Onbekend's avatar

‘Verloren schilderij van Andy Warhol ontdekt’

Een verloren gewaand schilderij is met zekerheid van Andy Warhol. Het gaat om een late Warhol, die vorig jaar op een veiling in de Verenigde Staten opdook.

13 JULI 2017, 09:11 – BRON: ANP

Dat meldt Nieuwsuur. Het televisieprogramma laat in de uitzending van woensdagavond beelden van het schilderij De Schrijver zien.

“Er is geen twijfel mogelijk. Het schilderij kan met honderd procent zekerheid worden toegeschreven aan Warhol,” zegt Warholkenner Martijn Groen tegen Nieuwsuur.

AW
Op de jaarlijkse kunst-en antiekveiling TEFAF in Maastricht presenteert de Parijse kunsthandel Talabardon & Gautier het werk. Volgens Nieuwsuur gaat het om een doek van 2 bij 2 meter dat de schilder maakte toen hij zesenvijftig of zevenenvijftig jaar oud was.

Aan het monogram ‘AW’, een van Warhols laatste handtekeningen, is te zien dat het gaat om een Warhol. AW staat voor Andy Warhol.

Serie
Warhol leefde van 1928 tot 1987. De Schrijver is onderdeel van een serie van vijf schilderijen die de woordkunstenaar verbeelden. De andere schilderijen heten De Dichter, De Scenarist, De Journalist en De Columnist. De laatste vier schilderijen zijn overigens nooit teruggevonden.

Het is overigens niet bekend welke schrijver model heeft gestaan voor het schilderij “De Schrijver” en of de persoon op het schilderij überhaupt een schrijver is.

Onbekend's avatar

Hoe Heleen van Royen 2 Keer Mijn Held Werd

Heleen van Royen verscheen in het jaar 2002 op 37-jarige leeftijd als een komeet aan het Nederlandse literaire firmament. Hoewel haar debuut “De gelukkige huisvrouw” al in het jaar 2000 was uitgebracht werd het boek pas twee jaar later een enorme hit. Iedereen hield opeens van deze knappe, onstuimige, zelfverzekerde, welbespraakte vrouw. Dat ze getrouwd was met de krullenbol Tom van Royen, de middelmatige televisiepresentator met een klein spraakgebrek, wekte verbazing, maar werd haar vergeven. Op de een of andere manier vormde haar losbandige imago het excuus voor haar onbegrijpelijke partnerkeuze.

Het tempo en het schijnbare gemak waarmee Heleen van Royen door de media van literaire publiekslieveling in semi-nymfomane, neofeministische schrijfster van erotische pulp werd getransformeerd doet geen sterveling verlangen naar roem. Zodra je het publieke domein betreedt ben je blijkbaar vogelvrij.

Waarom zal Heleen van Royen voor mij – ondanks “alles” – altijd een held blijven? Daar heb ik twee goede redenen voor.

Op 10 januari 2004 schreef Heleen van Royen in haar column in Het Parool over een gesprek dat ze na afloop van het Groot Dictee der Nederlandse Taal in een café had gevoerd met één van de toenmalige kopstukken van de Partij van de Arbeid, huisarts en vader van twee kinderen Rob Oudkerk. Rob Oudkerk had tijdens dit gesprek tegen haar opgeschept over zijn cocaïnegebruik. Ook vertelde Rob Oudkerk een smakelijke anekdote over hoe hij door de gemeentelijke commissie Integriteit van de gemeente Amsterdam – Oudkerk bekleedde destijds ook de functie van wethouder in Amsterdam. In zijn portefeuille zaten onder meer onderwijs en jeugd –  een waarschuwing had gekregen vanwege het onder werktijd pornosurfen op computers van de gemeente.

Het allermooiste verhaal had de vader van twee kinderen, huisarts en wethouder Rob Oudkerk voor het laatst bewaard. Hij liet zich regelmatig op een “afwerkplaats” aan de Theemsweg in de buurt van treinstation Amsterdam Sloterdijk voor een paar tientjes pijpen door illegaal in Nederland verblijvende Oost-Europese heroïnehoertjes.

Het was volgens Rob Oudkerk vanzelfsprekend dat deze stoere verhalen onder OSM (Ons Soort Mensen) moest blijven, want het klootjesvolk zou toch niets begrijpen van de rock ’n roll lifestyle van de jetset van de grachtengordel.

Heleen van Royen nam een moedig besluit en besloot na een begrijpelijke aarzeling (wie vindt het fijn om een klikspaan te zijn?) om een paar weken na haar gesprek met Rob Oudkerk de inhoud van het gesprek in haar column in Het Parool openbaar te maken.

Rob Oudkerk deed een tot mislukken gedoemde halfslachtige  poging om zijn goede naam te redden, maar zijn scheve schaatsen waren in geen miljoen jaar meer recht te buigen. Zijn politieke carrière was voorbij. Zijn huwelijk liep op de klippen. In welke mate het vertrouwen van zijn patiënten in huisarts Rob Oudkerk beschadigd was valt alleen maar te raden.

Ik heb nooit begrepen waarom Rob Oudkerk uit schaamte niet nog dezelfde maand een enkele reis Bordelië heeft genomen. Schaamte was Rob Oudkerk blijkbaar vreemd. Hij was nog met grote regelmaat te bewonderen in talkshows op de televisie. Een bord voor zijn voor zijn kop was daarbij niet zichtbaar.

De “afwerkplaats” aan de Theemsweg in de buurt van station Amsterdam Sloterdijk werd gesloten. Zonder twijfel hebben de seksuele driften van Rob “OSM” Oudkerk elders onderdak kunnen vinden. Dat  zijn vrouw en twee kinderen dat dak niet met hem wilden delen mag geen verwondering wekken.

Op zaterdag 25 augustus 2002 kon niemand weten welke onsmakelijke rel anderhalf jaar later Nederland tijdelijk in zijn ban zou houden. Mijn hoogzwangere vrouw en ik flaneerden over de Uitmarkt ter hoogte van het Van Gogh Museum en het Sweelinck Conservatorium door de Paulus Potterstraat langs de marktkraampjes van verschillende Nederlandse uitgeverijen. De blik van mijn lief viel bij het kraampje van Uitgeverij Vassallucci op een grote stapel exemplaren van “De gelukkige huisvrouw.” Achter de stapel boeken zat een goed gehumeurde Heleen van Royen met de benen over elkaar geslagen op een klapstoeltje.

Mijn vrouw pakte het bovenste boek van een stapel “gelukkige huisvrouwen” en begon aandachtig de achterflap van de bestseller van het jaar te lezen.

‘Het is een echte aanrader, hoor,’ begon Heleen van Royen haar verkooppraatje. ‘Zeker voor jou.’ Ze knikte in de richting van de bolle buik van de vrouw die mijn eerste kind droeg. ‘Je hoeft niet bang te zijn voor een kraambedpsychose zoals ik die heb gehad,’ vervolgde ze. ‘Dat komt maar per één of twee van de duizend bevallingen voor.’

‘Ik wil het boek graag lezen,’ zei mijn vrouw tegen Heleen van Royen, ‘maar mijn man is een parttime snob en zegt dat het geen echte literatuur is. Hij wil het daarom niet voor mij kopen. Ik moet het maar lezen als ik er toevallig tegenaan loop in de bibliotheek.’

Ik keek verbaasd naar mijn vrouw. Wij hadden dit gesprek nooit gevoerd! Het was niet de eerste keer dat ik getuige was van hoe mijn vrouw vanuit het niets een rol overtuigend kon spelen zonder dat haar doel voor mij duidelijk was.

‘Dan krijg je het boek van mij,’ zei Heleen van Royen.

Nu was het doel van mijn vrouw mij wel duidelijk.

Heleen van Royen pakte het exemplaar van “De gelukkige huisvrouw” uit de handen van mijn vrouw, sloeg het boek open bij de zogeheten Franse titelpagina en hield een grote rode Permanent-marker van het merk Kores in de aanslag.

‘Wat is je naam?’ vroeg ze en nadat mijn vrouw haar naam had genoemd schreef ze in een vlot tempo de datum (25 augustus 2002), een opdracht (“Voor Natasha a.s. moeder suc6”) en haar handtekening op de Franse titelpagina. Daarna overhandigde ze het boek met een joviaal gebaar aan mijn vrouw.

Ik kon alleen maar schaapachtig naar Heleen van Royen lachen, terwijl ik besefte weer eens door mijn vrouw in een ongemakkelijke situatie te zijn gebracht.

‘De volgende keer niet meer zo krenterig zijn, hè?’ sprak Heleen van Royen mij als een stout schooljongetje toe.

Op 17 mei 2003 was ik één van de allereerste kopers van Heleen van Royen’s tweede roman “Godin van de jacht.”

Dit verhaal verscheen op 11 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

Onbekend's avatar

Mal-à-propos

Na het interview dat het 16-jarige meisje van de schoolkrant mij afgenomen had signeerde ik haar exemplaar van Kathmandu Hipsters, gaf haar een kus en liet haar uit. Na vijf meter fietsen keek ze vrolijk achterom en vroeg mij wat ik cadeau wilde hebben als ze mij nog een keer zou komen opzoeken. “Een T-shirt van Marlon Brando!” riep ik. Ze knikte enthousiast en vervolgde haar weg.

Ik ben nog nooit zo verliefd geweest zoals ik nu ben op Peter Mabelus. Nadat ik hem vanmiddag een interview had afgenomen voor onze schoolkrant en hem tijdens het wegfietsen vroeg wat hij voor cadeau wilde hebben, als ik hem nog een keer zou komen opzoeken, riep hij: “In ieder geval een bandeau!”

Onbekend's avatar

“Ich Bin Ein Hamburger!”

Ik ben er trots op te gast te zijn geweest in de Bondsrepubliek Duitsland, met als leider de fantastische bondskanselier Angela Merkel, die zich al zo vele jaren heeft ingezet voor democratie, vrijheid en vooruitgang

Vierenvijftig jaar geleden stond mijn helaas veel te jong vermoorde voorganger, de womanizer president John F. Kennedy naast De Muur in Berlijn, die Oost van West scheidde en sprak de historische woorden: “Ich bin ein Berliner.”

Wat een enorme eer is het vandaag hier voor u te staan in de geweldige stad Hamburg, als president van de Verenigde Staten. Wij Amerikanen mogen dan bekendstaan als de grootste consumenten van hamburgers ter wereld. Laten we echter niet vergeten dat de wieg van de hamburger, de hamburger waar de hele wereld nu zoveel van houdt, hier in de fantastische stad Hamburg heeft gestaan.

Vanmorgen, toen ik het raam van mijn hotelkamer opende, kon ik over de hele stad de geur van de heilige hamburger ruiken. “I love the smell of hamburgers in the morning.”

Deze G20-top was een groot succes, lieve mensen. Alle twintig deelnemers van de G20 hebben zich uitgesproken voor de vrijhandel en tegen het protectionisme. Dat is fantastisch. Op korte termijn zal de G20 verder praten over een oplossing voor de wereldwijde overproductie van staal. Een schitterend resultaat.
We hebben een historisch akkoord bereikt over het project Compact with Africa, dat investeringen in het continent Afrika moet stimuleren, met het oog op het voorkomen van een nieuwe vluchtelingenstroom uit dit verdoemde continent.
We zullen onze fantastische samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding nog verder versterken om de wereld een nog veiliger plaats te maken.

Mijn geëerde  collega president Poetin heef mij ervan overtuigd dat de Russen zich niet hebben bemoeid met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van afgelopen november. Ik heb mijn collega president Poetin op de man af gevraagd: “Ik wil dit uit de weg ruimen: heb je het gedaan? Heb je je bemoeid met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van afgelopen november?” Daarna heeft Poetin 45 van de 135 minuten die ons onderhoud duurde doorgezwamd over de vermeende Russische interventie. Poetin heeft in luide toon ontkend. Fantastische man.

De Verenigde Staten zullen niet meer meedoen aan het Akkoord van Parijs van 12 december 2015. We zullen ons dus niet vastleggen op de afspraak om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graad. Verder gaan we door met het gebruik van fossiele brandstoffen. De Verenigde Staten willen eerst overtuigend wetenschappelijk bewijs dat er een causaal verband is tussen overmatige CO2-uitstoot`en de “zogenaamde” opwarming van de aarde.
Alle vrije mensen, waar ze ook wonen, zijn burgers van Hamburg, en dus als een vrij man, ben ik trots op de woorden “Ich bin ein Hamburger!”

Dit verhaal verscheen op 9 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

 

Onbekend's avatar

Het mooiste beroep ter wereld

‘Welkom. Ga lekker zitten.’

‘You can call me baby!’

‘Je oortjes. Kun je je oortjes uitdoen?’

‘Wat zegt u, meester?’

‘Je oortjes. Maar die heb je nu al uit.’

‘Nog even deze app afmaken, meester. Het is belangrijk.’

‘Als je je telefoon even weg wilt doen, dan kunnen we beginnen.’

‘Wacht even, meester. Dit is echt belangrijk.’

‘Je bent al een kwartier te laat voor het proefmondeling.’

‘Zo. Ik ben er klaar voor.’

‘Hoe gaat het met jouw werkstuk over Napoleon?’

‘Niet zo goed. Ik kan niets vinden op internet.’

‘Laten we beginnen. De Koude Oorlog. Werd die gehouden op de Noordpool of op de Zuidpool?’

‘….’

‘Op de Noordpool of op de Zuidpool?”

‘Kunt u misschien een hint geven?’

‘We hebben het in de klas drie maanden lang over de Koude Oorlog gehad en je hebt maar veertig procent van de lessen gemist. Dus je moet een idee hebben.’

‘De Zuidpool?’

‘…’

‘De Noordpool?’

‘…’

‘Was het koud tijdens de Koude Oorlog?’

‘Ik denk niet warm.’

‘Waarom werd de Berlijnse Muur eigenlijk gebouwd?’

‘Voor de werkgelegenheid?’

‘Was de DDR communistisch of kapitalistisch?’

‘De DDR is een afkorting, toch, meester?’

‘Dat klopt.’

‘Waarvan ook alweer?’

‘De Duitse Democratische Republiek.’

‘Dan waren het die, meester, want kapitalisten zijn democratisch en voor werkgelegenheid.’

‘We gaan het nu even over jouw werkstuk over Anne Frank hebben. Waar is Anne Frank overleden?’

‘In Beekse Bergen, meester.’

‘Waar?’

‘Beekse Bergen, meester.’

‘Ik vind jouw proefmondeling net niet voldoende. Je laat hier en daar wat gaten vallen. Een ruime vijf dus.’

‘Top, meester. Ben ik klaar?’

‘Ja. Er valt een boek uit je tas. Wat ben je aan het lezen?’

‘We lezen dit boek in de klas, meester, voor Nederlands. Kathmandu Hipsters. Superchill boek. Ik haat lezen, maar dit boek is echt superchill, meester.’

‘Ja, ik heb er mijn best opgedaan.’

‘Heeft u het ook gelezen, meester?’

‘Ik heb het geschreven.’

‘Echt? Leipe shit, ouwe! Wat doet u hier dan nog?’

Dit verhaal verscheen op 8 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Mama, wat is een ordinaire sloerie?

Zoals jullie misschien nog weten van mijn stukje “Hoe ik uit Gombitelli verdreven werd” kwamen mijn moeder en ik in Den Bosch terecht, na de grote aardbeving die Toscane op 30 augustus 1966 in het hart trof. Mijn moeder en ik waren ingetrokken bij haar zus, die getrouwd was met de uitbater van een eetcafé, dat de eenvoudige naam Bar 35 droeg.

Mijn moeder kon de dood van mijn vader, die omgekomen was bij de aardbeving, moeilijk verwerken. Met name op de zaterdagavonden liet ze mij achter in de liefdevolle armen van haar zus, mijn tante Tony, die van top tot teen naar te vaak gebruikt frituurvet rook. Elk weekend ging mijn moeder op stap met haar nieuwe vriendin, Anita Schaftgans, die op doordeweekse dagen in de wasserette werkte, die enkele panden verderop aan de Lepelstraat in Den Bosch gevestigd was.

Mijn moeder en Anita Schaftgans bezochten vooral pop en rockconcerten in de Eindhovense poptempel “Para+,” die later werd omgedoopt in “De Effenaar.” Alle grote Nederlandse namen van de pop en rockmuziek uit die tijd traden op in de club die gevestigd was in de verlaten linnenfabriek van Van den Briel & Vester: De Bintangs, Peter Koelewijn en zijn Rockets, The Golden Earrings, The Outsiders en The Cats.

Als jonge vrouwen zonder mannelijke begeleiding leken mijn moeder en Anita Schaftgans een gemakkelijke prooi voor de bronstige roofdieren van de rockbands, die vooral gemotiveerd leken muziek te maken om zo veel en zo vaak mogelijk gratis te neuken met ongelukkige meisjes en labiele vrouwen, die ze volgoten met vele liters gratis drank, die ze bemachtigden door hun roadies boekjes vol consumptiebonnen uit de kassa bij de garderobe te laten ontvreemden.

Mijn moeder bezat gelukkig genoeg stijl en zelfrespect om Wally Tax, Peter Koelewijn, Piet Veerman en George Kooymans na afloop van de concerten van zich af te duwen. Ze kwam altijd keurig voor de klok van twee uur ’s nachts thuis en genoot de volgende ochtend vroeg samen met mij het ontbijt.

Zo niet Anita Schaftgans. Het schijnt dat je aan het uiterlijk van haar vele kinderen kon zien welke bands er het vorige jaar in de mode waren geweest, want de kinderen van Anita Schaftgans leken toevalligerwijze – of niet – als twee druppels water op hun verwekkers.

Het mag duidelijk zijn dat het slecht moest aflopen met de vriendin van mijn moeder, Anita Schaftgans. In het Brabant van de jaren zestig was veilig vrijen nog een onbekend begrip en werden condooms vooral gebruikt om tijdens Carnaval ballonnen van te blazen.

In de zomer van 1972 bezweek Anita Schaftgans aan de gevolgen van de gevreesde geslachtsziekte syfilis in combinatie met een verwaarloosde Gonorroe.

Tijdens de begrafenis van Anita Schaftgans op de begraafplaats “Orthen” in Den Bosch, die in de volksmond beter bekendstaat onder de naam “Groenendaal,” waren er behalve mijn moeder en ik slechts twee vrouwen van middelbare leeftijd aanwezig die ik nog nooit had gezien.

Ik was nog maar zes jaar oud. Het was na de teraardebestelling van mijn vader een kleine zes jaar eerder in Gombitelli pas de tweede begrafenis die ik meemaakte. Ik had Anita Schaftgans en haar zes kinderen nooit ontmoet en geen enkel idee van de doodsoorzaak van de vriendin van mijn moeder.

“Dat krijg je er nu van als je dag in dag uit de ordinaire sloerie uithangt,” zei de ene tegen de andere vrouw.

De andere vrouw knikte bevestigend tegen de ene en droeg daarna haar eigen steentje bij aan de sobere uitvaartplechtigheid: “Straks staat ze voor Petrus aan de hemelpoort en vraagt hij aan Anita Schaftgans: “En? Wat heb jij met je leven gedaan?” Dan kan ze alleen maar zeggen: “Ik was een ordinaire sloerie. Ik was een moeder van niks. Ik was de schande van Den Bosch, maar bovenal was ik een ordinaire sloerie.””

Op de terugweg in de bus naar huis vroeg ik aan mijn moeder wat “een ordinaire sloerie” was.

Mijn moeder keek mij enkele seconden vertederd aan.

“Een meisje dat geen liefde heeft gekend.”

Dit verhaal verscheen op 6 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

 

 

 

Onbekend's avatar

Hoe ik liefde vergat te geven

In de lente van 1997 voelde ik me zo vrij als een vogel die nog nooit een ei uitgebroed heeft. Ik had het gevoel dat ik onsterfelijk was, maar had alleen maar naar mijn hartslag hoeven luisteren om te weten dat tijd weg en niet naderbij tikt.

Als ik nu terugkijk op mijn carrière als angry young man zie ik mezelf als iemand die denkt dat hij het wiel nog moet uitvinden terwijl hij op het dak van een postkoets door de wereld raast. Als een hemelbestormer, die niet weet dat het heelal oneindig is. Als een kuiken dat staart naar de resten van de gebroken eierschaal waar hij zojuist uitgekropen is en denkt dat hij het ei van Columbus heeft ontdekt.

Mijn maandenlange eenzame trektocht door de Himalaya had meer weg gehad van een no budget dan van een low budget vakantie. Lopend door de droge bedding van de Kali Gandaki rivier in het hart van Nepal had ik vol ontzag gekeken naar de toppen van het Annapurna massief, die ruim vijf kilometer hoger boven mij uittorenden. Hoewel ik mij moest haasten om voor zonsondergang een veilige slaapplaats te vinden had ik het gevoel alsof de tijd stilstond.

De middag voordat ik vanaf Tribhuvan International Airport van Kathmandu terug zou vliegen naar Amsterdam stond ik boven op “Bouddhanath,” één van de grootste antieke stoepa’s in Zuid-Azië, die ligt in de wijk Bouddah en onderdeel uitmaakt van een boeddhistisch tempelcomplex dat is gebouwd aan een oude handelsweg naar Tibet.

Terwijl ik bovenop de stoepa stond om foto’s te maken van de omgeving werd ik benaderd door een goed uitziende jonge Nepalese vrouw van een jaar of achttien. Zij straalde kracht, schoonheid, optimisme en oprechtheid uit. Zij leek meer op een student geneeskunde dan op één van de talloze uitgebluste bedelaars, die mij al maandenlang leken te achtervolgen. In perfect Engels vroeg zij mij om geld, als bijdrage voor een relatief goedkope oogoperatie die haar voor blindheid moest behoeden.

Wat mij betreft was mijn reis voorbij. Ik voelde mij in bijna elk opzicht verzadigd en had vooral genoeg van het gebedel dat mij als een bijna continue herhaald mantra door Azië vergezeld had.

‘Ik kan niet iedereen helpen,’ zei ik tegen de jonge Nepalese vrouw. Ik klonk botter en arroganter dan mijn bedoeling was. Ik vermeed oogcontact met haar te maken.

‘Je hoeft niet iedereen te helpen. Maar je kunt mij toch helpen?’ zei de jonge Nepalese vrouw.

Ik wist me geen houding te geven en daalde zonder afscheid te nemen de Bouddhanath af. Op weg naar mijn laatste nacht in de stad. Ik voelde mij laf, lui en slecht. Gelukkig was ik alleen.

Op het moment dat ik de stoepa was afgedaald keek ik nog één keer achterom. De jonge Nepalese vrouw was nergens meer te zien.

Tot mijn grote verbazing zag ik dat het “Derde Oog,” in het midden van het voorhoofd van de Boeddha, dat het hoogste punt van de Bouddhanath vormde, zich niet boven – zoals gebruikelijk is bij het Derde Oog – maar onder het punt tussen de wenkbrauwen bevond. Ik kon deze “vergissing” niet duiden.

Het Derde Oog, de “Ajna Chakra,” staat voor oplettendheid en bewustzijn en betekent “weten” in het Sanskriet. Zou de verkeerde locatie van het Derde Oog op de Bouddhanath een aanwijzing zijn dat er iets grondig mis was met mijn karma?

Mijn laatste avond in Kathmandu bracht ik door op het dakterras van Hotel Horizon, een eenvoudig hotel in het midden van de wijk Thamel, waar duizenden backpackers exotische souvenirs kopen en hun bord dal bhat wegspoelen met een grote fles Everest Premium Lager.

Ik bevond mij in het gezelschap van de Japanse student kunstgeschiedenis Tori Seibetsu. Tori Seibetsu vertelde mij dat Tori “vogel” in het Japans betekent.

Tori Seibetsu zou net als ik de volgende ochtend naar huis vliegen. Zij naar Kobe, ik naar Amsterdam. Tori Seibetsu moest al voor acht uur de volgende ochtend op het vliegveld zijn. Mijn vlucht zou vier uur later vertrekken.

Nadat we samen een fles raksi, een lokale sterke drank, leeggedronken hadden, belandden we nog voor tien uur ’s avonds in het bed van mijn hotelkamer.

Toen ik de volgende ochtend om zes uur wakker werd met een houten kop was de vogel gevlogen.

Ik voelde mij een hufter, omdat ik de vorige middag de jonge Nepalese vrouw geen bijdrage voor haar relatief goedkope oogoperatie gegeven had.

Waarom had ik mij niet aan één van de belangrijke Joods orthodoxe chassidische wetten gehouden: “Wie één mens redt, redt de hele wereld.”

Dit verhaal verscheen op 4 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

President Xi Jinping belt Peter Mabelus

 

‘Met Peter.’

‘Spleek ik met meneel Mabelus?’

‘Ja. Met wie spreek ik?’

‘Met de plesident van de Volkslepubliek China, Xi Jinping.’

‘O nee! Niet weer iemand die mij voor de gek probeert te houden door de telefoon!’

‘Dit is geen glap! Ik ben het echt! Plesident Xi Jinping! Van de Volkslepubliek China!’

‘Kom op, man. Even serieus. Eerst wordt ik gebeld door Donald Trump. Ik dacht eerst aan een grap, maar hij bleek het echt te zijn. Zoiets kan gebeuren. Maar een paar dagen later gebeld worden door president Xi Jinping van de Volksrepubliek China en dan ook nog zo vreselijk karikaturaal de “r” uitspreken als een “l”, dat gaat me echt een beetje te ver. Ik ga ophangen. Hier heb ik geen zin in.’

‘Nee! Niet ophangen, meneer Mabelus! Duizend maal duizend excuses voor mijn flauwe grap! Dat ik de “r” voor een “l” verwisselde! Dat was stom van mij! Moge Confucius mij vergeven! Maar je moet me echt geloven! Het is belangrijk! Ik ben echt president Xi Jinping van de Volksrepubliek China en het is belangrijk dat ik je spreek! Het gaat om de wereldvrede!’

‘Bewijs dan dat je echt Xi Jinping bent!’

‘Geen probleem. Zeg maar wat je wilt. De Chinese geheime dienst heeft toegang tot al je gegevens. Al je wachtwoorden, hoeveel geld je op je rekeningen hebt staan, de verhalen die je schrijft, je …’

‘Wacht eens even. Ik heb een idee. Vandaag heb ik een nieuw stuk geschreven en ingediend voor de site hoemannendenken.nl. Alleen de hoofdredacteur van die site kent de titel van dit stuk, verder niemand. Als je mij de titel kunt noemen van dit nieuwe stuk geloof ik dat je Xi Jinping bent, de president van de Volksrepubliek China. Of de hoofdredacteur van hoemannendenken.nl natuurlijk, maar dat lijkt me sterk.’

‘Ik ben Xi Jinping. Ik ben niet Luuk Koelman, de hoofdredacteur van hoemannendenken.nl.’

‘Maar, hoe weet jij …’

‘Dat de hoofdredacteur Luuk Koelman heet, Peet? Mag ik trouwens Peet zeggen?’

‘Dat is geen punt.’

‘Ik weet toch alles, Peet. Jouw nieuwe stuk voor hoemannendenken.nl heet “Mama, wat is een ordinaire sloerie?” en zal waarschijnlijk donderdag of vrijdag online komen. Dat is nog niet zeker, want Luuk Koelman heeft jou nog niet gemaild.’

‘Ik ben er bijna stil van. Jij bent echt Xi Jinping, de president van de Volksrepubliek China!’

‘Dat zei ik toch, Peet?’

‘Ja, maar je begon zo flauw met je “sambal bij?” stem dat ik dacht dat ik voor de gek gehouden werd.’

‘Nogmaals duizend maal duizend excuses, Peet. Moge Con …’

‘… fucius jou vergeven. Het is al goed. Hoe komt het trouwens dat jij Nederlands kunt spreken, Xi? Mag ik je Xi noemen?’

‘Liever niet. In China zeggen we eerst de achternaam en daarna de voornaam. Dus het is een beetje formeel als je mij Xi noemt. Noem mij maar Jinping. Of nog beter, Ping. Zo noemen mijn vrienden mij ook, Ping.’

‘Ping Pong? Zal ik je Ping Pong noemen, Ping?’

‘Nee, Peet. Dat is flauw, Ping Pong.’

‘Dan moet je er een beetje sambal bij doen, Ping.’

‘Dat is nog flauwer, Peet: “beetje sambal bij.” Dat is nog flauwer.’

‘Nee, Ping. Heter. Meer “sambal bij” maakt een gerecht heter.’

‘Nu ben ik het zat, Peet. Laat me zeggen waarvoor ik je bel.’

‘Dat is goed, Ping. Maar vertel me eerst waar je Nederlands hebt leren spreken.’

‘Prima, Peet. Ik heb als tiener vier jaar lang illegaal bij een afhaalchinees op de walletjes in Amsterdam gewerkt. Op de Zeedijk in Amsterdam. Vandaar. Daar werkten ook Nederlandse jongens in de keuken. Die hebben mij Nederlands geleerd.’

‘Dan begrijp ik het, Ping. Waar bel je voor?’

‘Omdat jij Donald Trump goed kent zou ik graag willen dat jij hem waarschuwt dat een aantal negatieve factoren de relatie met de Verenigde Staten dreigen te beschadigen.’

‘Zoiets las ik net op mijn telefoon, Ping. Vandaag is er een Amerikaans marineschip langs een betwiste eilandengroep in de Zuid-Chinese Zee gevaren. Peking noemde dit een “serieuze politieke en militaire provocatie” en stuurde direct een aantal militaire schepen en gevechtsvliegtuigen naar de Paracel-eilanden. China beschouwt het gebied als eigen territorium, maar ook Vietnam en Taiwan maken aanspraak op deze eilandjes. Hierbij krijgen zij krijgen rugdekking van de Verenigde Staten, die tot grote ergernis van Peking regelmatig patrouilles houden in het gebied.’

‘Precies, Peet.’

‘Dan zijn er nog een aantal negatieve factoren waarvan ik wil dat je die aan Donald Trump doorgeeft als je hem spreekt.’

‘Als ik hem spreek, Ping. En het is “dan is er nog een aantal” in plaats van “dan zijn er nog een aantal.”

‘Kut! Je hebt gelijk, Peet. Duizend maal duizend excuses. Moge Con …’

‘Het is al goed, Ping. Ga maar door.’

‘Oké, Peet. Er is nog een aantal negatieve factoren waarvan ik wil dat je die aan Donald Trump doorgeeft als je hem spreekt.’

‘Vertel, Ping.’

‘Donald Trump moet ons één-Chinabeleid respecteren.’

‘Taiwan krijgen jullie echt nooit terug, Ping. Daar kun je naar fluiten.’

‘Ik kan niet fluiten, Peet.’

‘Dan zeg je maar “dag” met je handje, Ping.’

‘Handjes kunnen niet praten, Peet.’

‘Wijsneus. Ga nu maar door met je lijstje “negatieve factoren,” want ik ga zo slapen, Ping.’

‘Oké, Peet. Hij moet stoppen te zeggen dat wij niets doen aan de “groeiende dreiging” van het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma.’

‘Daar heeft Trump toch gelijk in, Ping?’

‘Maar dat hoeft hij toch niet steeds te zeggen, Peet?’

‘Wat jij wil, Ping. Volgende negatieve factor alsjeblieft.’

‘De laatste wapendeal met Taiwan moet onmiddellijk van tafel worden gehaald, Peet.’

‘Ik zal het proberen te onthouden, Ping.’

‘Volgens een rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wordt China genoemd als een van de ergste daders van mensensmokkel, samen met bijvoorbeeld Iran, Rusland en Noord-Korea. Dat is net zo’n onzin als zeggen dat het broeikaseffect Chinese propaganda is, Peet.’

‘Ik ben het niet eens met jouw ontkenning over mensensmokkel, Ping. Maar ik vind net als jij dat het broeikaseffect geen Chinese propaganda is.’
‘Weet je wat er nog meer gebeurd is, Peet? Vorige week werd de Chinese Bank van Dandong afgesloten van het Amerikaanse financiële systeem, omdat deze geld zou hebben witgewassen voor Noord-Korea, en daarmee als “doorgeefluik” zou werken voor het regime in Pyongyang. De Amerikaanse minister van Financiën, Steven Mnuchin, waarschuwde dat binnenkort vergelijkbare sancties tegen andere Chinese banken zouden kunnen volgen. Dat is toch waanzin, Peet?’

‘Ik ga het morgenochtend direct uitzoeken, Ping. Dan ga ik je nu hangen, want mijn ogen vallen dicht van de slaap.’

‘Dan wens ik jou een goede nachtrust, Peet.’

‘Bedankt, Ping. En dan nog één dingetje.’

‘Wat mag dat zijn, Peet?’

‘Je moet de groeten van de Dalai Lama hebben, Ping.’

 

 

Onbekend's avatar

Porte-manteau

Afgelopen zaterdag kwam ik in de Volkskrant een nieuw woord tegen: porte-manteau. Een porte-manteauwoord is een taalelement dat nieuw is in een taal, waarin twee of meer bestaande woorden worden gecombineerd in een nieuwe betekenis, die betekeniselementen van de originele woorden bevat.

Een porte-manteauwoord dat u ongetwijfeld kent is “Brexit,” van “Britain en “exit.”

Een dag later twitterde Donald Trump een filmpje waarin hij iemand met een CNN-logo op zijn hoofd naast een boksring molesteert. Op de achtergrond een juichende menigte op de tribunes.

Een nieuw porte-manteauwoord was geboren. Ik voelde mij schuldig (“guilt”) en in shock (“quake”) dat ik in een wereld leef waar de president van de Verenigde Staten zich tot dergelijk proleten gedrag verlaagt. Ik voelde “quilt.”

Onbekend's avatar

Maak je vriend niet gek!

Ik heb ooit een keer voor een weddenschap met mijn toenmalige vriendin (de inzet was een biertje) in café Bolle Jan aan de Korte Reguliersdwarsstraat 3 in de Amsterdamse Jordaan de portemonnee van Willem Holleeder genakt. Nu snap ik ook niet meer hoe ik zo stom heb kunnen zijn, maar ik was zo ontzettend verliefd op mijn toenmalige vriendin! Ik was tot alles in staat geweest.

De volgende dag was Willem Holleeder er achtergekomen dat ik in het bezit was van zijn portemonnee en kon ik nog net op tijd door een speciale afdeling van de AIVD naar de Verenigde Staten worden gevlogen om liquidatie door de matties van Holleeder te voorkomen.

In de VS heb ik vijf jaar lang ondergedoken gezeten in het Plaza Hotel, 768 Fifth Avenue, aan het Central Park in New York. En geloof me, dat klinkt veel leuker dan het was. Wat heb je aan gouden kranen in je badkamer als je niet vrij bent? Niets. Bovendien bevond de Trump Tower zich om de hoek van het Plaza Hotel, zodat ik vanuit mijn hotelkamer bijna dagelijks die met oranje foundation geschminkte clown Donald Trump zijn toren in en uit zag komen.

Later heb ik alsnog wraak kunnen nemen op Willem Holleeder voor mijn onvrijwillige gevangenschap in het Plaza Hotel in New York door in opdracht van uitgeverij Lebowski als ghostwriter het boek “Judas” voor zijn zus Astrid Holleeder te schrijven, waar ik toch mooi een ton of drie zwart aan overgehouden heb.

Mijn vriendin was ik echter kwijt. Ik was stinkend rijk en doodongelukkig.

Voor alle mannen die dit toevallig lezen: Doe mij niet na!  Bezint eer ge begint und so weiter. En dat voor een biertje! De snelle wereld van de glamour en de glitter lijkt veel mooier dan hij in werkelijkheid is. Je kunt beter voor 4 euro per uur bij de Aldi vakken vullen dan het leven vol paranoia en stress leiden dat ik geleefd heb en nog steeds moet leven.

Zelfs als ik ga zwemmen in mijn zwembad in de vorm van een hartje en met het oppervlak van een voetbalveld, laat ik me voortdurend omringen door bodyguards. Ik slaap met een pistool onder mijn kussen en slaap bovendien altijd licht, slecht en kort.

En dan te bedenken dat ik gisteren een contract heb getekend met uitgeverij Prometheus om als ghostwriter de memoires van de ex-vriend van Mark Rutte, Jort Kelder, te gaan schrijven. Voor vier ton zwart: “Hoe ik uit de Kelder kwam.”

Als je eenmaal in het criminele wereldje zit, is het bijna geen doen om er weer uit te komen. De luxe die dat leven met zich meebrengt is tof, maar elke dag een leugen moeten leven is niets voor mij. Als ik dat had gewild, was ik wel politicus geworden.

Tegenwoordig resideer ik zwaar bewaakt in het meest luxueuze hotel van Las Vegas, het Ceasars Palace, 3570 South Las Vegas Boulevard in de Amerikaanse staat Nevada. Het heeft geen zin om mij te komen opzoeken, want ik verblijf daar niet onder mijn eigen naam en sta bovendien niet in het gastenboek.

Ik vind het hartstikke tof dat Lil’ Kleine elke vrijdagavond met zijn posse in mijn penthouse in het Caesars Palace komt optreden en dat Kluun & Giphart minimaal één keer in de maand komen bieren, maar het blijft een schrale troost als je voortdurend ondergedoken zit en geen vooruitzicht hebt ooit nog een normaal leven te kunnen leiden.

Probeer dus nooit je vriend te overreden om dingen te doen die hij eigenlijk niet wil doen. Ik ben het (nog) levende bewijs dat zoiets goed fout kan uitpakken.

Dit verhaal verscheen op 30 juni 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.