Onbekend's avatar

Aantekeningen bij een Rouwproces

Iedereen draagt de soundtrack van zijn leven bij zich. Er zijn geen apparaten of “oortjes” nodig om naar de liedjes in je hoofd te luisteren, die zich altijd op een juist moment en onaangekondigd laten horen.

Vanmiddag liep ik voor het eerst sinds twee maanden een van mijn favoriete wandelroutes, die zich in het ruim opgezette recreatiegebied Geestmerambacht bevindt, enkele kilometers ten noorden van de provinciestad waar ik woon. Een achterwaartse salto van de trap, om half twaalf in de avond van de twintigste mei 2017, waarbij ik een lendenwervel onder in mijn rug brak, had ervoor gezorgd dat ik de laatste twee maanden aan bed, huis en tuin gekluisterd was geweest. De gekooide tijger was aan beweging toe.

Het was een verademing om op bekende grond te zijn. Alsof vertrouwde natuur dezelfde uitwerking op je gemoed heeft als een goede vriend die je een tijd niet hebt gezien of een koud glas melk nadat je drie maanden in zuivelvrije tropische oorden hebt doorgebracht.

Ik laafde mij ontspannen aan warme zonnestralen op veilig terrein. Opgewonden witgesterde blauwborsten zonder dubbele agenda dartelden van boom naar boom. Joelende kinderen namen een duik in het door een zandafgraving in de jaren zestig ontstane meer “De Zomerdel.” Papa’s en mama’s bespraken te midden van platgetrapte kleine pakjes frisdrank, waaruit vergeten geknakte rietjes staken, ontspannen de mogelijke ingrediënten waaruit de avondmaaltijd van die dag zou bestaan. Bijna gewichtloos afval dwarrelde doelloos in de richting van met bezemkruiskruid en harige wilgenroosjes gevulde bloemperken.

Mijn gedachten verplaatsten zich naar de laatste keer dat ik hier samen met Mathieu wandelde. Mijn beste vriend, wapenbroeder en soulmate, die op 5 juni 2017 om drie uur in de middag een einde aan zijn leven maakte. Tijdens onze onbezorgde laatste wandeling op deze zelfde grond, zo kort geleden nog, tuimelden de woorden van ons gesprek over elkaar heen in een dialoog die voorbestemd leek om nooit te kunnen eindigen.

In mijn hoofd klonken vanmiddag de eerste zinnen van de door Sinéad O’ Connor gezongen en door Prince geschreven wereldhit Nothing Compares 2 U: “It’s been seven hours and fifteen days / Since you took your love away.” En ondanks het feit dat de dood van Mathieu vandaag precies zes weken geleden is en niet “seven hours and fifteen days,” en hij mijn vriend was en niet mijn geliefde, voelde ik het rauwe verdriet dat uit Nothing Compares 2 U spreekt alsof ik het liedje zojuist zelf had gemaakt.

Nu liep ik hier alleen en was van Mathieu alleen een herinnering over die sterker leek dan de geuren die mij omringden. Niets had mij kunnen voorbereiden op de dood van mijn beste vriend. Ik had niet kunnen weten dat zijn liefde, vriendschap en moreel gezag sterker aanwezig lijken te zijn na zijn dood dan tijdens zijn leven.

Tijdens het leven neem je de waarde en de kracht van je vriendschap aan als een vanzelfsprekendheid. De intensiteit van de vriendschap kan komen en gaan. Er is geen haast. Er is geen einde in zicht. De vriendschap heeft de tijd om te sluimeren. De vriendschap heeft de tijd om af en toe een pauze te nemen. De vriendschap is voor altijd.

Na de dood van iemand die veel voor je betekent heeft ontstaat er een heel ander besef van ruimte en tijd waar het de dode betreft. Wat er overblijft is niet “niets”. Wat er overblijft is geen slap aftreksel van een oude werkelijkheid. De energie van een dode geliefde is niet te vangen in een hologram en kan ook geen luchtspiegeling zijn. Het lijkt alsof de vriendschap die je samen hebt gedeeld even sterk blijft, misschien zelfs puurder wordt, maar nu niet meer samen, met zijn tweeën, wordt gedeeld, maar samen alleen.

Zonder twijfel zijn de gevoelens die ik beschrijf hersenspinsels van een rouwende ziel, die in taal probeert te vatten wat het hart niet begrijpen kan.

Als we allemaal een soundtrack van ons leven bij ons dragen, moeten we ook allemaal in het bezit zijn van een bloemlezing, waarin zinnen verzameld zijn die ons nooit los hebben gelaten door de zeggingskracht die ze op een bepaald moment in ons leven voor ons hebben gehad.

In mijn bloemlezing had de eerste zin van de roman Anna Karenina van de 19de-eeuwse Russische romanschrijver Lev Tolstoj niet mogen ontbreken: “Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.” Maar na de dood van Mathieu zou ik de zin willen veranderen. Ik zou het woord “gezin” willen vervangen door “mens“: “Alle gelukkige mensen lijken op elkaar, elk ongelukkig mens is ongelukkig op zijn eigen wijze.” En daarna zou ik nog een laatste wijziging aan willen brengen die de oorspronkelijke zin onherkenbaar maakt: “Alle mensen lijken op elkaar.”

Ik ben ervan overtuigd dat iedereen op zijn levensweg geluk en ongeluk tegen zal komen. Ik denk dat geluk en ongeluk veel minder elkaars tegenpool zijn dan we meestal aannemen.

Geluk en ongeluk zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geluk heft ongeluk niet op. Ongeluk heft geluk niet op. Geluk en ongeluk zijn completerend.

Dit verhaal verscheen op 19 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Bill Clinton feliciteert Peter Mabelus met Pizzaprijs!

https://www.youtube.com/attribution_link?a=BwF-Z_rrAbY&u=%2Fwatch%3Fv%3DRgZgTSyEHO0%26feature%3Dshare

Peter Mabelus, die vorige week tot pizzakoerier van het jaar is uitgeroepen in Eritrea, ontving vandaag in het Amstel Hotel in Amsterdam de daarbij behorende sculptuur uit handen van zijn goede vriend en voormalig president van de Verenigde Staten van Amerika Bill Clinton.

Peter Mabelus verscheen te laat voor de prijsuitreiking, omdat het vliegtuig waarin hij zat gekaapt werd door leden van IS. Peter Mabelus wist de kapers na een korte schermutseling te overmeesteren.

In eerste instantie ontving Bill Clinton Peter Mabelus ietwat koel en afstandelijk (vanaf 2 minuut 20 in de film) omdat volgens Bill Clinton “Peter Mabelus hem beloofd had dat Bill Clinton de eerste persoon zou zijn die eens lekker door Peter Mabelus overmeesterd zou worden.”

Onbekend's avatar

De Vieze Vuile Flikker

Eduard verveelde zich dood op de receptie die ter gelegenheid van de bruiloft van zijn homoseksuele broer Gert gehouden werd in een luxe eetcafé ergens in de Jordaan.

Gert ging met Erik trouwen. Inderdaad, Erik is een mannennaam. Toch was Erik een vrouw. Erik kwam van moderne ouders, dat is wel duidelijk.

Eduard snapte zijn broer niet. Waarom met een vrouw trouwen als je homoseksueel bent? Hij had deze vraag zijn broer, waarmee hij op intiem vriendschappelijke manier omging, vaker voorgelegd. Gert antwoordde dan dat seks slechts een zo miniem onderdeel uitmaakt van een succesvolle en bevredigend verlopende relatie, dat het feit dat hij toevallig homoseksueel was, en Erik toevallig een vrouw, van niet doorslaggevende betekenis was voor het welslagen van hun huwelijk. Bovendien was Erik zijn beste vriendin en beste maatje. Waarom zou hij dan een ander trouwen?

Ja, zo had Eduard het nooit bekeken. Misschien zat hij wel vastge­roest in conservatieve en traditionele denkpatronen over de huwelijkse staat en intimiteit en liefde in het algemeen.

‘Maar een goede relatie moet toch gebaseerd zijn op bevredigende, spannende en gezonde seks,’ had Eduard wel eens tegen zijn broer geopperd.

Gert had toen ontdeugend naar hem geknipoogd, hem zachtjes met zijn elleboog aangestoten en op samenzweerderige toon verkondigd dat ‘zijn gordijnen goed sloten en dat zijn fantasie zeer groot was.’ Eduard had er niets van begrepen maar had toch instemmend blozend aarzelend geknikt. Wat had Gert nu bedoeld?

Eduard keek de receptieruimte eens rond. Hij nam de aanwezigen een voor een op. ‘Niet veel soeps,’ dacht hij. ‘Ouwe lullen en tuthola’s.’

Hij nam nog een sherry van een met wit damast beklede tafel, zijn vierde glas al die middag. Hij hield niet van sherry. Maar uit een bepaald soort balorigheid hield hij het vandaag bij deze bittere wrange drank.

Een schuchtere jongensachtige ober kwam verlegen langs met een zilveren schaal vol bitterballen. Eduard nam een bal van de schaal, deed hem ineens, helemaal, in zijn mond.

‘Verdomme!,’ vloekte hij hard binnensmonds en onverstaanbaar, toen hij de bal, die zijn tong en mondholte verbrand had, woest in een snel van het blad weg geraapt papieren servetje uitspuwde.

Een knappe donkerblonde vrouw van een jaar of dertig, gekleed in een strakke donkerrode jurk met laag uitgesneden decolleté, knipoogde geil naar hem.

‘Nou, nou,’ zei ze zwoel, ‘wat een temperament.’

‘Sorry, mevrouw, maar die bitterbal was ook zo heet,’ sprak Eduard verontschuldigend.

‘Over heet gesproken. Ik ben een mejuffrouw hoor,’ fluisterde de femme fatale en likte haar lippen als in slow motion nat.

Eduard was te gepreoccupeerd met het betasten van zijn bezeerde tong om aandacht aan de dame te schenken.

‘Jij bent een koele kikker,’ zei de vrouw met quasi verleidelijke neergeslagen blik.

‘Pardon?,’ vroeg Eduard, die nu pas weer aandacht had voor deze plots opgedoemde vrouw.

‘Dat je tegen mijn opwindende taal kunt.’

‘Hoezo opwindend?’

Eduard betastte peinzend nogmaals zijn verbrande tong en zocht naar een plaats waar hij zijn in het papieren servetje uitgespuwde bitterbal kon dumpen.

‘Een heel erg koele kikker,’ hijgde de vrouw. Ze kirde even verlei­delijk, tuitte haar lippen en wreef haar kont per ongeluk tegen het kruis van Eduard.

Eduard slokte zijn sherry weg, nam een nieuw glas sherry van een langsko­mend blad en staarde verveeld naar buiten. Herfst.

‘Wat ben je heerlijk onbeleefd, wonderboy,’ kreunde de vrouw in het rood hees.

‘Onbeleefd?,’ vroeg Eduard afwezig.

‘Heel onbeleefd, stouterd. Je hebt niet gevraagd wat ik wil drinken. Ik lust ook wel een sherry.’ Ze wierp hem een brutale handkus toe.

‘Sorry, neem deze maar. Ik haal wel een andere,’ zei Eduard en wilde uit ongeïnspireerde beleefdheid op zoek gaan naar nog een glas sherry.

De vrouw hield hem aan zijn jasje vast.

‘Doe geen moeite. We drinken dit glas wel samen leeg,’ zei ze.

Er viel een stilte.

‘Ik denk dat ik er maar eens vandoor ga,’ zei Eduard, die het wel gezien had op de receptie van zijn broer Gert en diens verse echtgenote Erik.

‘Your place or mine,’ snurkte de wulpse voluptueuze dame haast.

‘Wablief?,’ zei Eduard.

‘Heb je zin om met me mee te gaan?,’ vroeg de dame in het rood terwijl ze hem strak aankeek.

‘Dat is goed.’

‘Waar woon je?,’ vroeg ze glimmend van verlangen, opwinding, lust en een vette huid.

‘In de Jacob Obrechtstraat.’

‘Ik woon in de Beethovenstraat.’

‘Dat komt dan goed uit. Dan kunt u mij op weg daar naar toe afzetten.’

‘Pardon?’

‘Afzetten in de Jacob Obrechtstraat. Daar woon ik. Dat vroeg u mij toch?’

‘Nou ja zeg, wat ben jij voor een botte hufter?’

‘En net vond je me nog een weet ik veel, wonderboy.’

‘Rot toch op, sukkel. Vieze vuile flikker,’ zei de prachtige vrouw en draaide zich resoluut om. Zonder nog een woord te zeggen liep ze weg, zonder met haar kont te draaien of te zwaaien.

‘Vieze vuile flikker?,’ mompelde Eduard. ‘Volgens mij verwart u mij met mijn broer.’ Maar de vrouw hoorde hem al niet meer. Zij stond nu verderop te slijmen tegen een kalende kantoorpik. Die gratis lift was hem mooi door zijn neus geboord.

Eduard ging op zoek naar zijn volgende sherry en een lift voor straks.

Dit verhaal verscheen op 15 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

 

 

Onbekend's avatar

‘Verloren schilderij van Andy Warhol ontdekt’

Een verloren gewaand schilderij is met zekerheid van Andy Warhol. Het gaat om een late Warhol, die vorig jaar op een veiling in de Verenigde Staten opdook.

13 JULI 2017, 09:11 – BRON: ANP

Dat meldt Nieuwsuur. Het televisieprogramma laat in de uitzending van woensdagavond beelden van het schilderij De Schrijver zien.

“Er is geen twijfel mogelijk. Het schilderij kan met honderd procent zekerheid worden toegeschreven aan Warhol,” zegt Warholkenner Martijn Groen tegen Nieuwsuur.

AW
Op de jaarlijkse kunst-en antiekveiling TEFAF in Maastricht presenteert de Parijse kunsthandel Talabardon & Gautier het werk. Volgens Nieuwsuur gaat het om een doek van 2 bij 2 meter dat de schilder maakte toen hij zesenvijftig of zevenenvijftig jaar oud was.

Aan het monogram ‘AW’, een van Warhols laatste handtekeningen, is te zien dat het gaat om een Warhol. AW staat voor Andy Warhol.

Serie
Warhol leefde van 1928 tot 1987. De Schrijver is onderdeel van een serie van vijf schilderijen die de woordkunstenaar verbeelden. De andere schilderijen heten De Dichter, De Scenarist, De Journalist en De Columnist. De laatste vier schilderijen zijn overigens nooit teruggevonden.

Het is overigens niet bekend welke schrijver model heeft gestaan voor het schilderij “De Schrijver” en of de persoon op het schilderij überhaupt een schrijver is.

Onbekend's avatar

Hoe Heleen van Royen 2 Keer Mijn Held Werd

Heleen van Royen verscheen in het jaar 2002 op 37-jarige leeftijd als een komeet aan het Nederlandse literaire firmament. Hoewel haar debuut “De gelukkige huisvrouw” al in het jaar 2000 was uitgebracht werd het boek pas twee jaar later een enorme hit. Iedereen hield opeens van deze knappe, onstuimige, zelfverzekerde, welbespraakte vrouw. Dat ze getrouwd was met de krullenbol Tom van Royen, de middelmatige televisiepresentator met een klein spraakgebrek, wekte verbazing, maar werd haar vergeven. Op de een of andere manier vormde haar losbandige imago het excuus voor haar onbegrijpelijke partnerkeuze.

Het tempo en het schijnbare gemak waarmee Heleen van Royen door de media van literaire publiekslieveling in semi-nymfomane, neofeministische schrijfster van erotische pulp werd getransformeerd doet geen sterveling verlangen naar roem. Zodra je het publieke domein betreedt ben je blijkbaar vogelvrij.

Waarom zal Heleen van Royen voor mij – ondanks “alles” – altijd een held blijven? Daar heb ik twee goede redenen voor.

Op 10 januari 2004 schreef Heleen van Royen in haar column in Het Parool over een gesprek dat ze na afloop van het Groot Dictee der Nederlandse Taal in een café had gevoerd met één van de toenmalige kopstukken van de Partij van de Arbeid, huisarts en vader van twee kinderen Rob Oudkerk. Rob Oudkerk had tijdens dit gesprek tegen haar opgeschept over zijn cocaïnegebruik. Ook vertelde Rob Oudkerk een smakelijke anekdote over hoe hij door de gemeentelijke commissie Integriteit van de gemeente Amsterdam – Oudkerk bekleedde destijds ook de functie van wethouder in Amsterdam. In zijn portefeuille zaten onder meer onderwijs en jeugd –  een waarschuwing had gekregen vanwege het onder werktijd pornosurfen op computers van de gemeente.

Het allermooiste verhaal had de vader van twee kinderen, huisarts en wethouder Rob Oudkerk voor het laatst bewaard. Hij liet zich regelmatig op een “afwerkplaats” aan de Theemsweg in de buurt van treinstation Amsterdam Sloterdijk voor een paar tientjes pijpen door illegaal in Nederland verblijvende Oost-Europese heroïnehoertjes.

Het was volgens Rob Oudkerk vanzelfsprekend dat deze stoere verhalen onder OSM (Ons Soort Mensen) moest blijven, want het klootjesvolk zou toch niets begrijpen van de rock ’n roll lifestyle van de jetset van de grachtengordel.

Heleen van Royen nam een moedig besluit en besloot na een begrijpelijke aarzeling (wie vindt het fijn om een klikspaan te zijn?) om een paar weken na haar gesprek met Rob Oudkerk de inhoud van het gesprek in haar column in Het Parool openbaar te maken.

Rob Oudkerk deed een tot mislukken gedoemde halfslachtige  poging om zijn goede naam te redden, maar zijn scheve schaatsen waren in geen miljoen jaar meer recht te buigen. Zijn politieke carrière was voorbij. Zijn huwelijk liep op de klippen. In welke mate het vertrouwen van zijn patiënten in huisarts Rob Oudkerk beschadigd was valt alleen maar te raden.

Ik heb nooit begrepen waarom Rob Oudkerk uit schaamte niet nog dezelfde maand een enkele reis Bordelië heeft genomen. Schaamte was Rob Oudkerk blijkbaar vreemd. Hij was nog met grote regelmaat te bewonderen in talkshows op de televisie. Een bord voor zijn voor zijn kop was daarbij niet zichtbaar.

De “afwerkplaats” aan de Theemsweg in de buurt van station Amsterdam Sloterdijk werd gesloten. Zonder twijfel hebben de seksuele driften van Rob “OSM” Oudkerk elders onderdak kunnen vinden. Dat  zijn vrouw en twee kinderen dat dak niet met hem wilden delen mag geen verwondering wekken.

Op zaterdag 25 augustus 2002 kon niemand weten welke onsmakelijke rel anderhalf jaar later Nederland tijdelijk in zijn ban zou houden. Mijn hoogzwangere vrouw en ik flaneerden over de Uitmarkt ter hoogte van het Van Gogh Museum en het Sweelinck Conservatorium door de Paulus Potterstraat langs de marktkraampjes van verschillende Nederlandse uitgeverijen. De blik van mijn lief viel bij het kraampje van Uitgeverij Vassallucci op een grote stapel exemplaren van “De gelukkige huisvrouw.” Achter de stapel boeken zat een goed gehumeurde Heleen van Royen met de benen over elkaar geslagen op een klapstoeltje.

Mijn vrouw pakte het bovenste boek van een stapel “gelukkige huisvrouwen” en begon aandachtig de achterflap van de bestseller van het jaar te lezen.

‘Het is een echte aanrader, hoor,’ begon Heleen van Royen haar verkooppraatje. ‘Zeker voor jou.’ Ze knikte in de richting van de bolle buik van de vrouw die mijn eerste kind droeg. ‘Je hoeft niet bang te zijn voor een kraambedpsychose zoals ik die heb gehad,’ vervolgde ze. ‘Dat komt maar per één of twee van de duizend bevallingen voor.’

‘Ik wil het boek graag lezen,’ zei mijn vrouw tegen Heleen van Royen, ‘maar mijn man is een parttime snob en zegt dat het geen echte literatuur is. Hij wil het daarom niet voor mij kopen. Ik moet het maar lezen als ik er toevallig tegenaan loop in de bibliotheek.’

Ik keek verbaasd naar mijn vrouw. Wij hadden dit gesprek nooit gevoerd! Het was niet de eerste keer dat ik getuige was van hoe mijn vrouw vanuit het niets een rol overtuigend kon spelen zonder dat haar doel voor mij duidelijk was.

‘Dan krijg je het boek van mij,’ zei Heleen van Royen.

Nu was het doel van mijn vrouw mij wel duidelijk.

Heleen van Royen pakte het exemplaar van “De gelukkige huisvrouw” uit de handen van mijn vrouw, sloeg het boek open bij de zogeheten Franse titelpagina en hield een grote rode Permanent-marker van het merk Kores in de aanslag.

‘Wat is je naam?’ vroeg ze en nadat mijn vrouw haar naam had genoemd schreef ze in een vlot tempo de datum (25 augustus 2002), een opdracht (“Voor Natasha a.s. moeder suc6”) en haar handtekening op de Franse titelpagina. Daarna overhandigde ze het boek met een joviaal gebaar aan mijn vrouw.

Ik kon alleen maar schaapachtig naar Heleen van Royen lachen, terwijl ik besefte weer eens door mijn vrouw in een ongemakkelijke situatie te zijn gebracht.

‘De volgende keer niet meer zo krenterig zijn, hè?’ sprak Heleen van Royen mij als een stout schooljongetje toe.

Op 17 mei 2003 was ik één van de allereerste kopers van Heleen van Royen’s tweede roman “Godin van de jacht.”

Dit verhaal verscheen op 11 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

Onbekend's avatar

Mal-à-propos

Na het interview dat het 16-jarige meisje van de schoolkrant mij afgenomen had signeerde ik haar exemplaar van Kathmandu Hipsters, gaf haar een kus en liet haar uit. Na vijf meter fietsen keek ze vrolijk achterom en vroeg mij wat ik cadeau wilde hebben als ze mij nog een keer zou komen opzoeken. “Een T-shirt van Marlon Brando!” riep ik. Ze knikte enthousiast en vervolgde haar weg.

Ik ben nog nooit zo verliefd geweest zoals ik nu ben op Peter Mabelus. Nadat ik hem vanmiddag een interview had afgenomen voor onze schoolkrant en hem tijdens het wegfietsen vroeg wat hij voor cadeau wilde hebben, als ik hem nog een keer zou komen opzoeken, riep hij: “In ieder geval een bandeau!”

Onbekend's avatar

“Ich Bin Ein Hamburger!”

Ik ben er trots op te gast te zijn geweest in de Bondsrepubliek Duitsland, met als leider de fantastische bondskanselier Angela Merkel, die zich al zo vele jaren heeft ingezet voor democratie, vrijheid en vooruitgang

Vierenvijftig jaar geleden stond mijn helaas veel te jong vermoorde voorganger, de womanizer president John F. Kennedy naast De Muur in Berlijn, die Oost van West scheidde en sprak de historische woorden: “Ich bin ein Berliner.”

Wat een enorme eer is het vandaag hier voor u te staan in de geweldige stad Hamburg, als president van de Verenigde Staten. Wij Amerikanen mogen dan bekendstaan als de grootste consumenten van hamburgers ter wereld. Laten we echter niet vergeten dat de wieg van de hamburger, de hamburger waar de hele wereld nu zoveel van houdt, hier in de fantastische stad Hamburg heeft gestaan.

Vanmorgen, toen ik het raam van mijn hotelkamer opende, kon ik over de hele stad de geur van de heilige hamburger ruiken. “I love the smell of hamburgers in the morning.”

Deze G20-top was een groot succes, lieve mensen. Alle twintig deelnemers van de G20 hebben zich uitgesproken voor de vrijhandel en tegen het protectionisme. Dat is fantastisch. Op korte termijn zal de G20 verder praten over een oplossing voor de wereldwijde overproductie van staal. Een schitterend resultaat.
We hebben een historisch akkoord bereikt over het project Compact with Africa, dat investeringen in het continent Afrika moet stimuleren, met het oog op het voorkomen van een nieuwe vluchtelingenstroom uit dit verdoemde continent.
We zullen onze fantastische samenwerking op het gebied van terrorismebestrijding nog verder versterken om de wereld een nog veiliger plaats te maken.

Mijn geëerde  collega president Poetin heef mij ervan overtuigd dat de Russen zich niet hebben bemoeid met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van afgelopen november. Ik heb mijn collega president Poetin op de man af gevraagd: “Ik wil dit uit de weg ruimen: heb je het gedaan? Heb je je bemoeid met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van afgelopen november?” Daarna heeft Poetin 45 van de 135 minuten die ons onderhoud duurde doorgezwamd over de vermeende Russische interventie. Poetin heeft in luide toon ontkend. Fantastische man.

De Verenigde Staten zullen niet meer meedoen aan het Akkoord van Parijs van 12 december 2015. We zullen ons dus niet vastleggen op de afspraak om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graad. Verder gaan we door met het gebruik van fossiele brandstoffen. De Verenigde Staten willen eerst overtuigend wetenschappelijk bewijs dat er een causaal verband is tussen overmatige CO2-uitstoot`en de “zogenaamde” opwarming van de aarde.
Alle vrije mensen, waar ze ook wonen, zijn burgers van Hamburg, en dus als een vrij man, ben ik trots op de woorden “Ich bin ein Hamburger!”

Dit verhaal verscheen op 9 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

 

Onbekend's avatar

Het mooiste beroep ter wereld

‘Welkom. Ga lekker zitten.’

‘You can call me baby!’

‘Je oortjes. Kun je je oortjes uitdoen?’

‘Wat zegt u, meester?’

‘Je oortjes. Maar die heb je nu al uit.’

‘Nog even deze app afmaken, meester. Het is belangrijk.’

‘Als je je telefoon even weg wilt doen, dan kunnen we beginnen.’

‘Wacht even, meester. Dit is echt belangrijk.’

‘Je bent al een kwartier te laat voor het proefmondeling.’

‘Zo. Ik ben er klaar voor.’

‘Hoe gaat het met jouw werkstuk over Napoleon?’

‘Niet zo goed. Ik kan niets vinden op internet.’

‘Laten we beginnen. De Koude Oorlog. Werd die gehouden op de Noordpool of op de Zuidpool?’

‘….’

‘Op de Noordpool of op de Zuidpool?”

‘Kunt u misschien een hint geven?’

‘We hebben het in de klas drie maanden lang over de Koude Oorlog gehad en je hebt maar veertig procent van de lessen gemist. Dus je moet een idee hebben.’

‘De Zuidpool?’

‘…’

‘De Noordpool?’

‘…’

‘Was het koud tijdens de Koude Oorlog?’

‘Ik denk niet warm.’

‘Waarom werd de Berlijnse Muur eigenlijk gebouwd?’

‘Voor de werkgelegenheid?’

‘Was de DDR communistisch of kapitalistisch?’

‘De DDR is een afkorting, toch, meester?’

‘Dat klopt.’

‘Waarvan ook alweer?’

‘De Duitse Democratische Republiek.’

‘Dan waren het die, meester, want kapitalisten zijn democratisch en voor werkgelegenheid.’

‘We gaan het nu even over jouw werkstuk over Anne Frank hebben. Waar is Anne Frank overleden?’

‘In Beekse Bergen, meester.’

‘Waar?’

‘Beekse Bergen, meester.’

‘Ik vind jouw proefmondeling net niet voldoende. Je laat hier en daar wat gaten vallen. Een ruime vijf dus.’

‘Top, meester. Ben ik klaar?’

‘Ja. Er valt een boek uit je tas. Wat ben je aan het lezen?’

‘We lezen dit boek in de klas, meester, voor Nederlands. Kathmandu Hipsters. Superchill boek. Ik haat lezen, maar dit boek is echt superchill, meester.’

‘Ja, ik heb er mijn best opgedaan.’

‘Heeft u het ook gelezen, meester?’

‘Ik heb het geschreven.’

‘Echt? Leipe shit, ouwe! Wat doet u hier dan nog?’

Dit verhaal verscheen op 8 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

Onbekend's avatar

Mama, wat is een ordinaire sloerie?

Zoals jullie misschien nog weten van mijn stukje “Hoe ik uit Gombitelli verdreven werd” kwamen mijn moeder en ik in Den Bosch terecht, na de grote aardbeving die Toscane op 30 augustus 1966 in het hart trof. Mijn moeder en ik waren ingetrokken bij haar zus, die getrouwd was met de uitbater van een eetcafé, dat de eenvoudige naam Bar 35 droeg.

Mijn moeder kon de dood van mijn vader, die omgekomen was bij de aardbeving, moeilijk verwerken. Met name op de zaterdagavonden liet ze mij achter in de liefdevolle armen van haar zus, mijn tante Tony, die van top tot teen naar te vaak gebruikt frituurvet rook. Elk weekend ging mijn moeder op stap met haar nieuwe vriendin, Anita Schaftgans, die op doordeweekse dagen in de wasserette werkte, die enkele panden verderop aan de Lepelstraat in Den Bosch gevestigd was.

Mijn moeder en Anita Schaftgans bezochten vooral pop en rockconcerten in de Eindhovense poptempel “Para+,” die later werd omgedoopt in “De Effenaar.” Alle grote Nederlandse namen van de pop en rockmuziek uit die tijd traden op in de club die gevestigd was in de verlaten linnenfabriek van Van den Briel & Vester: De Bintangs, Peter Koelewijn en zijn Rockets, The Golden Earrings, The Outsiders en The Cats.

Als jonge vrouwen zonder mannelijke begeleiding leken mijn moeder en Anita Schaftgans een gemakkelijke prooi voor de bronstige roofdieren van de rockbands, die vooral gemotiveerd leken muziek te maken om zo veel en zo vaak mogelijk gratis te neuken met ongelukkige meisjes en labiele vrouwen, die ze volgoten met vele liters gratis drank, die ze bemachtigden door hun roadies boekjes vol consumptiebonnen uit de kassa bij de garderobe te laten ontvreemden.

Mijn moeder bezat gelukkig genoeg stijl en zelfrespect om Wally Tax, Peter Koelewijn, Piet Veerman en George Kooymans na afloop van de concerten van zich af te duwen. Ze kwam altijd keurig voor de klok van twee uur ’s nachts thuis en genoot de volgende ochtend vroeg samen met mij het ontbijt.

Zo niet Anita Schaftgans. Het schijnt dat je aan het uiterlijk van haar vele kinderen kon zien welke bands er het vorige jaar in de mode waren geweest, want de kinderen van Anita Schaftgans leken toevalligerwijze – of niet – als twee druppels water op hun verwekkers.

Het mag duidelijk zijn dat het slecht moest aflopen met de vriendin van mijn moeder, Anita Schaftgans. In het Brabant van de jaren zestig was veilig vrijen nog een onbekend begrip en werden condooms vooral gebruikt om tijdens Carnaval ballonnen van te blazen.

In de zomer van 1972 bezweek Anita Schaftgans aan de gevolgen van de gevreesde geslachtsziekte syfilis in combinatie met een verwaarloosde Gonorroe.

Tijdens de begrafenis van Anita Schaftgans op de begraafplaats “Orthen” in Den Bosch, die in de volksmond beter bekendstaat onder de naam “Groenendaal,” waren er behalve mijn moeder en ik slechts twee vrouwen van middelbare leeftijd aanwezig die ik nog nooit had gezien.

Ik was nog maar zes jaar oud. Het was na de teraardebestelling van mijn vader een kleine zes jaar eerder in Gombitelli pas de tweede begrafenis die ik meemaakte. Ik had Anita Schaftgans en haar zes kinderen nooit ontmoet en geen enkel idee van de doodsoorzaak van de vriendin van mijn moeder.

“Dat krijg je er nu van als je dag in dag uit de ordinaire sloerie uithangt,” zei de ene tegen de andere vrouw.

De andere vrouw knikte bevestigend tegen de ene en droeg daarna haar eigen steentje bij aan de sobere uitvaartplechtigheid: “Straks staat ze voor Petrus aan de hemelpoort en vraagt hij aan Anita Schaftgans: “En? Wat heb jij met je leven gedaan?” Dan kan ze alleen maar zeggen: “Ik was een ordinaire sloerie. Ik was een moeder van niks. Ik was de schande van Den Bosch, maar bovenal was ik een ordinaire sloerie.””

Op de terugweg in de bus naar huis vroeg ik aan mijn moeder wat “een ordinaire sloerie” was.

Mijn moeder keek mij enkele seconden vertederd aan.

“Een meisje dat geen liefde heeft gekend.”

Dit verhaal verscheen op 6 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.

 

 

 

 

Onbekend's avatar

Hoe ik liefde vergat te geven

In de lente van 1997 voelde ik me zo vrij als een vogel die nog nooit een ei uitgebroed heeft. Ik had het gevoel dat ik onsterfelijk was, maar had alleen maar naar mijn hartslag hoeven luisteren om te weten dat tijd weg en niet naderbij tikt.

Als ik nu terugkijk op mijn carrière als angry young man zie ik mezelf als iemand die denkt dat hij het wiel nog moet uitvinden terwijl hij op het dak van een postkoets door de wereld raast. Als een hemelbestormer, die niet weet dat het heelal oneindig is. Als een kuiken dat staart naar de resten van de gebroken eierschaal waar hij zojuist uitgekropen is en denkt dat hij het ei van Columbus heeft ontdekt.

Mijn maandenlange eenzame trektocht door de Himalaya had meer weg gehad van een no budget dan van een low budget vakantie. Lopend door de droge bedding van de Kali Gandaki rivier in het hart van Nepal had ik vol ontzag gekeken naar de toppen van het Annapurna massief, die ruim vijf kilometer hoger boven mij uittorenden. Hoewel ik mij moest haasten om voor zonsondergang een veilige slaapplaats te vinden had ik het gevoel alsof de tijd stilstond.

De middag voordat ik vanaf Tribhuvan International Airport van Kathmandu terug zou vliegen naar Amsterdam stond ik boven op “Bouddhanath,” één van de grootste antieke stoepa’s in Zuid-Azië, die ligt in de wijk Bouddah en onderdeel uitmaakt van een boeddhistisch tempelcomplex dat is gebouwd aan een oude handelsweg naar Tibet.

Terwijl ik bovenop de stoepa stond om foto’s te maken van de omgeving werd ik benaderd door een goed uitziende jonge Nepalese vrouw van een jaar of achttien. Zij straalde kracht, schoonheid, optimisme en oprechtheid uit. Zij leek meer op een student geneeskunde dan op één van de talloze uitgebluste bedelaars, die mij al maandenlang leken te achtervolgen. In perfect Engels vroeg zij mij om geld, als bijdrage voor een relatief goedkope oogoperatie die haar voor blindheid moest behoeden.

Wat mij betreft was mijn reis voorbij. Ik voelde mij in bijna elk opzicht verzadigd en had vooral genoeg van het gebedel dat mij als een bijna continue herhaald mantra door Azië vergezeld had.

‘Ik kan niet iedereen helpen,’ zei ik tegen de jonge Nepalese vrouw. Ik klonk botter en arroganter dan mijn bedoeling was. Ik vermeed oogcontact met haar te maken.

‘Je hoeft niet iedereen te helpen. Maar je kunt mij toch helpen?’ zei de jonge Nepalese vrouw.

Ik wist me geen houding te geven en daalde zonder afscheid te nemen de Bouddhanath af. Op weg naar mijn laatste nacht in de stad. Ik voelde mij laf, lui en slecht. Gelukkig was ik alleen.

Op het moment dat ik de stoepa was afgedaald keek ik nog één keer achterom. De jonge Nepalese vrouw was nergens meer te zien.

Tot mijn grote verbazing zag ik dat het “Derde Oog,” in het midden van het voorhoofd van de Boeddha, dat het hoogste punt van de Bouddhanath vormde, zich niet boven – zoals gebruikelijk is bij het Derde Oog – maar onder het punt tussen de wenkbrauwen bevond. Ik kon deze “vergissing” niet duiden.

Het Derde Oog, de “Ajna Chakra,” staat voor oplettendheid en bewustzijn en betekent “weten” in het Sanskriet. Zou de verkeerde locatie van het Derde Oog op de Bouddhanath een aanwijzing zijn dat er iets grondig mis was met mijn karma?

Mijn laatste avond in Kathmandu bracht ik door op het dakterras van Hotel Horizon, een eenvoudig hotel in het midden van de wijk Thamel, waar duizenden backpackers exotische souvenirs kopen en hun bord dal bhat wegspoelen met een grote fles Everest Premium Lager.

Ik bevond mij in het gezelschap van de Japanse student kunstgeschiedenis Tori Seibetsu. Tori Seibetsu vertelde mij dat Tori “vogel” in het Japans betekent.

Tori Seibetsu zou net als ik de volgende ochtend naar huis vliegen. Zij naar Kobe, ik naar Amsterdam. Tori Seibetsu moest al voor acht uur de volgende ochtend op het vliegveld zijn. Mijn vlucht zou vier uur later vertrekken.

Nadat we samen een fles raksi, een lokale sterke drank, leeggedronken hadden, belandden we nog voor tien uur ’s avonds in het bed van mijn hotelkamer.

Toen ik de volgende ochtend om zes uur wakker werd met een houten kop was de vogel gevlogen.

Ik voelde mij een hufter, omdat ik de vorige middag de jonge Nepalese vrouw geen bijdrage voor haar relatief goedkope oogoperatie gegeven had.

Waarom had ik mij niet aan één van de belangrijke Joods orthodoxe chassidische wetten gehouden: “Wie één mens redt, redt de hele wereld.”

Dit verhaal verscheen op 4 juli 2017 als eerste op hoemannendenken.nl.