Onbekend's avatar

Een leugentje om bestwil

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 32: “notendop.”

In 2016 werd “Notendop” van Ian McEwan tot “Boek van de Maand Oktober” gekozen door het boekenpanel van “De Wereld Draait Door.”

De redactie van DWDD zou tien exemplaren van “Notendop” weggeven aan personen die een goede reden zouden geven waarom zij “recht” dachten te hebben op een exemplaar van het boek. Ik stuurde de redactie een berichtje met daarin de grap dat mijn schoonmoeder van bijna negentig jaren oud altijd een groot fan was geweest van de boeken van McEwan, maar helaas op haar oude dag blind was geworden. Wat zou het leuk zijn om haar het boek voor te kunnen lezen als ik een exemplaar van de laatste roman van Ian McEwan zou “winnen.” Ik werd een winnaar.

Deze 120 woorden verschenen op 7 augustus 2017 voor het eerst op 120w.nl.

Onbekend's avatar

Overpeinzingen bij de dood van Robert Hardy (1925-2017)

 

Op 3 augustus 2017 overleed op 91-jarige leeftijd de Britse acteur Robert Hardy in Denville Hall, een historisch gebouw in het noordwesten van Londen, dat in gebruik is als bejaardentehuis voor professionele acteurs, actrices en andere mensen uit de theaterwereld.

Robert Hardy is in Nederland vooral beroemd geworden door zijn rol als dierenarts in de tv-serie “James Herriot” (1978-1980 en 1988-1990) en zijn rol als minister van Toverkunst in de serie films naar de Harry Potter-boeken van J.K. Rowling.

Vier jaar geleden zou Robert Hardy zijn laatste rol spelen als Winston Churchill in Peter Morgan’s toneelstuk “The Audience,” maar moest van zijn optreden afzien nadat hij bij een val diverse ribben brak.

In de Tweede Wereldoorlog moest Robert Hardy zijn studie Engels aan de befaamde universiteit van Oxford tijdelijk onderbreken door zijn dienst bij de Royal Air Force. Aan Oxford kreeg Robert Hardy onder anderen les van de beroemde schrijvers en boezemvrienden C.S. Lewis en J.R.R. Tolkien.

C.S. Lewis is vooral beroemd geworden door zijn zevendelige kinderboekenserie “The Chronicles of Narnia,” waarvan wereldwijd meer dan 100 miljoen exemplaren zijn verkocht.

J.R.R. Tolkien is de schrijver van onder meer “The Hobbit” en “The Lord of the Rings.”

De Amerikaanse president John Fitzgerald Kennedy werd op 22 november 1963 om 12.30 uur lokale tijd dodelijk getroffen door twee kogels, die door “the lone wolf” Lee Harvey Oswald, vanaf de vijfde verdieping van de “Texas School Book Depository,” 411 Elm Street, werden afgevuurd met een “Mannlicher–Carcano,” 6.5×52mm Carcano Model 91/38″ geweer met telescoopvizier, op het moment dat Kennedy’s presidentiële limousine, een 1961 Lincoln Continental four door convertible (model 74A), waarvan de codenaam voor de U.S. Secret Service SS-100-X was, over Dealy Plaza, aan de westkant van downtown Dallas, Texas, werd gereden door agent van de U.S. Secret Service William Robert Greer.

Op dezelfde dag dat John Fitzgerald Kennedy werd vermoord, overleden twee wereldberoemde Britse schrijvers: C.S. Lewis en Aldous Huxley. Door de mediagekte die in de Verenigde Staten rond de moord op John Fitzgerald Kennedy losbarstte, voor het eerst in de geschiedenis van de televisie verzorgden de grote Amerikaanse televisiestations drie dagen lang, vanaf het moment dat er schoten te horen waren op Dealy Plaza in Dallas, Texas tot en met de begrafenis van John Fitzgerald Kennedy op “Arlington National Cemetery,” één van de 139 nationale begraafplaatsen van de Verenigde Staten, gelegen op een groene heuvel boven de rivier Potomac in Arlington County, Virginia, met zicht op Washington D.C., op 25 november 1963, 24 uur per dag live televisie, zonder dat de live uitzending werd onderbroken door commercials, werd er geen aandacht besteed aan de dood van C.S. Lewis en Aldous Huxley.

Wereldberoemd zijn en toch onopgemerkt overlijden. Het zal je maar gebeuren.

Een zelfde lot zou in Nederland op 2 november 2004 de mateloos populaire ex-profwielrenner Gerrie Knetemann treffen toen hij tijdens een mountainbikerit door de bossen en duinen in de buurt van Bergen, Noord-Holland overleed aan de gevolgen van een longembolie, enkele uren nadat regisseur, acteur, scenarioschrijver, columnist, programmamaker en televisiepresentator Theo van Gogh rond negen uur ’s ochtends in de Amsterdamse Linnaeusstraat ter hoogte van avondwinkel “Night Bite,”gevestigd op de Linnaeusstraat 24, door acht kogels uit het HS 2000-pistool van Mohammed Bouyeri getroffen werd, waarna dezelfde Mohammed Bouyeri Theo van Gogh de keel doorsneed met een groot mes en hetzelfde mes daarna tot aan zijn ruggengraat in de borst van Theo van Gogh stak. Met de dood tot gevolg.

Wereldberoemd zijn in Nederland en toch onopgemerkt overlijden. Het zal je maar gebeuren.

C.S. Lewis overleed in zijn woning in Oxford aan nierfalen, 55 minuten voordat John Fitzgerald Kennedy werd doodgeschoten.

Aldous Huxley, die wereldfaam oogstte met zijn dystopische roman “Brave New World,” overleed in zijn woning in Hollywood, Los Angeles, Californië aan de gevolgen van strottenhoofdkanker. Twee uur en vijftig minuten na de dood van John Fitzgerald Kennedy.

De sterfdatum van 22 november 1963, die Kennedy, Lewis en Huxley deelden, vormde voor Peter Kreeft, professor in de filosofie aan Boston College, Boston, Massachusettes en King’s College, Manhattan, New York, de inspiratiebron voor de publicatie in 1982 van het boek “Between Heaven and Hell: A Dialogue Somewhere Beyond Death with John F. Kennedy, C.S. Lewis & Aldous Huxley.”

Op 22 november 1963 verscheen de tweede langspeelplaat van The Beatles “With the Beatles.” De Beatlemania!, die na het verschijnen van “With the Beatles” wereldwijd gestalte kreeg, heeft volgens veel historici een grote rol gespeeld in het verwerken van het nationale trauma dat door de moord op John F. Kennedy in de Verenigde Staten was ontstaan.

Robert Hardy speelde in 1966 naast Beatle John Lennon, die de rol van musketier Gripweed speelde, de rol van Britse Generaal in de min of meer geflopte bioscoopfilm van Richard Lester, de “black comedy” “How I Won the War,” die in oktober 1967 werd uitgebracht.

 

Richard Lester, die in 1984 van muziekzender MTV een speciale onderscheiding ontving als “Father of  the Music Video,” was eerder de regisseur van de twee enorm populaire Beatles films “A Hard Day’s Night” (1964) en “Help!” (1965), die met een respectievelijk budget van 189.000 (“A Hard Day’s Night”) en 1,5 miljoen Britse ponden (“Help!”) en astronomische winsten van vele tientallen miljoenen per film, twee van de meest lucratieve projecten uit de filmgeschiedenis werden.

De opnamen van “How I Won the War” vonden plaats in de herfst van 1966 in de Duitse deelstaat Nedersaksen, in de Bergen-Hohne Training Area, Verden an der Aller en Achim. Verdere opnamen werden gemaakt in de provincie Almeria in Spanje.

Tijdens het vele wachten tussen de opnamen van de film door schreef John Lennon aan tientallen versies van zijn latere meesterwerk “Strawberry Fields Forever” in de door hem gehuurde villa “Santa Isabel,” omdat de smeedijzeren toegangspoorten van “Santa Isabel” en de hem weelderig omringende vegetatie deden denken aan “Strawberry Field,” een groot park dat hoorde bij een vestiging van het Leger des Heils dat zich vlak achter het huis bevond waar John Lennon het grootste deel van zijn jeugd doorbracht, van 1946 tot 1963, 251 Menlove Avenue, in de wijk Woolton in Liverpool.

Op 8 december 1980 werd John Lennon, op het moment dat hij na thuiskomst van opnamesessies in studio de “Record Plant,” om 22.50 uur de boogingang van het Dakota-gebouw aan 72nd Street in New York betrad, waar hij meerder appartementen bewoonde, vier keer in zijn rug geschoten door “lone wolf” Mark David Chapman met een .38 Charter Arms Special-revolver. John Lennon werd nog in een politieauto naar het Mount Sinai West Hospital gebracht, maar had al te veel bloed verloren en overleed kort daarna op 40-jarige leeftijd. Om 23.15 werd hij dood verklaard.

We zullen Robert Hardy missen.

Onbekend's avatar

Amsterdam laat zich niet langer neuken!

 

Vandaag publiceerde de Amsterdamse Wethouder Abdeluheb Choho, die onder meer de portefeuilles Duurzaamheid, Openbare Ruimte en Groen, Dienstverlening, Bestuurlijk stelsel, ICT en Artis beheert een open brief in alle grote Nederlandse dagbladen.

Amsterdam is één van de ongeveer tien Europese steden die te maken heeft met een toeristen-infarct. Toerisme is reizen maken voor je plezier. Een infarct is een toestand die ontstaat als er plaatselijk geen doorbloeding meer is van weefsel. Er is een gebrek aan voedingsstoffen en zuurstof, waardoor het weefsel beschadigd raakt of afsterft. Lieve Amsterdammers, wij zijn het beschadigde weefsel dat afsterft.

In de Spaanse stad Barcelona, ook een stad die te maken heeft met een ernstig toeristen-infarct, zijn verschillende wanhopige Barcelonezen deze week in actie gekomen tegen het massatoerisme dat hun stad aan het vermoorden is. Zij zijn overgegaan tot het vernielen van huurfietsen. Vorige week bestormden gemaskerde leden van de anarchistische groep Arran  een bus met Britse toeristen bij het voetbalstadion Camp Nou.

Amsterdam telt ruim 800.000 inwoners, maar slechts 100.000 inwoners van onze prachtige stad wonen in de gebieden die jaarlijks door vele miljoenen toeristen worden overspoeld en daarmee het dagelijkse leven van de oorspronkelijke bewoners tot een hel maken.

De cijfers liegen er niet om. Dit jaar zal Amsterdam door 8 miljoen toeristen bezocht worden. De hoofdmoot van die miljoenen toeristen bezoekt in de zomermaanden onze prachtige stad. Bij deze 8 miljoen toeristen zijn de Nederlandse dagjesmensen nog niet eens meegerekend. Op jaarbasis hebben we in Amsterdam ook nog met ongeveer 6 miljoen Nederlandse toeristen te maken.

De verwachting is dat Amsterdam in 2030 door 16 miljoen buitenlandse toeristen bezocht zal worden. Wat zal er dan nog overgebleven zijn van onze pittoreske hoofdstad?

Amsterdam is een pretpark geworden, in het bezit van megalomane multinationals. Airnbnb zorgt ervoor dat de huizenprijzen in Amsterdam tot astronomische hoogten stijgen waardoor de oorspronkelijke Amsterdammers de stad worden uitgejaagd. De paar Amsterdammers die in hun stad, in hun huis, proberen te overleven worden dag en nacht geterroriseerd door de miljoenen toeristen die boven, naast en onder hen een never ending dance party houden die de Amsterdammers tot krankzinnigheid drijft.

Het zal niet lang meer duren of de tijd is aangebroken dat ook in Amsterdam fatsoenlijke bewoners ’s nachts gemaskerd op toeristenjacht zullen gaan. En geef ze eens ongelijk? Men zal rondvaartboten vol toeristen tot zinken laten brengen. We zullen het niet langer pikken om drie uur in de rij te staan bij onze eigen haringkar om onze eigen Hollandse Nieuwe te kunnen eten, die de toeristen niet eens lusten en in onze gracht gooien nadat ze een voor ons beledigend selfie hebben gemaakt met de haring zwabberend voor hun gezicht.

De gemeente wil bij de heldhaftigheid van de echte Amsterdammers niet achterblijven. Daarom heeft het College van Burgemeester & Wethouders een aantal maatregelen genomen die vanaf komende maandag van kracht zullen zijn:

De toeristen die vier uur in de rij willen staan om ons ‘Anne Frank Huis’ te mogen bezoeken, zullen naar het Centraal Station worden geleid, waar zij in de richting van museum Westerbork zullen worden getransporteerd, waar het veel rustiger is.

De tulpenbollen die op de Bloemenmarkt op het Singel worden verkocht zullen worden voorzien van een mechanisme dat de bollen op een hoogte van 4 kilometer zal doen ontploffen.

De Mobiele Eenheid zal permanent opgesteld worden voor onze nationale schatten als De Nachtwacht en Het Melkmeisje.

Airbnb zal worden verboden.

De wiet zal zo sterk gemaakt worden dat buitenlandse blowers zullen overlijden na een paar ferme trekjes van hun pretsigaret.

De vagina’s van onze prostituees zullen worden uitgerust met guillotines.

Vanaf 1 januari 2018 zullen alle inwoners van Amsterdam worden voorzien van een ingebouwde chip waarmee zij de stad ongestoord zullen kunnen betreden en verlaten. Iedereen die zich op Amsterdams grondgebied bevindt en niet is uitgerust met een dergelijke chip zal ter plekke worden geëxecuteerd.

Beste Amsterdammers. We are Amsterdam en niet die miljoenen toeristen die hier alleen maar naartoe komen om drugs te gebruiken en onze Hollandse meisjes te neuken. Genoeg is genoeg!

Dit verhaal verscheen op 4 augustus 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Het Wiel van Dharma

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 31: “slinger.”

De boeddhistische westerling had zich nog zo voorgenomen om op weg naar zijn nieuwe vriendin met zijn racefiets op het “Het Achtvoudige Pad” naar de verlichting te blijven. Zijn “Wielen van Dharma” symboliseerden de door Boeddha verkondigde leer over het pad naar verlichting en telden elk acht spaken.

Hij was van baan veranderd. Hij was gestopt met drinken en roken. Zijn vrouw en kinderen, die hem niet meer konden begrijpen, had hij verlaten. Zijn nieuwe vriendin, die jonger was dan zijn oudste dochter, begreep hem wel.

De vogel kwam van links. Door de botsing met de vogel maakte de boeddhistische westerling een slingerbeweging met zijn racefiets, waardoor hij onder de voortrazende wielen van een zojuist passerende truck werd vermorzeld. Karma.

Deze 120 woorden verschenen op 31 juli 2017 voor het eerst op 120w.nl.

Onbekend's avatar

De dood van mijn fictieve vrouw

Mijn fictieve neurotische vrouw, met een zwak ontwikkelde narcistische psychose, werd vannacht, zoals elke nacht, getraumatiseerd wakker, omdat zij weer eens die rotdroom had gehad waarin ze het strijkgoed van alle huisvrouwen in de straat binnen een half uur moest wegwerken. Deze repeterende traumatische nachtmerrie is er de oorzaak van dat ze begint te hyperventileren als ze aan een strijkbout denkt. Het ter hand nemen van een strijkbout om daadwerkelijk te gaan strijken moet dan ook als een onmogelijke opgave voor mijn fictieve vrouw worden beschouwd.

Mijn fictieve vrouw is allergisch voor geluid. Als om zeven uur in de ochtend de wekker afgaat slaat mijn fictieve vrouw de wekker met een daarvoor gereed liggende hamer aan diggelen, omdat zij het geluid van een wekker kan die afgaat niet kan verdragen. Het tijdstip waarop de wekker geluiden begint te produceren, zoals bijvoorbeeld het geluid van de alarminstallatie van een in ernstige nood verkerende onderzeeër, is dan ook niet relevant voor mijn fictieve vrouw. Elk tijdstip waarop elke willekeurige wekker afgaat is voor mijn fictieve vrouw wat waterboarding is voor een bewoner van Guantanamo Bay.

Omdat ik mijn fictieve vrouw op geen enkele plaats van haar lichaam aan mag raken (onze drie kinderen zijn met behulp van In Virto Fertilisatie verwekt) is het voor mij niet mogelijk om de hamer, die zij als een kroonjuweel tussen haar benen verstopt houdt, van haar af te pakken.

Mijn fictieve vrouw kan niet tegen rommel. Omdat de vloer van onze slaapkamer iedere ochtend bezaaid ligt met de brokstukken van de vernielde wekker van de dag, die kunnen bestaan uit stukjes glas, scherpe brokken plastic of metalen onderdelen in alle soorten en maten, draai ik elke dag op voor het opruimen van de puinhopen die mijn fictieve vrouw elke ochtend maakt als de wekker is afgegaan. Daarbij gebruik ik altijd een speciaal soort stoffer en blik dat speciaal getest is op de productie van een verwaarloosbare hoeveelheid decibel. Het gebruik van een stofzuiger is net zo’n goed idee als het serveren van een “kapsalon” aan een vegetariër met anorexia.

Als ik vrolijk, liefdevol en zonder geluid te maken onze drie kinderen heb gewekt, en beneden zachtjes de tafel voor het ontbijt voor hen aan het dekken ben, ligt mijn fictieve vrouw al lang weer op een oor te ronken in ons tweepersoonsbed op de zolderverdieping van onze geluiddichte woning, om de verloren gegane nachtrust als gevolg van de traumatische strijkboutnachtmerrie in te halen. De strijkboutnachtmerries putten mijn fictieve vrouw dagelijks in die mate uit dat ze zelden voor het avondeten wakker wordt. Mijn fictieve vrouw komt nooit uit bed en heeft onze drie kinderen na hun geboorte nooit meer gezien.

Nadat de kinderen en ik zwijgend hebben ontbeten om mijn slapende fictieve vrouw op de geluiddichte zolderverdieping niet te wekken, help ik hen voorzichtig met aankleden en breng ze even later, ondanks het feit dat mijn vrouw en ik allebei niet werkzaam zijn op de arbeidsmarkt, voor de zekerheid naar de voorschoolse opvang, zodat de kans dat mijn fictieve vrouw door een of ander geluid dat door een van onze kinderen geproduceerd wordt in haar ochtendslaap wordt gestoord verwaarloosbaar is. De voordeur laat ik altijd op een kiertje staan, zodat de deur niet hard in het slot hoeft te vallen.

Omdat mijn fictieve vrouw en ik beiden geen betaald werk verrichten zorg ik ervoor dat mijn kinderen vijf dagen per week bij een vriend of vriendinnetje thuis de lunch gebruiken. De ouders van de vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen maken geen probleem van dit eenrichtingsverkeer qua zorgzaamheid, omdat zij allemaal op de hoogte zijn van de geestelijke gesteldheid van mijn fictieve vrouw en de daarmee gepaard gaande armoede van mijn gezin.

Toen mijn fictieve vrouw en ik trouwden was er nog geen vuiltje aan de lucht. Ik had dan ook geen enkele moeite om mijn fictieve vrouw het jawoord te geven tijdens de huwelijksceremonie en trouw in voor- en tegenspoed te beloven. Inmiddels ben ik zeven jaren verder met mijn leven.

Vandaag heb ik besloten om een eind te maken aan het leven van mijn fictieve vrouw. Omdat mijn vrouw fictief is zal ik weinig moeite hebben om haar in twee gelijke stukken te zagen en daarna te verpakken in twee zorgvuldig dichtgetapete vuilniszakken, die ik als de kinderen op school zijn met mijn Kia Picanto naar de vuilstortplaats van mijn gemeente kan brengen.

Omdat mijn fictieve vrouw altijd in haar bed ligt en nooit door haar kinderen gestoord wil worden is de kans groot dat de kinderen pas na jaren door zullen hebben dat ze geen fictieve moeder meer hebben.

Dit verhaal verscheen op 27 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Shoah

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 30: “ductiel.”

Al jarenlang wachtte ik op de uitgave op DVD van “Shoah,” de indrukwekkende negen uur durende documentaire over de genocide van de Joden door de nazi’s, uit 1985 van Claude Lanzmann.

Op de Vrijmarkt van 2005 trof ik tot mijn verbazing “Shoah” op DVD aan voor een klein bedrag. De DVD was een week uit. Waarom wilde iemand al na een week van deze verpletterende kijkervaring af?

De verkoper: “Mijn zoon is neonazi en ik had gehoopt dat ik hem na het zien van deze documentaire op andere gedachten kon brengen.”

Ik: “En is het gelukt?”

De verkoper: “Nee.”

Ik weet dat “ductiel” op materiële en niet op immateriële zaken betrekking heeft, maar een aangrijpende herinnering laat zich niet dicteren.

Deze 120 woorden verschenen op 24 juli 2017 voor het eerst op 120w.nl.

Onbekend's avatar

Ik ben een Marsmannetje in het verkeerde lichaam

Je leert je vader pas op waarde schatten als je zelf vader bent.” Ik heb geen flauw idee wanneer ik deze uitspraak voor het eerst heb gehoord. Misschien ving ik de zin op toen ik nog een kleuter was, als een geluidsflard die opklonk uit een groep volwassenen tijdens een verjaardagsvisite, waarbij de aanwezigen zich verveeld afvroegen of ze eerst een slokje van hun lauwe koffie zouden nemen of toch maar een hapje van het muffe puntje slagroomtaart, dat bij voorbaat al de schuld kreeg van het feit dat er ook die dag niet aan de slanke lijn kon worden gedaan.

Het is ook mogelijk dat ik de uitspraak voor het eerst uit de mond van mijn vader heb gehoord, toen we samen ongemakkelijk naast de geopende kist met daarin het zielloze lichaam van mijn opa stonden. Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest. Ongemakkelijk omdat mijn oom zojuist tegen mijn vader had gezegd dat hij “als kind niets aan zijn vader had gehad, maar dat het een leuke opa voor zijn kleinkinderen was geweest.”

Ik ben er echter zeker van dat ik de uitspraak “Je leert je vader pas op waarde schatten als je zelf vader bent” de eerste keer nooit begrepen kan hebben. Ik moet de uitspraak geclassificeerd hebben als een opmerking in de orde van: “In Frankrijk zijn wortels duurder dan in Duitsland.

Wat is een vader?

Als je net op tournee bent in dit leven, is een vader voor een zoon als een roadie of een manager voor een rockartiest on the road. Hun aanwezigheid is zo vanzelfsprekend en belangrijk dat je ze pas mist als het podium in elkaar stort tijdens een optreden, of er na het concert in de poptempel van een guur gehucht geen kamer in het lokale hotel blijkt te zijn geboekt.

Dat betekent dat je geneigd bent om ze pas op te merken als er iets misgaat. Het betekent dat ze eerder op je irritatie en woede kunnen rekenen dan op je waardering en respect. Terwijl de mooiste meisjes van de dag met een verrukte blik in hun ogen om je nek hangen en alles aan je willen geven waar de gemiddelde leeftijdgenoot een moord voor zou willen doen, waar hij zeker voor veroordeeld zou worden, is de manager druk aan het onderhandelen over een zakendeal waar vooral jij beter van zult worden en gaat de roadie door zijn rug als hij de line array van de PA begint te ontmantelen.

Als ik een marsmannetje was geweest te midden van allemaal andere marsmannetjes, die aan de vooravond van zijn eerste missie naar planeet Aarde een briefing zou hebben gekregen van een charismatische Marsinstructeur over het fenomeen ‘vader op de planeet Aarde’ en de Marsinstructeur had met zijn aanwijsstok systematisch de kenmerken van een  ‘vader op de planeet Aarde’ op zijn marsiaanse digiboard aangetikt:

Een vader staat als eerste op,
een vader gaat als laatste naar bed,
een vader doet alles beter dan zijn kinderen,
een vader is een wandelende portemonnee,
een vader is een gratis taxichauffeur,
alleen een vader mag vuurwerk afsteken,
een vader wordt nooit betrapt door zijn kinderen als hij de moeder van zijn kinderen neukt,
een vader wint elke ruzie met een vreemde meneer,
een vader laat zich niet belazeren door een ober,
een vader kent de spelregels van elke sport,
een vader heeft altijd gelijk,
een vader liegt nooit en een vader leest heel snel zeer spannende boeken die hij nooit koopt maar altijd gratis uit de bibliotheek haalt, dan had ik alle kenmerken van de ‘vader op de planeet Aarde’ net zo goedgelovig geaccepteerd als ik in werkelijkheid heb gedaan.

Nu ik zelf vader ben, herken ik me in geen enkel opzicht in de voorstelling die ik als kind van een vader had. Ondanks dat ik nooit een DNA-test heb laten doen om absolute zekerheid te verkrijgen over de vraag of ik wel of niet de vader van mijn kinderen ben, moet ik aannemen dat de kinderen waarmee ik onder een dak woon mijn kinderen zijn. Het feit dat mijn zoon qua uiterlijk meer op mijn zwager lijkt dan op mij doet daar niets aan af.

Het gevoel dat ik de rol van vader speel in plaats van dat ik een vader ben laat mij echter nooit los. Als mijn kinderen mij op Vaderdag verrassen met een ontbijtje op bed heb ik altijd het gevoel dat ze aan het verkeerde adres zijn.

Spelen mijn kinderen de rol van dochter en zoon net zo intuïtief als ik de rol van vader speel?

Ik weet bijna zeker dat ik om mijn zoon zal moeten lachen als hij ooit vader zal zijn. Mijn zoon zal ik altijd als mijn zoon zien en niet als een vader, oom of opa. Net zoals ik mijzelf nooit als de vader zal zien die mijn vader is geweest.

Een vader zijn is totaal iets anders dan een vader hebben. Ik ben een marsmannetje in het verkeerde lichaam.

Dit verhaal verscheen op 22 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Aantekeningen bij een Rouwproces

Iedereen draagt de soundtrack van zijn leven bij zich. Er zijn geen apparaten of “oortjes” nodig om naar de liedjes in je hoofd te luisteren, die zich altijd op een juist moment en onaangekondigd laten horen.

Vanmiddag liep ik voor het eerst sinds twee maanden een van mijn favoriete wandelroutes, die zich in het ruim opgezette recreatiegebied Geestmerambacht bevindt, enkele kilometers ten noorden van de provinciestad waar ik woon. Een achterwaartse salto van de trap, om half twaalf in de avond van de twintigste mei 2017, waarbij ik een lendenwervel onder in mijn rug brak, had ervoor gezorgd dat ik de laatste twee maanden aan bed, huis en tuin gekluisterd was geweest. De gekooide tijger was aan beweging toe.

Het was een verademing om op bekende grond te zijn. Alsof vertrouwde natuur dezelfde uitwerking op je gemoed heeft als een goede vriend die je een tijd niet hebt gezien of een koud glas melk nadat je drie maanden in zuivelvrije tropische oorden hebt doorgebracht.

Ik laafde mij ontspannen aan warme zonnestralen op veilig terrein. Opgewonden witgesterde blauwborsten zonder dubbele agenda dartelden van boom naar boom. Joelende kinderen namen een duik in het door een zandafgraving in de jaren zestig ontstane meer “De Zomerdel.” Papa’s en mama’s bespraken te midden van platgetrapte kleine pakjes frisdrank, waaruit vergeten geknakte rietjes staken, ontspannen de mogelijke ingrediënten waaruit de avondmaaltijd van die dag zou bestaan. Bijna gewichtloos afval dwarrelde doelloos in de richting van met bezemkruiskruid en harige wilgenroosjes gevulde bloemperken.

Mijn gedachten verplaatsten zich naar de laatste keer dat ik hier samen met Mathieu wandelde. Mijn beste vriend, wapenbroeder en soulmate, die op 5 juni 2017 om drie uur in de middag een einde aan zijn leven maakte. Tijdens onze onbezorgde laatste wandeling op deze zelfde grond, zo kort geleden nog, tuimelden de woorden van ons gesprek over elkaar heen in een dialoog die voorbestemd leek om nooit te kunnen eindigen.

In mijn hoofd klonken vanmiddag de eerste zinnen van de door Sinéad O’ Connor gezongen en door Prince geschreven wereldhit Nothing Compares 2 U: “It’s been seven hours and fifteen days / Since you took your love away.” En ondanks het feit dat de dood van Mathieu vandaag precies zes weken geleden is en niet “seven hours and fifteen days,” en hij mijn vriend was en niet mijn geliefde, voelde ik het rauwe verdriet dat uit Nothing Compares 2 U spreekt alsof ik het liedje zojuist zelf had gemaakt.

Nu liep ik hier alleen en was van Mathieu alleen een herinnering over die sterker leek dan de geuren die mij omringden. Niets had mij kunnen voorbereiden op de dood van mijn beste vriend. Ik had niet kunnen weten dat zijn liefde, vriendschap en moreel gezag sterker aanwezig lijken te zijn na zijn dood dan tijdens zijn leven.

Tijdens het leven neem je de waarde en de kracht van je vriendschap aan als een vanzelfsprekendheid. De intensiteit van de vriendschap kan komen en gaan. Er is geen haast. Er is geen einde in zicht. De vriendschap heeft de tijd om te sluimeren. De vriendschap heeft de tijd om af en toe een pauze te nemen. De vriendschap is voor altijd.

Na de dood van iemand die veel voor je betekent heeft ontstaat er een heel ander besef van ruimte en tijd waar het de dode betreft. Wat er overblijft is niet “niets”. Wat er overblijft is geen slap aftreksel van een oude werkelijkheid. De energie van een dode geliefde is niet te vangen in een hologram en kan ook geen luchtspiegeling zijn. Het lijkt alsof de vriendschap die je samen hebt gedeeld even sterk blijft, misschien zelfs puurder wordt, maar nu niet meer samen, met zijn tweeën, wordt gedeeld, maar samen alleen.

Zonder twijfel zijn de gevoelens die ik beschrijf hersenspinsels van een rouwende ziel, die in taal probeert te vatten wat het hart niet begrijpen kan.

Als we allemaal een soundtrack van ons leven bij ons dragen, moeten we ook allemaal in het bezit zijn van een bloemlezing, waarin zinnen verzameld zijn die ons nooit los hebben gelaten door de zeggingskracht die ze op een bepaald moment in ons leven voor ons hebben gehad.

In mijn bloemlezing had de eerste zin van de roman Anna Karenina van de 19de-eeuwse Russische romanschrijver Lev Tolstoj niet mogen ontbreken: “Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.” Maar na de dood van Mathieu zou ik de zin willen veranderen. Ik zou het woord “gezin” willen vervangen door “mens“: “Alle gelukkige mensen lijken op elkaar, elk ongelukkig mens is ongelukkig op zijn eigen wijze.” En daarna zou ik nog een laatste wijziging aan willen brengen die de oorspronkelijke zin onherkenbaar maakt: “Alle mensen lijken op elkaar.”

Ik ben ervan overtuigd dat iedereen op zijn levensweg geluk en ongeluk tegen zal komen. Ik denk dat geluk en ongeluk veel minder elkaars tegenpool zijn dan we meestal aannemen.

Geluk en ongeluk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geluk heft ongeluk niet op. Ongeluk heft geluk niet op. Geluk en ongeluk zijn completerend.

Dit verhaal verscheen op 19 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Bill Clinton feliciteert Peter Mabelus met Pizzaprijs!

https://www.youtube.com/attribution_link?a=BwF-Z_rrAbY&u=%2Fwatch%3Fv%3DRgZgTSyEHO0%26feature%3Dshare

Peter Mabelus, die vorige week tot pizzakoerier van het jaar is uitgeroepen in Eritrea, ontving vandaag in het Amstel Hotel in Amsterdam de daarbij behorende sculptuur uit handen van zijn goede vriend en voormalig president van de Verenigde Staten van Amerika Bill Clinton.

Peter Mabelus verscheen te laat voor de prijsuitreiking, omdat het vliegtuig waarin hij zat gekaapt werd door leden van IS. Peter Mabelus wist de kapers na een korte schermutseling te overmeesteren.

In eerste instantie ontving Bill Clinton Peter Mabelus ietwat koel en afstandelijk (vanaf 2 minuut 20 in de film) omdat volgens Bill Clinton “Peter Mabelus hem beloofd had dat Bill Clinton de eerste persoon zou zijn die eens lekker door Peter Mabelus overmeesterd zou worden.”

Onbekend's avatar

De Vieze Vuile Flikker

Eduard verveelde zich dood op de receptie die ter gelegenheid van de bruiloft van zijn homoseksuele broer Gert gehouden werd in een luxe eetcafé ergens in de Jordaan.

Gert ging met Erik trouwen. Inderdaad, Erik is een mannennaam. Toch was Erik een vrouw. Erik kwam van moderne ouders, dat is wel duidelijk.

Eduard snapte zijn broer niet. Waarom met een vrouw trouwen als je homoseksueel bent? Hij had deze vraag zijn broer, waarmee hij op intiem vriendschappelijke manier omging, vaker voorgelegd. Gert antwoordde dan dat seks slechts een zo miniem onderdeel uitmaakt van een succesvolle en bevredigend verlopende relatie, dat het feit dat hij toevallig homoseksueel was, en Erik toevallig een vrouw, van niet doorslaggevende betekenis was voor het welslagen van hun huwelijk. Bovendien was Erik zijn beste vriendin en beste maatje. Waarom zou hij dan een ander trouwen?

Ja, zo had Eduard het nooit bekeken. Misschien zat hij wel vastge­roest in conservatieve en traditionele denkpatronen over de huwelijkse staat en intimiteit en liefde in het algemeen.

‘Maar een goede relatie moet toch gebaseerd zijn op bevredigende, spannende en gezonde seks,’ had Eduard wel eens tegen zijn broer geopperd.

Gert had toen ontdeugend naar hem geknipoogd, hem zachtjes met zijn elleboog aangestoten en op samenzweerderige toon verkondigd dat ‘zijn gordijnen goed sloten en dat zijn fantasie zeer groot was.’ Eduard had er niets van begrepen maar had toch instemmend blozend aarzelend geknikt. Wat had Gert nu bedoeld?

Eduard keek de receptieruimte eens rond. Hij nam de aanwezigen een voor een op. ‘Niet veel soeps,’ dacht hij. ‘Ouwe lullen en tuthola’s.’

Hij nam nog een sherry van een met wit damast beklede tafel, zijn vierde glas al die middag. Hij hield niet van sherry. Maar uit een bepaald soort balorigheid hield hij het vandaag bij deze bittere wrange drank.

Een schuchtere jongensachtige ober kwam verlegen langs met een zilveren schaal vol bitterballen. Eduard nam een bal van de schaal, deed hem ineens, helemaal, in zijn mond.

‘Verdomme!,’ vloekte hij hard binnensmonds en onverstaanbaar, toen hij de bal, die zijn tong en mondholte verbrand had, woest in een snel van het blad weg geraapt papieren servetje uitspuwde.

Een knappe donkerblonde vrouw van een jaar of dertig, gekleed in een strakke donkerrode jurk met laag uitgesneden decolleté, knipoogde geil naar hem.

‘Nou, nou,’ zei ze zwoel, ‘wat een temperament.’

‘Sorry, mevrouw, maar die bitterbal was ook zo heet,’ sprak Eduard verontschuldigend.

‘Over heet gesproken. Ik ben een mejuffrouw hoor,’ fluisterde de femme fatale en likte haar lippen als in slow motion nat.

Eduard was te gepreoccupeerd met het betasten van zijn bezeerde tong om aandacht aan de dame te schenken.

‘Jij bent een koele kikker,’ zei de vrouw met quasi verleidelijke neergeslagen blik.

‘Pardon?,’ vroeg Eduard, die nu pas weer aandacht had voor deze plots opgedoemde vrouw.

‘Dat je tegen mijn opwindende taal kunt.’

‘Hoezo opwindend?’

Eduard betastte peinzend nogmaals zijn verbrande tong en zocht naar een plaats waar hij zijn in het papieren servetje uitgespuwde bitterbal kon dumpen.

‘Een heel erg koele kikker,’ hijgde de vrouw. Ze kirde even verlei­delijk, tuitte haar lippen en wreef haar kont per ongeluk tegen het kruis van Eduard.

Eduard slokte zijn sherry weg, nam een nieuw glas sherry van een langsko­mend blad en staarde verveeld naar buiten. Herfst.

‘Wat ben je heerlijk onbeleefd, wonderboy,’ kreunde de vrouw in het rood hees.

‘Onbeleefd?,’ vroeg Eduard afwezig.

‘Heel onbeleefd, stouterd. Je hebt niet gevraagd wat ik wil drinken. Ik lust ook wel een sherry.’ Ze wierp hem een brutale handkus toe.

‘Sorry, neem deze maar. Ik haal wel een andere,’ zei Eduard en wilde uit ongeïnspireerde beleefdheid op zoek gaan naar nog een glas sherry.

De vrouw hield hem aan zijn jasje vast.

‘Doe geen moeite. We drinken dit glas wel samen leeg,’ zei ze.

Er viel een stilte.

‘Ik denk dat ik er maar eens vandoor ga,’ zei Eduard, die het wel gezien had op de receptie van zijn broer Gert en diens verse echtgenote Erik.

‘Your place or mine,’ snurkte de wulpse voluptueuze dame haast.

‘Wablief?,’ zei Eduard.

‘Heb je zin om met me mee te gaan?,’ vroeg de dame in het rood terwijl ze hem strak aankeek.

‘Dat is goed.’

‘Waar woon je?,’ vroeg ze glimmend van verlangen, opwinding, lust en een vette huid.

‘In de Jacob Obrechtstraat.’

‘Ik woon in de Beethovenstraat.’

‘Dat komt dan goed uit. Dan kunt u mij op weg daar naar toe afzetten.’

‘Pardon?’

‘Afzetten in de Jacob Obrechtstraat. Daar woon ik. Dat vroeg u mij toch?’

‘Nou ja zeg, wat ben jij voor een botte hufter?’

‘En net vond je me nog een weet ik veel, wonderboy.’

‘Rot toch op, sukkel. Vieze vuile flikker,’ zei de prachtige vrouw en draaide zich resoluut om. Zonder nog een woord te zeggen liep ze weg, zonder met haar kont te draaien of te zwaaien.

‘Vieze vuile flikker?,’ mompelde Eduard. ‘Volgens mij verwart u mij met mijn broer.’ Maar de vrouw hoorde hem al niet meer. Zij stond nu verderop te slijmen tegen een kalende kantoorpik. Die gratis lift was hem mooi door zijn neus geboord.

Eduard ging op zoek naar zijn volgende sherry en een lift voor straks.

Dit verhaal verscheen op 15 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.