg ik pas door hoe grieperig hij was. Kenners van de zangstem van Dylan, die door critici wel eens omschreven is als ‘de stem van een hond die met zijn poot vast zit in het prikkeldraad’, zijn gewend aan het nasale stemgeluid van Dylan, maar nu leek hij met al zijn poten in het prikkeldraad vast te zitten en stroomde het snot uit zijn neus als het water van de Niagara Falls op de grens van de Verenigde Staten en Canada. Metaforen zijn nooit mijn sterkste kant geweest. Dat zal de reden zijn dat ik schrijver geworden ben en geen dichter.

Op mijn vraag een drankje voor hem te mogen bestellen verbaasde het mij dan ook niet dat hij koos voor een ‘grog’ (rum, gekookt water, citroen en honing).

In de loop van ons gesprek vroeg Bob Dylan op een gegeven moment pen en papier aan de barman en schreef binnen een minuut of twee een tekst, die hij mij overhandigde: ‘I feel like a car wreck’. Het nummer is nooit door Dylan uitgebracht.

We wisselden onze contactgegevens uit. Vlak daarna zocht hij ziek zijn bed op. We werden vrienden voor het leven.

Once I was a speeding, brand new car

Now I am not even noticed as a cheap second-hand wreck

I have nothing more to say, feel less than timid

Gas no longer needed, I can no longer be strengthened

I feel like a car wreck, you vomited old fart

Ripe for the scrap heap, tear me apart

Take me off, throw me in a corner of the junkyard, crush me

I feel like a car wreck

I feel like a car wreck

Opgenomen in de bundel ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022): https://bit.ly/Peter-Mabelus

Onbekend's avatar

Wapenbroeders

Gisterenavond woonde ik een prachtige avond bij in Boekhandel Broekhuis Hengelo. Naar aanleiding van de publicatie van zijn nieuwste meesterwerk ‘Céline’ werd Pieter Waterdrinker geïnterviewd door de grootse literair criticus Arjan Peters.

Een verslag van mijn bijzondere eerste kennismaking met Pieter Waterdrinker is opgenomen in mijn reportagebundel ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022). Zelf kom ik langs in Waterdrinkers’ ‘Van huis en haard. Dagboek van een jaar op drift’ (2023). Ook schreef Pieter Waterdrinker het voorwoord voor mijn bundel ‘Transgender Rap’ (2024).

De foto toont quality time tussen twee wapenbroeders na afloop van de literaire avond. Samen op de barricades voor De Schone Letteren!

Onbekend's avatar

Beeld van graf van The Doors-zanger Jim Morrison na 37 jaar teruggevonden

Een bezoek aan het graf van Jim Morrison, op begraafplaats Père Lachaise in het twintigste arrondissement van Parijs, vormde in de jaren 80 voor adolescenten ode, pelgrimstocht en een excuus om uit je dak te gaan met behulp van muziek, drank en drugs ineen.

In de zomer van 1984 maakte ik bovenstaande dia. Behalve de buste van Jim Morrison zijn jeugdvrienden Hans Baaij en Sjaak Ursem te zien. Frank van der Poll was in het hotel achtergebleven met een verschrikkelijke kater vanwege een feestje op dezelfde plek 1 dag eerder.

Dooz weur de deez!

Onbekend's avatar

Bij de geboortedatum van cult hero Dennis Hopper (1936-2010)

Hoe ik oog in oog kwam te staan met Hollywood acteur Dennis Hopper

In een eerder stukje op mijn website petermabelus.com schreef ik laatst over hoe ik ongeveer dertig jaar geleden in de hoedanigheid van mijn bijbaan als beveiligingsbeambte in de passagiersbeveiliging op Schiphol een heftige en hilarische ontmoeting had met de ons zo kortgeleden ontvallen kardinaal Simonis.

Het zou vreemd zijn als ik in mijn jaren als beveiligingsbeambte niet meer ‘ontmoetingen’ met bekende mensen op onze internationale luchthaven zou hebben gehad. Ik kan u dan ook verzekeren dat het aantal beroemde en minder beroemde mensen dat ik in die tijd door mijn handen heb moet laten gaan groot is. Deze keer wil ik het hebben over mijn ontmoeting met de beroemde Amerikaanse filmster, regisseur en beeldend kunstenaar Dennis Hopper (1936-2010).

Mijn ontmoeting met Dennis Hopper vond om een uur of vijf in de middag van 7 november 1997 plaats tijdens de ‘security check’ van een KLM vlucht naar Los Angeles. De reden dat ik de precieze datum weet van de ontmoeting is het feit dat Dennis Hopper een dag eerder in Rotterdam Ahoy de ‘Free Your Mind Award’ mocht overhandigen aan zanger Bono Vox van U2 voordat zijn band het nummer ‘Mofo’ ten gehore ging brengen. Ik keek in die jaren al zeer sporadisch naar de televisie, maar had de avond tevoren toevallig thuis naar de live-uitzending van de 1997 MTV Europe Music Awards op de televisie gekeken.

Je moet niet denken dat ik het geheugen van een olifant heb. Ik heb nooit een dagboek bijgehouden en heb slechts een beperkt fotografisch geheugen; de feitjes in de derde alinea zijn gemakkelijk te vinden op het internet.

De zevende november 1997 stonden er meer beroemdheden in de rij voor de vlucht naar Los Angeles. Zo herinner ik mij dat de op dat moment wereldberoemde jongensband Hanson, beroemd van de wereldhit ‘MMMBop’ zich onder de passagiers bevond. Op het moment dat de destijds 11-jarige, en door zijn lange blonde meisjeshaar en jonge leeftijd androgyn ogende drummer en zanger van de band, Zac Hanson, zonder te piepen door het poortje kwam huppelen, fluisterde een collega mij schertsend in het oor: “moet je kijken, wat een lekker wijf”. Maar ik dwaal af, ik zou het over mijn ontmoeting met Hollywood acteur Dennis Hopper hebben.

Van welke films kende ik de acteur Dennis Hopper? Van de vele films waarin ik hem heb mogen zien spelen denk ik als eerste aan het viertal ‘Rebel Without a Cause’ (1955), ‘Easy Rider’ (1969), ‘Apocalypse Now’ (1979) en ‘Blue Velvet’ (1986).

Omdat ik geen idee meer heb welke van de films met Dennis Hopper ik ooit als eerste heb gezien wil ik het over twee films hebben, die mij elk om hun eigen karakter altijd zijn blijven fascineren: ‘Rebel Without a Cause’ (1955) en ‘Easy Rider’ (1969).

‘Rebel Without a Cause’, is een van de slechts drie speelfilms waarin de op 24-jarige leeftijd verongelukte James Dean te zien is en waarschijnlijk ook de meest bekende en populairste van de drie. James Dean overleed overigens een maand voor de première van ‘Rebel Without a Cause’, maar waar het mij bij deze film vooral om gaat is het feit dat de toen 19-jarige Dennis Hopper, dankzij zijn vriend en mentor James Dean, mocht debuteren als filmacteur in een klein bijrolletje. Hij speelt het personage ‘Goon’ en kreeg in de film maar een paar regels tekst. Ik moet zeggen dat ik de film al een paar keer had gezien voordat ik hoorde dat het kleine magere blonde ventje dat ‘Goon’ speelt de enige echte Dennis Hopper is.

In mijn wilde tienerjaren, die zich afspeelden aan het begin van de jaren tachtig, had ik net als veel leeftijdsgenoten een mateloze fascinatie voor de jaren zestig, die vlak achter ons lagen, maar waar we in ‘real time’ geen bal van hadden meegemaakt. De jaren zestig leken ons heel wat swingender, spannender en vrolijker dan de sombere sfeer die rond 1980 in de lucht hing.

Eén van de films die in mijn ogen de sfeer van het einde van de jaren zestig perfect verbeeldde was ‘Easy Rider’ uit 1969, een road movie in de meest zuivere zin van het woord. Twee motorrijders, gespeeld door Dennis Hopper en Peter Fonda (1940-2019) rijden van de Rocky Mountains naar New Orleans om ‘Mardi Gras’, het carnaval van New Oreans, te vieren. Onderweg pikken ze een passagier op, de tot dan toe nog onbekende Jack Nicholson, die in de film de rol van de alcoholische advocaat George Hanson speelt (Hanson? Waar heb ik die naam eerder gehoord?). ‘Easy Rider’ zou de doorbraak van Jack Nicholson betekenen en leverde hem zijn eerste Oscar nominatie op; in dit geval voor ‘beste mannelijke bijrol’.

‘Easy Rider’ is om meer dan één reden legendarisch te noemen. Dennis Hopper had zichzelf door zijn destijds in Hollywood beruchte wangedrag, veroorzaakt door het epische gebruik van drank en drugs in alle kleuren van de regenboog, onmogelijk gemaakt, niemand wilde nog met hem werken, en besloot daarom zelf een film te maken met het ook voor die tijd belachelijk lage budget van 400.000 dollar. Het script van de film (21 pagina’s tekst, de acteurs zouden de rest van de tekst tijdens de opnamen van de film al improviserend produceren) schreef hij samen met vriend en co-acteur en een ander enfant terrible van Hollywood Peter Fonda. Dennis Hopper regisseerde de film.

De film werd een enorm succes. Naast de Oscar nominatie voor Jack Nicholson ontving Dennis Hopper de ‘Prix de la première œuvre’ tijdens het Filmfestival van Cannes van 1969. De film bracht uiteindelijk meer dan 60 miljoen dollar op.

Op 7 november 1997, het was een uur of vijf in de middag, was ik gefascineerd door het feit de Hollywoodster Dennis Hopper van zo dichtbij, ‘in het echt’, te mogen zien. Ik was helemaal niet bezig met het idee of ik hem wel of niet zou moeten fouilleren. Al speelt Dennis Hopper in menige film de grote boef, of soms zelfs de verpersoonlijking van het kwaad, ik begreep vanzelfsprekend dat acteur en personage niet een en dezelfde zijn en hoefde daarom niet bang te zijn dat Dennis Hopper de vlucht naar Los Angeles zou gaan kapen. Alhoewel?

Op het moment dat Dennis Hopper een meter van het detectiepoortje verwijderd was, keek hij mij recht in de ogen aan, zei: “Just a moment”, stak zijn linkerhand in de rechterbinnenzak van zijn colbert (ik schrok niet) en toverde triomfantelijk een zwarte metalen brillenkoker tevoorschijn, legde die op het metalen plankje naast het detectiepoortje en stapte zonder een piepend geluid te produceren door het poortje. Aangezien ik wilde laten zien dat ik mijn werk professioneel en zonder aanziens des persoons uitvoerde nam ik de brillenkoker van het plankje en opende die om te kijken of er geen wapen in verstopt zat. Je begrijpt dat ik niet verbaasd was in de brillenkoker van Dennis Hopper een leesbril aan te treffen.

Ik klapte de brillenkoker teder dicht en overhandigde die onder het uitspreken van de woorden “There you go” aan de man die in zijn leven onder vele andere handen de handen van James Dean, Jack Nicholson en mijn allergrootse held van het witte doek aller tijden Marlon Brando had mogen schudden.

Heel kinderachtig zorgde ik ervoor dat de vingers van mijn rechterhand de hand van Dennis Hopper vluchtig aanraakten. Dichter bij mijn held Marlon Brando heb ik in mijn leven niet kunnen komen. “Thanks, man,” zei Dennis Hopper tegen mij, vlak voordat hij voor altijd uit mijn leven zou verdwijnen en in de richting van de aviobrug liep. Ik bleef Dennis Hopper nakijken totdat hij in de aviobrug verdwenen was en besefte dat Dennis Hopper niet mij, maar ik Dennis Hopper had moeten bedanken. Ik had echter geen tijd om verder te mijmeren. Ik hoorde het detectiepoortje achter mij piepen en op het moment dat ik mij omdraaide stond ik oog in oog met Michael Jackson.

‘Hoe ik oog in oog kwam te staan met Hollywood acteur Dennis Hopper’ is opgenomen in mijn reportagebundel ‘Van Kluun tot Clinton’: https://bit.ly/Peter-Mabelus.

Onbekend's avatar

Volkomen gelukkig zonder haar

Ik parafraseer Abraham Lincoln, moedige president van de VS (1861-1865). Een vermoorde held die de afschuwelijke slavernij in het zuiden van de Verenigde Staten formeel afschafte:

“You can fool some bald people all of the time, and all of the bald people some of the time, but you can not fool all the bald people all of the time.”

Onbekend's avatar

Paus Franciscus over Donald Trump

Op 19 februari 2015 schreef ik het volgende stukje voor de website 120w.nl. Voor de duidelijkheid: Donald Trump werd pas op 8 november 2016 verkozen tot de nieuwe president van de VS:

LEIDERSCHAP

‘Iemand die alleen aan muren bouwen denkt en niet aan het bouwen van bruggen, is geen christen,’ zei de fameuze bejaarde Argentijnse backpacker Jorge Mario Bergoglio over vastgoedmagnaat Trump. Hij refereerde aan de wens van Trump de VS hermetisch van Mexico af te sluiten met een hek om een verdere invasie van illegale Latino’s te voorkomen.

Trump toonde zich diep gekwetst: ‘Als het Vaticaan wordt aangevallen door IS, wat zoals iedereen weet voor IS de ultieme trofee zou zijn, kan ik je beloven dat de paus zou willen en bidden dat Trump president zou zijn geweest. Dan zou dat niet zijn gebeurd.’

‘Elk volk krijgt de leider die het verdient,’ schijnt de Surinaamse filosoof Desi Bouterse ooit gezegd te hebben.

Onbekend's avatar

De Paus is Dood. Lang leve een Nieuwe Zwarte Paus!

Nu Paus Franciscus is overleden krijgen we een conclaaf als een soapserie (of andersom, het is maar hoe je het bekijkt). Hoogste tijd voor de eerste zwarte paus. Mooi statement in een tijdperk waarin discriminatie en haat hoogtij vieren onder veel te veel lagen van de westerse samenlevingen! Een non-binaire of transgender paus is ook welkom. Lang leve de diversiteit!

Onbekend's avatar

Bij de 61e verjaardag van Kluun: ‘Ga je nu al weg?’ Mijn ontmoeting met Kluun, 7 juni 2015

Op zondag 7 juni 2015 bezocht ik met mijn destijds 12-jarige zoon Noah het eerste van de twee concerten die ex-Beatle Paul McCartney op twee achtereenvolgende avonden in de Ziggo Dome in Amsterdam zou geven.

Ongeveer halverwege het concert, het uitzinnige publiek zong massaal mee met het oorspronkelijk in 1968 door The Beatles uitgebrachte niemendalletje ‘All together now’, besloot ik op verzoek van mijn zoon op zoek te gaan naar het dichtstbijzijnde toilet.

Tot dan toe had niemand van het 17,000 duizend hoofden tellende publiek naar mij geknikt, of iets tegen mij gezegd. Op mijn horloge zag ik dat het 22.11 uur was. Op weg naar de uitgang van de concertzaal, die zich direct links naast het podium bevond, liep ik langs de zich daarnaast bevindende bar,

‘Ga, je nu al weg?’ hoorde ik een mannenstem in het voorbijgaan van de bar tegen mij zeggen. Bij het derde woord van de zin keek ik in de richting van waar het geluid kwam en herkende ogenblikkelijk Raymond van de Klundert, de echte naam van de schrijver Kluun.

De meeste lezers van deze woorden zullen weten dat Kluun de auteur is van het in 2003 verschenen ‘Komt een vrouw bij de dokter’, het best verkochte debuut uit de vaderlandse geschiedenis. Kluuns boek ging tot op heden ruim 1,3 miljoen keer over de toonbank. Het boek maakte van de toch al niet onbemiddelde Raymond van de Klundert, enkele jaren voor het verschijnen van zijn debuut verkocht hij zijn succesvolle marketingbureau ‘DDB’, een puissant rijke man.

Kluun keek me minzaam aan, zocht hij herkenning, erkenning, aandacht, of wilde hij mij fokken? Hij hing ontspannen met zijn rug tegen de bar, in zijn rechterhand hield hij een tot de helft gevuld glas schuimend bier. Aan zijn houding en troebele blik kon ik zien dat hij flink aangeschoten was. Naast hem stond een blonde stoot van een jaar of 28. Ik keek de volksschrijver een moment met een verbaasde blik aan en stond op het punt om met mijn zoon aan de hand onze weg in de richting van een toilet te vervolgen.

‘Gaan we bij de hand doen, Mabelus?’ vervolgde Kluun. Ik had slechts één verdere stap in de richting van de uitgang van de zaal kunnen zetten. ‘Ga jij jouw meest succesvolle collega uit de vaderlandse literaire geschiedenis negeren?’

Ik draaide mij verbaasd om. ‘Hoe weet jij wie ik ben, Kluun? Ik heb niet bepaald het gevoel dat ik een bekende schrijver ben.’ Ik keek mijn zoon Noah vluchtig aan en zag dat hij geen idee had wie deze “rare” meneer was. Ik schrijf “raar” omdat ik inmiddels doorhad dat Kluun niet aangeschoten, maar flink dronken was en aan de blik van mijn zoon kon ik zien dat hij vermoedde met “een verwarde persoon” te maken te hebben.

‘Nee, Peet, ik mag toch wel Peet zeggen, Mabelus, als collega’s onder elkaar?’

‘Geen probleem, Kluun.’

‘Zo bekend als schrijver als ik ben je inderdaad niet bepaald te noemen, Peet. Geen enkele levende of dode schrijver in Nederland trouwens. Ja, ik kan met een gerust hart zeggen dat ik de allergrootste schrijver uit de Nederlandse geschiedenis ben. Zelfs Tweede van der Helst kan niet aan mijn roem tippen.’

Kluun moest hard om zichzelf lachen. De blonde stoot van een jaar of 28 lachte hard mee.

‘Waar ken jij mij dan van, Kluun?’ vroeg ik oprecht verbaasd. Het was 2015. Het zou nog drie jaar duren voor mijn eersteling ‘Kathmandu Hipsters’ uit zou komen. Ik had slechts enkele verhalen in obscure tijdschriftjes en op zeer slecht bezochte literaire websites gepubliceerd. Ondanks het feit dat redelijk succesvolle auteurs als Pieter Waterdrinker en Arthur van Amerongen mij op diverse social media al hadden getipt als “een groot aanstormend talent” en ik hier en daar zelfs als een “writer’s writer” werd getypeerd had ik niet het idee dat ik als schrijver nog ook maar enigszins serieus genomen kon worden. Dat Kluun mijn werk kende achtte ik hoogst onwaarschijnlijk.

‘Heb je geen door jou gesigneerd boek voor mij bij je?’ vervolgde Kluun.

Ik keek mijn zoon vluchtig aan. ‘Kun je het nog even ophouden, lieverd? Ik moet heel even met deze meneer praten. Ik ben zo klaar.’ Noah knikte weifelend ten teken hij zijn behoefte nog wel even kon inhouden.

‘Kluun, of mag ik Raymond zeggen? (Kluun knikte bevestigend) Ik heb nog nauwelijks iets op papier gepubliceerd, laat staan dat ik een gesigneerd tijdschriftje of iets dergelijks mee zou nemen naar een concert van Paul McCartney.’

‘Ik heb altijd een rugzakje bij me, met daarin een stuk of tien gesigneerde boeken van mijn hand. Je komt uit de marketing of niet, begrijp je?’

Ik keek Kluun niet begrijpend aan en kreeg nu ook het gevoel met een verwarde persoon te maken te hebben.

‘Wil je een gesigneerd exemplaar van ‘Klunen 2’ hebben?’ vroeg Kluun en bukte zich voorover om een tussen zijn benen geplaatste Eastpak van de grond te pakken. Bij het oppakken van het rugzakje werd zijn wankele lichaam ondersteund door de giechelende blonde stoot van een jaar of 28 die Kluun vergezelde.

Kluun richtte zich waggelend op en ritste vervolgens de Eastpak open om er een boek met een fel blauw gekleurde kaft uit te halen. ‘Klunen’ stond er in grote oranjerode letters op de voorkant van het boek.

‘Dit is ‘Klunen 2’. Als publiciteitsstunt is het boek in tien verschillende kleuren uitgegeven. Je komt uit de marketing of niet, begrijp je? Kijk, het cijfer twee staat alleen op de rug van het boek. Van de eerste ‘Klunen’ zijn meer dan honderdduizend exemplaren verkocht, vrij weinig voor mijn doen.’

‘Weet jij wat “klunen” betekent? vroeg Kluun aan mijn zoon. Noah schudde aarzelend zijn hoofd en keek mij daarna met een angstige blik aan.

‘Laat maar,’ zei ik. ‘Mijn zoon moet echt ontzettend nodig naar de wc.’

‘Kijk, Peet, op de achterkant sta ik heel stoer met een kekke zonnebril op. De ene helft van de zonnebril is wit, de andere helft zwart. Stoer toch?’ ratelde Kluun door, alsof hij mijn opmerking niet had gehoord. Onder de “stoere” foto van Kluun op de achterflap stond: “Korte verhalen, columns en andere onweerstaanbare onzin van Kluun.”

Kluun drukte mij het boek in de hand.

‘Mijn handtekening staat er al in. Hier, voor jou, Peet. Dat boek is later goud waard.’

‘Nu moeten wij toch echt gaan hoor, Raymond. Mijn zoon houdt het niet meer.’

Met de gesigneerde ‘Klunen 2’ in mijn rechterhand spoedde ik mij snel met Noah naar de uitgang die zich direct links naast het podium bevond. Achter mij hoorde ik iemand over zijn nek gaan. Geen idee of het Kluun of iemand anders was. Waarschijnlijk Kluun: “Je komt uit de marketing of niet, begrijp je?”

Naschrift: Omdat ik als één van de twee motto’s bij mijn derde boek, de satirische literaire thriller ‘John West en de gestolen Picasso’, een citaat uit de in ‘Klunen 2’ opgenomen column ‘Vijf seconden’ (pagina 147-148) had gebruikt (“Het hele leven is één grote bijna-doodervaring”) stuurde ik Kluun een persoonlijk bericht via Facebook waarin ik hem vroeg naar welk adres ik hem een presentexemplaar van mijn boek kon sturen.

In mijn persoonlijke bericht refereerde ik aan onze ontmoeting tijdens het concert van Paul McCartney op 7 juni 2015 in de Ziggo Dome: “Jij hing aan de bar met een mooie vrouw en zei tegen mij: “He, ga je nu al weg?” met een grote grijns op je gezicht. Enfin, de lach is nooit ver weg bij jou. Hartelijke groet, Peter Mabelus.” Kluun reageerde vrijwel direct: “Wat grappig! Die mooie vrouw was waarschijnlijk mijn oudste dochter! Je kunt het boek sturen naar Raymond van de Klundert, Amsteldijk **, 1074**, Amsterdam.”

Een snelle rekensom leerde mij dat de “mooie vrouw aan de bar” een blonde stoot van een jaar of 28 was geweest en Kluuns oudste dochter destijds niet ouder dan een jaar of 16 kon zijn geweest.

Ik liet het er maar bij. Het maakte mij duidelijk dat een familieopstelling niet aan Kluun besteed zou zijn.

Deze reportage is opgenomen in ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022): https://bit.ly/Peter-Mabelus.