WAls gepromoveerd bioloog schrijf ik wal jwaren wekelijks een rubriek voor de kindersite “WApenfeitjes.nl.” Mwawar gisterenwavond heb ik per ongeluk een fles port van de WAldi over het toetsenbord vwan mijn lwaptop gemorst wwawardoor wals ik de letter “wa” wawan wil slwawan steeds de letters “w” en “wa” tegelijk op mijn beeldscherm verschijnen. Erg vervelend, wwant nu kwan ik mijn wekelijkse rubriek “WApenfeitjes” niet op een fwatsoenlijke mwanier mwailen nwawar de redwactie van “WApenfeitjes.nl.” En dwan te bedenken dwat ik juist deze week een leuk stukje in gedwachten hwad over de vrwawag of wapen kunnen huilen. Helwawas kwan ik dwawardoor deze week geen bijdrwage leveren wawan de prwachtige kindersite “WApenfeitjes.nl.” Jwammer, wwant ik lever deze bijdrwage wal jwaren pro bonobo.
Het feit dat de Nobelprijs voor de Vrede dit jaar wordt toegekend aan de inmiddels verboden Russische mensenrechtenorganisatie Memorial, de gevangen zittende activist uit Belarus, Ales Bialiatski, en de Oekraïense mensenrechtenorganisatie Center for Civil Liberties past in een lange traditie waarbij de toekenning van de Nobelprijs wordt gebruikt om een duidelijk politiek statement te maken tegen het heersende regime in Moskou.
Als schrijver zal ik mij in dit artikel richten op de toekenning van de Nobelprijs voor de Literatuur aan critici van het Kremlin en daarbij personen als dissident Andrej Sacharov en onbedoeld architect van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie Michail Gorbatsjov, aan wie respectievelijk de Nobelprijs voor de Vrede in 1975 en 1990 werd toegekend, buiten beschouwing laten.
De Nobelprijs voor de Literatuur werd in 2015 toegekend aan de Wit-Russische onderzoeksjournalist Svetlana Alexijevitsj. Dat de keuze in 2015 juist op Alexijevitsj viel was een duidelijke reactie op de illegale annexatie door Rusland van het Oekraïense schiereiland de Krim in februari 2014.
De journalist Svetlana Alexijevitsj schreef journalistieke boeken die over onderwerpen gaan die taboe zijn of extreem gevoelig liggen in het Kremlin: de kernramp in Tsjernobyl van 1986, die in eerste instantie ontkend werd door Sovjetleider Gorbatsjov; de afschuwelijke manier waarop de jonge en vaak ernstig getraumatiseerde veteranen uit de Sovjet-Afghaanse oorlog (1979-1989) na thuiskomst werden behandeld, of vaak juist niet werden behandeld.
Het was niet de eerste keer dat Rusland of de Sovjetunie door het comité van de Nobelprijs voor de Literatuur werd geprovoceerd. De eerste keer dat een Russische schrijver de Nobelprijs voor de Literatuur won was in 1933. Het ging om Ivan Boenin, een in zelfgekozen ballingschap in Frankrijk verblijvende schrijver die de communistische Oktoberrevolutie “bloedige waanzin” noemde en in 1925 het boek ‘Vervloekte dagen’ schreef over de eerste acht jaren van de Sovjet-Unie.
In 1958 werd de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend aan de Russische schrijver, dichter en componist Boris Pasternak. Het Kremlin beschouwde de prijs als een “politieke daad tegen de Sovjet-Unie”. In eigen land lag de auteur vanwege zijn literaire werk zwaar onder vuur. Pasternak kreeg geen toestemming van de Sovjet-autoriteiten om de prijs te aanvaarden. Onder het bewind van Michail Gorbatsjov kreeg hij eerherstel. In 1989 werd hem de Nobelprijs postuum alsnog uitgereikt. Zijn zoon Jevgeni nam de prijs namens hem in ontvangst.
In 1970 was het de beurt aan Aleksandr Solzjenitsyn. Hij kreeg de prijs “voor de ethische kracht waarmee hij de onmisbare tradities van de Russische literatuur nastreefde”. Het was vanzelfsprekend geen toeval dat het meeste werk van Solzjenitsyn niet in de Sovjet-Unie had mogen verschijnen. Beroemde uitzondering op deze regel is het boek ‘Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj’, waarin over de goelag werd geschreven (de term ‘goelag’ wordt gebruikt voor de enorme hoeveelheid straf- en werkkampen in de Sovjet-Unie, die vooral in Siberië te vinden waren en waar gedurende enkele decennia miljoenen mensen stierven). Het boek had onder het bewind van de later afgezette Sovjetleider Chroesjtsjov mogen verschijnen. Een bewind dat onder meer gekenmerkt werd door het afkeuren van het stalinistische terreurbewind en een culturele dooi tot gevolg had die het publiceren van boeken mogelijk maakte van schrijvers die eerder als “staatsgevaarlijk” werden beschouwd en vaak in de goelag of psychiatrische inrichtingen verdwenen.
In 1987 werd de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend aan de Russische dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd in 1964 wegens ‘parasitisme’ veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid. In 1972 werd hij gedwongen de Sovjet-Unie te verlaten.
De enige Russische schrijver die en de Nobelprijs heeft gewonnen en een lakei was van het Sovjet-bewind is Michail Sjolochov, die de prijs in 1965 kreeg “voor de artistieke kracht en de integriteit waarmee hij, in zijn epos van de Don, uitdrukking heeft gegeven aan een historische fase in het leven van het Russische volk”. Het is ironisch dat Sjolochov in de winter van zijn leven juist met betrekking tot zijn boek ‘De stille Don’ te maken kreeg met beschuldigingen van plagiaat.
We kunnen concluderen dat behalve in het geval van Sjolochov alle bovengenoemde laureaten uit Rusland en de (voormalige) Sovjet-Unie de prijs vooral kregen om het Kremlin in verlegenheid te brengen en te bekritiseren. Daar vormt de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede van 2022 aan Memorial, Ales Bialiatski, en de Oekraïense mensenrechtenorganisatie Center for Civil Liberties geen uitzondering op.
Grunberg verzamelen is zeer verslavend, maar niet ongezond.
Afgelopen weekend verscheen bovengenoemd boekje en zoals de meeste uitgaven van Grunberg die worden uitgegeven door de kleine uitgeverij Hof van Jan was het boekje binnen een etmaal uitverkocht.
De vijfde aflevering van de avonturen van Dapperhaas en de uitverkoren dieren. Het gezelschap bevindt zich in het Duitse stadje Remagen, waar het stervend paard een bezienswaardigheid is, de pedofiele struisvogel van zijn geloof valt en een bezoek wordt gebracht aan een spiernaakt medium.
Paul van der Steen zorgde voor een drietal tekeningen. De tekst werd gezet uit de Spectrum en werd in honderdtwintig exemplaren gedrukt onder de Korenmaat. Het boekje telt zestien bladzijden en is gesigneerd door Arnon Grunberg.
Van de 120 exemplaren van het boekje werden er vijftig exemplaren gebonden door Herman van Waarden.
Ik ben nu in het bezit van deel 2 t/m 5 van de avonturen van Dapperhaas. Wie mij deel 1 wil verkopen of cadeau wil doen kan mij een pb sturen op Facebook of een mail sturen (mijn contactgegevens zijn te vinden op mijn website petermabelus.com).
Weinig mensen lijken te weten dat de meeste poezen en katten de taal van hun “baasjes” zonder enig probleem verstaan. Ik zet “baasjes” bewust tussen aanhalingstekens, omdat wij schijt hebben aan de mensen die elke dag onze bakjes met proviand vullen. Wij gaan onze gang. Zo trouw als een hond kun je ons niet noemen.
Begrijp me goed, een Nederlandse poes verstaat vanzelfsprekend Nederlands en een Italiaanse poes Italiaans.
Er zijn uitzonderingen. Zo ken ik een poes waarvan het baasje de hele dag naar Duitse soapseries kijkt. Die poes spreekt Nederlands én Duits.
Helaas zijn onze stembanden zo ontworpen dat we alleen maar kunnen miauwen en knorren. We kunnen nooit iets terugzeggen. Ik krijg er een kattenbrokje in mijn keel van.
‘Van Kluun tot Clinton’ vanaf deze week te leen in jouw lokale bibliotheek!
Net bericht ontvangen dat mijn fictieve satirische reportagebundel ‘Van Kluun tot Clinton’ vanaf deze week in alle bibliotheken van Nederland te leen is.
Is je beurs te smal om het boek te kopen, of ben je gewoon een krent eersteklas, sla dan vanaf deze week je slag in jouw lokale bieb.
Elke keer dat ‘Van Kluun tot Clinton’ wordt uitgeleend krijg ik een vergoeding van 14 eurocent bruto, dus alvast hartelijk bedankt daarvoor!
De Telegraaf: “Zo humoristisch, dat we niet eens meer willen weten of het echt is. Het had zo gebeurd kunnen zijn; dat is genoeg”
Afgelopen dinsdag, 20 september, verscheen bij uitgeverij Canongate Books, Edinburgh het verpletterend indrukwekkende boek ‘Faith, Hope and Carnage’. Ik kreeg het boek cadeau van een goede vriend, om mij te steunen in mijn proces van scheiding en verandering. Ik las het boek ademloos uit.
‘Faith, Hope and Carnage’ is een boek over het innerlijke leven van Nick Cave. Gemaakt op basis van meer dan veertig uur intieme gesprekken met journalist Sean O Hagan, is dit een diepgaande verkenning, in Cave’s eigen woorden, van wat zijn leven en creativiteit werkelijk drijft.
Het boek onderzoekt vragen over geloof, kunst, muziek, vrijheid, verdriet en liefde. Het put openhartig uit het leven van Cave, van zijn vroege kinderjaren tot het heden, zijn liefdes, zijn arbeidsethos en zijn dramatische transformatie in de afgelopen jaren.
‘Faith, Hope and Carnage’ biedt hoop en inspiratie van een echte visionair.
Niemand hoeft dit boek te lezen. Iedereen die het boek wel gaat lezen zal meer leren over wat het betekent om een mens te zijn.
Elke ochtend, om een uur of zes, neem ik het wereldnieuws door onder het genot van een fruitcocktail en zes espresso’s.
Vervolgens probeer ik al het leed in de wereld van mijn schouders te werpen door zo hard mogelijk 10 kilometer op de hometrainer af te leggen in mijn slaapkamer, met uitzicht op een overweldigende oase van groen leven.
Douchen en de rest.
Laptop aan.
Mails doornemen en daarna schrijven van 8 tot 12 uur.
Op dit moment betekent “schrijven” vooral bezig zijn met de eindredactie van mijn volgende boek ‘De Straf van Veger’.
De geboorte van elk nieuw boek voelt als een cadeau van mijn muze. Ik voel me gezegend met haar. Ze had ook een andere geliefde kunnen kiezen.
In de middag ga ik elke dag op pad. Dat kan het lopen van mijn dagelijkse rondje IJssel betekenen of ergens de natuur in duiken.
Vandaag trakteerde mijn lievelingszus (ik heb één zus) mij op een uitje naar de grootste waterval van Nederland (een verval van maar liefst 15 meter), de Vrijenbergerspreng bij Loenen, op 25 kilometer afstand van Deventer.
Het was bij deze waterval dat ik in de zomer van 1981 mijn kalverliefde Karin M. voor het eerst kuste. Ze is sinds lang uit mijn leven verdwenen, maar dankzij internet weet ik dat zij tegenwoordig een prachtige baan in Almere heeft.
Ik hield mijn linkerhand kort in het koude stromende water van de waterval en het voelde alsof tijd niet bestaat, liefde wel.
Ben net 5 minuten thuis na het zien van ‘Moonage Daydream’ in het Mimik Theater aan de IJssel in Deventer. De prachtige film (132 minuten) van Brett Morgen over leven en werk van David Bowie deed de bezoekers van de uitverkochte zaal verbijsterd van betovering en bewondering het pand verlaten. Sommigen spraken in lyrische bewoordingen hun bewondering voor Bowie uit, anderen hadden er werkelijk geen woorden voor. Magie.
Ik zag David Bowie ooit (1983) optreden in De Kuip, Rotterdam. Deze film was indrukwekkender. Need I say more? Op naar de bioscoop voor een onvergetelijke ervaring.
In mijn bericht op de sociale media ‘Medeleven’ (3 augustus) vertelde ik dat ik bij het AZC naast mijn huis in Deventer naar binnen was gegaan om mijn diensten aan te bieden.
Dat bleek achteraf niet echt nodig. Alles is daar perfect georganiseerd. Er verblijven nu 150 mensen uit Oekraïne. De kinderen worden in de ochtend met een busje naar school gebracht. De volwassenen worden allemaal aan een baan geholpen. Ze krijgen genoeg geld om boodschappen te doen. Er worden uitjes georganiseerd.
Misschien wel het mooiste is dat zo ongeveer alle Oekraïners ontzettend blij zijn met de manier waarop ze in Nederland worden opgevangen. Ze zijn ook allemaal positief gestemd over de afloop van de oorlog en dat in de wetenschap dat velen van hen veel hebben moeten achterlaten. Niet alleen huis en haard maar ook gesneuvelde geliefden, familieleden en kennissen.
De altijd aanwezige mensen van de Security zijn ontspannen en lief. Er vinden geen nare incidenten plaats.
Ik loop regelmatig binnen voor een praatje met de Nederlandse hulpverleners en mag in de tuin uren converseren met de Oekraïense vluchtelingen. Met sommigen van hen maak ik soms een mooie wandeling langs de IJssel, waarbij ik hen op een terras mag trakteren op een dubbele espresso of een groot glas koud bier.
De grootste indruk op mij maakt vooral de dankbaarheid voor onze gastvrijheid en het feit dat ze werkelijk allemaal vertrouwen hebben in de toekomst. Ze willen, zodra de oorlog voorbij is, allemaal terug naar huis.
Tot maart 2023 heerst de huidige orde. Al naar gelang het verloop van de afschuwelijke oorlog in Oekraïne wordt dan bekeken hoe het met iedereen verder moet.
Ik was de laatste tijd in mijn stukjes vaak cynisch over hoe Nederland geregeerd wordt, en terecht gezien de toeslagenaffaire, de woningnood van jongeren en het alsmaar groeiende deel van de Nederlandse bevolking dat financieel in de ellende zit en komt.
Wat ik nu dagelijks meemaak met de opvang van mensen uit Oekraïne stemt mij gelukkig. Het is een voorrecht om mensen in nood te kunnen en willen helpen. Ik ben weer een beetje trots op Nederland.
Fuck. Over zeven minuten verloopt de deadline voor mijn column over Max Verstappen. 250 euro krijg ik voor die column.
Ik heb geen inspiratie! Ik weet niks van die gast. Is hij familie van Jos Verstappen? Die middelmatige coureur op het hoogste niveau? Met zo’n lege blik in zijn ogen? In de jaren negentig?
Eerste idee voor de column zijn de benzinekraansporen van Max Verstappen op het asfalt van de arena. Ook zijn enorme ad remheid en het slikken van aidsremmers als orale schadelijke talisman tekenen zijn psyche wellicht.
Rondjes winnen en in bochtjes spinnen. Kampioen worden is de beste orde voor iedereen.
Ik heb echt geen idee voor een column over Max Verstappen. Laat het geld dan maar zitten.