
Ze gaan weer open!




Je zou denken dat een publicerend schrijver automatisch zijn naaste familieleden en vrienden tot zijn grootste bewonderaars kan rekenen. Niets blijkt echter minder waar: sommige familieleden blijken je boek het product van een “immorele fantast” te vinden en je meeste vrienden nemen zelden of nooit een boek ter hand en maken voor jou geen uitzondering.
Des te leuker is het daarom als enthousiaste lezers de moeite nemen om je te complimenteren met je werk, via mail, sociale media of in het echt. Zo werd ik enkele weken na de publicatie van mijn in november 2018 verschenen debuutroman ‘Kathmandu Hipsters’ op straat aangesproken door een mij onbekende lezer, die mij dolenthousiast bedankte voor mijn “superspannende en hilarische” boek ‘Kathmandu Hipsters’. Nog dezelfde dag stuurde deze lezer mij een vriendschapsverzoek op Facebook en ging hij mij volgen op Twitter.
Enkele maanden na de publicatie van mijn verhalenbundel ‘Hoe ik liefde vergat te geven’ (september 2019) werd ik uitgenodigd door een tien vrouwen tellende leesclub uit Castricum. Zij hadden de woonkamer versierd met talloze papieren rode hartjes en memoblaadjes met daarop citaten uit de bundel. Verder vroegen ze mij bijna letterlijk het hemd van het lijf. Een avond om niet te vergeten.
Elke ochtend sta ik om vijf uur op om vervolgens onder het genot van sterke koffie en een fruitsalade op mijn smartphone de waan van de dag door te nemen: nieuws, mail, sociale media etc. Vanmorgen werd ik aangenaam verrast door een lezer van ‘Kathmandu Hipsters’ die mij onderstaande foto stuurde met de volgende begeleidende tekst: “Hey Peter, alles goed? Ik kwam toevallig een foto tegen van Kathmandu in de jaren 60. En dacht aan jou. Groetjes D.”

Tot verbijstering van veel mensen met een gezond verstand en een gevoel voor rechtvaardigheid werd de oorloghitsende Amerikaanse president George W. Bush bij de presidentsverkiezingen van 2004 herkozen als president. De oorlog die de Verenigde Staten in maart 2003 onder valse voorwendselen tegen het Irak van Saddam Hoessein begon resulteerde in naar schatting een miljoen doden aan Irakese zijde. Aan Amerikaanse zijde vielen uiteindelijk ruim vierduizend doden te betreuren.
De toenmalige Nederlandse regering, onder leiding van Jan Peter Balkenende, steunde de Amerikaanse inval in Irak formeel alleen politiek, maar bleek later wel degelijk militaire steun te hebben verleend, onder andere in de vorm het leveren van F-16’s voor het uitvoeren van verkenningsvluchten boven Irak. De SP, maar ook Amerikaanse bondgenoten als Frankrijk en Duitsland waren faliekant tegen de Irak-oorlog.
Bovendien was tijdens de presidentsverkiezingen van 2004 nog niet goed duidelijk voor de Amerikanen dat ze met list en bedrog door de Amerikaanse overheid in een peperdure uitzichtloze oorlog gezogen waren.
En dan hebben we het nog niet eens over het debacle van de oorlog in Afghanistan, begonnen in 2001, die in feite nog steeds niet afgelopen is en sinds het aantreden van Barack Obama vooral “beperkt” is tot een oorlog met vele duizenden drones, die vanuit commandocentra, diep in de woestijn van de Amerikaanse staat Nevada, bestuurd worden door piloten gewapend met een joystick en voor vele tienduizenden doden op de grond in Afghanistan hebben gezorgd.
Als je als mens en kiezer vasthoudt aan het standpunt dat militairen alleen als vredesmacht met goedkeuring van de Verenigde Naties mogen worden ingezet is het duidelijk dat de je de VS absoluut niet blindelings zal willen volgen in haar vaak zo destructieve beleid, zoals zoveel Nederlandse politieke partijen al decennialang wel doen.
In de politiek moet je niet alleen op de feiten afgaan en jezelf afvragen of Nederland jaarlijks wel 9,1 miljard euro aan defensie moet uitgeven. De VS geven elk jaar ongeveer 700 miljard euro uit aan defensie. De wereldwijde trend is al jaren een stijging van de uitgaven aan defensie.
Als links zijn betekent dat je slechts een kleine vredesmacht overhoudt voor deelname aan vredesmissies onder de vlag van de VN, en niet meedoet aan peperdure projecten als de ontwikkeling van de vervanger van de F-16, de JSF, houdt de overheid vanzelf meer geld over voor beter onderwijs, betere zorg en meer betaalbare woningen.

Er valt een duidelijk patroon te herkennen in de manier waarop mijn stukjes voor 120w.nl tot stand komen: bij elk nieuw weekwoord moet ik het woord enige tijd in mijn brein laten gisten, waarna de nieuwe 120 woorden er meestal haast vanzelf uitrollen.
En dan deze week het woord “hack”.
De eerste associatie die ik met het woord “hack” had was een zin uit het nummer “Underneath the bottle” van Lou Reed. Een openhartig en pijnlijk nummer waarin Lou Reed zingt over het afrekenen met zijn alcoholverslaving begin jaren tachtig: “I can’t remember what the heck I was doing”.
Het woord “heck” wordt niet hetzelfde gespeld als het weekwoord “hack”. Mijn eerste associatie bleek op een misverstand gebaseerd te zijn.
‘Hoe Lou Reed mijn brein hackte’ verscheen als eerste op 12 mei 2020 op 120w.nl. Weekwoord: hack

Ik werd wakker in mijn kamer in het Gele Huis, met een kater als een koningstijger, Theo. Te veel uren te veel goedkope wijn gedronken met Paul Gaugain en postbode Joseph Roulin. In het keukentje van de postbode hadden we gepraat over God, kunst en de dood.
Er werd nogal door elkaar gesproken, waardoor ik de helft van wat er gezegd werd niet kon verstaan.
Ik bevind me in een diepe psychische crisis en heb geen idee hoe ik daar uit moet komen.
Het schilderen gaat me goed af. Het lijkt dan wel of ik bezeten ben.
Ik kan niet meer. Ik laat me opnemen in de psychiatrische inrichting in Saint-Rémy-de-Provence.
Ik neem slechts een revolver en een penseel mee.
‘Arles’ verscheen als eerste op 27 april 2020 op 120w.nl. Weekwoord: penseel.

ANP – In een opzienbarende verklaring die premier Mark Rutte afgelopen zaterdagnacht om 3 uur door de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) uit liet gaan is het Koninklijk Huis per direct afgeschaft om geld vrij te maken voor het bestrijden van de coronacrisis.
“Dat de monarchie wereldwijd al sinds enkele eeuwen als een achterlijk instituut wordt beschouwd moge voor iedereen in Nederland duidelijk zijn. Laten we wel wezen, dierbare burgers van Nederland, onze fiere voorouders hebben de Spaanse koning Filips II niet voor niets in de zestiende eeuw van de troon gestoten. Ons dierbare vaderland had vervolgens als republiek eeuwenlang een voorbeeldfunctie in de wereld. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd een wereldmacht waar vrijheid van handel, meningsuiting en godsdienst een vanzelfsprekendheid waren en waar vrije geesten een thuishaven kregen die zij in eigen land moesten ontberen. U mag hierbij denken aan de Franse wiskundige en filosoof René Descartes, die twintig jaar van zijn vruchtbare leven in Nederland verbleef en die bij het grote publiek vooral bekend is vanwege zijn tijdloze uitspraak “Ik denk, dus ik besta/Ik denk, dus ik ben,” bekender geworden in de Latijnse variant “Cogito ergo sum.” Wie zelfstandig kan denken, kan onmogelijk een voorstander van de monarchie zijn.
Met het afschaffen van de monarchie wordt per direct ongeveer 900 miljoen tot 1 miljard euro vrijgemaakt. Geld dat zal worden gebruikt ter bestrijding van de gevolgen van de coronacrisis. Al het bezit van leden van de koninklijke familie zal per direct aan de Nederlandse staat toekomen. Bovendien hoeft de belastingbetaler niet langer op te draaien voor de jaarlijkse 40 miljoen euro die worden verkwist aan toelagen voor leden van het Koninklijk Huis, het onderhouden van hun wagenpark, paarden en koetsen, en al het personeel dat daarbij hoort.
Beste burgers, in deze woelige tijden hebben we meer aan mondkapjes dan aan een geldverkwistende monarchie. Alle leden van de koninklijke familie komen per direct in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Bij dit laatste besluit is een uitzondering gemaakt voor prins Bernhard junior, die zich al sinds jaren verrijkt op een manier waar de spreekwoordelijke honden geen brood van lusten. Prins Bernhard junior is een uur geleden in voorlopige hechtenis genomen en zal de straf krijgen die hij verdient.
Tot slot wil ik zeggen dat Koningsdag per direct is afgeschaft en morgen dan ook geen doorgang zal vinden. Alleen samen kunnen wij de coronacrisis de baas worden. Daar hebben wij geen oranje gekleurde zakkenvullers bij nodig. Ik dank u allen voor uw aandacht.”

De huidige coronacrisis doet bij grote delen van de mensheid een beroep op soms ingrijpende aanpassingen aan tal van geboden en verboden om het welzijn van zoveel mogelijk mensen te waarborgen. Het ene land voelt zich gedwongen om verdergaande maatregelen te nemen dan het andere.
Dat de economie van praktisch alle landen hard wordt getroffen is een feit. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat bepaalde beroepsgroepen veel harder worden getroffen dan andere en er zelfs beroepsgroepen zijn die profiteren van de coronacrisis.
Via de media hebben we de verspreiding van de corona-pandemie van dag tot dag kunnen volgen. We zagen hoe eerst de Chinese stad Wuhan getroffen werd door het virus. Al snel was de regio Lombardije in het Noorden van Italië een nieuwe brandhaard van het coronavirus. Geschokt keken we naar beelden op de televisie waarop te zien was hoe mortuaria, begraafplaatsen en crematoria in de zwaar getroffen stad Bergamo de aanvoer van slachtoffers van het virus niet meer aan konden. Stoffelijke overschotten werden in geïmproviseerde koelcellen gestald of naar het Zuiden van het land gevlogen om aldaar gecremeerd te worden. Het Italiaanse leger moest eraan te pas komen om het transport van coronaslachtoffers in acceptabele banen te leiden.
Langzaam kregen we het gevoel dat er een dystopische oorlog met een onzichtbare vijand aan de gang was. Na Lombardije volgden de nieuwe brandhaarden van de coronapandemie elkaar snel op: Spanje in Europa, al snel gevolgd door de Verenigde Staten, met name de staat en stad New York.
Het is frappant en wrang dat er tijdens de coronacrisis praktisch met geen woord gerept wordt over in welke mate het continent Afrika door het coronavirus getroffen wordt. Een kenmerk van een pandemie is juist dat de hele wereld getroffen wordt. Een virus laat zich niet stoppen door landsgrenzen, treft rijk en arm, laat staan dat huidskleur een rol speelt.
Het continent Afrika is qua oppervlakte drie keer groter dan Europa en telt ruim een half miljard meer inwoners. Dit moet betekenen dat talloze Afrikanen met het coronavirus zijn besmet of eraan zijn overleden.
We hebben om een aantal redenen geen weet van de omvang van de coronacrisis in Afrika. In Afrika is in de meeste van de 54 landen geen geld om mensen te testen op het coronavirus. Afrika kent een enorm gebrek aan fatsoenlijke zorg. In grote delen van dit vergeten continent bevindt het dichtstbijzijnde ziekenhuis zich op honderden en soms zelfs duizenden kilometers afstand. In sommige Afrikaanse landen, zoals bijvoorbeeld Zimbabwe, is het aantal IC-bedden nul en heeft men geen beschikking over beademingsapparatuur.
In de laatste decennia had het Rijke Westen nauwelijks aandacht voor de hongersnoden, epidemieën en oorlogen die Afrika troffen. Ook tijdens de huidige coronacrisis is werkelijke betrokkenheid, aandacht en empathie voor de 1,3 miljard Afrikanen ver te zoeken.
Het vergeten continent Afrika bevindt zich al sinds mensenheugenis in een isolement. Alleen als er behoefte was aan gratis arbeidskrachten, denk hierbij aan de vroegere katoenplantages in het Zuiden van de Verenigde Staten, of grondstoffen als goud en diamant, trok het vergeten continent de aandacht van het Rijke Westen.
Horst Köhler, die van 2004 tot en met 2010 bondspresident was van Duitsland, zei ooit dat we de menselijkheid van de wereld moeten afmeten aan het lot van Afrika. Als dat zo is hebben we nog een lange weg te gaan op weg naar een menselijker wereld.

“Je bent oud genoeg om te weten dat het niet voor niets is dat niemand reclame maakt voor de realiteit van je leven.”
Johan Harstad in: ‘Max, Mischa & het Tet-offensief’, 2015.
Deze verhalenbundel van de hand van de eigengereide auteur Mabelus (1965) bevat twintig verhalen die deels eerder zijn verschenen via verschillende mediakanalen, maar ook verhalen die nieuw zijn. De schrijfstijl die gehanteerd wordt kan als provocerend en plat ervaren worden, maar past bij de verhalen en onderwerpen die aangehaald worden. Mabelus maakt handig gebruik van taal en is een woordkunstenaar in zijn puurste vorm. Het leeuwendeel van de verhalen gaat over de liefde in verschillende vormen. Tussen man en vrouw, binnen een familie en voor de medemens. De overige verhalen neigen meer naar fictie en zijn wat absurder van aard. Allen zijn fascinerend. Rode draad door de bundel is een fictief interview met Mabelus dat in drie passages is opgedeeld. Hierbij worden de nodige clichés rondom schrijvers aangehaald en zet hij zichzelf neer als norse dronkenlap. Mabelus schuwt dan ook niet om zichzelf en andere schrijvers op de hak te nemen. Al met al een authentieke bundel die met een vlotte pen en het nodige sarcasme geschreven is. Mabelus schreef eerder ‘Kathmandu Hipsters’.
L. Kersten
