Onbekend's avatar

Boekpresentatie Kathmandu hipsters

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 40: “gastenlijst.”

Op 18 november is de boekpresentatie van mijn Nederlandse debuutroman Kathmandu hipsters. De boekpresentatie zal beginnen om 14 uur in de bibliotheek van Alkmaar. Er is tijd voor een interview, muziek en een signeersessie. Voor een hapje en een drankje wordt gezorgd.

Kathmandu Hipsters is een onvervalste pageturner, die gaat over moord, drugssmokkel, bedrog en verwoestende familiebanden. De zinderende en gruwelijke finale laat de lezer verbijsterd achter.

Vanaf 19 november is Kathmandu hipsters in de (web)winkel te verkrijgen voor twintig euro.

Er is geen gastenlijst, dus je kunt gewoon binnen komen lopen. Voor de logistiek is het wel handig als je mij per mail of een persoonlijk bericht op Twitter of Facebook laat weten of en met hoeveel je komt.

Deze 120 woorden verschenen op 10 oktober 2018 voor het eerst op 120w.nl.

Onbekend's avatar

Spanning

© Peter Mabelus

Tijdens de eindredactie van mijn debuutroman Kathmandu hipsters, die aan het eind van de zomer verschijnt bij uitgeverij Ambilicious, zwerf ik al dagen door de passages die in Kathmandu spelen. Werken aan mijn debuutroman is bijna net zo spannend als het boek zelf.

Onbekend's avatar

Slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd

In de lente van 2005 schud ik de hand van Bill Clinton voor het Amstel Hotel in Amsterdam

Kennen jullie de theorie dat alle mensen op aarde maximaal slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd zijn? Het maakt niet uit of je als Eskimo in de buurt van de Noordpool woont, dartelt over de uitgedroogde savannah’s van Kenia, ondergoed verkoopt op de Albert Cuyp of wegkwijnt in een flatje aan de rand van een verlepte provinciestad in een vergeten land; alle inwoners van onze blauwe planeet zijn slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd en daaruit blijkt dat we eigenlijk veel meer verbonden met elkaar zijn dan je aanvankelijk zou denken.

Je hoeft slechts te graven in je geheugen, of navraag te doen bij je familie of vrienden, om erachter te komen dat bijna iedereen wel eens een beroemd iemand de hand heeft geschud, of het nu de zoveelste BN’er is, de paus of een bevriend staatshoofd.

Ik geef een voorbeeld: in 2005 liep ik toevallig langs het Amstel Hotel in Amsterdam op het moment dat Bill Clinton naar buiten kwam en een warm bad nam in het publiek dat zich in afwachting van zijn verschijning voor de entree van het Amstel Hotel verzameld had. Ik was een van de velen die hem de hand schudde en daarmee was ik opeens slechts een handdruk verwijderd van bijvoorbeeld John F. Kennedy, die Bill Clinton de hand schudde toen Bill Clinton als jonge tiener het Witte Huis bezocht als lid van een delegatie van de padvinderij uit een uithoek van Arkansas. John F. Kennedy ontmoette sovjetleider Nikita Chroesjtsjov in 1961 in Geneve (nu was ik slechts drie handdrukken verwijderd van Chroesjtsjov) en Chroesjtsjov was een beschermeling van Stalin (vier handdrukken) die de kroonprins was van Lenin (vijf handdrukken).

Iedereen die mij ooit de hand heeft geschud is dus evenveel handdrukken verwijderd van de bovengenoemde personen plus een. En zonder twijfel hebben vele personen die mij ooit de hand hebben geschud ooit wel eens mensen de hand geschud die personen de hand hebben geschud die iedereen kent.

Wat schieten wij hiermee op? Niets.

Afgelopen dinsdag ontmoetten Trump en Kim elkaar in Singapore. Ik was daar op vakantie in 1994 en wellicht hebben Trump of Kim in Singapore de hand geschud van iemand die ik daar in 1994 de hand heb geschud, of de hand geschud van iemand die ik destijds de hand heb geschud. Maar Trump heeft sowieso de hand geschud van Clinton en ben ik dus slechts drie handdrukken verwijderd van Kim en vanzelfsprekend slechts twee van Trump.

Het feit dat de wereld het slachtoffer is van talloze trage processen waarbij het welhaast onmogelijk lijkt om met gezond verstand tot wijze beslissingen te komen over thema’s zoals het milieu, goed onderwijs en goede zorg voor iedereen en geen honger waar ook ter wereld lijkt niet te rijmen met het feit dat wij elkaar allemaal bijna persoonlijk hebben ontmoet of zullen ontmoeten. Dat is een gedachte die treurig stemt.

Een volgende keer ga ik het over het fenomeen “kutzwagers” hebben. Hoeveel piemels ben jij van mij verwijderd?

Je moet trouwens de groeten van de paus (twee handdrukken) en de Dalai Lama hebben (ook twee handdrukken).

“Slechts zes handdrukken van elkaar verwijderd” stond op 13 juni 2018 als eerste op hoemannendenken.nl, de enige site vóór vrouwen, dóór mannen.

Onbekend's avatar

De Voorleestuin publiceert Swami Bami Tsunami

De Voorleestuin, een site boordevol voorleesverhaaltjes voor kinderen heeft op 4 april 2018 mijn kinderverhaal Swami Bami Tsunami online geplaatst: https://voorleestuin.be/swami-bami-tsunami/

© Pixabay

Ik ga jullie een verhaal vertellen over een schele ontaarde Indiase monnik met een heel erg slecht karakter en de hindoeïstische God Ganesh (ja, daar in India hebben ze niet één God, maar zijn er dozijnen Goden. Dat is veel relaxter, dan heb je meer keus in tijden van nood). Ganesh is de God met de mensenbenen in een quasi ontspannen verwrongen lotushouding en de olifantenkop met altijd de slurf naar links, vanaf Ganesh gezien dan, en blauwe ogen recht op je innerlijk gericht. Ganesh is in het hindoeïsme behalve de God van kennis en wijsheid ook de beschermheilige van reizigers.

Ganesh kwam in de vorm van een klein schaapachtig goddelijk wolkje.

Er was eens een monnik, Swami Bami Tsunami heette hij, die had een slecht karakter dat het een aard had. Hij vloekte de hele dag de ergste godslas­terlijke verwen­sin­gen, sloeg kleine kinderen zomaar om de oren met zijn swamikralenkrans, roste kleine poesjes op de maat van zijn lievelingsliedje, “kurio ko uddah le jana”, met hun lieve katten­hoofdjes over een wasbord (ja, jongens en meisjes, vroeger, in het India van lang geleden, had je nog geen wasmachines, anders had stoute Swami Bami Tsunami ze vast daarin gestopt).

Ook kakte hij wel eens op een oude krant, frommelde die dan ineen en gooide die vervolgens bij oude ipaatjes (ipa is oma in het Hindi, de taal van de mensen in India) door het venster naar binnen. En leuk dat hij dat vond als dan die poepbom op de schoot van het in een schommel­stoel bij het raam zittende oude vrouwtje uiteenspatte en ze helemaal onder Swami Bami Tsunami zijn vieze poepstront zat! Soms ging de oude vrouw bijna dood van de schrik. Het oude broze hart, begrijp je wel? Gelukkig gooide hij vaak mis, omdat hij scheel was.

Oh, had ik dat al verteld, dat stoute Swami Bami Tsunami scheel was? Ja, Swami Bami Tsunami was zo scheel dat je bijna alleen nog maar zijn oogwit zag. Eigenlijk was het ooggeel, want hij zoop zich blind aan goedkoop bedorven zelf gestookt bananenbier, een populaire alcoholische illegale drank in het India van die tijd.

Vroeger beston­den er nog geen psychologen, maar ik weet haast zeker dat de scheelheid van Swami Bami Tsunami de reden was voor zijn slechtheid. Hij kon niet verwerken dat hij zo’n stomme kop had (om over zijn lange bochelachtige lijf met x-benen nog maar niet te spreken). Daarom hadden boze geesten bezit van hem genomen en ge­loofde Swami Bami Tsunami nergens in. Tegen de tempel (manadir in het Hindi) ging hij staan piesen en het heilige boek van de Hindoes, de Bhagavad Gītā (dat letterlijk “Lied van de Heer” betekent) gebruikte hij om zijn stinksigaretjes van te rollen.

Gelukkig werd hij eindelijk eens met zijn slechtheid geconfronteerd door de God Ganesh, in de vorm van een heel klein goddelijk wolkje. En daar gaat dit verhaal eigenlijk over.

Het ging zo. Swami Bami Tsunami was te lui en te dom om een echt vak te leren en daarom deed hij allerlei kleine klusjes voor lage mensen op hoge plaatsen. Zo riep de corrupte burgemeester van het dorp Swami Bami Tsunami een keer bij zich en zei:

‘Swami Bami Tsunami, je moet voor mij een pakje wegbrengen, helemaal door de woestijn naar Calcutta.’

Swami Bami Tsunami slikte even, met zijn adamsappel zo groot als een struisvogelei, omdat hij wist hoe zwaar de rit zou zijn. Weinig mensen kwamen levend terug uit de woestijn op weg naar Calcutta. Hij wist hoe heet en droog de woestijn altijd was (en hij had al nadorst van de dag ervoor!). Maar Swami Bami Tsunami had geld nodig en dus nam hij de opdracht aan.

Hij ging op weg met een geleende oude kameel zonder uiers die hinkte en voortdurend zure scheten liet. Swami Bami Tsunami moest van het westen naar het oosten en de wind was westelijk (het was slechts een klein briesje, maar toch), dus zat hij voortdurend in de stank van die oude manke en geleende oude kameel zonder uiers die hinkte en voortdurend zure scheten liet.

In de woestijn verdwaalde Swami Bami Tsunami al snel. Hij viel bijna flauw van de hitte en de dorst. Hij dacht dat hij rondjes reed, want de zon bleef boven zijn lelijke schele kop hangen. Al zijn water was al op en er waren zelfs geen cactussen om door midden te hakken en leeg te zuigen. Toen Swami Bami Tsunami ten einde raad was en bijna stierf van de dorst, zag hij aan de horizon een klein wolkje dat zijn richting op kwam.

Het wolkje zweefde zo’n twintig meter boven de grond en stopte precies boven Swami Bami Tsunami zijn schele bakkes. Swami Bami Tsunami wist niet dat Ganesh in dat kleine wolkje zat.

‘Hé, schele!,’ riep Ganesh vanuit het wolkje.

Swami Bami Tsunami keek op en vond het na zijn zestiende fata morgana niet eens raar dat er een God met mensenbenen in een verwrongen lotushouding en een olifantenkop met slurf naar links, in een klein pratend goddelijk wolkje, dat op twintig meter boven zijn hoofd zweefde, het woord tot hem richtte.

‘Wat mot je?!,’ balkte Swami Bami Tsunami laf.

Ganesh in het wolkje nam geen aan­stoot aan de beledigende toon van die schele duivel en zei: ‘Ik kom je redden van de dood in deze hete woestijn als je berouw toont voor al je slechte daden.’

‘Ik slecht? Hoezo?,’ mompelde Swami Bami Tsunami brutaal.

‘Je piest tegen mijn huis, draait sigaretjes van mijn veel gelezen boek en gooit je kak bij mijn bejaarde dienaressen door het raam. Vind je dat dan gewoon?’

Swami Bami Tsunami dacht even na en begon opeens in te zien hoe slecht of dat hij altijd geweest was.

‘Ik heb best wel spijt,’ zei hij.

‘Als je echt spijt hebt gooi ik regen op je schele kop, wijs ik je de goede weg, geef je genoeg water in je veldfles mee voor de rest van de reis en maak ik ook even gratis weer even je schele ogen recht.’

Swami Bami Tsunami hoefde niet meer na te denken. Het schaamrood steeg hem naar de kaken als hij dacht aan alle schanddaden die hij in zijn leven tegen zoveel onschuldige mensen en dieren begaan had.

‘Ja, ik heb berouw!,’ schreeuwde hij bijna tegen het goddelijke wolkje.

En het goddelijke wolkje regelde een plensbui, wees Swami Bami Tsunami de goede weg, gaf hem een paar veldfles­sen water en zette ook nog even gratis zijn schele ogen recht.

Zo zien jullie maar weer, jongens en meisjes, dat als je maar oprecht spijt hebt van iets wat je verkeerd hebt gedaan, alles, door Gods genade, weer goed kan komen.

Swami Bami Tsunami ging, nadat hij zijn missie volbracht had, het klooster in en werd daar tot zijn dood op 104-jarige leeftijd de meest toegewijde klooster­ling van allen.

En Ganesh, in de vorm van het goddelijke wolkje, zweeft nog steeds over de aarde om mensen te vergeven en op het goede pad te sturen.

Misschien komen jullie hem ook wel een keer tegen.

Onbekend's avatar

Zondagochtend

© Pixabay

‘Zo, schat, dat is altijd toch wel even lekker op zondagochtend’

‘Heerlijk, maar ik vraag me dan altijd wel af wat het nog met liefde te maken heeft.’

‘Hoe bedoel je, schat?’

‘Ik bedoel. We doen het eigenlijk gewoon omdat het lekker is en verder heeft het niet zoveel te betekenen.’

‘Dat vind ik niet zo leuk om te horen, liefste. Jouw zaad druipt me nog van de benen en dan doe jij opeens afstandelijk. Dat vind ik niet leuk.’

‘Ik bedoel het niet afstandelijk. Ik ben alleen vreemd geweest in de twintigste eeuw. Ik ben trouwer dan een hond. Dus om nou net te doen alsof ik je gebruik vind ik wel een beetje overdreven.’

‘Ik voel me wel gebruikt. Zoals jij over de liefde praat…’

‘Je begrijpt me denk ik verkeerd. Ik doe het al een eeuwigheid met jou en met jou alleen, dus jouw verbolgen houding omtrent ons huwelijksleven in bed vind ik licht hysterisch te noemen.’

‘Licht hysterisch! Nu maak je me echt boos! Je doet altijd naar tegen me als je net bent klaar gekomen. Heb je dat nu zelf echt niet door? Altijd. Lul!’

‘Ik ben het niet met je eens, schat. Nu voel ik een beetje irritatie opkomen, omdat jij altijd zo beledigd doet nadat we het hebben gedaan. Soms ga je zelfs janken zonder mij te kunnen vertellen waarom. Ik gaf je net godverdomme een indirect compliment over jouw kunsten in bed en dan krijg ik dit!’

‘Dit is precies wat ik bedoel. Jij hebt altijd een nare bui na de seks op de zondagochtend. We doen het één keer in de week en altijd loopt het uiteindelijk uit op ruzie.’

‘Ruzie die jij maakt! Ik heb jou zoals elke zondagochtend eerst laten komen, dus ik snap deze consternatie helemaal niet. Verwend nest!’

‘Jij bent een schoft. In essentie ben jij gewoon een asociale klootzak. Je laat me alleen maar eerst komen omdat je weet dat je er anders niet op mag.’

‘Je bent onmogelijk.’

‘Nee, jij bent onmogelijk.’

‘Zit je nu alweer aan mijn lul.’

‘Sorry, ik word altijd zo geil van ruzie maken.’

‘Haha, ik ook. Nou, zullen we dan maar weer?’

‘Ok, schatje.’

“Zondagochtend” stond op 1 april 2018 als eerste op hoemannendenken.nl, de enige site vóór vrouwen, dóór mannen.

Onbekend's avatar

De mafia van Uruguay

120w.nl: “Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg. Schrijfthema voor week 13: “hart.”

 

© Pixabay

Als historicus ben ik helaas van vele manieren op de hoogte waarop mensen gemarteld en geëxecuteerd worden. Over een van de meest wrede manieren waarop een executie uitgevoerd kan worden las ik in een boek over de maffia in het Uruguay van de jaren twintig van de vorige eeuw. Men trok de riem bij het meestal mannelijke slachtoffer uit de broek. Daarna werd de riem bij het naakte slachtoffer langs borst en rug onder de oksels vastgebonden. Vervolgens werd een groot Bowie jachtmes ten tonele gevoerd, waarna onder luid gejoel van de omstanders het hart van de ongelukkige door het mes werd gestoken en gespietst. Sindsdien heeft voor mij de uitdrukking “een hart onder de riem steken” een andere lading.

Deze 120 woorden verschenen op 29 maart 2018 voor het eerst op 120w.nl.

Onbekend's avatar

Ochtendhumeur

© Pixabay

Het gezin van elf waarin ik opgroeide, vader, moeder, twee zussen en zes broers, had collectief last van een afgrijselijk ochtendhumeur.

We waren arm en woonden klein.

Mijn vader had een enorme hekel aan mijn moeder. Mijn moeder was dan wel altijd chagrijnig, zwijgzaam en nors, toch deed ze altijd trouw het huishouden en de boodschappen.     Mijn moeder was ontzettend lelijk om naar te kijken. Misschien had mijn vader daarom een hekel aan mijn moeder. Maar waarom was hij dan ooit met haar getrouwd? Op foto’s van vroeger was mijn moeder ook al niet om aan te zien, dus dat ze lelijk was had hij ook als jongeman al kunnen weten.

Mijn moeder had een hekel aan mijn vader. Dat kan ik begrijpen. Hij was te lui om te werken en zich te wassen. Daarom scharrelde hij altijd stinkend in en rond ons huis. Ook was hij meestal dronken. Geen idee waar hij het geld vandaan haalde om zich dag na dag te bezatten, want we hadden het niet breed. Hij kon niet tegen alcohol, dus hij kotste bijna dagelijks de boel onder. Dat kotsen kon in zijn bed gebeuren, aan de ontbijttafel, op het toilet. Net hoe het zijn galaanval uitkwam.

Dat mijn vader in de ochtend toch met zijn katerkop aan het hoofd van de ontbijttafel plaatsnam, kwam door het feit dat hij elke avond al voor het acht uur journaal bewusteloos naar het ouderlijk bed werd gesleept door mijn oudste broers. Met enige vorm van discipline had zijn aanwezigheid aan de ontbijttafel niets te maken.

Alle kinderen moesten acht uur ’s morgens de deur uit om naar school te gaan. Mijn moeder stond daarom elke ochtend, half zeven stipt, als eerste op, om de ontbijttafel te dekken en thee te zetten. Daarna marcheerde zij, om exact zeven uur, met een loeiende scheepshoorn aan haar samengeperste lippen, langs de drie twijfelaars op de eerste verdieping, waarin wij negenen de nacht doorbrachten. Ook vader kwam van de herrie bij zijn positieven.

Omdat iedereen van ons gezin aan dezelfde dagelijkse routine gewend was, hoefde niemand woorden vuil te maken aan de verrichtingen die gedaan moesten worden in het uur tussen opstaan en vertrek.

Wij moesten ons eerst snel en provisorisch wassen boven de gootsteen. De oudste waste zich eerst, de jongste waste zich als laatste. De oudste hees zich vervolgens als eerste in goedkope en verstelde kleren. De jongste deed dat als laatste.

Na het aankleden begaf iedereen zich zo snel mogelijk naar de ontbijttafel, in de voorkamer beneden.

Iedereen had recht op twee boterhammen basterdsuiker en twee boterhammen met tevredenheid. Omdat we geen geld hadden voor boter, vingen wij de basterdsuiker, die van de eerste twee boterhammen afviel, op met boterham drie en vier, zodat er van verspilling geen sprake kon zijn. Zwijgend werd een kan lauwe thee rondgedeeld, waarmee iedereen zijn of haar mok vulde. Zodra boterhammen en thee door het voltallige gezin waren verzwolgen, werden tassen ingepakt en jassen aangetrokken.

Zonder te groeten werd de woning verlaten.