
Ik heb kaarten kunnen bemachtigen voor het concert van Nick Cave and The Bad Seeds op donderdag 26 september 2024 in de Ziggo Dome, Amsterdam. Een half jaar lang voorpret. Alleen dat is de prijs van een kaartje al waard!

Tijdens mijn dagelijkse ochtendwandeling in Deventer, ‘Rondje IJssel’, viel mij op dat zich recht tegenover een enorm pand van Tactus Verslavingszorg een “Olijke Slijter” bevindt. Handig voor alcoholisten met een krappe agenda.


Peter Mabelus in 1984:


In de 18e eeuw formuleerde de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) de plichtethiek, die voorschrijft dat de mens om juist te handelen zichzelf aan de hand van de rede morele wetten zou moeten opleggen:
Je moet zo handelen dat je zou willen dat iedereen zou handelen.
Beschouw de medemens als doel en niet als middel.
Als de mens autonoom is, is die aansprakelijk en verantwoordelijk voor zijn acties, aangezien de mens dan ook een vrije wil heeft.
Sommige normen moeten overeind blijven ongeacht de gevolgen, zoals respect voor alles wat leeft.
Ironisch genoeg leefde Kant zijn leven lang in het Pruisische Königsberg, het huidige Russische Kaliningrad.

Mijn kinderen komen beiden voor in mijn fictieve reportagebundel ‘Van Kluun tot Clinton’, maar verder houd ik hen bewust uit de publiciteit.
Voor de buitenwereld ben ik de schrijver Peter Mabelus, als privépersoon ben ik Peter Visser, vader van twee prachtige kinderen, Noah (21) en Livia (19).

Vandaag ontving ik het bericht dat mijn vijf tot nu toe verschenen boeken (en alle titels die hopelijk nog komen te verschijnen) zullen worden opgenomen in de collectie van Athenaeumbibliotheek Deventer, “De schatkamer van Deventer Boekenstad “. De reden hiervoor is het feit dat ik in 2022 Deventer als nieuwe woonplaats heb gekozen.
Het oudst bekende gedrukte boek van Deventer stamt uit 1477. Dit was een boek van Petrus Berthorius, “Liber bibliae moralis” geheten. Het bevatte Bijbelse verhalen en telde maar liefst 928 pagina’s.
Men schat dat er vóór het jaar 1500 ruim 500 boeken in Deventer zijn gedrukt. Na Antwerpen was Deventer daarmee de belangrijkste drukkersstad in de Nederlanden. Veel van deze gedrukte boeken bevinden zich in het Stadsarchief of Athenaeumbibliotheek.
Verder is het werk van alle schrijvers die door de eeuwen heen in Deventer zijn geboren, of hebben gewoond, in de collectie opgenomen.
Ik voel me vereerd dat mijn werk voortaan een permanente plaats gaat innemen in “De schatkamer van Deventer Boekenstad”.

De Arnhemse binnenstad was vorige week het toneel van koranverbrandingen. Deze zaterdag worden de heilige boeken er uitgedeeld aan nieuwsgierige passanten, en is er tijd voor een praatje. ‘De beste manier is om te reageren op iets als vorige week.’
Theo Waijer woont er al zijn hele leven. Maar wat vorige week in zijn stad gebeurde, sneed de gepensioneerde Arnhemmer door de ziel. Dat de extreem-rechtse Pegida-voorman Edwin Wagensveld er probeerde een koran te verbranden, en dat woedende moslims dat weer wilden voorkomen en slaags raakten met de politie, noemt Waijer ‘geen reclame’ voor zijn stad.
Het uitdelen van korans, een reactie van de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap op de actie van Wagensveld, noemt Truus Waijer ‘een stuk sympathieker dan het verbranden ervan’. De Bijbel kent het echtpaar al te goed, thuis zijn ze er mee om de oren geslagen. Hun zoon moest als militair de Koran lezen, zoals ook een moskeebezoek hoorde bij de voorbereiding op zijn uitzendingen naar Irak en Afghanistan. ‘De Bijbel en de Koran lijken best op elkaar’, weet Theo Waijer al. ‘En je wordt er denk ik ook niet slechter van als je de Koran leest.’
Uit de Volkskrant van 20 januari 2024.

Alles gaat aan jou voorbij
Binnen een etmaal kan de wereld aan mij voorbijgaan
Jij bent overal en nergens
Ik kan je niet vinden in het boek dat jij geschreven hebt
Al herlees ik al je woorden duizendmaal
De foto’s waarop je beeltenis staat
Vallen verkleurend uit mijn handen
Zijn het mijn handen die jou zo vaak hebben vastgehouden?
Er is geen spoor meer van jou op te vinden
Je lach blijf ik horen
Ik ruik jouw verse, opgedroogde, verbrande, vervlogen zweet
Jouw muziek ligt hier ergens op een plank te zwijgen
Het bos herinnert zich jouw voetstappen niet meer
De zee is de vorm van jouw lichaam vergeten
Geen enkele cybernaut zal jou tegenkomen
Alles gaat aan jou voorbij
Alles gaat aan jou voorbij

De wereld is een geparfumeerde vuilnisbelt geworden
Overbevolkt door slaven van geld
Mijn schepping is deels vertrapt
Mijn schepping is haast onherkenbaar geworden
De jagers hebben de verzamelaars verlaten
De wereld lijkt versleten
En haat lijkt te winnen
Mijn wereld wil zichzelf weer herkennen
Ogen zijn de spiegel van de ziel
De wereld is net begonnen
Liefde gaat niet falen

Als je geen enkel idee hebt wie de schrijver Gerard Reve was (1923-2006), kun je dit stukje beter overslaan.
Wellicht reken jij jezelf tot de snel groeiende schare bewonderaars van mijn werk; je hebt mijn vijf tot nu toe verschenen boeken stukgelezen. Je bezoekt bijna dagelijks mijn website petermabelus.com, om te kijken of mijn digitale literaire pretpark opnieuw verder is uitgebreid. In dat geval begrijp ik waarom je hebt besloten verder te lezen.
Het werk van Gerard Reve leerde ik kennen in de vijfde klas van het VWO, in het jaar 1983. De klassieker ‘De Avonden’, die Gerard Kornelis van het Reve in 1947 publiceerde, bij de eerste twee drukken van het boek onder het pseudoniem Simon van het Reve, sloeg in als een bom. Wat hebben schrijvers toch met het gebruik van een pseudoniem? Dat is toch nergens voor nodig?
Vanaf 1973 noemde Gerard Kornelis van het Reve zich Gerard Reve. Bij Koninklijk Besluit werd dit ook zijn burgerlijke naam.
De grote en grotendeels vergeten auteur Ferdinand Bordewijk schreef in het Utrechts Nieuwsblad van 29 november 1947: “De auteur wil in dit beklemmende verhaal de geestelijke nood tonen van de naoorlogse tijd, in het bijzonder van hen die in de oorlog volwassen werden”. Uit een recensie van de inmiddels totaal vergeten recensent R.R.L.M. Bromberg, die werd afgedrukt in De Nieuwe Eeuw van 6 december 1947: “Het is als een nachtmerrie, zo beklemmend van ontgoocheling en cynisme. Jammer dat de schrijver het nodig heeft gevonden zich uiterst ordinair uit te drukken, maar misschien zijn de geestelijke nood en de onmacht der naoorlogse jeugd daarvoor aansprakelijk”. Het lijkt of ik recensies van mijn eigen boeken lees. Maar dit stukje zou gaan over mijn ontmoeting met Gerard Reve en niet over mijn boeken.
Na de publicatie van ‘De Avonden’ raakte de literaire carrière van Reve danig in het slop. Met de moed der wanhoop schreef hij nog de destijds nauwelijks opgemerkte novelle ‘Werther Nieland’ (1949). In de jaren vijftig besloot Reve zich zonder succes toe te leggen op het schrijven van proza in het Engels. Zijn ‘The Acrobat and Other Stories’ (1956) was een flop.
Reve verdiende zijn brood in de jaren vijftig onder andere als rechtbankverslaggever voor Het Parool, vertaler en werkte in Londen een tijd als verpleger in het National Hospital for Nervous Diseases.
Voor ons adolescenten, die opgroeiden in de jaren tachtig van de twintigste eeuw en van het lezen van de boeken van Gerard Reve hielden, waren het vooral de twee brievenboeken ‘Op weg naar het einde’ (1963) en ‘Nader tot U’ (1966) die veel indruk maakten. Reve was inmiddels tot het katholicisme bekeerd en zwaar aan de drank geraakt. Omdat wij toen nog veel te veel tijd hadden om veel te vaak dronken te worden werd Reve voor ons een held.
Wat waren we naïef! Reve werd in 1966 in de trein naar Groningen overvallen door een delirium tremens en moest wekenlang verpleegd worden in het ziekenhuis van Assen. Gelukkig hadden we destijds geen weet van de ernst van een delirium tremens en bleven nog jarenlang stug doordrinken. We waren een stelletje stoere, maar vooral onwetende bohemiens.
Jaren later, op het moment dat we na onze studies de maatschappij moesten betreden, kwamen we erachter dat alcoholisme en het vervullen van een fatsoenlijke betrekking niet samengingen. De meeste van mijn vrienden lieten zich omscholen tot weekendalcoholist, een enkeling kwam terecht in een heuse afkickkliniek, wat dan weer wel als “iets stoers” werd gezien. Behalve als je steeds opnieuw moest worden opgenomen. Dat was minder stoer.
Enfin, mijn ontmoeting met Gerard Reve op zaterdag 1 december 1991 vond plaats in De Bijenkorf van Rotterdam, waar Reve die middag ter gelegenheid van het verschijnen van zijn indrukwekkende brievenbundel ‘Brieven aan mijn lijfarts’ zijn boeken zou gaan signeren. De lijfarts van Reve heeft overigens zelfmoord gepleegd door zichzelf een cocktail van citroenjenever en barbituraten toe te dienen. Maar dit terzijde.
Reve woonde al sinds begin jaren zeventig in Frankrijk en was bovendien niet dol op signeersessies. Daarom moest ik van mezelf op die koude herfstdag per spoor van Amsterdam naar Rotterdam reizen om minimaal een maar het liefst twee handtekeningen van de Grote Schrijver te bemachtigen. Nu kon het nog. Reve naderde immers al de zeventig.
Ik had besloten om mijn exemplaar van ‘Brieven aan mijn lijfarts’ thuis te laten. Ik had een zeldzame eerste druk van Reve’s brievenboek ‘Nader tot U’ meegenomen en een negenendertigste druk van ‘De Avonden’ uit 1990.
Aangekomen op de boekenafdeling van De Bijenkorf werd duidelijk dat Reve zich zou beperken tot signeren; een interview over het nieuwe boek zat er niet in. Ik schat dat een gedisciplineerde rij mensen van een man of tweehonderd in een slingerende rij op hun beurt voor een handtekening van Reve stond te wachten. Opvallend genoeg was de meute muisstil, zodat iedereen kon meegenieten van het gekibbel tussen Gerard Reve en zijn partner Joost Schafthuizen, onder fans van Reve beter bekend als Matroos Vosch.
Reve en Matroos Vosch waren overigens beiden bloednerveus. Op het moment dat Reve zijn leesbril verkeerd om en op zijn kop op zijn hoofd plaatste en Matroos Vosch er wat van zei reageerde Reve: “Ach, zeikerd. Ik heb mezelf toch ook niet gemaakt!”
Gerard Reve beperkte zich tot het met beleid signeren van zijn werk met zijn kroontjespen; geen tijd of ruimte voor opdrachten of een aantekening van plaats en datum. Op het moment dat ik aan de beurt was om een handtekening in twee exemplaren van Reve’s werk te laten zetten, mijn eerste druk van ‘Nader tot U’ en de negenendertigste druk van ‘De Avonden’, probeerde ik het toch: ‘Kunt u er misschien inzetten: ‘voor mijn broer?’ Reve keek mij kort aan en wees naar de lange rij mensen die achter mij stond met een of meer boeken van de Grote Volksschrijver in de hand: ‘Maar jongen, kijk toch eens hoe druk het is. Daar kan ik toch niet aan beginnen?’ Ik moest genoegen nemen met Reve’s handtekening in twee van zijn meest beroemde boeken.
Op het moment dat ik klaar was met mijn missie bleef ik nog even staan kijken hoe Gerard Reve en Matroos Vosch al kibbelend de rest van de rij bewonderaars van handtekeningen voorzagen. Op de een of andere manier wist ik zeker dat ik Reve nooit meer in levende lijve zou zien.
In de trein op weg naar huis herlas ik ‘Nader tot U’. Het boek eindigt met een dertigtal geestelijke liederen waarvan ik er een citeer:
DRINKLIED AANGAANDE HET LEVEN OP AARDE
Alles is op, zelfs drank waar ik niet eens van houd.
Maar alles heeft zijn voor en tegen.
Zodoende zit ik wel vol moed:
Al hebt Gij mij verworpen en verstoken van Uw Licht,
Ik ga gewoon door, of er niks aan de hand is.
Deze reportage verscheen in een iets andere versie in de bundel ‘Van Kluun tot Clinton’ (2022).